Kinderboeken

Robie H. HARRIS, (2002), “Dag muisje”

Als op een morgen Muisje gestorven is, leert een jongetje zijn verdriet te verwerken door Muisje met een ritueel te begraven.

Rosemarie DE VOS, (2002), “Lies en Kleine kater”

Lies en Kleine kater zijn dol op elkaar. Maar dan gebeurt iets heel ergs. Kleine kater wordt gebeten door een hond en is dood. Paarse poes begrijpt dat niet. Lies en Paarse poes maken een mooie doos en begraven Kleine kater hierin. Paarse poes wordt het vriendje van Lies en samen leggen ze mooie bloemen aan het graf van Kleine kater.

Dick BRUNA, (1996), “Lieve oma Pluis”

Nijntje is verdrietig. Oma Pluis is dood. Oma ligt thuis opgebaard. Daarna wordt ze begraven in het grote bos onder een deken van mos. Nijntje brengt plantjes naar het graf. Zo voelt Nijntje zich nog even bij oma.

+4 jaar

Max VELTHUIJS, (2001), “Kikker en het vogeltje”


Kikker vindt een vogeltje op de grond. Haas zegt dat het vogeltje dood is. De dieren besluiten om het vogeltje te begraven. Ze zijn onder de indruk. Dan gaan ze verder spelen. Het leven gaat verder.

Tannia SELS, (2000), “Nooit meer is voor altijd”

De vader van Lotte is gestorven. Mama en Lotte hebben verdriet: papa komt nooit meer terug. Lotte vraagt zich af wat ‘nooit meer’ betekent. Mama is veranderd, ze speelt niet meer met Lotte, ze leest niet meer voor, ze doet niets meer… Ook Lotte is niet meer de Lotte van vroeger. Mama neemt haar op schoot. Nu weet Lotte dat alles weer goed zal worden, maar wel anders, want papa is er niet meer bij.

Emmi SMID, (2015), “Luna’s Red Hat”
Luna’s red hat (door Emmi Smid – Engelse met Nederlandse roots) gaat over een meisje Luna wiens moeder een jaar geleden overleed door zelfdoding. Het boek heeft mooie illustraties en is helder geschreven. Het omvat een gids voor ouders en professionals, geschreven door Dr. Riet Fiddelaers-Jaspers.
Momenteel enkel in het Engels te verkrijgen. Er wordt gewerkt aan een Nederlandstalige versie.

Patrik SOMERS, (2000), “Sterrenkind”


Na de vakantie is er een kringgesprek met de klas. Tineke vertelt dat haar broertje Michiel gestorven is. Ze vertelt over het ziekenhuis, over het afscheid nemen en de begrafenis. De juffrouw geeft wat uitleg over cremeren en de hemel. Tineke heeft steun aan de gedachte dat Michiel nu een sterrenkind geworden is. De kinderen richten een hoekje van de klas in voor alle gestorvenen van wie ze nog steeds veel houden.

Werner STORMS, (2000), “Dood zijn, hoe lang duurt dat?”


Dit informatief boek beschrijft vragen die bij kinderen kunnen leven rondom doodgaan. Ook voor volwassenen wordt informatie weergegeven.

Luc DESCAMPS, (2001), “De dodelijke pijp


Joliens’ zusje Ellen is overleden. Ze wonen in de buurt van een verbrandingsoven. Jolien ontdekt daar vaten met gif. Jolien wordt gevat en terecht gewezen door de politie wegens binnendringen op verboden terrein. Jolien laat het hier niet bij en onderneemt een protestactie die de buurt en ook de pers alarmeert. Ze klimt naar de top van de schouw en hangt daar een spandoek op met de naam van haar overleden zus. Dit gebaar brengt de buurt in beweging en de oven wordt gesloten.
Dit boek geeft een realistische kijk op verdriet en verlies en leert dat men er ook positief mee kan omgaan.

Gerda DE PRETER, (2001), “Een koffertje voor opa”

Arne voelt zich erg eenzaam thuis. Mama is steeds moe sinds zijn nieuwe zusje geboren is. Papa werkt hard want hij is baas van een school vol kinderen en varkens. Gelukkig is er opa om mee te gaan wandelen of om samen figuurtjes uit hout te maken. Op een dag wordt opa erg ziek. Hij zal snel beter worden, want hij heeft immers beloofd dat ze samen op reis gaan naar een land waar altijd de zon schijnt. Maar opa moet alléén op reis…

Een boekje over ziek zijn en sterven, maar ook jaloezie op het zusje en de scheiding van de ouders van een vriendinnetje worden aangeraakt. Kinderen zullen er zeker een en ander in herkennen. Ouders kan het leren hoe we het beter kunnen aanpakken dan de mama en papa van Arne.

Jostein GAARDER, (2003), “Het sinaasappelmeisje”

Jan Olav is elf jaar geleden overleden. Zijn zoon Georg was toen drie en kan zich zijn vader nauwelijks herinneren. Op een dag komen zijn grootouders met een brief voor Georg van Jan die hij de laatste dagen van zijn leven geschreven heeft. Daarin vertelt zijn vader het sprookje van een geheimzinnig sinaasappelmeisje, wat eigenlijk het verhaal is van de liefdesgeschiedenis tussen zijn ouders en zijn geboorte. Zijn vader stelt hem in deze brieven ook belangrijke levensvragen. Georg kruipt achter de oude pc van zijn vader en via het beantwoorden van die vragen ontstaat een nieuw boek.

Riet FIDDELAERS-JASPERS, (2000), “Wie ben ik zonder jou? Jong zijn en verder leven na een verlies”


Dit boekje geeft informatie aan jongeren over het omgaan met een verlies binnen het gezin. Hoe lang duurt rouw? Waarom is alles anders thuis? Ik het wel normaal wat ik voel?

Martha HEESEN, (2003), “Toen Faas niet thuiskwam”


Het verhaal vertelt hoe een gezin van vader en twee zonen ontwricht na het overlijden van de moeder. Eén van beide zoons, Faas, is een jongen van elf jaar die “anders” is. Hij vertoont een vorm van autistisch gedrag wat zich vooral uit in regelmatig weglopen. De oudste zoon – de ik-figuur moet steeds zijn jongere broertje zoeken. Hij is een sterke jongen die het verdriet van zijn vader en zijn broertje zo goed mogelijk tracht op te vangen. Vader tracht zijn gezin in evenwicht te houden, maar doet dit zeer onwennig. De oudste zoon slaagt er in om Faas te helpen uiting geven aan zijn emoties en om een nauwere band te smeden tussen hem en zijn vader. Zo komen ze samen tot een zekere verwerking van het verdriet rond het verlies van moeder.