Sterk groeipakket of kruimeltjespakket? Hoorzittingen ter evaluatie

Door de zesde staatshervorming werd de kinderbijslag een regionale bevoegdheid. Vlaanderen voerde sinds 2019 het groeipakket in. Wallonië en Brussel volgden een jaar later. Het was een ingrijpende hervorming die zeker en vast verbeteringen bracht, maar ook kinderziektes heeft. Dat zo’n heel nieuw systeem na enkele jaren grondig geëvalueerd wordt door politici, maar ook door belangenorganisaties, is gebruikelijk. We waren begin maart dan ook verrast dat er een rapport verscheen van het Agentschap Opgroeien en het Agentschap Uitbetaling Groeipakket waarin de evaluatie reeds gebeurd was. Na enig aandringen kwamen er toch twee hoorzittingen. Aan de eerste, afgelopen woensdag, nam Odos deel, samen met de Gezinsbond en Gezin en Handicap.


De sterke punten van het groeipakket

  • Kinderbijslag is voor elk kind, ongeacht het inkomen van de ouders.
  • Een hoog basisbedrag, ongeveer de helft van de kindkost.
  • Meer kinderen krijgen sociale toeslagen.
  • Er wordt nog meer dan vroeger ingezet op automatische toekenningen. Ook schooltoelagen in kleuter-, lager en secundair onderwijs worden nu automatisch uitbetaald.
  • Bij een gezinstransitie worden de aangepaste bedragen vlot uitbetaald, zonder ingewikkelde aanvraagprocedures.
  • Het groeipakket is er voor elk kind, ongeacht of de ouders gehuwd, wettelijk of feitelijk samenwonend zijn of waren, dat is met andere sociale uitkering vaak niet het geval.
  • Het armoederisico daalt voor gezinnen met 3 of minder kinderen.

Waar kan het beter?

De lijst is lang: enige kinderen geboren voor 2019, combigezinnen, sociale toeslagen, zorgtoeslag, automatische toekenning studietoelage hoger onderwijs. Ik ga hieronder enkel dieper in op de problemen en mogelijke oplossingen in verband met de Odos-thema’s.

Gescheiden ouders

Streven naar evenwicht

Als gescheiden ouder heeft zowat iedere beslissing financiële consequenties. Er zijn verschillende criteria die hierin bepalend kunnen zijn: de domicilie van het kind, kinderbijslag krijgen voor het kind, het kind fiscaal ten laste hebben, onderhoudsbijdrage voor het kind betalen, verblijf van minstens 50% enz. Het is goed om te streven die consequenties, voor- en nadelen, zoveel mogelijk te verdelen. Natuurlijk wordt dit een ander verhaal als het kind het grootste deel bij één ouder verblijft.

Ook al in de vroegere regeling kon de kinderbijslag verdeeld tussen de ouders op basis van een vonnis of een overeenkomt. Dit kan ook nu nog. De keuze om dat wel of niet te doen moet blijven bestaan. Het is zeker geen goed idee om bij co-ouderschap automatisch elk de helft van de basisbijslag te geven.

Als je de onderhoudsbijdrage objectief berekend en een ouder de helft van de kinderbijslag krijgt, dan moet die ouder ook meer onderhoudsbijdrage betalen omdat de andere ouder minder ondersteuning krijgt. Ook bij co-ouderschap kan er immers wel een onderhoudsbijdrage zijn als de inkomens verschillen. En zelfs bij gelijke inkomens als de ene ouder meer bijdraagt in de niet-verblijfsgebonden kosten dan de andere.

De 50-50 verdeling van de kinderbijslag zou zeker voor extra en onnodige discussies zorgen als de verblijfsregeling niet gerespecteerd wordt of verandert in de loop der tijd.

Domicilie

Op het moment van de scheiding wordt de begunstigdenregeling ingevoerd ten koste van de bijslagtrekkendenregeling. De bijslagtrekkende is meestal de moeder. Als een kind van de moeder verhuist naar de vader dan geldt voor heel het gezin onmiddellijk de begunstigdenregeling. Op dat moment moet men zelf overeenkomen wie de kinderbijslag ontvangt, maar lukt dat niet of in afwachting van een regeling, dan wordt betaald aan de jongste ouder. Echter, dit gebeurt automatisch, zonder te kijken of die ouder ook echt een kost heeft voor dat kind.

Sinds 2020 is hierdoor een misbruik mogelijk. Elke gescheiden ouder kan gewoon op eenzijdig verzoek de toepassing van de begunstigdenregeling aanvragen. Als de jongste ouder slechte bedoelingen heeft, kan die de kinderbijslag vragen en ook ervoor zorgen dat de sociale toeslag waar de andere ouder recht op zou hebben met de helft vermindert. Het kan al snel enkele maanden duren voor dit door een rechter weer rechtgezet wordt. Dit probleem is vrij makkelijk te voorkomen door niet de leeftijd van de ouders als criterium te gebruiken, maar wel het domicilie van het kind.

Sociale toeslag

Als bij gelijkmatig gedeelte huisvesting slechts een van de ouders volgens zijn inkomen recht heeft op sociale toeslag, dan wordt slechts de helft van de sociale toeslag betaald. Dit heeft een invloed op het totale beschikbare inkomen en op de hoogte van de onderhoudsbijdrage.

18+

Voor meerderjarige kinderen wordt nu automatisch verondersteld dat zij een gelijkmatig gedeelde huisvesting hebben. De administratie aanvaardt alleen een vonnis om dit te weerleggen, geen geregistreerde overeenkomst tussen de ouders. Het probleem is dat rechters geen verblijfsregeling voor meerderjarigen meer uitspreken en ook geen overeenkomsten meer homologeren.

Jong partnerverlies

In het groeipakket krijgen de nieuwe wezen aanzienlijk minder in vergelijking met het oude systeem. In iedere situatie is er een verlies, de bedragen variëren van 66 tot 185 euro per maand. In percentages gaat het over 18% tot 42%. Ook met sociale toeslag is er nog steeds een grote achteruitgang voor de betrokken gezinnen.

Kinderen geboren voor 1 januari 2019 die na die datum een ouder verliezen gaan onmiddellijk over naar het groeipakket. Dit staat haaks op de verworven rechten en op de belofte die vorige legislatuur gedaan werd dat geen enkel kind zou verliezen door de invoering van het groeipakket. In het oude systeem hebben deze kinderen rechten verworven, omdat ze het zoveelste kind in het gezin waren of omdat ze een bepaalde leeftijd bereikt hadden. Deze verworven rechten verliezen ze, samen met hun mama of papa.

Op basis van een schatting gaat het om een besparing van 5 miljoen euro per jaar. Ter vergelijking: het totale budget van het groeipakket is 3,8 miljard euro.


Geen inkomensvervangende tegemoetkoming

Vroeger hadden veel gezinnen maar één kostwinner. Het overlijden van die kostwinner betekende dat het volledige gezinsinkomen wegviel. Intussen zijn we geëvolueerd naar een samenleving met meer tweeverdieners. Toch zijn er nog heel wat gezinnen die de keuze maken waarbij één ouder thuis blijft of deeltijds werkt voor de kinderen.

Na het overlijden van een vader of moeder valt er een volledig inkomen weg, maar de impact is veel groter dan dat. Er is enerzijds het emotionele aspect, het verwerken van het verlies, het rouwen. Maar daarnaast nam de overleden ouder ook een aantal taken op zich binnen het gezin. Al die taken moeten vanaf dan gedragen worden door de overblijvende ouder. Hij of zij moet dus werk én het runnen van het gezin als alleenstaande ouder én het omgaan met de rouw, zowel van zichzelf als van de kinderen combineren. Dit is een combinatie die onvermijdelijk tot hogere kindkosten leidt: meer nood aan naschoolse opvang, sneller beroep doen op buitenschoolse opvang tijdens vakanties, kinderen die nood hebben aan psychologische hulp enz.

Nieuwe partner

Een harde boodschap die veel ouders te horen krijgen: het klopt dat het bedrag veel lager is, maar je mag dat bedrag wel houden als je een nieuwe partner hebt.

Het wegvallen van de wezenbijslag bij het opnieuw samenwonen was inderdaad een veelgehoorde kritiek in het oude systeem. Dat is niet veranderd, want dit is nog altijd zo bij ieder gezin waarbij de ouder overleed voor 2019. Van een nieuwe partner kan immers niet verwacht worden dat hij ineens mee zal instaan voor alle kosten van een kind dat niet van hem of haar is.

Dit is echter een verkeerd argument om de lage wezentoeslag te verantwoorden. Het voordeel is niet zo groot als dat het door sommigen wordt voorgesteld. Het is een beperkte verbetering voor een kleine groep mensen, tegenover een aanzienlijk verlies voor een veel grotere groep. Slechts ongeveer 1 op 5 gezinnen binnen het oude systeem heeft geen recht meer op de toeslag wegens een nieuwe partner.

Nieuw samengestelde gezinnen

Omkering rangen

In het oude systeem hing het bedrag van de kinderbijslag af van de rang van het kind in het gezin. Het oudste kind heeft rang 1, het tweede kind rang 2 enz. Het bedrag in rang 1 was het laagste bedrag en hoe hoger de rang van het kind hoe hoger ook het bedrag werd. Op 31 december 2018 zijn de rangen omgekeerd. Met andere woorden: het oudste kind krijgt vanaf toen het hoogste bedrag, het jongste het laagste bedrag. En daarbij werden die bedragen op dat moment vastgeklikt.

In de meeste situaties verandert dit niets aan het totale bedrag dat je als gezin ontvangt. Op het moment dat een kind geen recht meer heeft op kinderbijslag, omdat het bijvoorbeeld niet meer studeert of niet meer thuis woont, schoven vroeger de rangen op. Nu verdwijnt samen met dat kind het bedrag dat aan hem of haar vastgeklikt was. Dat kan een positief zijn: als je een gezin hebt van 3 kinderen en het jongste heeft als eerste geen recht meer op kinderbijslag, dan vervalt het laagste bedrag, vroeger viel dan het hoogste bedrag weg.

Maar het kan ook nadelig zijn voor nieuw samengestelde gezinnen.
Een voorbeeld om het duidelijk te maken: er zijn kinderen van een van de partners en er zijn gemeenschappelijke kinderen. Met de ex-partner is overeengekomen dat de kinderbijslag gestort wordt op een kindrekening. Door de omkering werd er ineens een hoger bedrag gestort voor deze, oudste, kinderen. De ex vond dat fijn, want die moest minder bijdragen. Echter, de gemeenschappelijke en jongere kinderen kregen ineens een lager bedrag. Dit heeft voor veel discussies gezorgd, waardoor ouders hun overeenkomst moesten herzien of opnieuw naar de rechter moesten.

Kinderen samentellen

Om diezelfde reden worden kinderen in een nieuw samengesteld gezin niet meer opgeteld. Als beide partners bijvoorbeeld elk twee kinderen hebben die beiden gedomicilieerd zijn bij het nieuwe koppel, dan behouden ook zij de bedragen van 31 december 2018. Vroeger had je dan kinderen in rang 1 tot en met rang 4.

Budgettair

Het heikele punt voor de politiek is natuurlijk altijd: van waar zal het geld komen om verbeteringen te betalen?

Wij deden hier zelf twee concrete voorstellen:

  • Het volledig wegvallen van de wezentoeslag bij een nieuwe partner is onrechtvaardig, maar een vermindering op dat moment is aanvaardbaar. Er kunnen door het samenwonen wel een aantal kosten gedeeld worden.
  • In 2020 werd voor 67,5 miljoen betaald aan schoolbonus. Is die echt voor ieder gezin nodig? Velen merken zelfs de verhoging in augustus niet op of hebben geen idee waar die vandaan komt.

De Gezinsbond stelt voor de kinderopvang- en de kleutertoeslag volledig af te schaffen. De kinderopvangtoeslag komt maar ten goede aan een kleine groep, alleen in kinderopvanginitiatieven die niet inkomensgekoppeld zijn. Alleen ouders die het kunnen betalen komen daar terecht. Een groot aantal van die initiatieven hebben bovendien hun prijs verhoogd met het bedrag van de toeslag. De kleutertoeslag is een maatregel bedoeld om kinderen die niet naar de kleuterschool gaan te overtuigen om dat toch te doen. Het is een dure maatregel als je weet dat het gaat om 1,2% van alle kleuters.  

Er is bijkomend systematisch ingebouwd in het groeipakket dat er binnen 4 jaar behoorlijke middelen vrijkomen. De leeftijdstoeslagen uit het oude systeem worden afgebouwd omdat kinderen het systeem verlaten. Die leeftijdstoeslagen moeten niet meer betaald worden omdat ze in het nieuwe systeem niet bestaan.

Hoe nu verder?

Dit was de eerste hoorzitting. Komende woensdag volgt een tweede. Nadien is het aan de parlementsleden of de Vlaamse regering om initiatieven te nemen.

 

De hele vergadering bekijken kan via deze link

 

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*