Artikels over scheiding en relatiebreuk

Opinie: bij partnergeweld is er vaak geen duidelijke dader en slachtoffer

Knack – 14 mei 2020

Moeten we ons extra zorgen maken over fysieke veiligheid in gezinnen? ‘Mogelijk wel’, argumenteren Jef Slootmaeckers en Lieven Migerode, auteurs van het boek Partnergeweld en Emotionally focused therapy – Vechten voor liefde. ‘Al is het taalgebruik rond partnergeweld in de media veel te polariserend en eenzijdig.’ Zij pleiten voor een genuanceerder debat.

Lees het volledige artikel


Geld is voornaamste reden waarom een huwelijk strandt: zo trap je niet in die valkuil

HLN – 3 februari 2020

Er worden moorden voor gepleegd en huwelijken lopen er op stuk: geld is thema nummer één waarover geruzied wordt binnen een relatie. “Zelfs nog meer dan over de kinderen”, weet relatie-experte Rika Ponnet. “Geld hangt samen met macht en verbondenheid. Degene die veel verdient, zal geneigd zijn te domineren en zijn wil door te duwen.” 

Lees het volledige artikel


Grondwettelijk hof ziet discriminatie bij co-ouderschap

HLN – 5 december 2019

Gescheiden ouders die in gelijke mate zorgen voor hun kinderen zouden allebei hun daadwerkelijk gedragen last in aanmerking moeten kunnen laten nemen voor een eventuele verhoogde tegemoetkoming van de ziekteverzekering. Nu is er geen wetsbepaling die dat mogelijk maakt en volgens het Grondwettelijk Hof zorgt dat voor een niet redelijk verantwoord verschil in behandeling.

Lees het volledige artikel


‘Te jong’ om iets over je eigen leven te zeggen

De Standaard – 21 november 2019

KINDERRECHTENCOMMISSARIS WIL MEER INSPRAAK VAN KINDEREN EN JONGEREN BIJ ECHTSCHEIDING

Lars is tien jaar. Zijn ouders zijn gescheiden en hebben een co-ouderschapsregeling uitgewerkt, maar daar voelt hij zich niet goed bij. Lars wil de rechter vertellen dat hij voortaan op woensdagnamiddag naar zijn vader wil, want die werkt dan thuis. Die kan hem dan naar de voetbaltraining brengen.

De Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat raadt Lars aan om de rechter een brief te schrijven en om een gesprek te vragen. Hij krijgt geen antwoord. Wanneer zijn ouders opnieuw naar de rechtbank moeten, zegt de rechter dat hij de brief gekregen heeft en in principe op de vraag van Lars moet ingaan, maar dat hij nog even wil wachten. Er komt geen antwoord meer. De rechter negeert de vraag van het kind.

Lars is een van de 1.200 oproepen die de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat vorig jaar ontving. Zijn verhaal is opgenomen in het jaarverslag dat de nieuwe kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens gisteren in het Vlaams Parlement voorstelde.

Lees het volledige artikel


‘Mijn ex en ik bleken heel goed in scheiden’

De Standaard – 21 oktober 2019

Ze leken het ideale koppel, en toch wrong het. Relatietherapie hielp Victoria en haar man na zeventien jaar samen beseffen dat ze beter uit elkaar gingen. ‘We hebben er samen om gehuild, en toen zonder ruzie onze spullen verdeeld.’ 

Lees het volledige artikel


Veel zand in machine die alimentaties moet regelen

De Standaard – 19 juli 2019

Wie van een ex-partner geen onderhoudsgeld krijgt, kan aankloppen bij een dienst om dat te regelen. Maar daar loopt het mis op veel niveaus.

Een alleenstaande moeder, die in een huurhuis in Sint-Truiden woont met haar zoon van zes en dochter van vier, verdient als kassierster 1.400 euro per maand. Haar ex-man moet voor beide kinderen samen 360 euro onderhoudsgeld per maand betalen. Dat heeft een rechter vorig jaar bij de scheiding beslist. Maar hij betaalt de alimentatie niet. En dat voelt zij. ‘Een volle brooddoos voor de kinderen of een lege: voor veel alleenstaande ouders, meestal moeders, hangt zoiets van het onderhoudsgeld af’, zegt Magda De Meyer, voorzitter van de Vrouwenraad.

De moeder kan aankloppen bij de Dienst Alimentatievorderingen (Davo), die onder de FOD Financiën valt en in 2004 werd opgericht. Die dienst schiet het onderhoudsgeld voor en vordert dat dan terug van de ex-partner die niet betaalt. Maar wie daar aanspraak op wil maken, moet zijn weg kunnen vinden in een administratieve mallemolen.

‘Te hoge drempel’

De moeder in Sint-Truiden moet het originele vonnis kunnen voorleggen. Dat kan ze ophalen bij de balie van de rechtbank in Tongeren. Ze heeft ook een tabel nodig met de achterstallen per maand, en – als ze een voorschot wil aanvragen – een kopie van de drie jongste loonfiches. Daarmee kan ze dan naar het infocentrum van Davo in Hasselt gaan om een dossier op te starten. Dat kantoor is, net zoals de elf andere in België, enkel open in de voormiddag. Tot september 2017 waren er nog 23 dergelijke infocentra.

‘De drempel ligt veel te hoog voor wie een dossier wil samenstellen’, vindt De Meyer. ‘Dikwijls gaat het om mensen in een kwetsbare positie, van wie ontzettend veel wordt gevraagd.’

De Vrouwenraad maakt deel uit van het ‘Platform Alimentatiefonds’, dat al lang de slechte toegankelijkheid van Davo aanklaagt. Ze staan niet alleen met hun kritiek. Het Rekenhof haalt in een rapport dat gisteren werd vrijgegeven een hele reeks pijnpunten bij Davo aan. Heel wat daarvan spelen zich af achter de schermen, zoals de IT-tools waarmee de dienst werkt. De meest concrete situeren zich daar waar de personen die recht hebben op onderhoudsgeld ermee worden geconfronteerd.

Bijvoorbeeld: je kunt een dossier opstarten via een van de overgebleven kantoren, maar sinds 2016 is het ook mogelijk om dat online te doen. Van de negenduizend dossiers die tussen juli 2016 en september 2018 (de periode van de doorlichting) werden ingediend, waren er 718 online. Er is een kaartlezer voor een elektronische identiteitskaart voor nodig, wat niet iedereen heeft of kan gebruiken. Of mensen kennen gewoon de pincode van hun identiteitskaart niet, die nodig is om in te loggen. Het lukt hen niet om het vonnis over het onderhoudsgeld te scannen. Wie toch ingelogd raakt, begrijpt niet altijd wat er moet worden ingevuld op het formulier.

‘Voor wie goed met een pc overweg kan, is dat geen probleem’, zegt De Meyer. ‘Maar de mensen die het het moeilijkst hebben en voor wie Davo hulp kan bieden, ervaren een enorme drempel. De problematiek van achterstallig onderhoudsgeld is erg groot en de organisatie die het moet oplossen, is daar niet tegen opgewassen.’

Studies schatten dat van de gezinnen die recht hebben op onderhoudsgeld, tussen de 13 en de 40 procent te kampen heeft met niet-betaling.

Excel

Zodra een aanvraag is ingediend, gebeurt veel werk bij Davo nog manueel. Er is overkoepelende software. Maar om een schuldbedrag te bepalen, gebruikt de dienst toch nog Excel, om de bedragen daarna zelf in te voeren in die software. Externe controles zijn daardoor moeilijk. Veel dossiers worden ook heropend. Onterecht betaalde voorschotten raken niet allemaal weer opgespoord.

Een al langer bekend probleem is dat de terugvordering van onderhoudsgeld bij de partner die het moest betalen, ook niet vlot loopt. Op 31 december vorig jaar ging het volgens het Rekenhof om een bedrag van alles samen 428,29 miljoen euro. Er is geen centrale IT-toepassing om die vorderingen te beheren en het lukt niet om een beeld te krijgen van de solvabiliteit van de onderhoudsplichtige. ‘Ook heeft Davo te weinig grip op de verjaringsrisico’s’, stelt het ­Rekenhof. ‘Heel wat betalingen (aan de onderhoudsgerechtigden, red.) staan ook on hold en moeten manueel worden verwerkt.’

De FOD Financiën trekt de vaststellingen van het rapport niet in twijfel. In zijn reactie erop staat dat er projecten en hervormingen lopen om de problemen te verhelpen, onder meer door een automatische berekening van de verschuldigde bedragen.


‘Ik had een conflict, maar nu heeft het conflict mij’

De Standaard – 18 december 2018

Stellen die een vechtscheiding doormaken, beschrijven die heel anders dan professionals. Dat maakt het moeilijk om hen te helpen. ‘Ze praten niet over hetzelfde.’

Om mensen die betrokken zijn in een hoog­conflictueuze echtscheiding beter te helpen, is het nodig om goed te weten wat zo’n vechtscheiding inhoudt en hoe de betrokkenen er zelf tegen aankijken. Dat zegt Inge Pasteels, die er aan de Hogeschool PXL onderzoek naar deed, dat ze voorstelde op een studiedag in Hasselt. Ze analyseerde een grote steekproef uit de studie ‘Scheiding in Vlaanderen’ en sprak met 44 gescheidenen en 58 professionals.

Lees het volledige artikel


Minder discussie over kosten van kinderen

Netto – 28 december 2018

Vanaf 2019 liggen de buitengewone kosten van kinderen bij wet vast. Daardoor daalt de kans op discussies tussen gescheiden ouders over wat onder de onderhoudsbijdrage valt.

Het raakte wat ondergesneeuwd door de val van de regering, maar het parlement gaf vorige week groen licht voor het wetsontwerp daaromtrent van minister van Justitie Koen Geens.

Na een scheiding is een van de grootste discussiepunten de kosten die verbonden zijn aan de kinderen. ‘De wet bepaalt dat elke ouder de opvoedingskosten van een kind moet dragen volgens zijn aandeel in de samengevoegde middelen. Verdient de ene ouder 3.000 euro per maand terwijl de andere 2.000 euro verdient, dan moet de eerste ouder drie vijfde van alle kosten voor zijn rekening nemen’, zegt Yves Coemans, attaché van de studiedienst van de Gezinsbond.

Dat lijkt in theorie eenvoudig, maar het is verre van evident dat in de praktijk te brengen. In het echtscheidingsakkoord tussen de ouders, al dan niet met de hulp van een familiaal bemiddelaar opgesteld, worden wel afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten en de betaling van een onderhoudsbijdrage, maar het is niet voor alle kosten even duidelijk of die effectief gedekt zijn door de onderhoudsbijdrage. Dat geldt ook bij vonnissen uitgesproken door een rechter.

Algemeen worden de kosten van kinderen in drie categorieën ondergebracht. De eerste categorie bevat de verblijfsgebonden kosten. Het gaat dan om voeding, onderdak, elektriciteit, water,… Een tweede type kosten zijn de niet-verblijfsgebonden kosten. Die houden verband met gezondheidszorg, onderwijs en kleding. Een laatste type zijn de buitengewone kosten. Dat zijn kosten die voortkomen uit toevallige of ongewone gebeurtenissen, bijvoorbeeld specifieke medische kosten (bril, rolstoel, therapie bij een psychiater,…) of kosten voor schoolactiviteiten (huur van een studentenkamer, computer,…).

Buitengewone kosten

Welke van die kosten gedekt worden door de onderhoudsbijdragen hangt af van overeenkomst tot overeenkomst, maar algemeen worden de eerste twee types kosten met het onderhoudsgeld vergoed. In de praktijk kunnen onderhoudsbijdragen voor kinderen berekend worden met de onderhoudscalculator van de Gezinsbond of met de methode van de Waalse professor Renard. Soms bevat de onderhoudsbijdrage ook een provisie voor bepaalde buitengewone kosten, maar dan zijn die ook vermeld in de echtscheidingsovereenkomst.

De grootste discussies gaan vanzelfsprekend over de buitengewone kosten, die niet opgevangen worden door de onderhoudsbijdragen. ‘Die kosten worden vaak gebruikt als chantagemiddel’, zegt Yves Coemans. ‘Als de onderhoudsgerechtigde ouder bijvoorbeeld vraagt bij te dragen aan een computer voor het kind, en de onderhoudsplichtige antwoordt niet op die vraag, dan staat die eerste in de kou’, zegt Coemans. Dat plaatst de ouder die niet antwoordt in een sterkere positie, bijvoorbeeld om andere eisen in verband met de kinderen te stellen.

Precies om dat soort discussies op te lossen, vaardigde minister van Justitie Koen Geens (CD&V) een wetsontwerp uit dat die buitengewone kosten in kaart brengt en de onderhoudsplichtige verplicht op dergelijke vragen te antwoorden. ‘Zo worden de kosten opeisbaar en vormen ze niet langer een twistpunt’, zegt Geens.

Praktijk

De wet lijst de buitengewone kosten op en deelt ze op in drie categorieën: medische en paramedische kosten, schoolkosten en overige kosten (zie kader). Behalve in geval van hoogdringendheid of bewezen noodzakelijkheid moeten de ex-partners over al die kosten vooraf overleggen, zowel wat de uitgave als de hoogte ervan betreft.

Concreet moet de ouder die de uitgave wil doen een mail (of aangetekende brief) sturen naar de andere ouder met een voorstel voor budget. De onderhoudsplichtige heeft dan acht dagen, of in periodes van vakantie dertig dagen, om te reageren. Komt er geen reactie, dan komt dat overeen met een stilzwijgend akkoord en kan de ouder de aankoop doen. De andere ouder is dan verplicht bij te dragen in de kosten. Komt er wel een reactie, en gaat de ouder niet akkoord, dan moeten ze tot een compromis proberen te komen. Lukt dat niet, dan is de hulp van een bemiddelaar of eventueel een rechtbank nodig.

Bij een akkoord moeten de buitengewone kosten binnen drie maanden worden afgerekend. Bij die afrekening moet de ouder die de betaling vraagt een kopie van de bewijsstukken toevoegen. De betaling dient dan te gebeuren binnen 15 dagen na ontvangst van de bewijsstukken.

Zal de lijst alle discussies ontmijnen? Uiteraard niet. ‘Discussies zullen er altijd zijn, maar de wetgeving neemt wel het wantrouwen weg bij ouders. De spelregels over wat kosten kunnen zijn die beide ouders moeten betalen zijn duidelijk’, luidt het op het kabinet.

Dubbeltellingen

Volgens Coemans is het wel goed uitkijken voor dubbeltellingen. Bepaalde buitengewone kosten kunnen al opgenomen zijn in de onderhoudsbijdrage. ‘In onze onderhoudsgeldcalculator kunnen bijvoorbeeld de studiekosten – ook voor hoger onderwijs en zelfs de kotkosten – opgenomen worden in de berekende onderhoudsbijdragen, terwijl dat in andere calculators niet het geval is’, zegt hij. Als u de studiekosten ook nog eens onder de ouders verdeelt, betaalt de onderhoudsplichtige tweemaal.

Als zulke buitengewone kosten al in het vonnis staan, dan krijgt dat uiteraard voorrang. ‘De voorrang van het vonnis zal in de wet verduidelijkt worden. De wet is alleen van toepassing als niets geregeld is, noch bij overeenkomst, noch bij vonnis. Misbruiken worden zo uitgesloten’, zegt het kabinet-Geens daarover. Ouders blijven dus de vrijheid hebben een eigen regeling overeen te komen.

Geens voorziet ook in een verplichting voor de ouder die studiebeurzen of terugbetalingen ontvangt. Hij moet die melden aan de andere partner zodra ze voorhanden zijn en minstens jaarlijks in de maand september. Het gaat bijvoorbeeld om school- en studietoelagen en/of andere studiebeurzen, een tussenkomst van het ziekenfonds, de hospitalisatieverzekering of een andere aanvullende verzekering.

Welke buitengewone kosten zijn opgelijst?

Medische en paramedische kosten*

> Behandelingen door artsen-specialisten en de medicaties, gespecialiseerde onderzoeken en verzorging die ze voorschrijven.

> De kosten van heelkundige ingrepen en van hospitalisatie en de specifieke behandelingen die eruit voortvloeien.

> De medische en paramedische kosten en hulpmiddelen waaronder orthodontie, logopedie, oftalmologie, psychiatrische of psychologische behandeling, kinesitherapie, revalidatie, prothesen en apparaten, met name de aankoop van een bril, een beugel, contactlenzen, orthopedische zolen en schoenen, hoorapparaten en een rolstoel.

> De jaarlijkse premie van een hospitalisatieverzekering of van een andere aanvullende verzekering die de ouders of een van hen moeten betalen. De premie moet betrekking hebben op de kinderen.

Kosten verbonden aan school**

> Meerdaagse schoolactiviteiten tijdens het schooljaar zoals ski-, zee- en bosklassen, school- en studiereizen en stages.

> Noodzakelijk gespecialiseerd en duur studiemateriaal en/of schoolkledij, aan speciale taken verbonden, die vermeld staan op een lijst die de onderwijsinstelling aflevert.

> Het inschrijvingsgeld en de cursussen voor hogere studies en bijzondere opleidingen evenals niet-gesubsidieerd onderwijs.

> De aankoop van informatica-apparatuur en printers met de softwareprogramma’s die voor de studie noodzakelijk zijn.

> De bijlessen die een kind moet volgen om in het schooljaar te slagen.

> De kosten verbonden aan de huur van een studentenkamer.

> Bijkomende specifieke kosten verbonden aan een buitenlands studieprogramma.

Overige kosten

> Kosten voor kinderopvang voor kinderen tot drie jaar.

> Lidgeld, basisbenodigdheden en kosten voor kampen en stages voor culturele, sportieve of artistieke activiteiten.

> Inschrijvings- en examengeld voor de rijopleiding en de theoretische en praktische examens voor een rijbewijs als dat niet kosteloos op school behaald kan worden.

> Alle overige kosten die de ouders in een gezamenlijk akkoord als buitengewoon benoemen of die als zodanig door de rechter gekwalificeerd worden.

* Als de kosten voorgeschreven zijn door een bevoegde arts of instantie, en onder aftrek van de tussenkomst van het ziekenfonds, van een hospitalisatieverzekering of van een andere aanvullende verzekering.

** Na aftrek van eventuele school- en studietoelagen en andere studiebeurzen.


Geens legt vast welke extra uitgaven gescheiden ouders moeten delen

Vrt Nws – 20 november 2018

Minister van Justitie Koen Geens heeft een lijst opgesteld met een aantal buitengewone onderhoudsuitgaven die gescheiden ouders verplicht moeten delen volgens de verdeelsleutel die in hun vonnis staat. Dat schrijft Het Laatste Nieuws. Het voorstel kreeg al de goedkeuring van de ministerraad en wordt vandaag ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde Kamercommissie.

Lees het volledige artikel


De meeste scheidingen zijn onzichtbaar

De Standaard – 5 juni 2018

Ongehuwd samenwonende koppels gaan vaker uit elkaar dan gehuwde. Alleen tellen ze in de officiële echtscheidingscijfers niet mee.

Lees het volledige artikel


Nooit meer naar rechter voor scheiding in onderling overleg

De Tijd – 4 juni 2018

Koppels die zelf een akkoord over hun echtscheiding bereiken en dus kiezen voor een echtscheiding met onderlinge toestemming moeten vanaf 1 september niet langer verschijnen voor de rechtbank.

Lees het volledige artikel


Gescheiden vader verloor net als 50.000 andere Belgen alle contact met z’n kind: “Ik begin haar stem te vergeten”

Het Laatste Nieuws – 25 april 2018

Ze zijn naar schatting met 50.000 in ons land: de ouders die na een relatiebreuk ook het contact met hun kinderen verliezen. Soms staat een ex in de weg, soms houden kinderen zelf de boot af. Wim heeft al 3 jaar geen contact meer met zijn dochter. Vandaag, op de Dag van de Ouderverstoting, doet hij zijn verhaal.

Lees het volledige artikel


Wie wil scheiden moet kinderen inspraak geven

De Morgen – 29 maart 2018

Nederlandse rechters gaan scheidende ouders verplichten om hun kinderen inspraak te geven. Bij ons is dat ondenkbaar. “Hier kunnen ouders nog scheiden zonder iets te hebben geregeld voor hun kinderen.”

Lees het volledige artikel


Elke dag veertig meldingen van psychisch partnergeweld

De Standaard – 21 november 2017

De politie registreerde in ons land vorig jaar ruim vijftienduizend meldingen van psychisch en emotioneel partnergeweld. De cijfers zijn maar het topje van de ijsberg.

Uit eerder onderzoek blijkt dat slechts 3,3 procent van de slachtoffers aangifte doet. En dan pas na gemiddeld 35 incidenten.

‘Voor veel slachtoffers zijn de psychische wonden de ergste’, zegt Mieke De Schepper van vzw Zijn. Met haar nieuwe campagne #VertederdVernederd wil de vzw mensen helpen om het gedrag sneller te herkennen, zowel in hun eigen relatie als bij anderen.

In het filmpje dat de campagne begeleidt, hemelt een jonge vrouw tegenover een vriendin haar relatie helemaal op, terwijl in de ondertitels te lezen valt wat er écht aan de hand is. De vier grote kenmerken van misbruik komen aan bod: kleineren en beledigen, de partner isoleren van vrienden en familie, constant controleren wat je partner doet, waar en met wie, en dreigen.


‘Beste ouders, zorg ervoor dat jullie kinderen niet gewrongen geraken tussen jullie ruzies’

Knack – 15 november 2017

Het is een werk van lange adem, het behartigen van de rechten van kinderen en jongeren. Het Kinderrechtencommissariaat stelt vast dat kinderrechten op steeds meer vlakken ernstig worden genomen, maar ook dat de strijd nooit gestreden is. Een tour d’horizon met kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen in Deze Week, naar aanleiding van de Kinderrechtendag op 20 november.

In deze krant kaartte Edwin Ysebaert eerder dit jaar de problematiek van oudermishandeling aan, waarbij ouders kinderen als munitie gebruiken tegen hun (ex-)partner.

Dat gebeurt inderdaad. Bij echtscheidingen worden kinderen van 12 jaar en ouder automatisch gehoord door de rechter. We stellen vast dat jongeren dat heel belangrijk vinden. Wie jonger is dan 12 jaar kan vragen om gehoord te worden. Die groep van pakweg 9- tot 12-jarigen klopt geregeld bij ons aan voor advies: ‘Mogen we ons verhaal vertellen?’ Ze willen hun stem laten horen. We merken evenzeer dat volwassenen dat niet altijd toejuichen, waardoor kinderen de speelbal van (een van de) ouders dreigen te worden en waarbij hun recht op inspraak in het gedrang komt. We vragen dan ook: beste ouders, zorg ervoor dat jullie kinderen niet gewrongen geraken tussen jullie ruzies. Zorg ervoor dat ze op een eerlijke en waardige manier hun verhaal mogen vertellen zodat de rechter daar ten volle rekening mee kan houden.

Om het dicht bij huis te houden. Het aantal kinderen dat opgroeit in (kans)armoede neemt nog steeds toe. Dat mogen we als maatschappij toch niet tolereren?

Ik heb vorig jaar een boek geschreven over armoede en kinderen, Spelen in zwarte sneeuw – fragiel manifest tegen kinderarmoede, waar ik een zo genuanceerd mogelijk antwoord probeer te geven. Het is evident dat, als het over de opvoeding van kinderen gaat, de ouders de eerste verantwoordelijken zijn. Tegelijkertijd zegt het Kinderrechtenverdrag ook dat als ouders hun rol moeilijk kunnen opnemen – daar kunnen veel oorzaken voor zijn – het belangrijk is dat de overheid hen zo goed mogelijk ondersteunt. Als het gaat over armoede, botsen we vaak op heel structurele moeilijkheden. Ik denk bijvoorbeeld aan de woonproblematiek. Het is voor veel gezinnen moeilijk om in een goede, veilige en gezonde woning te verblijven. We hebben vorig jaar een dossier gemaakt rond dak- en thuisloosheid, waarin we moesten vaststellen dat er vandaag in Vlaanderen 2000 min 18-jarigen dak- en thuisloos zijn. Vaak is dat een gevolg van een combinatie van individuele en structurele factoren, maar het is onze taak om erop aan te dringen dat de overheid er maximaal naar streeft die gezinnen zo goed mogelijk te ondersteunen. Via toegang tot kinderbijslag, een gezonde woonst, gezondheidszorg… Een derde van de eenoudergezinnen stelt een doktersbezoek uit om financiële redenen. Dat is toch een belangrijk signaal naar de samenleving: hoe kunnen we die toegang tot de gezondheidszorg versterken? We vragen dan ook dat de overheid blijft investeren in wijkgezondheidscentra. Om de toegang tot het onderwijs te garanderen, zijn wij pleitbezorgers voor de invoering van de maximumfactuur voor secundaire scholen. Dat is complexer dan in de basisscholen omdat je met zoveel richtingen zit, maar de praktijk wijst uit dat het mogelijk moet zijn. Als Kinderrechtencommissariaat zoeken wij voortdurend naar manieren om structureel in te grijpen om de toegang tot onderwijs, woonmarkt, gezondheidszorg… te verzekeren.

Het secundair en hoger onderwijs zijn nog steeds geen spiegel van de maatschappij. Hoe hoger de studies, hoe blanker de scholieren en studenten. Zit er iets fout met het recht op onderwijs?

Ons mandaat loopt maar tot en met het secundair onderwijs, maar je hebt gelijk. We krijgen dat signaal ook af en toe van jongeren met een migratieachtergrond. De Kinderrechtencoalitie, een organisatie van ngo’s in Vlaanderen die zich groeperen rond kinderrechten, heeft twee jaar geleden een dossier gemaakt rond discriminatie. Verschillende jongeren getuigden er dat ze heel snel werden doorverwezen naar het BSO, ook al konden ze ASO aan. Ook OKAN-jongeren, met een vluchtelingenachtergrond, die Nederlands geleerd hebben en hun weg kennen in ons onderwijs, werden in grote getale doorverwezen naar het beroepsonderwijs. Gelukkig heeft minister van Onderwijs Hilde Crevits het initiatief genomen om te werken met een soort coaches voor die jongeren die ervoor zorgen dat ze het onderwijs krijgen dat aansluit bij hun talenten. Voor alle duidelijkheid: er is uiteraard niets verkeerd aan het BSO, maar het is wel belangrijk dat iedereen de juiste kansen krijgt.

Elke vijf jaar moet ons land een rapport indienen bij het VN-Kinderrechtencomité met een stand van zaken over de kinderrechten. In augustus van dit jaar is dat ook gebeurd. Zijn de evoluties positief, of duiken er vooral nieuwe werkpunten op omdat de wereld verandert?

Dat rapport omvat heel veel. Het gaat over onderwijs, jeugdzorg, psychiatrie, afstamming, anoniem donorschap… En het is niet zo dat het ene belangrijker is dan het andere. We stellen wel vast dat kinderrechten steeds meer ingang vinden in steeds meer aspecten van het maatschappelijke leven. Het gaat intussen over veel meer dan onderwijs en jeugdzorg, waar het in eerste instantie meestal om draaide. Kinderen en jongeren krijgen een belangrijkere plaats in justitie, in de gezondheidszorg… Er duiken ook nieuwe thema’s op, zoals bijvoorbeeld donorschap, adoptie en internationale adoptie, waar de vraag naar afstamming veel meer aandacht krijgt en nog veel meer aandacht zou moeten krijgen.

Een van die nieuwe dimensies is het beleid, de politiek. Naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 pleit het Kinderrechtencommissariaat ervoor dat lokale besturen jongeren een stem moeten geven.

Het lokale niveau is voor kinderen en jongeren heel belangrijk, omdat de beslissingen die daar worden genomen wellicht de grootste impact hebben op hun dagelijkse leven. Denk aan mobiliteit, aan vrijetijdsvoorzieningen… Daar moet je hen zo dicht mogelijk bij betrekken en zoveel mogelijk rekening houden met hun behoeften en noden. Ik ben betrokken bij het label Kindvriendelijke Steden en Gemeenten, een manier om lokale besturen te overtuigen om samen met kinderen een beleid uit te werken. Ook al wordt er veel over participatie gesproken, er is nog veel werk aan de winkel. We moeten daar nog veel meer op inzetten. Het vertrekpunt moet zijn dat kinderen volwaardige burgers zijn en dat dus ook hun stem telt. Ook al mogen ze niet deelnemen aan de verkiezingen.

Sportclubs zijn ook niet altijd veilige havens, blijkt uit het aantal klachten over grensoverschrijdend gedrag. De Vlaamse Sportraad vraagt dat er een concreet actieplan komt en eerder besliste het Vlaams Parlement om een bijzondere commissie op te richten.

Ik ben ook door die commissie gehoord. In 2012 hebben wij al een rapport uitgebracht rond geweld op basis van een bevraging van 2000 kinderen en jongeren. Daaruit bleek dat velen worden geconfronteerd met geweld in hun directe omgeving: op school, thuis, in sportclubs en jeugdbewegingen. Op al die plekken is het belangrijk dat er aandacht voor bestaat en ervoor te zorgen dat kinderen heel goed weten wat aanvaardbaar is en wat niet. In die zin zijn wij grote voorstander van het vlaggensysteem dat ontwikkeld is door Sensoa en dat kinderen leert wat seksueel grensoverschrijdend gedrag is. Wat ook belangrijk is, is dat kinderen die geconfronteerd worden met seksueel grensoverschrijdend gedrag een plek hebben waar ze dat kunnen signaleren. Waar er iemand is die voldoende vertrouwen uitstraalt zodat ze zich voldoende veilig voelen om dat bespreekbaar te stellen.


‘De supersingle komt alleen nog uit comfortzone voor Superman of -vrouw’

De Standaard – 11 november 2017

In de Verenigde Staten kennen ze sinds kort de term ‘supersingle’: een persoon zonder relatie, die zijn leven zo heeft ingericht dat er noch plaats noch nood is aan iemand anders. En zo zijn er steeds meer. ‘We hebben allemaal zulke drukke levens dat er weinig ruimte overblijft voor een relatie.’

Bol.com introduceert voor het eerst Singles Day in onze contreien, dat zoals zoveel andere feestdagen vooral een commerciële insteek heeft. Wat begin jaren negentig immers door vier alleenstaande Chinese vrienden werd bedacht als de dag waarop ze hun vrijgezellenbestaan vieren (een beetje als tegenhanger van Valentijn, met de vier eentjes in de datum als verwijzing naar singles) werd de voorbije jaren gekaapt door webshops die op die dag rondstrooien met kortingen onder het idee: het leven is al hard genoeg als single, doe jezelf iets cadeau.

Maar als single is het leven niet zozeer kommer en kwel. In de Verenigde Staten werd de lijst met relatiestatussen enige tijd geleden uitgebreid met de term supersingle. Die werd geïntroduceerd in de Amerikaanse televisiereeks ‘Better things’ en is volgens de scenarioschrijvers iemand zonder relatie, die zijn leven zo heeft ingericht dat er noch plaats noch nood is aan iemand anders aan hun zijde.

De televisiereeks draait rond een gescheiden moeder met drie dochters bij wie daten niet hoog op de prioriteitenlijst staat omdat ze haar handen vol heeft met een carrière, huishouden, vrienden en familie. Wanneer ze toch verliefd wordt op de perfecte man, klaagt ze bij een vriendin dat ze niet weet hoe ze die relatie in haar leven moet introduceren, en dat eigenlijk ook niet wil. Het antwoord van die vriendin: ‘Wij zijn supersingles, we zijn gewoon te goed in alleen zijn.’ Een aantal Amerikaanse columnisten verwelkomen de term met open armen.

Weinig tijd voor een-op-eenrelatie’

Dat ook bij ons het aantal singles blijft toenemen, kan voor een deel worden toegeschreven aan het feit dat veel mensen gewoon gelukkig zijn in hun eentje en een liefdesrelatie niet meteen een meerwaarde vinden. ‘Een logisch gevolg van hoe we als maatschappij leven’, meent relatiedeskundige Sybille Vanweehaeghe. ‘We gaan ook meer ondernemen en beleven met vrienden waardoor er weinig tijd overblijft voor een een-op-eenrelatie.’

‘In Tokio zijn één op de twee mensen in de leeftijdscategorie 20 en 35 jaar single, waarvan een groot deel daar heel bewust voor kiest. Japanse vrouwen willen zich niet engageren in een relatie omdat dan van hen wordt verwacht dat ze hun job opgeven. En dat waait langzaam over naar ons. Vooral in metropolen zie je die tendens duidelijk. Brussel telt nu al veertig procent singles in die leeftijdscategorie en tegen 2025 zal dat zelfs oplopen tot een op twee.’

‘We hebben allemaal zulke drukke levens dat er weinig ruimte overblijft voor een relatie. Men doet wel even een inspanning om een relatie op te starten, maar wanneer het moeilijk wordt, doen ze al snel de boeken toe. Hun volgende vakantie is toch al gepland, ze redden het wel op zichzelf’, aldus Vanweehaeghe, die evenwel wil benadrukken dat dit uiteraard niet voor iedereen geldt. Er zijn evenveel mensen die wel op zoek zijn naar een hechte relatie. ‘Als mens zijn we nu eenmaal voor een groot stuk gemaakt om ons te verbinden, met die ene exclusieve.’

‘Maar we zien steeds vaker dat jonge mensen met twee of drie gaan samenwonen en genoeg anderen om zich heen hebben met wie ze telkens bepaalde aspecten van hun leven kunnen delen, naast materiële zaken zoals een auto. Het gezin als hoeksteen van de maatschappij is een concept waar men zich steeds vaker tegen verzet. Dat is een mooie evolutie, ook al op ecologisch vlak. De supersingle komt dan alleen nog uit zijn of haar comfortzone voor Superman of – vrouw. Als die prins(es) op het witte paard niet passeert, richten ze hun “perfecte’”veilige haven wel verder in met veel vrienden en vriendinnen.’

Waar wel nog veel werk aan de winkel is volgens Vanweehaeghe, is het statuut van de single. ‘Het wordt hoog tijd dat singles op maatschappelijk vlak dezelfde voordelen krijgen die nu vaak enkel voor koppels zijn weggelegd, want als het op financiën aankomt zijn alleenstaanden nu vaak nog de pineut.’


Belastingvermindering voor alleenstaande werkende ouders met laag inkomen

Knack – 10 november 2017

De ministerraad heeft vrijdag twee voorstellen van minister van Financiën Johan Van Overtveldt en staatssecretaris voor Armoedebestrijding Zuhal Demir goedgekeurd, die een belastingvermindering betekenen voor alleenstaande werkend ouders met een laag inkomen. Hiervoor werd in het zomerakkoord een budget van 20 miljoen euro voorzien vanaf 2018.

De belastingvermindering voor kinderopvang wordt voor alleenstaande ouders met een belastbaar inkomen van minder dan 18.000 euro opgetrokken van 45 naar 65 procent. Dit geldt voor kosten die gemaakt worden voor de crèche, naschoolse opvang en kampen van bijvoorbeeld de jeugdbeweging.

Ouders mogen in België maximaal 11,20 euro per opvangdag inbrengen om een fiscale vermindering te verkrijgen. Dankzij het voorstel van de twee regeringsleden kunnen alleenstaande ouders met een laag inkomen genieten van een fiscaal voordeel van maximaal 7,28 euro per dag in plaats van de 5,04 euro van vandaag. Zo krijgen deze ouders tot 2 euro extra per dag per kind vanaf aanslagjaar 2018.

Eerder werd de belastingvrije som voor alleenstaande werkende ouders met een laag arbeidsinkomen opgetrokken, waardoor zij een voordeel van 465 tot 620 euro per jaar verkrijgen. Voor de laagste inkomens die vandaag geen belasting betalen wordt dit omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet. De voorstellen worden nu na advies naar de Raad van State gestuurd.

‘De regering wil op deze manier werken lonend maken voor een kwetsbare groep met een beperkt inkomen’, zegt minister Van Overtveldt. ‘Werk en gezin combineren moet nu éénmaal makkelijker. Deze maatregelen zijn een hart onder de riem voor alleenstaande werkende ouders’, vindt staatssecretaris Demir.


Gescheiden ouders krijgen béiden verlof om voor ziek kind te zorgen

Het Laatste Nieuws – 8 november 2017

Als een kind in het ziekenhuis belandt, kunnen beide ouders een week betaald zorgverlof krijgen. Maar omdat de wet het recht enkel toekent aan ouders die met het kind samenwonen, valt bij gescheiden koppels vaak één ouder uit de boot. Volgens Kris Peeters hebben zij daar echter óók recht op, als er sprake is van co-ouderschap.
Sinds 1 november 2012 kunnen de ouders van een minderjarig kind dat in het ziekenhuis wordt opgenomen een week zorgverlof vragen bij de RVA. Ze mogen dan een week – en indien nodig ook een tweede – onbetaald thuisblijven van hun werk, maar krijgen een vergoeding van gemiddeld zo’n 190 euro per week. Niet alle ouders krijgen echter dat verlof: de wettelijke regeling voorziet dit enkel voor de ouder(s) en/of plusouder die officieel met het kind samenwonen.

Bij gescheiden koppels kan dus niet elke ouder het verlof opnemen. De ouder die niét met het zieke kind samenwoont, kan er enkel aanspraak op maken als zijn of haar ex-partner het verlof niet opneemt. Nochtans mogen samenwonende ouders wél allebei een week thuisblijven.

Discriminatie

Die discriminatie moeten we wegwerken, vindt CD&V-Kamerlid Nahima Lanjri. “Het is niet meer dan logisch dat de vader van een kind dat officieel bij de mama woont, maar toevallig bij de papa is als het in het ziekenhuis belandt, óók dat zorgverlof kan opnemen om bij z’n zoon of dochter te zijn”, aldus het parlementslid. “Daar hoef je op zo’n moment niet met je ex-partner over te discussiëren.”
Lanjri vroeg minister van Werk Kris Peeters (CD&V) daarom om de regelgeving aan te passen, maar die laat weten dat de wet in principe wél toelaat om dat verlof toe te kennen aan de andere ouder. Het bewuste Koninklijk Besluit stelt dat de regeling geldt voor iedere persoon die met het zieke kind samenwoont en instaat voor de dagelijkse opvoeding ervan.


Twee jaar cel voor vader van drie die alimentatie niet betaalt, maar wel met luxewagens rondrijdt

Nieuwsblad – 27 oktober 2017

Een 45-jarige man uit Zonnebeke werd gisteren in de Ieperse rechtbank bij verstek veroordeeld tot een effectieve celstraf van twee jaar en een boete. Hij weigert al twee jaar het onderhoudsgeld voor zijn drie kinderen te betalen.

De man heeft twee jaar lang geen onderhoudsgeld betaald aan zijn ex uit Ledegem, die zich burgerlijke partij stelde. “Het onderhoudsgeld was bedoeld voor drie kinderen, van wie nu nog een minderjarig is”, zegt Orphée Saelens, advocate van de ex. “Twee van de kinderen zijn van het koppel. De oudste is de zoon van de man, maar wordt opgevoed door de ex, die dus geen biologische band heeft met de jongen. De rechtbank geeft een duidelijk signaal. Het niet betalen van onderhoudsgeld heeft grote gevolgen voor een alleenstaande moeder. Nu zal hij hopelijk twee keer nadenken als hij opnieuw probeert om niet te betalen.”

“Frustrerend”

De man was in 2014 veroordeeld tot het betalen van onderhoudsgeld. Hij zat toen in collectieve schuldbemiddeling, maar kon het geld wel betalen. “Hij deed er alles aan om eronderuit te komen. Hij liet zich als zelfstandige een minimumbedrag uitkeren en zette heel weinig zaken op zijn naam, maar reed wel rond met luxewagens. Dat was heel frustrerend voor mijn cliënte. Hij kon wel vergoeden, maar wilde niet. Het gaat om een bedrag van meer dan 10.000 euro.”

“Dit is een bijzonder storend maatschappelijk fenomeen. Het getuigt van weinig verantwoordelijkheidsbesef”, zei de rechter.

De man moet een morele schadevergoeding van 1.000 euro betalen aan zijn ex. Op vraag van het Openbaar Ministerie beval de rechtbank de onmiddellijke aanhouding.


‘Voer een verplicht ouderschapsplan in bij alle vormen van scheiding’

Knack – 26 oktober 2017

‘Zelfs al heb je als koppel de nodige formele en materiële stappen gezet om uit elkaar te gaan, dan nog zal je voor de rest van je leven onherroepelijk samen ouder blijven’, schrijft Erika Coene van de Gezinsbond, die pleit voor een verplicht ouderschapsplan bij een scheiding. ‘Ex-partner kan je worden, ex-ouder niet.’

Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen hebben een app ontwikkeld die gescheiden ouders helpt om onderling te blijven communiceren over hun kinderen. Een mooi initiatief, vindt de Gezinsbond. Maar zoals een van de oudste – en wellicht ook mooiste – gezegden uit de Engelse taal luidt: ‘You can lead a horse to water, but you can’t make him drink.’ Daarom pleit de gezinsvereniging voor de invoering van een verplicht ouderschapsplan bij alle vormen van scheiding.

Ongeveer één op de drie huwelijken en wettelijke samenwoningen in ons land loopt spaak. In 2015 werden 24.414 echtscheidingen uitgesproken, in 2014 beslisten 38.810 gezinnen om officieel een einde te maken aan hun wettelijk samenwonen.

Over het aantal feitelijk samenwonenden dat jaarlijks uit elkaar gaat, bestaan geen officiële cijfers. Net zomin weten we hoeveel kinderen er betrokken zijn bij al die scheidingen. Maar dat het er elk jaar vele duizenden zijn, is zeker.

Het is in ons land betrekkelijk eenvoudig om als partners uit elkaar te gaan. En gelukkig maar. Niemand wordt er beter van wanneer mensen voortdurend moeten samenleven in conflict. Noch de partners zelf, noch hun eventuele kinderen.

Voor wettelijk samenwonenden volstaat het om een verklaring af te leggen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand om een einde te maken aan hun samenwonen. Feitelijk samenwonenden dienen enkel een adreswijziging door te geven. Alleen de ontbinding van een klassiek huwelijk – een ‘echt’-scheiding – vereist de tussenkomst van een rechter.

Daarnaast moeten ex-partners ook een regeling treffen over de gezinswoning en andere gemeenschappelijke bezittingen. Maar zelfs al heb je als koppel de nodige formele en materiële stappen gezet om uit elkaar te gaan, dan nog zal je voor de rest van je leven onherroepelijk samen ouder blijven. Ex-partner kan je worden, ex-ouder niet.

Vreemd genoeg heeft de wetgever het nooit nodig gevonden om ervoor te zorgen dat ook daarover duidelijke afspraken gemaakt worden. Alleen in het geval van een echtscheiding met onderlinge toestemming moeten ex-partners enkele basisafspraken over het ouderschap voorleggen aan de rechter die hun huwelijk ontbindt: wie draagt er hoeveel bij in de kosten van de kinderen, waar zullen ze verblijven, en wie krijgt ‘het gezag’.

In alle andere gevallen gaat de wetgever ervan uit dat ouders die opvoedingskwesties wel onderling zullen regelen, met het nodige respect voor elkaar en hun kinderen. Dat getuigt van een bijzonder groot vertrouwen in de mensheid – wat we alleen maar kunnen toejuichen – maar helaas ook van een beperkt inzicht in de menselijke geest.

Strijd die eindigt voor de rechter

Natuurlijk zijn er partners die in wederzijds respect uit elkaar gaan en nadien op een constructieve en open manier samen hun kinderen blijven opvoeden. Maar er zijn helaas minstens evenveel voorbeelden van scheidingen die veel moeizamer verlopen. Scheidingen waar met name de verdere, gezamenlijke opvoeding van de kinderen het onderwerp wordt van een bitse strijd.

Dat leidt tot heel wat frustraties: bij beide partners, maar vooral ook bij de betrokken kinderen. In plaats van te kunnen terugvallen op de rust en stabiliteit die zij na een scheiding meer dan ooit nodig hebben, zien ze zich plots gedegradeerd tot machteloze toeschouwers in een conflict waarvan ze zelf de inzet zijn.

Uiteindelijk eindigt zo’n strijd dan meestal toch nog voor de rechter. Die kan in dat geval niet anders dan eenzijdig beslissen over verliezers en winnaars. Maar legt zo meteen ook de kiem voor nieuwe frustraties…

Vanop afstand kan je daar misschien meewarig en hoofdschuddend naar staan kijken. Maar wie ooit zelf in de situatie terechtkwam, weet dat het begrijpelijk is. Wanneer het echt ‘op’ is tussen partners, of de interpersoonlijke conflicten zo hoog zijn opgelopen dat verzoening onmogelijk wordt, komen de kleinste kantjes van de mens naar boven. Ook – en zelfs vooral – als het gaat over zoiets fundamenteels als de opvoeding van je kinderen.

Zou het dan niet veel logischer zijn om alle partners, dus niet alleen gehuwden, te verplichten eerst samen afspraken te maken over de verdere opvoeding van hun kinderen vooraleer ze scheiden? Desnoods met de hulp van een bemiddelaar, maar vooral ook met inspraak van de kinderen – uiteraard rekening houdend met hun leeftijd.

En zou het dan ook niet logischer zijn om over net iets meer dan ‘kost en inwoon’ afspraken te maken? Wie gaat er naar het oudercontact, wie maakt de afspraken bij de tandarts of de kapper, hoe houden we elkaar op de hoogte over de kinderen (bijvoorbeeld met een app), hoe zit het met de keuze van school en hobby’s, wanneer kunnen de kinderen hun grootouders zien… Het lijken misschien details, maar het zijn helaas wel de zaken waar achteraf het vaakst over wordt geruzied.

In Nederland hebben ze de opmaak van zo’n volwaardig ouderschapsplan – door beide ouders in onderling overleg én met betrekking van de kinderen – ondertussen verplicht. Bij alle soorten scheidingen. Want voor een kind maakt het heus niet uit of zijn ouders vroeger getrouwd waren, dan wel feitelijk of wettelijk samenwoonden.

Als onze noorderburen uit elkaar willen gaan, moeten ze dus eerst nadenken over hoe ze samen ouder willen blijven. In 97% van de gevallen maken ex-partners er ondertussen samen een ouderschapsplan op. En het aantal scheidingsconflicten voor de rechtbank stijgt er voor het eerst in lange tijd niet meer.

Misschien moeten de onderzoekers van de Universiteit Antwerpen hun app voor gescheiden ouders dus maar eerst lanceren in Nederland. Hij zou er allicht veel vaker gebruikt worden.


Tot 55 euro per maand extra voor alleenstaande ouders vanaf 2018

Vrt nws – 26 oktober 2017

Alleenstaande ouders met een beperkt inkomen krijgen vanaf
januari 2018 een hogere belastingvrije som en verhoogde fiscale aftrek voor kinderopvang. Dat werd afgesproken in het zomerakkoord, het begrotingsakkoord dat deze zomer werd afgesproken binnen de regering, meldt de Franstalige krant
Le Soir.

Alleenstaande ouders met een beperkt inkomen, een inkomen van maximaal 18.000 euro per jaar, hebben een verhoogd armoederisico en dat wil de regering aanpakken. Alleenstaande ouders hebben nu al recht op een verhoging van de belastingvrije som. Voor een alleenstaande ouder met een beperkt inkomen wordt die belastingvrije som vanaf januari 2018 opgetrokken tot 1.550 euro. Afhankelijk van het inkomen en het aantal kinderen kan dit oplopen van 34 euro tot 55 euro per maand. Voor deze maatregel wordt zo’n 20 miljoen euro vrijgemaakt in de begroting.

Daarnaast wordt de fiscale aftrek voor kinderopvang voor deze groep van alleenstaande ouders ook opgetrokken van 45% naar 65%. Op het kabinet van vicepremier Kris Peeters (CD&V) valt te horen dat deze maatregelen kaderen in een breder plan om de koopkracht van alleenstaande ouders extra te ondersteunen. Zo hebben alleenstaande ouders sinds deze zomer
ook recht op een verhoogde vergoeding bij het opnemen van ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand of palliatief verlof. Die vergoeding werd opgetrokken van 735 euro netto per maand naar 1.015 euro.


Gratis app regelt het leven na een scheiding

Vrt nws – 23 oktober 2017

Na een echtscheiding loopt de communicatie tussen de voormalige partners over hun kinderen vaak stroef. Met een gratis app, onderdeel van een wetenschappelijke studie, willen onderzoekers van de Universiteit Antwerpen die communicatie verbeteren.

In België loopt zowat één huwelijk op de drie op de klippen. Vaak zijn hierbij kinderen betrokken en moeten gescheiden ouders hun ouderrol reorganiseren. Dat loopt echter niet altijd van een leien dakje.

Zo blijkt uit vroeger onderzoek van de Universiteit Antwerpen dat een op de vier gescheiden ouders niet meer met elkaar over de kinderen spreekt. 28,5 procent doet dat minder dan één keer per maand. 43 procent van de gescheiden ouders neemt nooit samen een grote beslissing over de kinderen en 40,5 procent doet dit minder dan één keer per maand.

Om kinderen en ouders na een echtscheiding te helpen communiceren met elkaar, ontwikkelden onderzoekers van de Universiteit Antwerpen de applicatie KiT (Keep in Touch). De gratis app, de eerste voor gescheiden ouders en hun kinderen, wil alle betrokken partijen helpen om het leven in twee verschillende huizen praktisch te regelen.

In één oogopslag

“KiT bevat verscheidene functies”, vertelt onderzoeker Kim Bastaits (UAntwerpen). “Zo is er de kalender waarin de ex-partners en de kinderen afspraken kunnen toevoegen, voor zichzelf of voor een ander gezinslid.”

“In één oogopslag wordt ieders planning duidelijk: van doktersafspraken over vakantieregeling tot sportwedstrijden. Het prikbord maakt het makkelijk om berichten en foto’s met elkaar te delen, zodat iedereen op de hoogte blijft van wat er gebeurt in het leven van de anderen.”

De app beschikt ook over een checklist en een chatfunctie en er is ook het informatieluik, waar je alles vindt over uit elkaar gaan en wat daarbij komt kijken. Ook kinderen vinden er informatie op hun maat. De app is vandaag te downloaden voor iOS of Android.

Wetenschappelijk onderzoek

Het Kit-project maakt deel uit van het onderzoeksproject van Kim Bastaits aan de Universiteit Antwerpen, onder leiding van professor Dimitri Mortelmans. “Met dit onderzoek willen we nagaan hoe de communicatie tussen gescheiden ouders en hun kinderen verbeterd kan worden”, legt Mortelmans uit.

“Wie de app gebruikt, zal tweemaal een vragenlijst krijgen. Alle gegevens worden uiteraard anoniem verwerkt en de teksten die bijvoorbeeld in de chatfunctie worden ingevoerd, zullen nooit zichtbaar zijn voor de onderzoekers. Na de tweede vragenlijst kan de app gewoon verder worden gebruikt. Niemand zal ooit te weten komen dat u deelnam aan deze wetenschappelijke studie.”


Onderhoudsbijdrage voor kinderen is nattevingerwerk

De Standaard – 5 oktober 2017

Gescheiden ouders met kinderen hebben geen houvast over de hoogte van het onderhoudsgeld. Afhankelijk van rechter en regio zijn de verschillen heel groot. Dat creëert onzekerheid en een onrechtvaardigheidsgevoel.
Wanneer een koppel met kinderen scheidt, moeten beide ouders afspreken hoe ze de opvoeding van de kinderen financieel zullen dragen. Dat gebeurt door het vastleggen van een onderhoudsbijdrage. In theorie is dat allemaal logisch en helder, maar in de praktijk blijkt de berekening in hoge mate nattevingerwerk.

Er zijn namelijk grote verschillen in de hoogte van dat bedrag, zelfs bij gelijkaardige gezinnen en bij mensen met een gelijkaardig inkomen. De betalingen voor twee kinderen schommelen in Wallonië tussen 33 en 500 euro. In Vlaanderen is dat tussen 38 en 600 euro. Ook binnen Vlaanderen zijn er regionale verschillen, afhankelijk van de rechter die zeggenschap heeft over de bijdrage.

Tot die vaststelling komen Elke Claessens en Dimitri Mortelmans (UAntwerpen) nadat ze de belastingaangiftes van bijna 2.500 gescheiden koppels bekeken. ‘In ons land bestaan verschillende systemen om de hoogte van de onderhoudsbijdrage te bepalen’, zegt Elke Claessens. Denk bijvoorbeeld aan de methode Renard of aan de Onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond.

‘Welke gebruikt wordt, verschilt tussen regio’s’, aldus nog Claessens. ‘Rechters zijn wettelijk verplicht voorgeschreven parameters in rekening te brengen, zoals de inkomsten van de ouders en kinderbijslag, maar vervolgens kunnen ze vrij kiezen welk berekeningssysteem ze gebruiken. Evengoed zie je dat zowel juristen als bemiddelaars systemen combineren om tot een middenweg te komen. Het verklaart de wildgroei aan bedragen.’

Onder- en bovengrenzen?

De ex-partners houden daar een gevoel van onzekerheid en zelfs onrechtvaardigheid aan over. ‘Een scheiding is sowieso een turbulente periode’, zegt Claessens. ‘Dat niemand goed weet wat nu de beste manier is om de hoogte van het onderhoudsgeld te bepalen, helpt niet. Veel mensen vergelijken met elkaar, de fora staan er vol van. Ze merken dat een ander veel minder of net meer betaalt, ook al hebben ze evenveel kinderen en een gelijkaardig inkomen. Wie minder betaalt, wordt ongerust dat er later misschien een rekening volgt. Wie meer betaalt, vraagt zich af of het niet te veel is. Het wekt de indruk dat er in het huidige systeem winnaars en verliezers zijn.’

Claessens had op basis van de gegevens van FOD Financiën geen zicht op de verblijfsregeling en of er bijvoorbeeld een kind met bijzondere zorgnoden was. ‘Maar dat de bedragen zo sterk kunnen verschillen, is toch een belangrijk waarschuwingssignaal dat er iets mis is. Dat betekent nog niet dat er een uniform systeem moet komen, maar misschien wel dat er bijvoorbeeld onder- en bovengrenzen vastgelegd kunnen worden om de verschillen minder groot te maken.’

 

‘Ouders die gescheiden zijn, moeten weer trouwen voor de kinderen’

De Standaard – 23 augustus 2017

Tsjetsjenië kampt met een zeer hoog aantal geradicaliseerde jongeren. Leider Ramzan Kadyrov wijst met de vinger naar gescheiden ouders en richtte een nieuwe commissie op, die op anderhalve maand al meer dan 1.000 gebroken huwelijken lijmde ‘na intensieve gesprekken’.

‘Als een man en een vrouw lang genoeg samen door het leven kunnen gaan om drie, vier of misschien zelfs vijf kinderen te verwekken, waarom scheiden ze dan? Als alles toch goed ging tot ze kinderen kregen, waarom kunnen ze dan niet samenblijven voor het welzijn van hun nageslacht?’ Aan het woord is de veelbesproken Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov, die enkele weken geleden nog de internationale pers haalde met zijn homofobe uitspraken- ‘Stuur die duivels naar Canada!’ – en het nieuws dat Tsjetsjenië wellicht concentratiekampen voor holebi’s heeft ingericht.

Emotioneel verzwakt

Dat Kadyrov de traditionele gezinsvorm koste wat het kost wil bewaren, werd in juli opnieuw duidelijk toen hij besliste om een commissie op te richten die gescheiden ouders weer moet proberen bij elkaar te brengen. Volgens de Tsjetsjeense leider zijn scheidingen immers een voedingsbodem voor ‘het kweken van terroristenkinderen’ en scheiden te veel Tsjetsjenen ‘zomaar’.

‘Koppels die omwille van futiele redenen scheiden of zelfs zonder reden, en zo rechtstreeks de tranen in de ogen van hun kinderen doen opwellen, geven toe aan kwaadaardige impulsen’, aldus Kadyrov. ‘Ze rukken een gezin uit elkaar en laten kinderen vaak achter met een moeder die niet alleen voor hen kan zorgen en het slachtoffer wordt van seksuele aanranding omdat zij eenzaam is. Ook vaders dwalen dan doelloos rond. Het feit dat zij een kind zo emotioneel verzwakt achterlaten, is misdadig. Het hoeft niet te verwonderen dat zij een surrogaatgezin zoeken in de vorm van radicale predikers en terrorismenetwerken. Alleen al om die reden moeten gescheiden ouders weer trouwen.’

Hotline

Om gescheiden ouders makkelijk te kunnen opsporen, werd een hotline geïnstalleerd waar Tsjetsjenen anoniem ‘kanshebbers’ kunnen signaleren. Het resultaat liet niet lang op zich wachten: de verzoeningscommissie van Kadyrov kreeg naar eigen zeggen onmiddellijk honderden tips van gefrustreerde ex-schoonmoeders, buren en tantes en ooms.

Over de manier waarop de verzoeningsgesprekken worden gevoerd, wil de commissie niet communiceren. Wel is zeker dat de man en vrouw een brief in de bus krijgen en wettelijk verplicht worden om samen naar een soort raadsheer te gaan. Na dat gesprek volgt nog een andere reeks intensieve bemiddelingen met zowat alle familieleden behalve de kinderen.

‘De methode is verbluffend succesvol’, klinkt het aan Grozny TV, de staatstelevisie. ‘Op anderhalve maand tijd hebben we al meer dan 1.000 koppels herenigd en gelukkige, vruchtbare gezinnen voortgebracht. Het gaat hier om een slaagpercentage van meer dan 90 procent.’

Onder niet zo lichte dwang

Pittig detail: in de cijfers worden ook weduwen opgenomen en ex-koppels waarvan een van beide partners niet meer in Tsjetsjenië woont (en dus ook niet kan opgeroepen worden). Wie bovendien ‘nee’ wil zeggen tegen een verzoening na alle intensieve onderhandelingsgesprekken, moet daar een verdomd goede reden voor hebben. ‘Onverzoenbare verschillen is een drogreden’, argumenteert de commissie immers. ‘Huiselijk geweld al evenzeer vermits dit niet voorkomt in ons land dankzij de uitstekende sociale controle die op onze maatschappij rust.’

Is hertrouwd zijn met een ander dan wel een goede reden? Neen, oordeelt de verzoeningscommissie. In de islam is het immers mogelijk om meerdere vrouwen te huwen. Mannen die hertrouwd zijn, worden verplicht om hun eerste vrouw opnieuw te huwen en haar als tweede vrouw in huis te nemen ‘zodat de kinderen opnieuw financieel onderhouden worden’.

De verzoeningscommissie benadrukt aan BBC Russia dat de koppels niet onder druk worden gezet maar ‘dat de tijd van zomaar scheiden voorbij is’.

Ook de minister van Informatie van Tsjetsjenië, Dzjamboelat Oemarov, maakt zich alvast sterk dat het terrorismeprobleem in het land zichzelf zal oplossen wanneer gescheiden ouders toch opnieuw onder één dak gaan leven voor de kinderen. ‘Het is zo’n simpel idee, maar toch zo geniaal’, vertelde hij aan het Russische Telekanaal Dozjd. ‘Kijk, in de wereld zijn er zoveel leiders die zeggen “dit is niet mogelijk en dat kan niet” maar in Tsjetsjenië is dat anders: hier zijn maar héél weinig problemen die we niet kunnen oplossen.’


Kluun over zijn scheiding: ‘Ik geef mijn scheiding een hoger cijfer dan mijn huwelijk’

Jan-magazine – 11 augustus 2017

‘Het ergste is het moment dat je het aan je kinderen moet vertellen,’ zei een goede vriendin tegen me. ‘Maar als dat voorbij is, heb je het allerergste ook meteen gehad.’ Mijn vriendin, die enkele jaren daarvoor was gescheiden en er best gelukkig uitzag, had gelijk. In twee opzichten. Het vertellen was afschuwelijk en vergeleken bij dat moment viel alles wat daarna kwam reuze mee.

Naar de therapeut

Tijdens ons huwelijk deed ik er alles aan om zo weinig mogelijk samen met mijn vrouw te zijn. Af en toe kwamen er vrienden of ouders van het schoolplein borrelen, en we hadden eenmaal per week een oppas en gingen dan samen naar een concert in Paradiso of uit eten in een restaurant dat de week ervoor een 8 of een 9 in Het Parool had gekregen.
Ik keek nooit uit naar zo’n avondje samen uit eten. Wel naar de wekelijkse vrijdagavond uit met mijn vrienden. En ik telde de dagen af voor mijn jaarlijkse weekend Ibiza met diezelfde vrienden.
Wél uitkijken naar avonden met je vrienden, niet naar etentjes met je vrouw, dan is er iets mis. Het duurde lang voordat ik dat durfde toe te geven aan mezelf. En nog langer voor ik het mijn vrouw durfde te vertellen. We gingen samen naar een relatietherapeut.
Het waren emotionele, confronterende, maar bovenal nuttige gesprekken. Alle frustraties van onze tienjarige relatie kwamen eruit, van beide kanten.
Ik herinner me een moment in een van de sessies bij de therapeut waarop ik besefte dat we zo anders in het leven stonden, dat we elkaar nooit gelukkig zouden kunnen maken. Ik hield niet van de vrouw die mijn ex was, en zij niet van de man die ik was. We waren altijd bezig elkaar te corrigeren en te veranderen in de persoon van wie we wél dachten te kunnen houden.
Ik hakte de knoop door en zei dat ik wilde scheiden. In de maanden erna gingen we wel door met onze gesprekken bij de relatietherapeut. Ik kan het iedereen aanraden. Na een scheiding lopen de emoties op. Dingen krijgen nog meer dan voorheen de kans uit de hand te lopen. Met alle gevolgen van dien.
Onze relatietherapeut vertelde me het volgende.
De gelukkigste kinderen zijn kinderen van wie de ouders een gelukkig huwelijk hebben.
De op één na gelukkigste kinderen zijn kinderen van wie de ouders een gelukkige scheiding hebben.
Daarna komen de kinderen van wie de ouders een ongelukkig huwelijk hebben.
En als laatste de kinderen van wie de ouders een ongelukkige scheiding hebben.
‘Het is aan jullie om te kiezen,’ zei de therapeut.

Samen uit eten

In de weken erna heb ik een aantal vrienden en kennissen gebeld die in de jaren ervoor waren gescheiden. Ik stelde ze allemaal de volgende vraag: ‘Voor welke fout die je zelf gemaakt hebt bij je scheiding zou je mij willen behoeden?’
Gescheiden mensen blijken heel eerlijk te zijn over hun fouten. Een vriend van me drukte me op het hart dat ik er alles aan moest doen om een goede vader te blijven. ‘Zorg ervoor dat je kinderen voelen dat je weliswaar van hun moeder, maar niet van hen wilde scheiden.’
Ik kan met trots zeggen dat ik daarin slaagde. Na de scheiding bood een vriend van me zijn appartement aan; ik kon er wonen zo lang ik wilde. Het was een prachtige ruimte met veel kunst, mooie designmeubelen en een woonkamer met over de volle breedte ramen met uitzicht op de gracht. O ja, en met één slaapkamer.
Ik heb er een week gezeten en ben toen gaan zoeken naar een tijdelijk appartement dat veel minder cool was, maar wel een slaapkamer voor mijn kinderen had. De eerste week sliepen ze met zijn drieën op een matras op de grond. Ze vonden het prachtig. De legendarisch slechte wortelpureestamp die papa die eerste keer maakte, krijg ik nu, zes jaar later, nog steeds te horen. Niet dat kleine kamertje waar ze met z’n drieën sliepen, het eerste jaar na de scheiding.
Een andere vriend zei dat hij en zijn ex bij de overdracht op zondag samen met de kinderen uit eten gingen. ‘Zodat de wisseling wat minder dramatisch zou voelen.’ Het was een grote fout. ‘Elke week weer knalde het er nog harder in bij de kinderen dat papa dan aan het eind van het etentje toch alleen naar zijn appartement ging en zij met mama mee, de andere kant op. “Maar het was toch gezellig bij het eten net? Waarom gaan jullie dan uit elkaar?” We gaven ze elke week valse hoop.’

Mijn ex en ik gaan op verjaardagen van de kinderen samen met ze uit eten. Afzwemmen en diplomauitreikingen gaan ook heel goed. De eerste jaren vierden we ook samen Sinterklaas. Dat was wat veel. Vooral bij het overleggen over cadeaus en de logistiek eromheen werd me weer duidelijk waarom we ook alweer waren gescheiden.
Een vriendin van me vocht de financiële afwikkeling van haar scheiding met haar man bij de rechter uit. Het is nooit meer goed gekomen. ‘Wat je ook doet, zorg ervoor dat je niet bij de rechter terechtkomt,’ raadde ze me aan. ‘Slik je eergevoelens in. Zorg dat je er samen uitkomt.’
Ook die raad heb ik opgevolgd. Ik zal niet in detail treden over de financiële afwikkeling van mijn scheiding, maar zowel mijn ex als ik vind dat de ander er beter uit is gekomen. Een wijs man zei eens dat dit het kenmerk is van een goede overeenkomst.

Na zes jaar gescheiden te zijn, kan ik voor mezelf de volgende conclusies trekken.
1. Mijn ex is nog steeds een heel lieve moeder.
2. Mijn kinderen zijn gelukkig.
3. Ik heb geen dag spijt gehad van mijn scheiding.
4. Ik gun mijn ex oprecht het allerbeste.

Onze scheiding geef ik een 7. Dat cijfer ligt een stuk hoger dan het cijfer dat ik ons huwelijk zou geven.
Ook wat dat betreft mogen we in twee opzichten tevreden zijn.


‘Mysterie van de dag: waarom gebeuren de meeste echtscheidingen in augustus en maart?’

Knack – 29 juli 2017

Deze zomer viert Knack.be de mysteries van het leven. Elke dag kruipen we in de huid van een verwonderd kind en verbazen we ons over al dan niet alledaagse mysteries. Vandaag: waarom gebeuren de meeste echtscheidingen in augustus?

We zijn halfweg de zomer, de maand augustus brengt ons hopelijk nog veel zwoele nachten. Behalve misschien als je in een huwelijkscrisis zit. Dan zou augustus weleens slecht nieuws met zich kunnen meebrengen. De meeste echtscheidingen vinden namelijk plaats in de maanden augustus en maart. Dat moet blijken uit een studie van de Universiteit van Washington. Het is het eerste bewijs voor het bestaan van een ‘sociale klok’ binnen het huwelijk. De Amerikaanse studie suggereert dat dit te maken heeft met gezinsrituelen rond de winter- en zomervakanties.

Het seizoensgerelateerde scheidingspatroon was evenwel niet waar de vorsers naar zochten: zij stelden het vast bij hun onderzoek naar de effecten van economische recessies op de stabiliteit van het huwelijk.

De vorsers vermoeden dat van elkaar vervreemde partners vermijden om de echtscheidingsprocedure op te starten rond Kerstmis en Nieuwjaar en tijdens de zomervakantie in de scholen. Die perodes gelden bij gezinnen als ‘heilig’. Het gezinsleven, aldus de studie, wordt gedreven door een ‘sociale klok’. Voor velen is uit de echt scheiden tijdens zulke periodes ‘sociaal onaanvaardbaar’. Bovendien worden de maanden januari en juni (de start van de lente) gezien als een ‘nieuw begin’. Het ironische is echter dat dat nieuwe begin gepaard gaat met een verhoogd verwachtingspatroon, met heilzaam effect voor het gezinsleven, maar vaker dan niet uitloopt op een ontgoocheling. Koppels komen vaak tijdens een reis tot de conclusie dat het niet meer gaat.

Waarom er een ‘gat’ ligt tussen de eindejaarsfeesten en scheidingsmaand bij uitstek maart enerzijds en van het begin van de vakantie en augustus? Blijkbaar worden januari, februari en juli gebruikt om de nodige moed én advocaten te verzamelen en het financiële plaatje na te gaan. Bovendien willen de partners de zaak afgerond hebben voor het begin van het schooljaar.

En wat het initiële opzet van de studie betreft? De economische recessie heeft geen invloed op het aantal scheidingen.


‘Ouderschap eindigt niet bij een relatiebreuk’

Knack – 15 juni 2017

De Gezinsbond pleit voor een ouderschapsplan dat ouders moeten opstellen vóór ze een officieel einde kunnen maken aan hun relatie. ‘Nu ligt de focus bij een scheiding vaak op het conflict tussen de (ex)-partners in plaats van op het belang van de kinderen.

Bij de tienduizenden relatiebreuken die jaarlijks plaatsvinden, zijn vaak kinderen betrokken. Hun rol is dikwijls beperkt tot die van toeschouwer, maar zij moeten wel leven met de gevolgen. In tegenstelling tot de partnerrol, blijft de ouderrol ook na een relatiebreuk voort bestaan voor beide ouders. In vele gevallen is er een spanningsveld tussen deze rollen en dreigt de focus te liggen op het conflict tussen de (ex)-partners in plaats van op het belang van de kinderen. Door de scheiding valt hun wereld als een kaartenhuisje in elkaar.

Te weinig communicatie met de ex-partner en met de kinderen

Na de scheiding van hun ouders verdelen kinderen hun tijd tussen moeder en vader. Onze samenleving kijkt hier heel anders naar dan enkele decennia terug. Waar vader tot pakweg de jaren ’90 vaak een stapje opzij zette in de opvoeding, is het nu steeds meer evident dat hij een actieve rol blijft spelen. Ook de wetswijzigingen rond echtscheiding speelden een rol. In 1995 werd gezagsco-ouderschap de norm. In 2006 werd daar het verblijfsco-ouderschap aan toegevoegd waarbij de wetgever zijn voorkeur aangeeft om de kinderen gelijkmatig tussen hun ouders te laten verblijven. Zo wil men het kind de kans geven om de band met beide ouders te behouden. Maar het loopt soms al fout vóór of vlak na de scheiding. Ouders zijn vaak te veel bezig met hun eigen bekommernissen en de noden van de kinderen verdwijnen naar de achtergrond. Kinderen hebben nood aan rust, stabiliteit, duidelijkheid en rechtlijnigheid. Dat veronderstelt zowel bij gezags- als bij verblijfsco-ouderschap een goede communicatie tussen beide ouders. Uit sociologisch onderzoek van de KU Leuven blijkt nu net dat communicatie over de opvoeding van de kinderen op een bijzonder laag pitje staat. Beslissingen worden dan ook vaak eenzijdig genomen of helemaal niet. In cijfers: één op vier praat nooit met zijn ex over hun kind. Meer dan één op drie neemt nooit belangrijke beslissingen samen met de ex.

Maak samen een plan op maat, én in overleg met de kinderen

De Gezinsbond wil een lans breken voor het welzijn van kinderen betrokken bij een scheiding. En dit ongeacht de samenlevingsvorm van de ouders. Kinderen van gehuwde ouders hebben immers dezelfde noden als kinderen van wettelijk of feitelijk samenwonende ouders. Wij willen dat ouders stilstaan bij de impact van hun beslissing op de kinderen. Zij hebben daarbij nood aan een omkadering waarbinnen de afspraken helder zijn. Naar voorbeeld van Nederland, pleiten wij daarom voor een ouderschapsplan dat ouders moeten opstellen vóór ze een officieel einde kunnen maken aan hun relatie. Een plan dat afspraken regelt over alles wat betrekking heeft op de kinderen. Wie het ouderlijk gezag uitoefent, maar ook afspraken over de verblijfsregeling, de dagelijkse zorg- en opvoedingstaken, de manier waarop informatie wordt uitgewisseld, en een eventuele onderhoudsbijdrage gebaseerd op een objectieve berekeningsmethode.

Het is van groot belang dat ook de kinderen betrokken worden bij het opstellen van dit plan. Uiteraard betekent dit niet dat kinderen knopen moeten doorhakken en dat moeilijke beslissingen op hen worden afgeschoven. Het betekent wel dat zij mogen deelnemen aan gesprekken die betrekking hebben op hen en op hun opvoeding. Dat zal op een andere manier gebeuren bij een 7-jarige dan bij een 16-jarige, maar het blijft op elke leeftijd van cruciaal belang om hen inspraak te geven.

Een ouderschapsplan mag geen keurslijf worden. Er moeten mogelijkheden zijn om wijzigingen aan te brengen als dat nodig is, in functie van de noden van het kind. Dialoog is het centrale woord in deze oefening. Ook wijzigingen moeten in eerste instantie in onderling overleg worden doorgevoerd, desnoods met hulp van een bemiddelaar.

Het ouderschapsplan is geen toverformule, maar het kan net dat duwtje in de rug zijn dat ouders nodig hebben om het belang van de kinderen als prioritair te stellen.


‘Het rouwproces bij een echtscheiding is moeilijker dan bij een overlijden’

Knack – 13 juni 2017

Er zijn weinig situaties die een mens zo machteloos maken als een scheiding.

In België eindigt meer dan de helft van de huwelijken in een scheiding. Dat betekent niet dat we daardoor beter worden in het uit elkaar gaan, waarschuwt professor psychologie Katalien Bollen. Ze is verbonden aan de Universiteit Maastricht en deed onderzoek naar conflictmanagement. “Slechts 1 op de 3 koppels houdt zich aan de gemaakte afspraken. Zijn er kinderen, dan werkt een kwart van de koppels elkaar na 6 jaar tegen in de opvoeding. Er zijn weinig situaties die een mens zo machteloos maken als een scheiding.”

Je kunt je netwerk definiëren als een ui. Jij bent de kern, en daarrond zitten allemaal schillen: je partner, je leefomstandigheden, je toekomstplannen, je gezin, familie, vrienden… Je partner zit dicht bij je kern en zeker bij lange relaties raak je met elkaar verweven. Als je partner wegvalt, verlies je een groot stuk van jezelf. “Ik spreek over een verlies van veelheid”, zegt Bollen. “Je partner rukt zich los en die scheur loopt door de hele ui die rond je zit. Kun je nog gewoon praten met je schoonouders en vrienden? Waar ga je wonen? Kunnen je kinderen naar dezelfde school blijven gaan? Kun je nog dromen van een B&B in Frankrijk, later? Een echtscheiding maakt dat je basiszaken in twijfel gaat trekken. Waar je partnerrelatie het centrale, organiserende principe van je ‘ui’ was, moet nu een nieuw systeem komen waarin je rol als ouder en partner ook ontkoppeld wordt.”

De grote leugen

Wie het initiatief neemt om te scheiden, wordt vaak gezien als de machtige partij in de relatie. Die partner zit op het einde van een verwerkingsproces. Voor de ander was de scheiding nog geen realiteit. Hij of zij staat aan het begin van een rouwproces en moet nog door de fasen van het ontkennen, de boosheid, het onderhandelen en het verdriet heen. Er is sprake van verschillende snelheden en verwachtingen, wat praten moeilijk maakt. De ene wil erkenning voor wat is geweest en worstelt met de ‘grote leugen’ van de ander. De ander heeft de relatie al achter zich gelaten en wil zo snel mogelijk een goede oplossing en hoopt misschien vooral vrienden te kunnen blijven.

“Een scheiding op je bord krijgen, maakt emotioneel”, legt Bollen uit. “De neocortex, die we nodig hebben om te analyseren en tot goede oplossingen te komen, is weinig actief. Terwijl de beslissende partner nuchter naar een oplossing kan zoeken, schiet de ander als een emotioneel projectiel alle richtingen uit. Dat verschil in denken, snelheid en noden maakt dat beide partners zich machteloos voelen. Ze hebben allebei het gevoel geen grip te krijgen op de ander.”

Als er kinderen zijn, moet er snel duidelijkheid komen, maar dat is moeilijk als de ex-partners lijnrecht tegenover elkaar staan. Bemiddeling kan helpen om tot de onderliggende noden en wensen door te dringen. Een bemiddelaar gebruikt technieken zoals metaforen om de boodschap kracht bij te zetten. Humor kan ook verfrissend werken, omdat die de situatie op een andere manier benadert.

Afkoelen helpt evenzeer. Als je voelt ‘ik ben mezelf niet meer’, vraag dan een pauze en doe iets wat je gedachten verzet. “In Nederland is succesvol een proefproject afgerond over online-echtscheidingsbemiddeling”, vertelt Bollen. “Als je al hartkloppingen krijgt bij het horen van de ander, kun je niet constructief praten. Online is die fysieke trigger weg.”

Nieuwe partner

In zekere zin is het rouwproces bij een echtscheiding moeilijker dan bij een overlijden. Een dode is er niet meer en vaak dicht je hem vooral goede dingen toe. Het is niet makkelijk om te aanvaarden dat de ander nooit meer terugkomt, maar jij hebt de controle over dat aanvaardingsproces. Bij een echtscheiding is dat niet zo. Elke keer dat je je partner ziet of (over hem) hoort, kan het rouwproces opnieuw beginnen. De scheiding een plaats geven, lukt dus het best als de ander zich gedraagt volgens de verwachtingen en afspraken.

“Als je ex altijd heeft gezegd dat hij geen kinderen wilde en 2 jaar na de scheiding een zwangere vriendin heeft, dan bijt dat”, weet Bollen. “Een nieuwe partner kan als buffer werken. Een nieuwe partner is hoe dan ook een goed idee met het oog op welbevinden. Ook al brengen nieuw samengestelde gezinnen hun eigen problemen met zich mee, ouders en kinderen worden er doorgaans gelukkiger van. Een mens is niet gemaakt om alleen te zijn.”

Een van de partners gaat er op materieel vaak harder op achteruit bij een scheiding – meestal nog altijd de vrouw. De niet-materiële dingen waarin die tijdens de relatie geïnvesteerd heeft – boodschappen doen, het huishouden, de zorg voor de kinderen – worden meestal niet gehonoreerd op het moment van de boedelscheiding. Anderzijds verliest een van de partners veelal op immaterieel vlak – nog altijd vaak de vader. Kinderen geven zelfs 20 jaar na de scheiding nog vaak aan dat de band met de vader niet goed is. Tijdens de relatie bestond er dus een soort van balans, die de facto verdwijnt als de relatie ontbonden wordt.

De verlaten partner denkt meestal: het ligt aan mij. Maar vaak is hij maar een deel van de puzzel. Soms eindigt een relatie om redenen die niet direct met de relatie op zich te maken hebben. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een partner het gezinsleven en de kinderen niet kan combineren met werken en tijd wil voor zichzelf. “Vaak gaat het ook om het missen van erkenning”, beklemtoont Bollen. “Dat je het gevoel hebt: mijn partner ziet mijn investering in het gezin niet. Als anderen dan wél oog hebben voor wat je doet, drijven partners (on)bewust steeds verder van elkaar weg.”

Meestal voelen partners dat een aantal dingen niet lopen zoals het moet, maar hopen ze dat het ‘vanzelf’ wel beter wordt. Daardoor ligt conflictvermijding paradoxaal genoeg vaak aan de grondslag van het gigantische conflict dat een echtscheiding is. Elke relatie is een machtsrelatie. Ook bij een liefdesrelatie loont het af en toe te vragen: zit het hier nog een beetje in evenwicht? Gaat dit de kant op die we willen opgaan? Plan daarom regelmatig tijd in om ongestoord te praten. Bewaar het echte contact, zodat je ernaar kunt teruggrijpen als het nodig is. Probeer in die gesprekken naar de kern van de zaak te kijken en doe niet alleen aan symptoombestrijding. Durf vragen te stellen zoals: als je morgen opstaat en het probleem is weg, wat is er dan veranderd? Als je er niet meer bent, hoe wil je dan herinnerd worden door je partner?

“Dat iets goed gaat, vinden we vanzelfsprekend”, weet Bollen. “Maar dat is het niet. Stop die post-it in de brooddoos, teken dat kruisje op de bevroren autoruit. Maak dat je jezelf, de ander en jullie relatie echt blijft zien. Waar het begin van het einde zit, ligt tegelijkertijd ook de sleutel voor de oplossing.”


Familierechtbank stuurt voortaan oproepingsbrief op kindermaat

Moneytalk – 31 mei 2017

Kinderen ouder dan twaalf zullen voortaan een meer toegankelijke oproepingsbrief krijgen om gehoord te worden in de familierechtbank. Het koninklijk besluit met de nieuwe tekst treedt op 1 juni in werking, zo kondigde Justitieminister Koen Geens (CD&V) in de Kamer aan na vragen van Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld) en Goedele Uyttersprot (N-VA).

Sinds 1 september 2014 hebben kinderen het recht om door de rechter gehoord te worden in zaken die hem of haar aanbelangen. Denk aan de verblijfsregeling of het ouderlijk gezag. De Orde van Vlaamse Balies trok destijds al aan de alarmbel over het te moeilijke taalgebruik in de informatiebrief, vrezend dat die zelfs tot minder inspraak zou kunnen leiden.

Nu komt er dus de brief op kindermaat. Eén van de modellen in het KB van Geens start als volgt: “Ik schrijf je deze brief omdat ik binnenkort een beslissing moet nemen in een zaak over […]. Ik moet beslissingen nemen in deze rechtszaak die niet alleen een invloed hebben op jouw ouders, of andere mensen, maar ook op jou. Daarom wil ik ook graag jouw verhaal horen. Zo weet ik wat jullie belangrijk vinden. Als jij ook zo’n gesprek met mij wil, ben je welkom voor een gesprek.”

De nieuwe brief leest heel wat toegankelijker dan de huidige. Die begon als volgt: “De familierechtbank dient een oplossing te vinden voor een probleem dat je rechtstreeks aanbelangt. Daarbij zal de rechter dienen te beslissen […]. Om ervoor te zorgen dat de beslissing zoveel mogelijk rekening houdt met jouw belangen, heb je volgens de wet het recht om te worden gehoord door de rechter die de beslissing zal nemen.

Verderop geeft de nieuwe brief nog aan dat het gesprek op “een rustige plek” zal gebeuren en niet in een grote rechtszaal. “Ik bezorg je ook een briefje voor jouw school om te zeggen dat je afwezig zal zijn, klinkt het voorts. Of nog: “Let op: ik beslis wat er gaat gebeuren. Ik hou rekening met jouw verhaal en jouw mening, maar ook met andere dingen (vb. wat zegt de wet, wat jouw ouders belangrijk vinden, …). Hierdoor kan het zijn dat mijn beslissing niet hetzelfde is als wat jij me vertelde.”

Minister van Justitie Geens onderstreept het belang van de toegankelijke brief. “Het is niet makkelijk om als minderjarigen te getuigen in een rechtszaak. Om hen voldoende informatie te geven en te begeleiden voor en na het gesprek hebben we geprobeerd een brief op te stellen die voor iedereen verstaanbaar is”, klinkt het. “Justitie moet dicht bij de mensen staan. Informatie op maat van de betrokkene helpt daarbij.”

Goedgekeurd door jongeren

De brief werd afgetoetst en goedgekeurd door jongeren. Het Kinderrechtencommissariaat deed voor deze oefening een beroep op Vormen vzw. Zij ondervroegen 22 Vlaamse jongeren, verduidelijkt Geens, die nog meegeeft dat in Vlaanderen vorig jaar 3.953 minderjarigen zijn opgeroepen.

Kamerleden Uyttersprot en Lahaye-Battheu zijn tevreden met de ‘make-over’. Al was het volgens hen misschien nog beter geweest als ook de antwoordmogelijkheid werd aangepakt. Op de suggestie dat de jongere alleen iets zou moeten laten weten als hij of zij niet gehoord wil worden, werd echter niet ingegaan, besluiten ze.


 

Vrouw naar cel omdat ex kinderen niet mag zien

Gazet van Antwerpen – 19 april 2017

Een vrouw uit Merksplas moet naar de gevangenis omdat ze al jaren weigert haar twee kinderen om de veertien dagen naar hun vader te laten gaan, in het kader van het bezoekrecht na een echtscheiding. De rechtbanken treden steeds vaker streng op tegen zogenaamde ouderverstoting, maar dit vonnis kent geen voorgaande.

De strijd om de kinderen is al bezig sinds 2012. Eerder werd Nancy C. al eens tot twaalf maanden voorwaardelijke celstraf veroordeeld, maar dat maakte geen enkele indruk op haar. Ze bleef het door de rechtbank opgelegde bezoekrecht van de vader aan de kinderen weigeren.

Ook een veroordeling tot een dwangsom van 1.000 euro voor elke keer dat de kinderen niet zoals afgesproken bij de vader waren, werd achteloos in de wind geslagen. Voor de strafrechter in Turnhout argumenteerde de vrouw dat ze haar kinderen niet tot bij haar ex kon sturen “omdat die hen psychologisch kapotmaakt”. De vrouw vroeg de vrijspraak, of – ondergeschikt – een werkstraf.

Rechter François Caers had zijn buik vol van de obstructie van de vrouw, die door gerechtspsychologen als manipulatief wordt neergezet. In zijn motivatie van het vonnis schrijft de rechter: “De beklaagde roept ten onrechte de noodtoestand in ter beveiliging van de kinderen, maar ze heeft bewust een ernstig loyaliteitsconflict gecreëerd tussen de kinderen en hun vader. Dat is onaanvaardbaar.”

De vrouw kreeg twaalf maanden celstraf, waarvan zes effectief. Het gebeurt de laatste tijd wel vaker dat rechters strenge straffen uitspreken om het fenomeen van ouderverstoting tegen te gaan.


 

Helft Belgen single tegen 2060

De Morgen – 7 maart 2017

Het aantal singles in België blijft toenemen. Tegen 2060 zal de helft van alle Belgische huishoudens uit één persoon bestaan, schrijven de Mediahuiskranten vandaag.

Ter vergelijking: in 2016 was dat nog maar één op de drie. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het Federaal Planbureau. “Die toename kunnen we toeschrijven aan twee groepen”, zegt Dimitri Mortelmans, socioloog aan de UAntwerpen. “Er is de vergrijzing. Zowel alleenstaanden als weduwes/weduwnaars willen langer zelfstandig thuis wonen.”

Sex and the City-generatie

De tweede groep: de Sex and the City-generatie. “Dat zijn de happy singles die graag in bruisende grootsteden wonen.” Het Planbureau ziet ook nog een derde groep: alleenstaande mannen tussen dertig en vijftig jaar. Zij hebben meestal een echtscheiding achter de rug. “Deze resultaten stemmen tot nadenken”, zegt Philippe Donnay van het Federaal Planbureau. “Op het vlak van woon- en mobiliteitsbeleid moet worden rekening gehouden met deze verwachting.”

Nieuw beleid

“Het is de hoogste tijd dat het beleid start met een doorgedreven ‘single-toets’ wanneer ze beslissingen neemt. Het is fout te denken dat een Vlaams gezin standaard bestaat uit papa, mama en twee kindjes. Alleenstaanden worden nog steeds overdreven financieel gediscrimineerd en dat moet stoppen”. Dat zegt Vlaams parlementslid Rob Beenders (sp.a).

Hij (sp.a) pleit er ook al langer voor om het beleid meer af te stemmen op dat toenemend aantal singles. Beenders: “Het is de hoogste tijd dat het beleid realisme aan de dag legt qua gezinssamenstelling. Het is absoluut niet meer de norm te denken dat een Vlaams gezin bestaat uit mama, papa, kindje. De samenleving verandert, de regelgeving niet”.

Volgens Beenders voert de Vlaamse regering alvast een beleid dat onvoldoende rekening houdt met de groeiende groep alleenstaanden. Hij verwijst daarvoor naar de nieuwe waterfactuur en de veelbesproken energieheffing, ook bekend als de Turteltaks.

Oppositiepartij sp.a pleit voor een “doorgedreven single-toets” in de Vlaamse regelgeving. “Het kan niet langer zijn dat er bij financieel zwaarwichtige beslissingen onrechtvaardige gevolgen zijn voor alleenstaanden”, besluit Beenders.


 

Meer kinderbijslag voor Waalse eenoudergezinnen

De Standaard – 9 februari 2017

De Waalse regering is rond met de hervorming van de kinderbijslag. Het basisbedrag is 155 euro per kind, maar eens voorbij de 18 jaar wordt dat 165 euro. Alleenstaande ouders krijgen 10 tot 20 euro extra.

Waals minister van Welzijn Maxime Prévot (CDH) en minister-president Paul Magnette (PS) stelden de nieuwe kinderbijslag zopas voor in Namen. Elk kind binnen hetzelfde gezin krijgt evenveel kinderbijslag, een basisbedrag van 155 euro. Zodra het kind 18 wordt, stijgt dat wel naar 165 euro. Ter vergelijking: het basisbedrag in Vlaanderen is 160 euro.

Er zijn verschillende correcties op dat basisbedrag in Wallonië, waarvan de opvallendste die voor alleenstaande ouders is. Voor gezinnen met een laag inkomen gaat het om 20 euro extra per maand. Kroostrijke gezinnen met een laag inkomen krijgen een toeslag van 35 euro. Als een van de ouders een handicap heeft komt daar nog 10 euro bij. Voor gezinnen die meer verdienen, tussen de 30.000 en de 50.000 euro, liggen die correcties lager. Alleenstaanden krijgen dan nog 10 euro extra, voor de ‘familles nombreuses’, daalt de toeslag van 35 euro naar 20. Het nieuwe systeem geldt alleen voor kinderen die na 1 januari 2019 geboren worden. Voor alle anderen blijft alles bij het oude.

De kinderbijslag is in Wallonië goed voor een budget van 2,2 miljard. Bij de Zesde Staatshervorming werd dat samen met de bevoegdheden overgedragen naar de deelstaten. In het huidige systeem waren meer dan 700 combinaties mogelijk, wat de zaken enorm complex maakte. Het systeem was volgens de Waalse regering ook niet meer aangepast aan de realiteit van vandaag. Tussen 1991 en 2014 steeg het aantal eenoudergezinnen in Wallonië met de helft. Bovendien loopt de helft van die gezinnen een verhoogd risico om in de armoede terecht te komen. Ook de bij de kroostrijke gezinnen van drie of meer kinderen, is dat risico hoger (22 procent).

Grote gelijkenis met Vlaanderen

Maar al bij al lijkt het systeem heel erg op de Vlaamse kinderbijslag, hoewel daar veel kritiek op kwam, onder meer omdat er te weinig ingezet werd op kinderarmoede. De premie voor eenoudergezinnen is het grootste verschilpunt tussen het Waalse en het Vlaamse systeem. In Vlaanderen heeft elk kind recht op eenzelfde basisbedrag van 160 euro. Vroeger liep het bedrag per kind op, naarmate er meer kinderen in een gezin waren. Bovendien was er een toeslag als de kinderen ouder werden, maar die valt weg. In Wallonië wordt dat laatste dus wel behouden.

Voor sociale toeslagen kijkt de Vlaamse overheid ook niet langer naar iemands status, zoals werkloosheid. De toeslag wordt toegekend op basis van het inkomen. Als dat niet boven de 29.000 euro ligt, of boven de 60.000 euro voor een gezin met meer dan drie kinderen, komt er een toeslag – ook voor wie werkt. Van die toeslagen maakte vooral CD&V een punt, de N-VA ijverde in de eerste plaats voor een zo hoog mogelijk basisbedrag.


 

‘Fiscaal co-ouderschap geeft gescheiden ouders een vals gevoel van gelijkheid’

Knack – 26 januari 2017

Yves Coemans van de Gezinsbond vraagt aandacht voor de fiscale gevolgen van de regeling die bij een echtscheiding wordt uitgewerkt.

Onderzoek van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de KU Leuven toont aan dat co-ouderschap bij scheiding niet altijd de beste oplossing is. Deze keuze biedt veel voordelen voor de ouders, maar heeft grote nadelen voor de kinderen. Tot een gelijkaardige conclusie komt de studiedienst van de Gezinsbond. Ook fiscaal co-ouderschap is meestal niet de beste keuze omdat dit nadelig is voor beide ouders.

De wet van 18 juli 2006 promoot na een scheiding de gelijkmatige huisvesting van de kinderen zodat ze even lang verblijven bij elke ouder. In de periode 2006 tot 2011 koos één op drie gescheiden koppels voor co-ouderschap. Twee derde van hen zelfs voor een gelijkmatige verblijfsregeling. Nog te vaak kiezen de meestverdienende ouders voor gelijkmatig verblijf voor hun kinderen omdat ze daarmee willen ontsnappen aan onderhoudsbijdragen (soms ook onderhoudsgeld of alimentatie genoemd). Zij denken: als we allebei onze kinderen even lang opvangen, leveren we elk een gelijkwaardige bijdrage en zijn er geen onderhoudsbijdragen te betalen. Klopt, maar alleen als beide ouders nagenoeg evenveel verdienen én als ze een gelijke bijdrage leveren in de verblijfsoverstijgende kosten zoals kleding, gezondheidszorg, communicatie en vervoer, cultuur en ontspanning én onderwijs.

Als niet aan beide voorwaarden is voldaan, blijft een onderhoudsbijdrage noodzakelijk ook bij gelijkmatige huisvesting. Vanuit een gelijkwaardig ouderschap willen ouders ook graag de kinderbijslag en de fiscale voordelen voor kinderen ten laste in de personenbelastingen gelijk verdelen. Voor de kinderbijslag kan dit niet, tenzij deze wordt gestort op een kindrekening waar beide ouders aan kunnen. Voor de belastingen kan dat wel via fiscaal co-ouderschap.

Fiscaal ouderschap altijd nadelig vanaf drie kinderen

Bij fiscaal co-ouderschap staat de ouder bij wie de kinderen fiscaal ten laste zijn, de helft van de daaraan gekoppelde belastingvrije sommen af aan de andere. Deze belastingvrije sommen zijn afhankelijk van het aantal kinderen. Fiscaal co-ouderschap is altijd nadelig vanaf drie kinderen. Logisch, met halve belastingvrije sommen stelt elke ouder zijn inkomen minder snel in een hogere belastingschijf belastingvrij aan een hogere aanslagvoet. Alleen voor 1 en 2 kinderen kan fiscaal co-ouderschap voordeliger zijn, op voorwaarde dat beide ouders belast worden als alleenstaande waardoor ze allebei de bijkomende belastingvrije som van 1.550 euro krijgen. In dat geval genieten ze samen jaarlijks rond de 400 euro meer belastingvoordeel.

Als de meestverdienende ouder, ondanks de gelijkmatige huisvesting toch onderhoudsbijdragen betaalt, is het meestal interessanter om de kinderen fiscaal ten laste te nemen bij de andere ouder zodat de meest verdienende de betaalde bedragen voor 80% fiscaal kan aftrekken. Fiscaal co-ouderschap kan echter niet gecombineerd worden met de fiscale aftrek van onderhoudsbijdragen. Als de onderhoudsplichtige ouder toch eenzijdig beslist om de betaalde bijdragen fiscaal af te trekken, moet de andere ouder een bezwaarschrift indienen om de volledige belastingvrije sommen op te eisen. Anders blijft deze ouder slechts de helft van de belastingvrije sommen krijgen.

Nieuw-samengestelde gezinnen meestal beter af zonder fiscaal-ouderschap

Naast het lagere belastingvoordeel voor beide ouders samen, heeft fiscaal co-ouderschap nog andere nadelen. In nieuw-samengestelde gezinnen tellen, in de rangregeling voor de belastingvrije sommen, kinderen in fiscaal co-ouderschap alleen mee in het gezin van de ouder die de helft van de belastingvrije sommen afstaat en niet bij de andere. De ouder die de helft van de belastingvrije sommen krijgt, komt evenmin in aanmerking voor het terugbetaalbaar belastingkrediet. Dat is een negatieve belasting van 440 euro per jaar die de fiscus via het aanslagbiljet betaalt aan ouders die te weinig verdienen om hun belastingvrije sommen voor kinderen uit te putten.

Rechters beseffen onvoldoende dat gelijkmatige huisvesting leidt tot verplicht fiscaal ouderschap

Fiscaal co-ouderschap wordt automatisch toegepast als de gerechtelijke beslissing gelijkmatige huisvesting oplegt. Dat is bijzonder jammer, niet alle rechters beseffen dat deze beslissing fiscale co-ouderschap verplicht. De fiscus legt zich niet neer bij vonnissen waarin gelijkmatige huisvesting gecombineerd wordt met de beslissing om de kinderen fiscaal ten laste te nemen bij één ouder en eist dan toepassing van fiscaal co-ouderschap, wat regelrecht indruist tegen de beslissing van de rechter. Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) wordt fiscaal co-ouderschap toegepast als de gehomologeerde overeenkomst duidelijk vermeldt dat de ouders kiezen voor gelijkmatige huisvesting en akkoord gaan om de belastingvrije sommen voor hun kinderen gelijk te verdelen.

Het belang van objectief berekende onderhoudsbijdragen

Fiscaal co-ouderschap geeft gescheiden ouders een vals gevoel van gelijkheid, tenzij de modaliteiten sterk worden verbeterd. Gescheiden ouders kiezen in de meeste situaties beter voor de optie om de kinderen bij één ouder fiscaal ten laste te nemen, terwijl de andere ouder zijn of haar onderhoudsbijdragen fiscaal aftrekt. Tenminste als de onderhoudsbijdragen objectief berekend worden, bijvoorbeeld met de onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond of de daarvan afgeleide Pareto Simulator. Deze instrumenten houden immers terdege rekening met de gezinsfiscaliteit van beide ouders.


 

Vechtscheiding dreunt bij kinderen heel lang na

De Volkskrant – 25 januari 2017

Zodra zes op de tienduizend mensen griep hebben, spreken we van een epidemie. Maar waar spreek je van als maar liefst achthonderd van elke tienduizend mensen ergens last van hebben? Dit is namelijk het aantal kinderen dat jaarlijks bij een vechtscheiding betrokken raakt; achthonderd per tienduizend Nederlandse kinderen. Over een griep kom je heen, maar de gevolgen van een vechtscheiding blijven vaak jarenlang – of zelfs levenslang – in je systeem zitten.

Niemand start een gezin met het idee dat later op te blazen. Een scheiding gaat dan ook altijd gepaard met veel verdriet en dat zorgt vervolgens voor een crisis bij de betrokkenen. In de ontwikkelingspsychologie is het woord ‘crisis’ een belangrijk begrip.

Het is een noodzakelijk verbindingsstuk tussen twee relatief stabiele periodes. Zo is er de stabiele periode van de kindertijd en de stabiele periode van de volwassenheid, daartussen zit de crisisperiode van de puberteit. Ook als je gaat verhuizen, zit de crisis tussen het verlaten van je ene woonplek en het wennen aan de andere. Een crisis is dus een onzekere, maar noodzakelijke periode om van de ene stabiele situatie naar de andere te kunnen gaan.

Crisis

Een scheiding brengt dus ook altijd een crisis met zich mee. Het oorspronkelijke gezin bestaat immers niet meer en je moet met z’n allen op zoek naar een volgende stabiele periode. Maar het verwoestende van een vechtscheiding is dat er helemaal geen nieuwe, stabiele periode voor het kind wordt gecreëerd. En dat doet natuurlijk iets met de ontwikkeling van het kind. De kans dat je later als volwassene ook weer in een scheiding terechtkomt, verdubbelt bijvoorbeeld, berekende het CBS een aantal jaren geleden. Een vechtscheiding dreunt op die manier nog vaak in een volgende generatie door.

Ik werk nu als ontwikkelingspsycholoog, systeemtherapeut en mediator mee aan een serie over echtscheidingen van het tv-programma Klokhuis. Daarin zien we dat kinderen het in een vechtscheiding erg moeilijk hebben. Elk van hun verhalen stelt ons eigenlijk de vraag: hoe stoppen we deze epidemie?

Ouderpaar

In een huwelijk ben je zowel echtpaar als ouderpaar. Als door de scheiding het echtpaar ophoudt te bestaan, blijft alleen het ouderpaar over. Dat betekent dat als je je ex nog dwars wilt zitten, je dat vooral via het ouderschap kunt doen. Via de kinderen dus. Het gevolg is dat de tijdelijke crisis voor het kind een permanente crisis wordt. Wat moet je als 9-jarige als je jarenlang merkt dat je vader je moeder haat, terwijl jij van haar houdt? Wat moet je met alle ellende die je ouders na de scheiding blijven uitwisselen? De pijn die ouders over de scheiding niet zelf bereid zijn te dragen, leggen ze zo op het bordje van hun kind. Als vechtscheidende vaders en moeders dat niet zien, heeft de omgeving een belangrijke rol.

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer stelde afgelopen week in Nieuwsuur dat het bemoeien met elkaars opvoeding een van de laatste taboes is. Veel ouders die ooit strijdend uit elkaar gingen, vertellen achteraf dat ze door hun vechtscheidingsblindheid geen oog hadden voor de noden van hun kind. Weg dus, met dat taboe. Bemoei je als omgeving actief met een vechtscheiding en huil niet alleen maar empatisch mee met je verblinde broer, buurvrouw of vriendin. Als ouders na de scheiding door eigen woede en pijn verblind zijn, moet de omgeving hun de ogen durven openen en hun het belang van het kind laten zien. Alleen zo kunnen we met elkaar deze steeds verder uit de hand lopende epidemie te lijf.


 

“Geen voorrang meer voor co-ouderschap”

De Morgen – 19 januari 2017

We moeten dringend af van de voorrang die co-ouderschap bij echtscheidingen krijgt. Dat zeggen specialisten in koor. “Het probleem is dat ouders de week-om-weekregeling als normaal zijn gaan beschouwen, terwijl dat niet altijd de beste optie is voor het kind.”

In ongeveer de helft van de echtscheidingszaken waarbij kinderen betrokken zijn, hebben de ouders zogenaamd verblijfsco-ouderschap. Ofwel zijn ze daar zelf, in onderlinge toestemming, toe gekomen. Ofwel, bij conflict, heeft een rechter hen dat opgelegd. Die rechter is sinds 2006 namelijk verplicht om, wanneer ouders er zelf niet uit geraken, de mogelijkheid tot verblijfsco-ouderschap ‘bij voorrang’ te onderzoeken. Zo staat het letterlijk in de wet.

Die wet kwam er met de beste bedoelingen, want voordien wezen rechters de kinderen bij een echtscheiding bijna automatisch toe aan de moeder. Maar de wet heeft een aantal belangrijke neveneffecten, stelt Sofie Van Assche van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek aan de KU Leuven. Ze kwam gisteren de bevindingen van haar onderzoek voorstellen in het Vlaams Parlement, tijdens een hoorzitting over co-ouderschap. “Sinds co-ouderschap meer en meer de norm werd, zijn ouders die regeling als een soort recht gaan zien. Een recht dat ze niet willen afstaan. Ze voelen het aan als een nederlaag als ze dat niet krijgen”, zegt Van Assche.

Onderdeel van de strijd

De 50-50-regeling is uitgegroeid tot een soort fetisj, terwijl die lang niet altijd de beste keuze is voor de kinderen, stelt ook kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen. “Ouders zelf zien verblijfsco-ouderschap steeds vaker als de meest faire afspraak. Voor hen, bedoelen ze dan. Want kinderen en jongeren ervaren dat vaak niet zo. Zo’n week-om-weekregeling heeft vaak een erg grote impact op hun sociaal leven. Zij willen vooral flexibiliteit.”

Meer nog, co-ouderschap kan zelfs heel schadelijk zijn als het om een conflictueuze situatie gaat, waarschuwen experten. Zij zien het aantal problematische co-ouderschappen ook stijgen. Van Assche: “Voor de bewuste wet waren het vooral hoger opgeleiden die voor de helft-helftregeling gingen. Mensen die vaak een hoger inkomen hadden. En zij slaagden erin om, ondanks de problemen, toch nog een regeling uit te werken in functie van de kinderen. Maar sinds de regeling voorrang moet krijgen van de rechter, is de groep die co-ouderschap heeft veel diverser. Het krijgen van zo’n helft-helftregeling is onderdeel geworden van de strijd. We zien het aantal ex-koppels met zware conflicten die co-ouderschap hebben zienderogen toenemen. Uit ons onderzoek blijkt ook dat 29 procent, dus bijna een op de drie, van ouders in co-ouderschap niet met elkaar praat. Nooit. Ook niet over de kinderen.”

Betere begeleiding

Dus wordt het de hoogste tijd dat de voorrangsregeling weer op de schop gaat, stelt ook advocaat en professor familierecht Charlotte Declerck (UHasselt). “Het idee dat ouders recht hebben op de helft van de tijd van hun kinderen moet eruit. En dat kan niet zo moeilijk zijn, lijkt me. Het is kwestie van de woordjes ‘bij voorrang’ uit de wet te schrappen. En van een betere begeleiding van ouders bij de scheiding zelf. We moeten hen duidelijk maken dat een helft-helftregeling niet altijd het beste is voor de kinderen.”

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) kreeg de vraag naar eigen zeggen al vaker binnen en laat weten dat hij de kwestie ter sprake zal brengen binnen de werkgroep ‘werking familierechtbanken’.


 

Het gaat niet goed met het gezin

De Standaard – 14 januari 2017

Almaar kleinere gezinnen en almaar meer alleenstaanden: het is geen Vlaams maar een Europees fenomeen.

Touroperators schaffen het supplement af dat je moet betalen voor een eenpersoonskamer. In Limburg moeten alleenstaanden minder betalen voor hun huisvuil. En in een poging om van Mechelen de meest single-vriendelijke stad te maken geeft burgemeester Bart Somers elke alleenstaande een aankoopbon van 25 euro.

Er wordt steeds meer rekening gehouden met alleenstaanden, omdat het aandeel alleenwonenden in het totaal aantal huishoudens in Vlaanderen ondertussen al 31,2 procent bedraagt.

Maar het fenomeen is niet typisch Vlaams. Integendeel, we zitten in Europa in de middenmoot. Het Europese gemiddelde ligt op 33,4 procent. In Zweden bestaat bijna de helft van de gezinnen uit alleenwonenden. Ook andere Scandinavische landen en Duitsland scoren hoog. Dat blijkt allemaal uit onderzoek van de Studiedienst van de Vlaamse regering.

Maar zelfs in landen waar het aantal alleenwonenden lager ligt, zoals in Cyprus of Malta, neemt hun aandeel wel toe.

Minder kinderen

De samenstelling van gezinnen is dus in heel Europa de laatste decennia fundamenteel veranderd. Er zijn niet alleen meer alleenstaanden. Door de hoge echtscheidingscijfers en doordat ouders minder kinderen krijgen, daalt ook het aantal leden per gezin. In Vlaanderen telde een gezin in 1990 gemiddeld nog 2,59 mensen. Nu is dat 2,36.

Ook daarvoor zitten we in de Europese middenmoot. Zweden kende in 2015 met 1,9 personen per gezin de kleinste huishoudens, Slovakije met 2,9 de grootste.

Het gevolg is dat het aantal huishoudens de laatste tien jaar in heel wat Europese landen fors toenam. In Vlaanderen met 9 procent – het Europees gemiddelde is 10 procent.

In sommige landen was de stijging spectaculair: plus 24 procent in Luxemburg, plus 20 procent in Zweden. Opmerkelijk: Kroatië is het enige buitenbeentje. Daar nam het aantal huishoudens af.


 

Lonen mogen komende twee jaar stijgen met 1,1 procent

De Standaard – 12 januari 2017

Vakbonden en werkgevers hebben woensdagavond een ontwerp van interprofessioneel akkoord bereikt voor 2017 en 2018. De lonen mogen 1,1 procent stijgen bovenop de index, zo kwamen de sociale partners overeen. Ook de laagste uitkeringen gaan omhoog. Brugpensioen voor bedrijven in moeilijkheden blijft mogelijk vanaf 56 jaar in 2017. ‘Een evenwichtig akkoord’, verwoordt VBO-voorzitster Michèle Sioen het.

LOONSTIJGING

Belangrijkse punt van discussie was de loonmarge voor dit en volgend jaar. Uiteindelijk is overeengekomen dat de lonen 1,1 procent mogen stijgen bovenop de index. Belangrijk voor de werkgevers is dat het om een maximale stijging van de lonen gaat, zegt Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). ‘Dit geeft rust voor de bedrijven. Geen discussies meer over overschrijdingen’.

Dat geluid klinkt ook bij ondernemersorganisatie Unizo. ‘De maximale marge is een goede zaak. Het brengt vertrouwen, stabiliteit en sociale vrede. Er komen geen ontsporingen meer en de stijging met 1,1 procent is ook goed voor de consumptie en de economie’, aldus Unizo-topman Karel Van Eetvelt.

ACV-voorzitter Marc Leemans noemt de overeengekomen loonmarge een compromis. ‘Blij ben ik niet met 1,1 procent. Wel tevreden. Het is een compromis dat kan worden voorgelegd’.

Idem bij Rudy De Leeuw, voorzitter van het ABVV: ‘1,1 procent is het maximale dat we er konden uithalen. Belangrijk is dat de index wordt gevrijwaard’.

Mario Coppens, voorzitter van de liberale vakbond, toonde zich tevreden over de marge. ‘Perfect te verdedigen’, aldus de liberale vakbondsvoorman, die het akkoord een belangrijke stap naar sociale vrede noemt.

UITKERINGEN

Behalve de lonen is er ook een akkoord over de besteding van de zogenaamde welvaartsenveloppe. Alle laagste uitkeringen gaan omhoog, zowel voor zieken, invaliden, gepensioneerden als werklozen. De hoogste stijgingen zijn bestemd voor die uitkeringen die het verst onder de armoedegrens liggen.

Opvallend daarbij is de verhoging van de uitkeringen voor thematische verloven bestemd voor alleenstaande ouders met kinderen ten laste. Die uitkeringen stijgen met meer dan dertig procent. Het gaat om een groep waarvan het armoederisico erg hoog is, verduidelijkt Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder van het VBO, de ingreep.

VERVROEGD PENSIOEN

Ook over de SWT- of brugpensioenregelingen is een akkoord. Alle SWT-regelingen gaan met een jaartje omhoog in 2018. Uitzondering is brugpensioen voor bedrijven in moeilijkheden. In 2016 was brugpensioen voor die bedrijven nog mogelijk op 55 jaar. Dat stijgt naar 56 jaar in 2017, maar dat is minder streng dan de eerder geplande verhoging naar 57 jaar.

MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

De sociale partners kwamen ook overeen samen te zitten rond maatschappelijke uitdagingen zoals burn-out of digitalisering. Ook is afgesproken om een discussie op te starten over de herinvoering van de proefperiode, aldus Unizo-topman Karel Van Eetvelt.

Volgens VBO-topman Timmermans gaat het om een ‘akkoord met visie’ dat de bedrijven rechtszekerheid biedt over lonen en brugpensioenen. ‘Dit brengt rust en voorspelbaarheid’.

De sociale partners stappen donderdag naar de regering met het ontwerpakkoord. Ze gaan de komende dagen en weken ook hun achterban consulteren. Het is uiteindelijk die achterban die zal beslissen of het een goed akkoord is, aldus ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw.


 

1 op de 5 mannen is slachtoffer van partnergeweld

Knack – 11 januari 2017

Uit internationale studies blijkt dat 20 procent van de mannen slachtoffer is van partner- of huiselijk geweld. Een exact cijfer is er niet, men vermoedt dat slechts een fractie van de mannen het geweld rapporteert.

Niemand weet hoe groot de groep mannelijke slachtoffers van partnergeweld in België precies is. Het onderzoeksrapport Ervaringen van vrouwen en mannen met psychologisch, fysiek en seksueel geweld (2010) van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM) becijferde dat vrouwen zes keer vaker te maken krijgen met partnergeweld dan mannen. Diezelfde studie toonde evenwel aan dat twintig procent van de bevraagden met niemand heeft gesproken over wat ze hebben meegemaakt. Geweld blijft dus vaak verborgen. Bovendien praten vrouwen gemakkelijker over hun ervaringen met geweld dan mannen. Mannen zullen ook sneller een vriend in vertrouwen nemen dan familie, een arts of een hulpverlener. Omdat men aanneemt dat er een onderrapportering is bij mannen, vermoedt men een groot dark number van mannelijke slachtoffers van partnergeweld.

‘Die studie is een begin, maar de steekproef was beperkt’, zegt Kasia Uzieblo, docente forensische psychologie aan de Thomas More Hogeschool en de Universiteit Gent. ‘Internationale studies tonen dat een op de vier vrouwen een vorm van partnergeweld meemaakt, maar dat ook een op de vijf mannen soortgelijke ervaringen heeft. Sommige studies doen zelfs vermoeden dat er amper een verschil is tussen de genders.’

‘Het taboe voor mannen die slachtoffer zijn van partner- of huiselijk geweld is groot’, bevestigt Kathleen Tobback, coördinator van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) Mechelen-Boom, dat twee jaar geleden het Sam Huis oprichtte, het eerste vluchthuis voor mannen. Dat bleek nodig, want mannen die te maken krijgen met partnergeweld worden amper gehoord, laat staan geloofd door politie en hulpverleners. ‘Voor veel mensen is geweld fysiek, maar iemand isoleren, financieel uitpersen, fysiek of emotioneel verwaarlozen, afkraken of dreigen met het afnemen van kinderen, zijn ook vormen van geweld.’

Vooral bij psychisch geweld kan het erg lang duren voor mensen zich realiseren dat hun grenzen overschreden worden, stelt Uzieblo. ‘Vanaf wanneer kun je over crimineel gedrag spreken? Voor fysiek geweld is dat vrij duidelijk, maar psychisch geweld is moeilijker vast te stellen. Nochtans is dat een van de meest voorkomende vormen van geweld, zowel van man op vrouw als van vrouw op man. Beiden voelen dan angst en schaamte, maar voor mannen komt er ook nog eens bij dat de omgeving vaak ongelovig of negatief reageert.’

Ook de gevolgen van verregaand partnergeweld zijn even ernstig voor mannen en vrouwen. Bij beiden stelt men toenemende depressie, suïcidale gedachten, slaapstoornissen of posttraumatische stressstoornissen vast. Om die reden is het volgens Uzieblo belangrijk dat hulpverleners, advocaten en politie mannen die mishandeld worden ernstig nemen. Uzieblo: ‘Men gaat er nog steeds van uit dat mannen plegers zijn, ook als ze een klacht indienen tegen mishandeling. Ik ken schrijnende verhalen van mannen die in de gerechtsmolen belanden en uiteindelijk het slachtoffer worden van het systeem. Een vrouw die haar ex-partner beschuldigt van kindermisbruik of hem uit zijn vaderlijke rechten wil laten ontzetten, wordt nog steeds gemakkelijker geloofd dan een man die het slachtoffer is van dit soort psychologische terreur. De nieuwe inzichten zetten ook deze stereotiepe ideeën op de helling.’


 

‘Voeding voor singles in supermarkten is te duur’

Moneytalk – 11 januari 2017

De porties voedingsmiddelen voor alleenstaanden die supermarkten steeds meer aanbieden zijn in verhouding te duur. Dat zegt Vlaams parlementslid Rob Beenders (sp.a).

Het aantal alleenstaanden in België blijft stijgen. Vandaag telt ons land reeds 2.1 miljoen singles en dit aantal zal enkel toenemen. In de supermarkten vind je steeds meer en meer aanbod voor alleenstaanden. Dat is positief omdat op deze manier singles geen grote blikken voeding of flessen melk moeten kopen die eigenlijk alleen bestemd zijn voor grotere gezinnen.

Beenders hield een steekproef en stelde vast dat alleenstaanden voor een aantal basisproducten in verhouding veel meer betalen voor een kleine portie dan wanneer ze een standaardproduct kopen dat dient voor grotere gezinnen. “Voor amper 1 eurocent meer kan je bijvoorbeeld 300 gram erwten en wortelen meer kopen, dat is toch niet meer serieus?”

Financieel gestraft

“Het is begrijpelijk dat de verpakkingskosten voor kleinere hoeveelheden groter zijn dan voor grotere porties maar de huidige prijsverschillen tonen eerder dat de producent teert op meer winst dan dat de effectieve kost moet worden gedekt”, zegt Beenders.

De sp.a’er nodigt sectorfederatie Comeos uit tot een gesprek over deze prijsverschillen. Hij roept op om de groep alleenstaanden niet te zien als een nieuwe doelgroep waar extra winst op moet worden gemaakt. “Het is belangrijk dat het aanbod in de markt voor singles toeneemt, maar het mag niet zijn dat je als single financieel gestraft wordt”.

“Het zou jammer zijn dat er voedsel wordt verspild als een alleenstaande omwille van het prijsverschil toch kiest om grotere porties te kopen”, zegt Beenders nog.


 

Scheidend koppel vraagt rechter om hun honden als kinderen te behandelen. Dit was zijn antwoord

Nieuwsblad – 22 december 2016

Toen een Canadees koppel ging scheiden hadden ze een opmerkelijke vraag voor de rechter. De twee hadden samen drie honden Quill (13), Kenya (9) en Willow (2), maar ze geraakten het niet eens over wie daarover het “hoederecht” zou krijgen. Ze vroegen dan ook aan de rechter om erover te beslissen en hun honden als kinderen te behandelen.

De vrouw bracht als bewijs aan dat haar man eerder een katpersoon was. Toen hij eentje had die Rodent noemde, stierf die bijna meteen en ook zijn latere katjes Slimey, Oinky en Beaker zou hij veel te weinig aandacht hebben gegeven, aldus de vrouw. Haar man bracht daartegen in dat het allemaal leugens waren.

De zaak kwam in augustus al voor, maar het verhaal over hun opmerkelijke vraag gaat nu viraal. De Canadese rechter in kwestie, Richard Danyliuk, nam hun vraag heel serieus, uiteindelijk was zijn antwoord echter duidelijk en hij zet daarmee een duidelijk precedent.

Co-ouderschap voor hun viervoeters of puur een kwestie van bezit?

“Honden zijn schitterende dieren.” Zo klonk de eerste zin van het verdict van de Canadese rechter. “Ze zijn vaak heel intelligent, gevoelig, actief, een constante in je leven en een trouwe levensgezel. Heel veel honden zijn een volwaardig lid van het gezin waarbij ze wonen.”

“Nu dat gezegd is, een hond blijft een hond”, schreef rechter Richard Danyliuk in de tekst. “Voor de wet is het een eigendom, een tam huisdier dat aan iemand toebehoort. Maar voor justitie heeft het geen plaats in het familierecht.”

Aan dat statement voegde hij nog een 15-tal pagina’s toe over de reden waarom hij in deze echtscheidingszaak de honden niet als “kinderen” kon behandelen. “We kopen geen kinderen bij fokkers. We kiezen geen partners voor onze kinderen, omdat hun baby’s dan het juiste ras kunnen blijven. Wanneer onze kinderen heel ziek zijn maken we geen kosten-batenanalyse om te kijken of we ze wel laten leven.”

“Tijdsverspilling voor justitie”

Een regeling voor co-ouderschap, hoederecht of bezoekrecht zou hij dus niet uitspreken. “Mijn taak is niet om puur vanuit emoties te redeneren. Ik ben er ook niet om te bevestigen dat de relatie die baasjes met hun honden hebben intens genoeg is om als “kinderen” aan te voelen.”

“Ik ga ook geen regeling over co-ouderschap uitspreken over een set messen, ook al zijn die al jaren in de familie en gebruiken ze hen allebei even graag en zijn ze er erg aan gehecht.” Hij wou een hond niet herleiden tot een set messen, “want ik ben er zeker van dat dit veel belangrijker is voor hen, maar toch.”

Volgens de rechter is de vraag tijdverspilling voor justitie. “We zijn zo al druk genoeg, zo’n vragen kunnen beter geen gewoonte worden.”

Eigendomsrecht, geen familierecht

Het enige wat hij wilde doen, was beslissen wie welk dier in bezit zou kunnen hebben, net zoals hij deed met onder andere hun huis en wagens. Als ze dat blijven aanvechten, zou het zelfs erger kunnen aflopen voor hen, want dan kan justitie beslissen om ze te verkopen en de winst ervan in twee te verdelen.

Ook in België is het niet gebruikelijk om een dier in de familierechtbank als kinderen te laten behandelen. Als die in een echtscheidingsprocedure ter sprake komen, is dat ook enkel voor de verdeling van goederen.


 

Kinderen krijgen niet meer automatisch naam van de vader

De Tijd – 21 december 2016

Tenzij ouders het anders kiezen, krijgen kinderen geboren vanaf 2017 de dubbele achternaam in alfabetische volgorde.

Ouders kunnen sinds juni 2014 al vrij de achternaam voor hun kind kiezen: de naam van de vader, de naam van de moeder of een combinatie van beide namen in de volgorde van keuze. Maken de ouders geen expliciete keuze of raken ze er niet uit, dan krijgt het kind momenteel de naam van de vader toegewezen.

Die ‘terugvalregeling’ botste op kritiek, omdat ze volgens het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen de facto een vetorecht voor de vader inhield. Het Grondwettelijk Hof had oren naar dat argument en legde op dat de regeling tegen eind 2016 aangepast moest worden.

Federaal minister van Justitie Koen Geens (CD&V) heeft een wetsontwerp uitgewerkt dat aan die kritiek tegemoetkomt. Kiezen de ouders niet expliciet of raken ze het niet eens over de achternaam, dan zal wettelijk de dubbele achternaam in alfabetische volgorde worden toegekend.

Ouders die hun kind de dubbele achternaam in niet-alfabetische volgorde willen geven, zullen dat nog steeds expliciet kunnen kiezen. Net zoals gekozen kan worden voor enkel de naam van de vader of enkel de naam van de moeder. Maar die keuze moet dus wel expliciet gemaakt worden. De formaliteiten om die keuze te maken, worden vereenvoudigd.

Wat als een kind met een dubbele achternaam zelf ouder wordt? Dan kan die zelf bepalen welke naam wordt doorgegeven: die van de moeder, die van de vader, of de dubbele naam. Maar meer dan twee achternamen kan niet. In geval van onenigheid bij ouders die elk een dubbele achternaam hebben, wordt opnieuw in alfabetische volgorde gewerkt. Stel dat een vader Appelmans-Bomans heet, en een moeder Vanderveken-Wymeersch, dan zal hun kind – als ze het niet eens raken- de naam Appelmans-Vanderveken krijgen.

Het kabinet van Minister van Justitie Geens bereidt een omzendbrief voor om ouders te informeren over hun keuzerecht. Ouders van kinderen geboren sinds 1 juni 2014 die geen keuze hebben uitgedrukt of die het niet eens waren over de naam van het kind, krijgen tot 30 juni 2017 de tijd om het kind alsnog de dubbele naam in alfabetische volgorde te geven.

In Vlaanderen kregen in 2015 amper 1.714 baby’s of 3,5 procent van de borelingen de dubbele achternaam. Bij dit lage cijfer moet wel de kanttekening gemaakt worden dat in de bestaande regeling enkel ouders die nog geen (gemeenschappelijke) kinderen hebben, voor de dubbele achternaam kunnen kiezen. 1.371 kinderen kregen de dubbele achternaam gevormd door de naam van de vader gevolgd door de naam van de moeder, 343 kinderen kregen de dubbele achternaam gevormd door de naam van de moeder gevolgd door de naam van de vader. In het Waals en het Brussels Gewest wordt de dubbele achternaam dubbel zo vaak gekozen.

Verduidelijking: ondanks eerdere ontkenning bevestigt het kabinet Geens nu de informatie zoals aanvankelijk meegegeven. Met name dat als ouders niet kiezen, kinderen voortaan de dubbele achternaam in alfabetische volgorde krijgen. 


 

‘Helft van kinderen die zich echtscheiding herinneren, spreekt over vechtscheiding’

De Standaard – 17 december 2016

Echtscheidingen komen veel vaker voor dan twintig, dertig jaar geleden. Maar ervaren ouders en kinderen een relatiebreuk daarom als minder erg? Toch niet, zegt Inge Pasteels, onderzoekscoördinator Social Work-Research aan Hogeschool PXL in Hasselt.
‘Je wordt overstelpt door emoties en dan ben je niet getroost door de gedachte dat het veel mensen overkomt’, zegt Pasteels. ‘Een gezin uit elkaar zien vallen doet pijn en is een verlieservaring. Voor kinderen is het wel belangrijk het gevoel te hebben dat ze niet de enigen zijn. Als ze klasgenootjes hebben met gescheiden ouders, kunnen ze bij hen ook terecht met hun verhaal. Maar kinderen weten niet altijd van elkaar dat hun ouders gescheiden zijn. Ze praten daar niet zomaar over.’

Van conflict naar breuk

Pasteels analyseerde echtscheidingen bij 3.500 mensen uit de databank ‘Scheiding in Vlaanderen’. In de helft van de echtscheidingssituaties maken de partners een sterk conflictueuze periode door. In een op de vier gevallen eindigt het dan met een definitieve breuk. Even vaak blijft het conflict duren.

Opmerkelijk: bij een echtscheiding hebben mannen vaker dan vrouwen het gevoel dat het conflict tussen beide (ex-)partners niet zo groot is, of dat het opgelost is.

Er zijn wel situaties die de kans op een ernstige ruzie doen toenemen. Als slechts een van de twee partners vindt dat er een einde moet komen aan het huwelijk, bijvoorbeeld, vooral als die partner een man is. Of als een van beiden een andere relatie heeft. Ook de houding van de familie speelt en belangrijke rol. Ook als het huwelijk lang heeft geduurd en als er meerdere kinderen zijn, is de kans op een ernstig conflict groter. Want dan zijn er langere tijd inwonende kinderen en moeten hierover ook lang en vaak afspraken gemaakt worden.

De kinderen ervaren de echtscheiding wel niet op dezelfde manier als hun ouders. ‘Omdat ouders hun eigen gedrag vaak positiever inschatten dan kinderen. Of omdat ze het conflict kunnen weghouden van hun kinderen. Verbaal en zeker fysiek geweld tussen ouders kan bij de kinderen ook harder binnenkomen’, zegt Pasteels.

‘De helft van de kinderen die nog herinneringen hebben aan de echtscheiding, spreekt over een vechtscheiding’, zegt Kim Bastaits, onderzoeker aan Hogeschool PXL in Hasselt. Meestal hebben ze het dan over verbaal geweld, waarbij ouders vaak naar elkaar schreeuwen en verwijten maken. Maar in 7,4 procent van de gevallen gaat het volgens de kinderen ook over fysiek geweld: elkaar pijn doen of dingen met opzet stukmaken of kapot gooien. In dat geval geven kinderen ook vaker aan dat ze bang waren. Als het er tijdens de echtscheidingsprocedure zo hevig aan toe gaat, heeft een op de drie kinderen te maken met een contactbreuk met een van de ouders.

Minder tevreden met leven

Een blijvend conflict, ook na het uitspreken van de echtscheiding, heeft wel een serieuze impact op de kinderen. Jongens geven aan dat ze minder tevreden zijn met het leven. Meisjes vertonen vaker probleemgedrag. Beide groepen geven ook aan dat ze het moeilijker hebben om grenzen af te bakenen in hun eigen gezin.

Gescheidenen die het contact met hun ex-partner volledig verbroken hebben, zijn het meest tevreden over hun leven. Volgens Pasteels gaat het vaak om mensen zonder kinderen, die daardoor ook geen band met de ex-partner meer moeten onderhouden. ‘Opluchting is een belangrijk gevoel bij een scheiding’, zegt Pasteels. ‘Als je geen kinderen hebt en de zaak netjes hebt afgehandeld, en je kan opnieuw je eigen weg gaan, geeft dat vaak een goed gevoel.’


 

Universiteiten van Gent en Leuven staan voor grondige hervorming: academiejaar start op 1 september

Nieuwsblad – 13 december 2016

De universiteiten van Gent en Leuven hebben plannen op tafel liggen voor een grondige hervorming van het academiejaar. Dat zou betekenen: starten op 1 september, examens om de vijf weken en al tweede zit in juni. Het nieuwe systeem komt er ten vroegste in academiejaar 2019-2020. Brussel en Antwerpen doen niet mee, schrijven Het Laatste Nieuws en De Morgen dinsdag.
De universiteit van Gent staat het verst met de plannen. Een werkgroep heeft daar vier scenario’s uitgewerkt, die de komende weken en maanden intern worden afgetoetst. In alle vier de scenario’s start het academiejaar al op 1 september. Examens zouden beter gespreid worden en wie niet slaagt, herkanst meteen in juni in plaats van in augustus of september. Voor wie wél slaagt, begint de zomervakantie eind mei al.

Aan de KU Leuven zijn de plannen minder concreet, maar gaan ze wel dezelfde richting uit. Beide universiteiten hebben overlegd en willen de hervorming ten vroegste doorvoeren vanaf het academiejaar 2019-2020. De UGent en de KUL pleiten voor een systeem over alle universiteiten heen, maar de VUB en de Universiteit Antwerpen doen voorlopig niet mee. De studenten in Gent hebben alvast bedenkingen bij het voorstel.


 

Eerlijker scheiden, ook mét scheiding van goederen

De Standaard – 8 december 2016

De komst van een nieuw huwelijksstelsel en een correctiemechanisme moet vermijden dat een van de partners er na het huwelijk erg bekaaid vanaf komt.
Stel dat een van de echtgenoten zijn job opzegt om voor de kinderen te zorgen, terwijl de andere ondertussen een bloeiende zaak uitbouwt. Dan heeft die eerste pech als het tot een scheiding komt, toch als ze trouwden onder het stelsel van zuivere scheiding van goederen. De partner die zijn professionele activiteiten terugschroefde, profiteert immers niet mee van de inkomsten die de andere partner opgebouwd heeft.

Die situatie wil minister van Justitie Koen Geens (CD&V) nu vermijden door een dubbele aanpassing van de wet. Ten eerste wil Geens een nieuw huwelijksstelsel invoeren: een scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten. Het bedrijf dat de ene partner opbouwt, blijft van hem. Maar als het tot een scheiding of overlijden komt, worden alle inkomsten tijdens het huwelijk netjes verdeeld over de twee partners. In onze buurlanden is dat al langer uitdrukkelijk door de wet geregeld.

‘Heel wat koppels kiezen vandaag voor een huwelijkscontract met scheiding van goederen omdat dan ook de schulden en risicovolle handelsactiviteiten gescheiden zijn’, zegt Hélène Casman, professor emeritus aan de VUB en betrokken bij de hervorming van Geens, in De Standaard. ‘Maar dat geeft dus een enorm nadeel, zowel bij scheiding als bij overlijden. Dit probleem is zeker al honderd jaar oud, en men zoekt al lang een oplossing.’

Manifest onrechtvaardig

Vandaag kunnen partners ook al het nieuwe stelsel vastleggen in een huwelijkscontract. Maar door er een apart stelsel van te maken, hoopt Geens dat het algemeen ingang vindt. ‘Ik hoop dat het veel mensen doet nadenken. Eigenlijk is een zuivere scheiding van goederen echt niet oké. Het staat haaks op wat het huwelijk is: met en voor elkaar’, zegt Charlotte Declerck, professor Rechten aan UHasselt en eveneens betrokken bij de hervorming.

Ook in de toekomst zal een zuivere scheiding van goederen mogelijk blijven, maar een tweede hervorming moet manifest onrechtvaardige gevolgen voorkomen. De rechter zal in uitzonderlijke gevallen een beperkt correctiemechanisme kunnen toepassen, waardoor een stuk van de aanwinsten naar de partner gaat die de zwakste positie zit.

‘In de Franstalige rechtspraak wordt dat al toegepast, maar de Nederlandse rechtspraak staat er weigerachtig tegenover’, zegt Declerck. ‘Door dit beschermingsmechanisme in de wet in te bouwen wordt er duidelijkheid gecreëerd.


 

Steeds meer mannen worden papa na 45

Deredactie.be – 8 december 2016

1 op de 20 Belgische vaders is 45 jaar oud bij de geboorte van een van hun kinderen. Dat blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Waar er vijftien jaar geleden bijna 3.000 Belgische vaders ouder dan 45 waren bij de geboorte van een van hun kinderen, is dat aantal meer dan verdubbeld.
Steeds meer mannen kiezen ervoor om op een latere leeftijd nog vader te worden. In 2000 waren 2.808 vaders of 2,5% van het totale aantal vaders, ouder dan 45 bij de geboorte van hun kind. In 2013 was dit aantal al gestegen tot 6.430 of 5,4% van het aantal vaders. Uit de cijfers is niet duidelijk of het gaat om mannen die voor de eerste keer vader worden of mannen die op oudere leeftijd nog kinderen krijgen.

Mogelijke oorzaken

Volgens Inge Pasteels, onderzoeker aan de PXL Hogeschool, zijn er een aantal mogelijke verklaringen voor de stijging van de mannen die op latere leeftijd nog vader worden. “Eerst en vooral zien we dat het relatieleven op zich later op gang komt. Mannen blijven langer in hotel mama hangen. In de jaren ’50 van de vorige eeuw woonde 70 procent van de 24-jarige mannen voor de eerste keer samen in een relatie. 30 jaar later, in de jaren ’80 was dat percentage gedaald tot 30 procent.”

Daarnaast ziet Pasteels ook een verklaring in het aantal gebroken relaties. Het is niet duidelijk hoeveel van de 45-plus papa’s deel uitmaken van een nieuw samengesteld gezin. Maar omdat het aantal nieuw samengestelde gezinnen toeneemt, kan dat wel een van de verklaringen voor de oudere vaders zijn.

“Bij het herpartneren zien we vaak een leeftijdsverschil tussen de partners. 28 procent van de mannen herpartneren met een vrouw die meer dan zeven jaar jonger is. Omgekeerd zien we dat 10 procent van de vrouwen een nieuwe relatie aangaan met een man die meer dan tien jaar ouder is”, aldus Pasteels. “Als die vrouwen een kind krijgen, is de vader logischerwijs al wat ouder.”

Mannen hebben het voordeel dat ze ook op oudere leeftijd kinderen kunnen verwekken, terwijl dat voor vrouwen meer risico’s inhoudt.

(Groot)vader

“Oudere vaders zien kinderen vaak in een ander perspectief”, zegt psycholoog en psychotherapeut Claire Wiewauters. “Als het hun tweede gezin is, hebben ze het allemaal al eens meegemaakt en maken ze zich vaak minder zorgen.” Volgens Wiewauters kan de levenservaring positief doorwerken in de opvoeding. “Maar ze raken ‘s nachts misschien wel moeilijker uit bed.” Toch zegt Kim Bastaits van de Hogeschool PXL heeft een oudere vader hebben geen gevolgen voor de levenstevredenheid of het zelfbeeld van de kinderen.

Soms komen ouders ouder dan 45 in de positie van ouder én grootouder terecht. Want hun eerste kinderen zijn vaak zelf al jonge ouders. “Dat kan soms verwarrend zijn voor de eigen kinderen”, aldus Wiewauters.

Ook moeders beginnen later

De evolutie over de jaren heen is significant, maar er is ook een verband met de leeftijd van de moeder. Ook die is over de jaren heen gestegen. Terwijl moeders in 2000 gemiddeld nog maar 29,2 jaar oud waren, is dat dertien jaar later 30,3. Ook vaders worden gemiddeld een jaar later vader. Ze waren gemiddeld 32,1 jaar oud toen ze papa werden in 2000, tegenover 33,6 in 2013.


 

Huismoeders en -vaders worden beter beschermd bij een echtscheiding

Moneytalk – 7 december 2016

Huismoeders en -vaders blijven vaak met lege handen achter wanneer een huwelijk met scheiding van de goederen op de klippen loopt. Een nieuw huwelijksstelsel moet daar verandering in brengen.

Gisteren heeft de minister van Justitie, Koen Geens (CD&V), een diepgaande vernieuwing van de basiswetgeving voorgesteld. Opvallend is dat de aangekondigde aanpassingen het gezinsleven juridisch stevig hervormen. Zo wil de minister onder meer de huismoeder of -vaders beter beschermen bij een echtscheiding. Zij hebben geen vangnet wanneer zij een scheiding van goederen hebben opgenomen in hun huwelijkscontract. Rechters reageren bovendien zeer verschillend op dat probleem, waardoor veel rechtsonzekerheid ontstaat.

Daar moet een hervorming van het familiaal vermogensrecht verandering in brengen. “De aanpassingen moeten de maatschappelijke realiteit beter reflecteren”, klinkt het in een nota. “We willen een grotere nadruk leggen op de solidariteit tussen de echtgenoten ongeacht het gekozen huwelijksvermogensstelsel.”

Daarom roept minister Geens een nieuw huwelijksstelsel in het leven, met verrekening van de aanwinsten, de goederen en de inkomsten die het koppel tijdens het huwelijk heeft verworven. Een getrouwd koppel zal dan kunnen kiezen voor een stelsel dat de autonomie van de echtgenoten centraal stelt, maar ook rekening houdt met een zekere solidariteit als het huwelijk wordt beëindigd.

Daarnaast gaat de minister onderzoeken of ook bij een zuivere scheiding van goederen een bijkomend correctiemechanisme kan worden ingevoerd zodat de rechter de mogelijkheid krijgt om in uitzonderlijke gevallen onredelijkheden te verhelpen. Het nieuwe stelsel komt boven op de drie bestaande stelsels: het stelsel van de zuivere scheiding van goederen, het stelsel van de algehele gemeenschap en het stelsel van de gemeenschap van aanwinsten.

Wettelijke en feitelijke samenwonenden

Voorts gaat Geens onderzoeken of hij het vermogensrechtelijke regime voor wettelijke en feitelijke samenwonenden verder kan uitbreiden. Die laatsten genieten momenteel geen wettelijke bescherming. Een wettelijke samenwoning verplicht beide partners onder meer naargelang hun draagkracht bij te dragen in de lasten van de samenwoning. Daarenboven kan een van de partners niet op eigen houtje beslissen de gezinswoning te verkopen. Aan feitelijk samenwonen zijn geen soortgelijke verplichtingen en rechten tegenover elkaar verbonden.

Volgens Geens is het rechtelijke kader van de beide samenlevingsvormen aan een update toe. “Het aantal mensen die feitelijk of wettelijk samenwoont, neemt toe. Daarom willen we onderzoeken of we ongehuwde koppels beter kunnen beschermen”, klinkt het in de nota.

Geens gaat de wettelijke samenleving bovendien beperken tot affectieve relaties. Dat betekent dat enkel nog koppels onder dat stelsel kunnen samenwonen. Een wettelijke samenleving tussen bijvoorbeeld een vader en zijn zoon zal dus niet meer mogelijk zijn.

Hervorming erfrecht

De minister gaat met oog op de nieuwe gezinssamenstellingen en de hogere levensverwachtingen ook het erfrecht opfrissen. Zo wil hij, op vraag van Carina Van Cauter (Open Vld), de erflater meer vrijheid geven om te bepalen wie wat erft van hem.De kinderen hebben sowieso recht op een vast deel van de erfenis. Wie één kind heeft, moet momenteel de helft van zijn erfenis afstaan aan zijn nageslacht. Bij twee kinderen loopt dat op tot twee derde en bij drie kinderen of meer tot drie vierde.

De minister wil de wettelijke reserve voor de kinderen – ongeacht de gezinsgrootte – inperken tot de helft van het nalatenschap. Wie de kinderen verder wil onterven, kan dat, maar moet daar met hen bindende afspraken over maken. “Op die manier kan de erflater een passende regeling bedenken op maat van zijn gezinssituatie, die bijvoorbeeld rekening houdt met een zorgkind of stiefkinderen”, aldus Geens. Dat wetsontwerp wordt de komende weken aan de regering voorgelegd.


 

Belgen kunnen straks vrijer beslissen over erfenis

De Standaard – 6 december 2016

De verplichting om een vast deel van je erfenis aan je wettelijke erfgenamen na te laten, wordt versoepeld. Het voorbehouden gedeelte blijft een vast percentage, maar je zal er makkelijker van kunnen afwijken en dat is bijvoorbeeld interessant voor nieuw-samengestelde gezinnen.

De aanpassing is één van de maatregelen die Justitieminister Koen Geens (CD&V) deze namiddag aankondigt in zijn grote hervorming van de ‘basiswetgeving’.

Vandaag krijgen de wettelijke erfgenamen, in de regel de kinderen van de ‘erflater’, een voorbehouden deel van de nalatenschap. Wil de erflater een andere verdeling – zoals één kind wat meer geven – dan moeten alle betrokken partijen hun handtekening zetten onder een schriftelijk contract. Minister van Justitie Geens wil die formele voorwaarde aanpassen, want ‘de complixiteit van de maatschappelijke realiteit vraagt om een flexibeler erfrecht, dat inspeelt op de veelheid aan familievormen’, luidt het in zijn hervormingstekst. Centraal staat de grotere beschikkingsvrijheid.

‘Van strenge regels afwijken’

Een modern erfrecht moet volgens Geens een ‘passend kader bieden’ voor zowel een echtpaar met twee kinderen dat overlijdt zonder testament, als twee feitelijk samenwonende partners in een nieuw samengesteld gezin die de eigen kinderen en de stiefkinderen een gelijk erfdeel willen nalaten, als een industrieel die de familieonderneming na zijn overlijden aan een welbepaald kind wil overdragen, en ouders die hun vermogen volledig willen aanwenden tot verzorging van een zorgkind na hun overlijden, met goedkeuring van hun andere kinderen.

Vooral dat laatste scenario is een zorg waaraan Geens tegemoet wil komen. ‘We willen in de eerste plaats dat bijvoorbeeld ouders van kinderen die speciale zorgen nodig hebben, of ouders die al jaren door een bepaald kind worden verzorgd, van de strenge regels kunnen afwijken’, aldus de minister, ‘uiteraard met instemming van de andere kinderen die weten wat en hoe alles gaat gebeuren.’

21ste eeuw

Koen Geens wil het erfrecht nog deze regeerperiode ‘verder moderniseren’, in lijn met internationale tendensen. Zo bieden buitenlandse voorbeelden steun om een reserve in natura, een voorbehouden deel voor ouders of een eventueel verbod op erfovereenkomsten te onderzoeken. Het erfrecht is niet de enige tak van het recht die de minister aanpakt: ook het strafrecht, de strafuitvoering, het burgerlijk wetboek en het ondernemingsrecht worden aangepast aan de noden van de 21ste eeuw.


Radio1 Bende van Annemie – 2 december 2016

Blijven samenwerken na een scheiding. Moeilijk maar het kan. Een mooie, positieve getuigenis.

 

 

Net als Marlène de Wouters al jaren gescheiden zonder dat iemand het weet

Het Laatste Nieuws – 17 november 2016

Deze week raakte bekend dat Marlène de Wouters (50) vier jaar stil kon houden dat haar huwelijk na 22 jaar op de klippen was gelopen. Met geen woord reppen over de relatiebreuk, zelfs niet tegen vrienden: het gebeurt. “Vijftien jaar geleden zijn we gescheiden, na 26 jaar huwelijk. Wij vonden het nergens voor nodig om daar met wie ook over te spreken. Er was een zekere gêne”, zegt een Vlaamse man van bijna 60.

Dirk (*) staat op anonimiteit. “Gaëlle (*) zou niet willen dat ik dit gesprek voer. Onze omgeving ziet ons als koppel. Onze kinderen zullen de breuk wel hebben gecapteerd. Ze woonden toen nog thuis en waren getuige van de verwijdering, zo was er ‘s nachts nooit meer geluid in onze slaapkamer. Ik ga er van uit dat hun moeder hen heeft verteld dat we gescheiden zijn. Maar zelf sprak ik er hen nooit over. Ik ben daar niet zo goed in.”

Niet dat hij er moeite mee had om gezien te worden als gescheiden man. Praten over zijn liefdesleven gaat hem gewoon niet goed af. Als ingenieur schetst hij het in grafieken. Hij haalt ook de scheidingsakte uit 2001 boven. “Anders denk je nog dat ik een fantast ben. Kijk, in de de akte was bepaald dat ik zou verhuizen naar ons tweede verblijf. Mijn domicilie staat daar nu nog, al ging de verhuis niet door. De boedelscheiding evenmin.”

Hotelservice

Het koppel bleef na de scheiding onder hetzelfde dak wonen. “Waarom? Dat liep zo door omstandigheden”, schetst Dirk. “In die tijd werkte ik keihard als consultant in het buitenland. Soms klopte ik 24 uur aan een stuk. Elk weekend thuis begon met een dag slaap inhalen. ‘s Zondags trok ik eropuit met de kinderen. Dat patroon bleek makkelijk aan te houden na de scheiding. Zo bleef ik contact houden met de kinderen.

Gaëlle had laten verstaan dat ze mijn was nog wou doen. Daarvan maakte ik dankbaar gebruik, vanop het zolderkamertje waar ik – lang voor de scheiding – door snurkproblemen was gaan slapen. In ruil voor de service betaalde ik, naast een ruime alimentatie, alle zware facturen en zelfs een nieuwe auto voor Gaëlle.”
IJsberg
Dat klinkt zakelijk. Niet dat hun relatie altijd zo is geweest. “Verre van. Ik had Gaëlle op kamp leren kennen. Ik kwam uit een koud gezin, zij groeide op in een warm nest. Ik smolt toen ik haar, empathisch maar kordaat, met de kinderen zag omgaan. Lang ging het er zeer passioneel aan toe.

We lieten mekaar ook vrij: ik was als student losbol en vond mijn diploma technisch ingenieur maar minnetjes, dus zette ik in op bijscholing. Gaëlle leefde zich uit in hobby’s. Dat we er bijna altijd apart op uittrokken was geen probleem, er was vertrouwen. Ook toen er kinderen kwamen en zelfs in mijn eerste jaren buitenland, bleef ons vuur branden. Het gebeurde dat Gaëlle om drie uur zondagochtend zei: ‘fijne vrijpartij. Maar nu moéten we stoppen. Over twee uur moet je al weg’.”

De afstand sloop volgens Dirk ‘als een ijsberg’ in hun relatie. “Eerst hield Gaëlle rekening met mijn agenda, na een jaar of vijf kreeg ik het gevoel dat ik niet meer meetelde. Gaëlle had haar eigen leven. Ze moest het ook alleen zien te redden met opgroeiende tieners. Als steringenieur was ik het aan het waarmaken in een gigantisch Europees bouwproject. Thuis kreeg ik op bitse toon te horen: jij moet je aanpassen aan ons. Daar kon ik niet mee om.”

Grenzen

Dirk, professioneel op zijn top, vond dat hij privé moest herbeginnen. “Ik had een amoureuze escapade gehad. Maar daarbij zat mijn huwelijk me in de weg. Ik kon het niet in bed, hoewel deze vrouw de perfecte maten had.

Dat heb ik thuis niet opgebiecht. Ik wou Gaëlle niet nodeloos kwetsen. Ze was er zo al kapot van toen ik de scheiding aankaartte, maar legde zich bij de feiten neer. Door mijn buitenlandse missies stelde niemand vragen. Dus zwegen we over de breuk. Mijn schoonmoeder wilden we niet verontrusten, met mijn broers en zussen heb ik geen goede band.”

De gedroomde nieuwe partner kwam Dirk niet tegen. Toen zijn buitenlandse opdracht er twee jaar later opzat, betrok hij voltijds zijn kamertje. “Ik zat met zorgen over mijn verdere carrière en was blij dat ik terug mocht. We bleven apart slapen en gingen alleen uit. Ik leerde andere vrouwen kennen, maar niet dat éne maatje. Geen van die dames kon intellectueel tippen aan de moeder van mijn kinderen, voor wie ik enorm respect bleef hebben. Seksuele behoeftes? Loste ik op met betaalde seks. Ik kon nu de grenzen opzoeken waar ik in mijn relatie was op gebotst. Zoals lichte SM.”

Weer jong

Zo leven ze nu al meer dan tien jaar onder één dak. “We maken daar geen reclame over. De buren moeten het niet weten, we spreken hen hooguit één keer per jaar. We deden ook niet alsof, we gingen elk onze gang. Kennissen zien ons als een hard koppel, met aparte humor. Dan wordt er gelachen omdat we over àlles onderhandelen.”

Zijn ze mekaar dan nooit meer in de armen gevallen? “Toch wel. Dat kwam geleidelijk. Toen ik enkele jaren geleden afstevende op een burn-out, vond ik bij Gaëlle begrip en troost. We begonnen weer samen weg te gaan en ontdekten dat onze vriendschap was gebleven. Zo gebeurde het dat we samen voor tv zaten. Dat de een een arm om de ander sloeg. Wat een keer eindigde met sukkelseks, waarbij je ontdekt dat het de intimiteit en genegenheid is die telt.

Echte toenadering kwam er afgelopen zomer, nadat we weer elk apart op reis waren geweest. We vielen in elkaars armen en hebben de hele nacht gevrijd. Ik voelde me weer jong. We wandelen nu opnieuw hand in hand. Laat ons hertrouwen, zei Gaëlle. Er is nog geen datum. Maar ik zeg ja, binnen dit en een jaar. We kunnen samen nog zoveel beleven en warmte delen. Een groot feest hoort er niet bij. Dit moet intiem worden gevierd.”


 

Kinderen remmen scheiding niet af

De Standaard – 30 september 2016

In België zijn bij 2 op 3 echtscheidingen kinderen betrokken. In onze buurlanden is dat minder vaak het geval. Daar zijn kinderen vaker een remmende factor.

In Duitsland zijn maar bij 1 op de 2 echtscheidingen kinderen betrokken. In Frankrijk is dat het geval bij 2 op de 5 echtscheidingen. Kinderen kunnen als remmende factor worden ervaren, maar dit verschilt duidelijk van land tot land.

België heeft ook het hoogste aandeel eenoudergezinnen: 12 procent. In Nederland en Duitsland is dat aandeel maar half zo hoog. Frankrijk zit met 8 procent in het midden.

In 2012 vond 37 procent van de Vlamingen nog dat ouders met jonge kinderen beter niet uit elkaar gaan. Toch wordt er in onze regio almaar vroeger gescheiden. 42 procent van de scheidingen gebeurt binnen de eerste tien jaar na het huwelijk. Dat is meer, of sneller zo u wil, dan in onze buurlanden.

Van de Belgische paren die in 1980 getrouwd zijn, was 18 procent binnen de 15 jaar gescheiden. De paren die huwden in 2000 bereikten dat aandeel al na 9 jaar. Daaruit volgt dat de scheidingskans per leeftijdsgroep zal toenemen.

Nu is 1 op 3 huwelijken die 36 jaar geleden gesloten werden, ontbonden. Dat betreft dus huwelijken uit 1980. De groep die in 2000 getrouwd is, heeft nog alle kans om dat in te halen.

Al blijkt uit een recent rapport van de studiedienst van de Vlaamse regering ook dat de trend dalend is. Tot de eeuwwisseling zaten de scheidingen in Vlaanderen en België in stijgende lijn. Dat werd versterkt door een wetswijziging in 1995. In 2007 volgende nog een wetswijziging, die de procedure vereenvoudigde. Er volgde een piek in 2008. Sindsdien zitten de scheidingen in dalende lijn.

De daling blijft ook overeind als je rekening houdt met het feit dat er nu minder vaak huwelijken worden afgesloten.

Nog interessante cijfers:

Bij een eerste huwelijk was een Vlaamse bruidegom in 2015 gemiddeld 32,9 jaar, een Vlaamse bruid was 30,3 jaar.
De aard van de echtscheidingen is ook veranderd: in België maakten 6 op de 10 echtscheidingen een einde aan het eerste huwelijk van beide partners. Mannen waren daarbij gemiddeld 45 jaar en vrouwen 43 jaar.
Bij 4 op de 10 echtscheidingen had minstens een partner al eerder een echtscheiding gehad.
Vlaamse echtparen die in 2013 uit de echt scheidden, kozen in 57 procent van de gevallen voor een echtscheiding met onderlinge toestemming. In Wallonië was dat maar 40 procent.
Van alle gescheiden Vlamingen blijft meer dan de helft langer dan tien jaar ongehuwd. Van alle ooit gehuwde veertigers en vijftigers is een op vijf gescheiden en ongehuwd gebleven, de zestigers bereiken 15 procent en ook onder zeventigplussers is ‘gescheiden zijn’ een zichtbare burgerlijke staat geworden.


 

Koppels die scheiden willen niet dat kinderen de dupe zijn van gezeur over geld

Knack – 22 september 2016

‘Koppels die scheiden, willen niet dat hun kinderen de dupe zijn van gezeur over geld. Toch gaat het soms de verkeerde kant uit en zijn onderhoudsbijdragen de spelbreker’, schrijft Yves Coemans van de Gezinsbond. ‘Het rekenwerk blijkt anno 2016 nog altijd een ingewikkeld proces. In het belang van het kind hebben we dringend nood aan duidelijkere richtlijnen in de wetteksten.

De wet van 19 maart 2010 is een stap in de richting van meer objectieve onderhoudsbijdragen. Toch is het rekenwerk geen exacte wetenschap. Het verwondert ons dan ook niet dat de bedragen vaak verkeerd berekend zijn. Omdat de wettelijke richtlijnen te vaag zijn, blijven in de praktijk rechters, advocaten en bemiddelaars, maar vooral scheidende koppels, aan hun lot overgelaten.

Een standaardmethode om onderhoudsbijdragen te berekenen, bestaat niet. Artikel 203bis van ons Burgerlijk Wetboek is de enige houvast. Dat bepaalt het principe dat “elke ouder in de kosten van zijn kinderen moet bijdragen in verhouding tot zijn respectievelijke aandeel in de samengevoegde middelen”.

Onder middelen verstaat de wet alle inkomsten van beide ouders: beroeps- en vervangingsinkomens. En ook alle voordelen van alle aard zoals een bedrijfswagen, maaltijdcheques, groepsverzekeringen en andere fiscaalvriendelijke vormen van alternatieve verloning. Zelfs huurinkomsten en opbrengsten uit beleggingen tellen mee. Een hele opdracht om al deze ‘middelen’ correct te bepalen. Een correcte analyse van loonbrieven en aanslagbiljetten én kennis van gezinsfiscaliteit en kinderbijslagregeling zijn de voorwaarden. En daar loop het vaak mis. Het ontbreekt zelfs professionelen aan de nodige praktische kennis. Hoe geraakt een ouder er dan nog aan uit?

Inkomsten na de scheiding bepalen de onderhoudsbijdrage

De problemen beginnen al bij de eerste stap: het netto inkomen van elke ouder bepalen. De Gezinsbond benadrukt al jaren dat onderhoudsbijdragen berekenen, moet gebeuren op basis van de inkomenssituatie ná de scheiding. De fiscale regels kunnen het netto inkomen én dus ook de inkomensverdeling wijzigen. Dat is zo voor het fiscaal voordeel voor kinderen ten laste. Meestal zijn de kinderen vóór de scheiding fiscaal ten laste bij de vader en erna bij de moeder.

De ouder die de kinderen fiscaal ten laste heeft, betaalt minder belastingen. Dat voordeel kunnen ze grotendeels verrekenen via een korting op de bedrijfsvoorheffing, die elke maand van hun loon wordt afgehouden als voorschot op de personenbelasting. Als de kinderen na de scheiding fiscaal ten laste zijn bij een andere ouder, verschuift deze gezinskorting op de bedrijfsvoorheffing van de ene naar de andere ouder. De hele inkomenssituatie wijzigt dan, dus ook de draagkracht van beide ouders. We tonen dit aan met een cijfervoorbeeld.

Vóór de scheiding: vader en moeder wonen feitelijk samen en verdienen elk 2.000 euro bruto of 1.738,60 euro belastbaar. De 3 kinderen zijn fiscaal ten laste bij de vader. Daarvoor krijgt hij een maandelijkse gezinskorting: 248 euro voor 3 kinderen én 34 euro als alleenstaande ouder. Netto verdient vader daardoor 1.732,24 euro en moeder 1.450,24 euro. Inkomensverdeling: vader 54,5%; moeder 45,5% . Vader moet dus 20% meer bijdragen in de opvoedingskosten van de kinderen. Het koppel krijgt maandelijks 605,29 euro kinderbijslag.

Na de scheiding: moeder neemt haar 3 kinderen fiscaal ten laste waardoor zij de gezinskorting van 282 euro krijgt. Moeder verdient daardoor netto 1.732,24 euro en vader 1.450,24 euro. De inkomensverdeling wijzigt dan als volgt: vader 45,5%; moeder 54,5%. Vermits de moeder nu alleenstaande ouder is, krijgt ze via de eenoudertoeslag 124 euro meer kinderbijslag. De gewijzigde inkomenssituatie én de hogere kinderbijslag zullen de onderhoudsbijdrage zeker beïnvloeden. Nu zal moeder 20 % meer moeten bijdragen in de opvoedingskosten van de kinderen.

Helaas gaan de meeste berekeningen uit van de loonbrieven, die vaak nog geen rekening houden met de fiscale situatie ná de scheiding en met de eventuele eenoudertoeslag in de kinderbijslag voor moeders met een laag inkomen (minder dan 2.385,18 euro belastbaar per maand). Behalve als het koppel al enige tijd feitelijk gescheiden leeft én als beide ouders aan hun werkgevers gevraagd hebben om de bedrijfsvoorheffing aan te passen.

Ook buitengewone kosten verdeel je volgens inkomen

Een ander pijnpunt zijn de buitengewone kosten, dat zijn de kosten die eerder uitzonderlijk en onvoorzienbaar zijn. Nog te vaak stellen we vast dat ouders die in hun akkoord gelijk verdelen. Nog erger: rechters doen dit ook in hun vonnis. Dat gaat regelrecht in tegen de wet, die bepaalt dat elke ouder zijn bijdrage in de gewone én de buitengewone kosten moet dragen volgens zijn aandeel in de samengevoegde middelen. Als we rechters daar op aanspreken, argumenteren ze dat de ouders zelf een gelijke verdeling vragen. Volgens ons kennen ouders onvoldoende de wettelijke bepalingen en denken ze dat een gelijke verdeling van die buitengewone kosten het meest rechtvaardig is. Een rijopleiding is zo’n buitengewone kost, die kan oplopen tot 1.200 euro. Dan is het toch absurd dat moeder met haar netto inkomen van 1.000 euro per maand de helft moet betalen als vader drie keer meer verdient!

Onderhoudsbijdragen wanneer het kind evenveel bij vader als moeder verblijft

Ook bij een gelijkmatige huisvesting is er een onderhoudsplichtige. Op het eerste zicht is het misschien billijk dat elke ouder evenveel bijdraagt in de opvoedingskost wanneer hun kinderen evenveel bij vader en moeder verblijven, maar die redenering klopt niet. Bij elk relevant inkomensverschil moet er een onderhoudsbijdrage berekend worden.

Een objectieve berekening van onderhoudsbijdragen bepalen bij wet

Gelukkig is ondertussen de langverwachte Commissie Onderhoudsbijdragen actief. Deze commissie moet aanbevelingen formuleren om de kosten van kinderen te begroten én om de bijdrage van elke ouder objectief te bepalen.

Met zijn jarenlange ervaring in het berekenen van kosten van kinderen en onderhoudsbijdragen heeft de Gezinsbond een zetel binnen de Commissie kunnen bemachtigen. Wij zullen aandringen op wetteksten waarin uitdrukkelijk staat dat de gezinsfiscaliteit en de kinderbijslag ná de scheiding moeten verwerkt worden in het rekenwerk en dat ook de buitengewone kosten volgens inkomen moeten verdeeld worden. Bovendien beschikt de Gezinsbond zelf over een instrument dat op een objectieve wijze onderhoudsbijdragen voor kinderen berekent en kan dienen als toonbeeld voor een standaardmethode.

Duidelijke richtlijnen in de wetteksten en een standaardmethode staan garant voor meer rechtszekerheid voor gescheiden ouders, méér objectieve onderhoudsbijdragen voor kinderen en een lager armoederisico bij eenoudergezinnen. Waar wacht Justitie nog op?


 

Eén op vier daders van partnergeweld is vrouw

De Standaard – 17 september 2016

Er wordt zelden over gepraat, maar ook mannen zijn geregeld het slachtoffer van partnergeweld. Vaak gaat het om een interactie binnen het koppel waarbij elk zijn eigen wapens kiest.
Volgens een pas gepubliceerd rapport van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie is in één op de vier aangiftes van partnergeweld de dader een vrouw.

Het onderzoeksrapport baseert zich op aangiftes uit 2010, maar uit de recente criminaliteitsstatistieken blijkt dat het aantal ongeveer hetzelfde blijft. In 2014 registreerde de federale politie 40.150 aangiftes van partnergeweld, in 26 procent van de aangiftes was de pleger een vrouw.

Treiteren, vernederen

Vaak gaat het om wederkerig geweld, waarbij zowel man als vrouw als dader geregistreerd wordt. Volgens het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) wordt bij 38 procent van de vrouwen die beschuldigd worden van partnergeweld, ook hun partner verdacht.

‘Partnergeweld is bijna altijd een interactie tussen twee mensen’, zegt Guy Van Der Vurst, teambegeleider partnergeweld bij het CAW Oost-Vlaanderen. ‘Het is zelden één partner die het geweld incasseert, veel vaker is er een wisselwerking van geweld waarbij elk zijn eigen wapens gebruikt.’

Mannen doen vaker een beroep op fysiek geweld, terwijl vrouwen eerder een psychologische strijd zullen voeren. Typische voorbeelden zijn treiteren, vernederen of het constant uitmaken van hun partner.

Blauwe plekken

Toch gebruiken vrouwen ook fysiek geweld. Volgens het rapport van het NICC gaat 45 procent van de feiten die bij het parket terechtkomen (en die gepleegd zijn door vrouwen), over slagen en verwondingen. Daarbij wordt niet gespecificeerd hoe ernstig de verwondingen zijn.

Hoeveel vrouwen er veroordeeld worden wegens fysiek geweld, is niet bekend. ‘Op zich is het logisch dat de feiten die bij het parket terechtkomen, vooral over fysiek geweld gaan’, zegt Marijke Weewauters. ‘Psychisch geweld is veel moeilijker te bewijzen dan blauwe plekken.’


 

Hoe een kindrekening discussies tussen ouders kan vermijden

Moneytalk – 6 september 2016

Eén van de klassieke twistpunten tussen ouders die uiteengaan betreft de verdeling van de kosten die verband houden met de kinderen. Door te werken met een kindrekening kunnen zo’n discussies soms vermeden worden.

Ouders die niet meer samenleven kunnen werken met een kindrekening om de kosten met betrekking tot de kinderen te betalen. Wat houdt zo’n rekening precies in en hoe kan je daarmee werken?

Wat is het?

Een kindrekening is een rekening die wordt afgesloten bij een bank of financiële instelling. Ze staat op naam van de beide ouders. De gelden die erop staan zijn bestemd om de verblijfoverstijgende kosten van de kinderen te betalen. Denk daarbij bijvoorbeeld maar aan schoolkosten, medische kosten en diens meer. Beide ouders hebben volmacht op de rekening en kunnen er betalingen mee doen. Ze kunnen ook de evolutie van de rekeningstand zien.

Je kan het overeenkomen

Als ouders kan je overeenkomen te werken met zo’n kindrekening. Maak daarbij goede afspraken van welke kosten er juist van kunnen worden betaald. Spreek tevens af hoe er geld op de rekening komt (wie betaalt hoeveel), of de kinderbijslag er al dan niet op wordt gestort enz. Zorg er tevens voor dat er geen cashafhalingen gebeuren.

De rechter kan het opleggen

De rechter kan de ouders verplichten te werken met een kindrekening als één van de ouders dat vraagt. De rechter zal dan onder andere bepalen hoeveel beide ouders moeten bijdragen in de kosten (in welke verhouding zij stortingen moeten doen op de rekening), voor welke kosten de ouders de rekening kunnen raadplegen, hoe het toezicht op de uitgaven moet gebeuren en diens meer.


 

Niet-betaalde alimentatie geen prioriteit voor gerecht

De Standaard – 5 september 2016

Elke dag komen bij de parketten in ons land zeven klachten binnen over ouders die na een scheiding niet of te weinig bijdragen voor de opvoeding van hun kinderen. ‘Dat wijst op een mentaliteit die scheef zit’, vindt N-VA-kamerlid Goedele Uyttersprot.
‘Het is alarmerend dat er zoveel klachten blijven binnenkomen over mensen die hun onderhoudsgeld niet betalen’, stelt Uyttersprot. ‘De overeenkomst over de alimentatie is één van de meest fundamentele afspraken na een echtscheiding waarbij kinderen zijn betrokken, want het gaat net over het belang van het kind. Het zou voor de onderhoudsplichtige net de eerste uitgave moeten zijn. Wanneer iemand de alimentatie niet betaalt, leidt dat snel tot problemen voor de ouder bij wie het kind opgroeit.’

Seponeren of niet doorgaan met klacht

Uit cijfers die Uyttersprot opvroeg bij minister van Justitie Koen Geens (CD&V) blijkt dat over vijf jaar tijd (2010-2014) 11.245 klachten over de niet-betaling van onderhoudsgeld binnenkwamen bij de parketten. Wat gebeurde met die klachten? In meer dan de helft van de gevallen (6.420 keer) leidde het tot een seponering. Vaak gebeurde dat ‘om technische redenen’: het parket vindt onvoldoende bewijzen of is van oordeel dat er geen sprake is van een misdrijf (2.289 keer).

Maar veel vaker beslist het parket om niet door te gaan met de klacht omdat het zelf vindt dat het niet noodzakelijk is: een strafvordering is volgens het parket overdreven in verhouding tot de maatschappelijke impact van het misdrijf, of het openbaar ministerie heeft simpelweg andere prioriteiten.

Mentaliteitswijzing

‘Als de persoon die recht heeft op die centen daarin de steun krijgt van het parket en de politie, zou dat een mentaliteitswijziging met zich mee kunnen brengen. Nu gebeurt dat te weinig. Het aantal dagvaardingen is bijna te verwaarlozen. Dat waren er over vijf jaar 771’, aldus Uyttersprot.

‘Wij pleiten voor meer samenwerking tussen de magistraten van Jeugd en Gezin, de magistraten belast met het strafdossier en een stroomlijning met de burgerlijke procedure’, zegt minister van Justitie Koen Geens.

Ook de bemiddeling tussen de partijen wordt gepromoot.


 

De grijze scheiding: vaak zijn het vrouwen die stap zetten om uit elkaar te gaan

Knack – 3 september 2016

Scheiden doet lijden. En de groeiende groep 55-plussers die uit elkaar gaan, lijdt vaak extra hard. ‘Het vraagt veel flexibiliteit om uit je vertrouwde leven te stappen en helemaal opnieuw te beginnen.’

‘Aan de slag nu. Je mag dan wel grijs zijn – je bent niet dom, en ook nog niet dood.’ Het boek De (betere) grijze scheiding (EPO) windt er geen doekjes om. Scheiden is lastig, maar je neemt maar beter de touwtjes in handen. Ja, ook als je 50, 60, 70 of zelfs 80 bent. De oudste cliënten die Wills Langedijk, advocate en bemiddelaar, ooit over de vloer kreeg, waren een eind voorbij de tachtig. ‘Ze hadden hun zoon meegebracht, en die heeft zeer goed werk geleverd. Hij wilde zeker zijn dat zijn beide ouders goed uit de scheiding zouden komen.’

Langedijk maakte zich steeds meer zorgen over die groeiende groep grijze scheiders. ‘Ik zag veel leed, zowel emotioneel als financieel. Het is een heel specifieke doelgroep, met aparte noden. En toch vind je er geen enkel boek over.’ Dus besloot ze dat zelf te schrijven, samen met financieel expert Rik Smit. Het staat vol getuigenissen en anekdotes. Zoals het verhaal van twee negentigers die eindelijk willen scheiden: ze hebben gewacht tot de kinderen dood waren. Langedijk grinnikt. ‘Die hebben we verzonnen. Maar de realiteit is helaas schrijnend genoeg. Vanmorgen kreeg ik nog een koppel vijftigers over de vloer. De man had een ernstige ziekte en was heel bang om alleen te sterven. Zijn vrouw had het er ook heel moeilijk mee, maar wilde toch voor haar eigen leven kiezen.’


 

Belgische vader vindt ontvoerde zoon na acht jaar terug in Israël

De Standaard – 2 september 2016

Na een zoektocht van acht jaar zal Vincent Georis zijn zoon Solal dit weekend terugzien. De Frans-Israëlische ex-vrouw van Georis had de toen negenjarige jongen acht jaar geleden ontvoerd. Ze hield hem al die tijd verborgen in Israël. Na verschillende juridische procedures en veel diplomatiek werk lijkt de zaak nu opgelost.

Georis had in ons land, in Frankrijk en in Israël procedures aangespannen om zijn zoon terug te krijgen. Hij won rechtszaken, maar zijn ex-vrouw weigerde te zeggen waar de zoon verborgen gehouden werd. Ook de Belgische diplomatie werd ingeschakeld.

Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders kaartte de zaak verschillende keren aan bij zijn Israëlische gesprekspartners. Ook eerste minister Charles Michel heeft het over Solal gehad met de Israëlische president, toen die in ons land op bezoek was.

Het Centre Communautaire Laïc Juif (CCLJ) zegt vrijdag, op basis van de Israëlische pers, dat de zaak opgelost lijkt. Solal Georis zou zich in Jeruzalem bij de politie hebben gemeld met de vraag om in contact te kunnen komen met zijn vader. Die zou zijn zoon dit weekend al zien.


 

Zo verwerk je een gebroken hart na een scheiding

Het Belang van Limburg – 29 augustus 2016

Na vijf jaar huwelijk gingen de Britse Sara Davison en haar man uit elkaar, maar de scheiding verliep allesbehalve vlot. Toch heeft ze een manier gevonden om de zaak heel praktisch aan te pakken en die tips bundelt ze nu in een boek: ‘Uncoupling: How To Survive And Thrive After Break-up And Divorce’.
Toen Sara de lade van haar nachtkastje opende, trof ze een doosje met contactlenzen aan. De vrouw draagt geen lenzen, haar man ook niet. Ze deed de lade weer dicht en hield de informatie een tijd lang voor zich, ook al wist ze op dat moment al dat er iets zou gaan veranderen in haar leven. Zes weken erna confronteerde ze hem met wat ze had gevonden en toen heeft hij haar hart echt gebroken. “Ik dacht even dat mijn leven voorbij was. De breuk was hard, heel complex omdat we samen een zaak runnen en er waren tal van incidenten die me bijna hebben gekraakt. Het was moeilijk om te beseffen dat mijn man plots een vreemde was”, zegt Sara in een interview met The Daily Mail.

Uit haar eigen miserie is ook iets positiefs gekomen: ze is professioneel actief als scheidingscoach en heeft net een boek uit met haar eigen ervaringen in de vorm van tips voor mensen die door hetzelfde moeten.

Laat zijn affaire los

“Of je nu samenblijft of uit elkaar gaat: haat knaagt aan je. Je kan pas opnieuw beginnen – samen of alleen – als je het loslaat. Dat vergt tijd. Beseffen dat je partner niet is wie je dacht, kan je vooruit helpen.”

Ken je vrienden

“Sommige professionelen zullen je leven binnenwandelen, denk aan een advocaat een financieel adviseur en misschien een therapeut. Ook je bestaande vrienden zullen een belangrijke rol krijgen in je leven, maar weet dat sommigen zullen doordrammen over de scheiding. Probeer je te omringen met steunende mensen en vrienden die je helpen om een nieuwe focus te zoeken. Dele geen intieme info met kennissen.”

Zoek een positief kantje

“In het begin is het bijzonder moeilijk om een positieve kant te zien aan je scheiding. Je kan jezelf daarin trainen: denk aan een slechte situatie en doe je uiterste best om het voordeel ervan in te zien. Focus je een halve minuut op dat positieve en schrijf het op een briefje. Kleef dat briefje op een plek waar je dagelijks een paar keer passeert.”

Kick af van je ex

“Maak een lijst op met de zaken die in je huwelijk niet liepen zoals je wou en je ronduit ongelukkig maakten. Schrijf er ook bij welke situaties je nooit meer wil meemaken in een nieuwe relatie. Besef dat de persoon op wie je verliefd werd niet meer bestaat en spreek zijn naam niet meer uit. Tenzij je kinderen hebt, hoef je hem ook nooit meer te zien. Is contact toch onvermijdelijk, benader hem dan via je notaris en laat je vooral niet gaan op sociale media of aan de telefoon.”

Wees vriendelijk zonder meer

“Denk je dat je ex op hetzelfde evenement zal zijn als jij? Bereid je dan alvast in je hoofd voor op de situatie. Maak je mooi en wees vriendelijk. Lach en vraag hoe het met hem of haar gaat, maar voel je niet verplicht om te blijven praten. Dit geldt ook voor als je hem onverwachts tegenkomt. Zo ben je altijd de sterkste partij.”

Maak een break-up bucket list

“Wat wil je doen in je leven, maar kon tot voor kort niet omdat je ex er geen zin of interesse in had? Schrijf het op en werk puntje per puntje af . Misschien wil je al lang een strandvakantie boeken maar kon dat niet omdat hij geen strandtype is.”

Zie een mooie toekomst

“Veel mensen zijn er kapot van als hun ex een relatie begint met iemand anders. Hier is het de kunst om je aandacht niet op hem te vestigen, maar op je eigen toekomst vol mooie kansen. Als je een positief toekomstbeeld voor jezelf kan vormen, dan zal je de ontwikkelingen in zijn nieuwe leven beter kunnen plaatsen.”

Date als therapie

Zelf daten kan moeilijk zijn omdat het de pijnpunten van je vorige relatie misschien blootlegt, maar het is ook een goede manier om jezelf in de goede richting te duwen. Het helpt je om te weten wat je wil en absoluut niet meer wil in een nieuwe relatie. Waag de sprong, maar baken je grenzen af en beloof aan jezelf om geen uitzonderingen te maken. Dan krijg je op een dag een goede match.

Extra tips om opnieuw te beginnen en de geïsoleerde karaktertrekken te tonen:

– Ga via een andere weg naar je werk

– Ga boodschappen doen in een andere supermarkt

– Richt je huis anders in, dan verdwijnt ‘jullie’ interieur

– Ga voor een nieuw kapsel en koop de kleren die je wil, maar die hij niet graag zag


 

Echtscheidingen pieken na zomer- en wintervakantie

Deredactie.be – 24 augustus 2016

Getrouwde koppels die de echtscheiding aanvragen, doen dat opvallend vaker in maart en in augustus dan op andere momenten in het jaar. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek. Vakantieperiodes zouden er voor iets tussen zitten.
Wat zijn de effecten van de economische crisis op de stabiliteit van huwelijken? Met die vraag analyseerden sociologen Julie Brines en Brian Serafini van de universiteit van Washington echtscheidingsaanvragen in de Amerikaanse staat Washington tussen 2001 en 2015.

Uiteindelijk heeft hun onderzoek tot een andere conclusie geleid: getrouwde koppels die de echtscheiding aanvragen, doen dat vooral in maart en augustus. Dat zijn maanden die volgen op vakantieperiodes en dat is volgens de onderzoekers geen toeval.

Verwachtingen versus stress

Tijdens de winter- of zomervakantie zelf de echtscheiding aanvragen, vinden veel koppels taboe. Integendeel: volgens Brines en Serafini kijken veel echtparen uit naar die vakantieperiodes om hun relatie een nieuw elan te geven. “Het zijn periodes vol verwachtingen en kansen voor een nieuw begin”, zegt Brines.

In realiteit zijn vakantieperiodes vaak emotioneel geladen en stresserend en stellen ze breuklijnen binnen huwelijken scherper. Volgens Brines en Serafini is het hierdoor geen toeval dat het aantal echtscheidingsaanvragen nadien piekt.

Tijdsdruk

Wat verklaart dan het verschil tussen de piek in augustus (meteen na de vakantie) en die in maart (enkele maanden na de vakantie)? In augustus is de druk volgens Brines en Serafini groter. Het nieuwe schooljaar staat voor de deur en ouders willen de aanvraag achter de rug hebben nog voor hun kinderen weer naar school gaan, zo menen ze.

Na de wintervakantie speelt die tijdsdruk minder. Koppels nemen dan meer de tijd om hun financiën uit te pluizen, een advocaat te vinden of gewoon om de moed te vergaren om de stap richting een echtscheiding effectief te zetten.

Hoederecht

Bij wijze van bijkomende controle op het verband tussen vakanties en echtscheidingsaanvragen, vroegen Brines en Serafini zich af of ook andere “persoonsgebonden” aanvragen bij de rechtbank dit patroon volgen. Dat blijkt het geval. Zo pieken aanvragen in verband met het hoederecht over de kinderen eveneens in maart en augustus, terwijl aanvragen over materiële zaken zoals de verdeling van bezittingen een ander patroon volgen.

Intussen analyseren Brines en Serafini ook in vier andere Amerikaanse staten de echtscheidingsaanvragen, meer bepaald in Ohio, Minnesota, Florida en Arizona. Hoewel die staten uiteenlopende economische en demografische achtergronden hebben, geven de eerste resultaten aan dat de aanvragen ook daar pieken in maart en augustus.


 

Fiscaal co-ouderschap nu ook voor meerderjarige kinderen

Knack – 20 augustus 2016

Kinderen kunnen fiscaal slechts ten laste zijn van een van beide ouders. Uitzondering hierop is het fiscaal co-ouderschap. Een nieuwe wet verruimt de toepassing ervan vanaf het inkomstenjaar 2016 tot meerderjarige kinderen.

Kinderen ten laste verhogen de belastingvrije som. Dat is een gedeelte van het belastbaar inkomen dat vrijgesteld wordt van belasting. Hoe meer kinderen ten laste, hoe hoger de belastingvrije som is en hoe minder belastingen er moeten worden betaald. Slechts een van beide ouders kan een kind ten laste nemen. Bij een echtscheiding of een feitelijke scheiding is het dan ook niet mogelijk dat beide ouders de kinderen ten laste nemen.

Fiscaal co-ouderschap vormt een uitzondering op die regel. De co-ouders hebben dan de mogelijkheid de belastingvrije som voor kinderen ten laste onder elkaar te verdelen, zodat ze beiden in verhouding minder belastingen betalen.

Voorwaarden

De fiscale co-ouderschapsregeling is van toepassing voor de gemeenschappelijke kinderen wanneer de volgende drie voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:

Ten eerste: de ouders maken geen deel uit van hetzelfde gezin. Zij mogen met andere woorden niet meer samenleven. Voor de inkomsten behaald in 2016 geldt dan de situatie op 1 januari 2017. Bij de beoordeling van de situatie wordt in de eerste plaats rekening gehouden met een wijziging van de inschrijving in het bevolkingsregister. Maar er kunnen ook andere aanwijzingen zijn dat de ouders niet meer samenwonen. Zo kunnen bijvoorbeeld de buren of de wijkagent verklaren dat de ouders niet meer op hetzelfde adres leven. Het heeft geen belang dat ze feitelijk gescheiden zijn, uit de echt gescheiden zijn, of een verklaring van beëindiging van de wettelijke samenwoning hebben ingediend.

Ten tweede: de huisvesting van de gemeenschappelijke kinderen waarover beide ouders gezamenlijk het ouderlijke gezag uitoefenen, is gelijkmatig verdeeld tussen beide ouders op grond van een geregistreerde of een door de rechter gehomologeerde overeenkomst of een rechterlijke beslissing die voldoet aan een aantal voorwaarden. Zo moet de overeenkomst of de rechterlijke beslissing uitdrukkelijk vermelden dat de huisvesting van de kinderen gelijkmatig is verdeeld. De overeenkomst moet ook vermelden dat de ouders bereid zijn om, voor de kinderen voor wie een gelijkmatig verdeelde huisvesting van toepassing is, de verhogingen van de belastingvrije som voor kinderen ten laste, te delen;

Ten derde: geen van de ouders ontvangt voor die kinderen onderhoudsuitkeringen.

Meerderjarigheid of ontvoogding

De fiscale co-ouderschapsregeling was tot begin augustus slechts van toepassing voor zover de ouders gezamenlijk het ouderlijke gezag over hun gemeenschappelijke kinderen uitoefenden. Volgens het burgerlijk recht staat een kind onder het gezag van zijn ouders tot aan zijn meerderjarigheid of zijn ontvoogding. Aangezien voor meerderjarige en ontvoogde kinderen geen ouderlijk gezag meer geldt en de voorwaarde van de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag dan dus niet meer vervuld is, viel de mogelijkheid tot verdeling van de belastingvrije som voor kinderlast tussen beide ex-partners weg.

Die situatie werd als sociaal onrechtvaardig beschouwd. Om daaraan tegemoet te komen, is de voorwaarde van het ouderlijk gezag door een wet van 3 augustus 2016 geschrapt. Daardoor kan het co-ouderschap ook na de ontvoogding of meerderjarigheid op fiscaal gebied voortgezet worden. De verdeling van de vermindering voor kinderlast gebeurt op het ogenblik dat het aanslagbiljet in de personenbelasting wordt ontvangen.


 

1 op de 4 ouders moet bezuinigen om schoolkosten te betalen

Moneytalk – 17 augustus 2016

Uit een studie blijkt dat een schooljaar in het basisonderwijs gemiddeld 1225 euro kost. Voor een kind in het secundair onderwijs is dat 1550 euro. Ook geeft 1 op de 4 ouders aan dat hij of zij moet bezuinigen om de schoolkosten te kunnen betalen.

Hoewel het basisonderwijs grondwettelijk gezien gratis is, kost een schooljaar gemiddeld 1225 euro. Voor een kind in het secundair onderwijs is dat 1550 euro. Dat heeft de Ligue des Familles, de Franstalige evenknie van de Gezinsbond, berekend.

De Ligue ondervroeg 521 gezinnen met in totaal meer dan 1000 kinderen in Wallonië en Brussel over verschillende aspecten van het schoolleven van hun kinderen. Daaruit kwam naar voren dat een jaar in de kleuterschool gemiddeld 280 euro kost en een jaar in de lagere school 1225 euro.

Voor het secundair onderwijs gaat dat omhoog naar 1550 euro. Voor leerlingen in een technische of beroepsrichting kan dat nog stijgen naar 2300 euro omwille van het dure werkmateriaal. ‘De extra kost voor die richtingen is lastig voor families die al financiële lasten te dragen hebben’, aldus de Ligue.

Een ouder op vier geeft in de studie aan dat ze op bepaalde gebieden moeten bezuinigen om de schoolkosten te kunnen betalen. Eén ouder op tien zegt dat ze al financiële steun bij een kennis heeft gezocht om het onderwijs van zijn of haar kinderen te kunnen betalen.


 

Ja, dertigers gaan te snel uit elkaar

De Standaard – 10 augustus 2016

Kleine kinderen of niet, dertigers gaan sneller dan vroeger uit elkaar. Tussen de verbouwingen, de job en de vrienden is er maar weinig tijd voor affectie. Toch betekent snel niet noodzakelijk lichtzinnig. ‘Het stigma is weg, het schuldgevoel blijft.’

Anneke: ‘Vorig jaar zijn mijn man en ik uit elkaar gegaan. We hadden geen grote ruzie, er was geen ander in het spel, we zijn samen de ouders van twee prachtige kinderen. Maar we hadden het gevoel dat we als broer en zus naast elkaar leefden. We waren elkaar verloren.’

Het is de belangrijkste reden voor scheidingen bij dertigers, ver voor ontrouw: ze zijn uit elkaar gegroeid. 31,4 procent van de gescheiden dertigers geeft aan dat dat voor hen de doorslag gaf, blijkt uit onderzoek van professor Dimitri Mortelmans (UAntwerpen). Op de tweede plaats komt ‘we pasten niet bij elkaar’. Dertigers gaan ook vaker uit elkaar dan vroeger; de gemiddelde duur van een huwelijk wordt korter, de gemiddelde leeftijd bij scheiding steeds lager.

Het komt de dertigers van vandaag weleens op kritiek te staan. Want velen hebben net kleine kinderen als ze er de brui aan geven. De oudere generaties kijken het afkeurend aan. Kunnen dertigers niet wat harder proberen, in het belang van de kinderen?

Relatietherapeute Sybille Vanweehaeghe aarzelt even, maar bevestigt dan toch: dertigers gaan te snel uit elkaar. ‘Relaties lijken er zakelijker aan toe te gaan. Alles is afgesproken: het werk, de boodschappen, de kinderen. En de contacten met vrienden moeten even intens blijven als voordien. Affectie krijgt daarin weinig plaats, elk wil zijn ding blijven doen. Oudere generaties staan daar vaak van te kijken: ‘wat doen jullie eigenlijk nog als koppel?’, vragen die zich af. Vaak zie je dat die koppels dan ook op dezelfde zakelijke manier uit elkaar gaan. Terwijl er met meer tijd voor elkaar vaak nog iets te redden valt.’

Ook Miriam Beck en Marie Baerten, scheidingsbemiddelaars bij het Bemiddelingsteam, merken dat dertigers sneller beslissen te scheiden dan oudere generaties. ‘Vraag je een ouder koppel hoelang de relatie al stroef loopt, dan is dat meestal tien tot vijftien jaar’, vertellen ze. ‘Terwijl dertigers zeggen: “Het gaat al een jaar slecht, dit werkt niet meer.’ Ze hopen op goede kansen ergens anders, zoals ze ook in hun carrière het elders gaan zoeken als het misloopt.”’

Geluk primeert

Tim: ‘We hebben het ook zo immens druk, en sociale media maken het makkelijk en verleidelijk om iemand anders te ontmoeten. Sommige relaties zijn niet houdbaar, maar misschien springen we er toch te laks mee om.’

‘Er wordt veel gedaan in de vrije tijd, en ook het werk is moordend voor tweeverdieners’, zegt Vanweehaeghe. ‘Ze moeten al heel matuur zijn om hun relatie daarbij gezond te houden. De druk op dertigers is enorm.’

En dat uit zich bij velen eerst in de slaapkamer, zegt ze. ‘Jonge mensen komen bij mij omdat ze geen seks meer hebben. Als ik ze dan oefeningen meegeef voor thuis, blijkt dat ze zelfs daarvoor, tussen hun job en de verbouwingen door, geen tijd hebben. Daar schrikken ze zelf wel van.’

En dertigers nemen er anders dan vroeger geen genoegen meer mee als het wat minder gaat, zegt Baerten. ‘Vroeger wachtten koppels op scharniermomenten om te scheiden: bij het pensioen, als het laatste kind het huis uit gaat. Dan is de plicht gedaan en kunnen ze gaan genieten. Dat is voor dertigers ondenkbaar.’

‘Bij hen primeert het geluk’, vult Beck aan. ‘Ze verwachten niet dat de grote passie blijft, maar willen wel emotioneel verbonden blijven: boeiende gesprekken voeren, graag samen op vakantie gaan. Als dat niet meer lukt, is dat al snel een breekpunt.’

Ex-partners, co-ouders

Peter: ‘Op voorhand had ik stiekem al van alles opgezocht over hoe ik co-ouderschap kon verkrijgen. Want zelf zag ik als kind mijn vader maar een weekend in de twee weken: dat wilde ik absoluut niet voor mijn dochter.’

Tim: ‘Ik was enorm kwaad dat mijn ex ermee wilde stoppen, want opgroeien in twee huizen was absoluut niet wat ik gewild had voor ons kind. Vandaag is het co-ouderschap nog steeds pijnlijk, maar er zijn voordelen: de ene week moet alles wijken voor Babette, de andere week heb ik tijd om mijn ding te doen.’

Waren kinderen van gescheiden ouders vroeger nog zeldzaam en meelijwekkend, dan zijn de dertigers van vandaag zich veel bewuster van de zorg voor de kinderen bij een scheiding. Zo rustig mogelijk uit elkaar gaan, zoals het conscious uncoupling van Chris Martin en Gwyneth Paltrow, wordt het doel. Iets meer dan de helft van de kinderen onder de twaalf van wie de ouders gescheiden zijn, zit tegenwoordig in co-ouderschap.

‘Het stigma op scheiden is weg, maar het schuldgevoel tegenover de kinderen blijft’, zegt Baerten. ‘Zeker bij dertigers die zelf gescheiden ouders hadden. Co-ouderschap is de norm. Soms zodanig dat we een koppel met een baby van acht maanden moeten uitleggen dat een week-weekregeling voor zo’n kleintje niet ideaal is.’

Beck ziet dertigers meer experimenteren met nieuwe vormen van ouderschap. ‘Birdnesting bijvoorbeeld, waarbij het kind in hetzelfde huis blijft wonen, maar de ouders afwisselen’, zegt ze. ‘We hebben nog geen zicht op het succes op lange termijn, maar het toont dat ze actief zoeken naar manieren om samen ouders te blijven.’

Romantisch ideaal

Peter: ‘Ik heb jaren geprobeerd de relatie te redden. Maar de situatie werd altijd maar erger. Ik had zo veel stress dat ik op mijn werk in gevaarlijke situaties terechtkwam omdat ik me niet meer kon concentreren. Uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt.’

Zomaar uit elkaar gaan doen ook dertigers niet. ‘Het gevoel van mislukking blijft’, zegt Beck. Want de dertigers die vandaag scheiden, waren wel degelijk van plan om altijd samen te blijven.

‘Soms is het choquerend hoe weinig ze bij hun huwelijk op papier hebben gezet rond financiën, rond welke familie wat geschonken heeft’, zegt Baerten. ‘Ze kijken niet vooruit, vanuit dat romantische ideaal dat alles spontaan en harmonieus moet verlopen.’

Op dezelfde manier schatten dertigers de scheiding soms verkeerd in, denkt Beck. ‘Ze zijn er soms erg naïef in. Want wat als je ex-partner een nieuwe relatie krijgt? Dat hun kind door iemand anders opgevoed zal worden, heeft een impact die ze op voorhand al eens onderschatten.’


 

Merel is een co-ouderschap-kind

Mynd.nu – 5 augustus 2016

Twee kamers, twee keer een groot cadeau op haar verjaardag. Het had best wel voordelen voor Merel, opgroeien in twee huizen. Maar het maakte ook dat ze zich ontheemd voelde. Tegen de tijd dat ze gesetteld was, moest ze haar spullen weer pakken.

Op mijn negentiende ging ik uit huis. De eerste periode dat ik op mezelf woonde was het een vreemde gewaarwording. s ‘Ochtends wakker worden en meteen weten in welk bed ik lag. Aan welke kant de wekker stond. Zestien jaar eerder gingen mijn ouders uit elkaar, wat betekende dat ik vanaf dat moment twee huizen had. Twee kamers, twee bedden (en roze stapelbed bij mijn moeder en een gele bij mijn vader), twee stiefouders, op langere termijn twee halfzusjes.

Als er een co-ouderschaplintje zou bestaan, dan mag dat wat mij betreft naar mijn (stief)ouders gaan. Mijn hele jeugd hebben ze heel bewust de omgangsregeling vormgegeven. Ze gingen bij elkaar in de buurt wonen. Hadden telkens als ik van de een naar de ander ging een zorgvuldige ‘overdracht’, zodat iedereen op de hoogte was van de laatste ontwikkelingen. Ze probeerden zoveel mogelijk af te stemmen: hoeveel zakgeld ik kreeg, hoe laat ik naar bed moest, hun vakantiebestemmingen.
Dat bekende niet dat het vanzelf ging. Mijn vader en moeder moesten een nieuwe manier vinden om met elkaar om te gaan. Al snel kwamen er stiefouders, die op hun tenen liepen om de ‘echte’ ouders niet het gevoel te geven dat zij hun ouderrol overnamen. Tegelijkertijd moesten de stiefjes natuurlijk wel laten zien dat ze betrokken waren bij mijn leven en opvoeding.

Ik ben me nooit zo bewust geweest van al deze spanningen. Als kind klaagde ik alleen over de praktische problemen: de spullen die ik bij de ander vergeten was, waar ik Sinterklaas ging vieren. Een groot gedeelte van de worsteling speelde zich af buiten mijn blikveld. Maar onbewust had ik het zeker door en vond het zijn weg naar mijn emoties en gedrag. Dat doet het nog steeds.
Naarmate de jaren verstreken werden de verhoudingen steeds harmonieuzer. Bezoekjes aan ouderavonden vonden in afwisselende formaties plaats. Toen mijn ‘twee vaders’ eens voor mijn biologielerares zaten, keek zij verrast op. Ze wist niet dat Merel twee homovaders had! Zij zeiden niets om haar van dat idee af te helpen, stootten elkaar zelfs even flirterig aan en lachten er later smakelijk om. We aten af en toe met zijn allen en iedereen was aanwezig op elkaars verjaardag.

Harmonieus of niet, feit was dat door de geboorte van mijn twee halfzussen, in beide huizen één, er nieuwe gezinnen gevormd werden, waar ik tussendoor pendelde. Telkens weer moest ik in de routine van een nieuwe gezinssituatie springen. Ieder kind gaat daar anders mee om, voor mij gold dat ik het niet makkelijk vond om zorgeloos mee te bewegen, om ongestoord mezelf te blijven in steeds wisselende situaties.
Een bepaalde flexibiliteit was zeker nodig, want in het ene huis werd toch net iets ander gedrag gepromoot dan in het andere huis. Waren de ene meer doeners, in het andere huis overheerste het denken. Lachten ze in het ene huis moeilijkheden eerder weg, in het andere huis moest overal serieus over gepraat worden. Wat jij zélf goed of belangrijk vindt, raak je met al dat aanpassen op den duur wel een beetje kwijt.

Het klinkt mooi, co-ouderschap. Nu kunnen de vaders eindelijk echt betrokken blijven bij hun kind en komen de moeders ook nog aan werken toe, in plaats van het alleen te moeten rooien met hun kroost. Maar dat betekent niet dat het heiligmakend is. Het is hard werken. Niet ieder kind trekt het. Het kan behoorlijk belastend zijn om ‘s ochtends wakker te worden en niet te weten waar je bent. Je kan als ouders nog zulke goede bedoelingen hebben, maar je moet niet vergeten dat het het kind is dat zich staande moet zien te houden in twee werelden.

Natuurlijk is ieder kind anders. Maar er zijn wel een paar basisvoorwaarden voor co-ouderschap:

Met elkaar door een deur kunnen
Met stip op nummer 1: communicatie. Het allerbelangrijkste is dat goed overleg mogelijk is tussen de ouders. Daarvoor moet je elkaar regelmatig zien en open staan voor de mening en gevoelens van de ander.

Belang van het kind staat voorop
Rondom een scheiding raken ouders wel eens verblind door hun eigen belangen en (on)mogelijkheden. Dat is heel logisch in zo’n emotionele tijd. Maar als je co-ouderschap doet moet je je eigen ego opzij kunnen schuiven, voor je kind. En de ex-partner zien voor wat die nu is: een ouder, niet ‘die @#$% van een ex.’

Houd je kritiek voor je
Uit het vorige punt volgt: laat je niet negatief uit over het andere huis. Ook in zogenaamd onschuldige opmerkingen klinkt je mening door. Geef je kind niet het gevoel dat ze een kant moet kiezen.

Bij elkaar in buurt wonen
Het komt nogal eens voor dat er toch wat onmisbare spullen zijn achtergebleven in het andere huis. Dan is het handig als de ouders dicht bij elkaar in de buurt wonen. De mogelijkheid om even bij de ander langs te gaan moet er zijn. Zorg wel voor goed overleg en duidelijke afspraken.

Twee thuizen
Kijk wat helpt om echt twee thuizen te maken. Laat het kind meehelpen met de inrichting van de nieuwe kamer(s). Neem vertrouwde spullen mee naar het nieuwe huis. Kan er misschien een huisdier mee co-ouderen? Geef het kind de tijd om te wennen.

Kijk en luister goed naar je kind
Het is altijd belangrijk om goed naar je kind te kijken, te weten wat er in haar omgaat. Maar als de helft van haar leven zich buiten je zichtveld afspeelt, dan is dat nog belangrijker. Luister echt naar wat ze zegt.


 

“Wordt het geen tijd voor een basisinkomen voor alleenstaande ouders?”

Knack – 4 juli 2016

‘Alleenstaande ouders zijn één van de nieuwe maatschappelijke paria’s’, schrijft Olivier Pintelon van Poliargus. ‘Vandaar een radicaal voorstel: geef hen allemaal een ‘basisinkomen’. Noorwegen toont aan dat dat kan via een bescheiden hervorming van de kinderbijslag.’

Alleenstaande ouders zijn één van de nieuwe maatschappelijke paria’s. Volgens recente cijfers van het Centrum voor Sociaal Beleid (UA) bevindt – in Vlaanderen – ongeveer 20% onder hen zich onder de officiële armoedegrens. In België loopt dat cijfer zelfs op tot 40%. Zelfs ouders met een doorsnee inkomen kunnen maar moeilijk de eindjes aan elkaar knopen. Dat staat in schril contrast met de beperkte maatschappelijke en politieke aandacht voor die groep. Vandaar een radicaal voorstel: geef alle alleenstaande ouders een ‘basisinkomen’. Noorwegen toont aan dat dat kan via een bescheiden hervorming van de kinderbijslag.

De nieuwe sociale risico’s

De sociale zekerheid is doorheen de decennia gegroeid als systeem om het inkomensverlies door de grillen van het kapitalisme te beperken. In het jargon spreekt men over sociale risico’s en denkt men onder meer aan werkloosheid of ziekte. Sinds de jaren 70 zijn er echter nieuwe vormen van achterstelling ontstaan – de nieuwe sociale risico’s – en die houden vooral verband met de groei van het tweeverdienersmodel.

De afwezigheid van een tweede gezinsinkomen staat sindsdien al te vaak gelijk aan armoede. Voor alleenstaande ouders stelt dat probleem zich heel scherp. De hervorming van de kinderbijslag was een ideale gelegenheid om het inkomen van die alleenstaande ouders te versterken. Dat blijkt echter niet volledig gelukt – alleszins niet voor grote gezinnen.

De Vlaamse regering bereikte uiteindelijk op 28 mei 2016 een akkoord over een nieuw systeem geldig voor kinderen geboren vanaf 1 januari 2019. De kinderbijslagen zien er voortaan toch enigszins anders uit. De voornaamste verandering is eenzelfde basisbedrag van €160 voor alle kinderen. Tot nu toe was dat bedrag afhankelijk van de leeftijd van het kind en hoger voor grote gezinnen. De bestaande toeslagen – voor onder meer werklozen – worden vervangen door een een sociale toeslag die volledig inkomensafhankelijk is. Opmerkelijk evenwel, de hervorming wordt tevens gekoppeld aan een besparing aangezien de bedragen tijdelijk niet worden geïndexeerd.

Alhoewel meer onderzoek noodzakelijk is, wijzen de eerste simulaties op een ‘standstill’ qua kinderarmoede. Het gewicht van de sociale toeslagen neemt dan wel toe, maar het effect wordt teniet gedaan door het verdwijnen van de toeslag voor grote gezinnen. De belangrijkste transfer is zonder twijfel die van grote naar kleine gezinnen door het verdwijnen van de rangtoeslag. Voor alleenstaande ouders met weinig kinderen is het nieuwe systeem een vooruitgang, maar dat is niet noodzakelijk het geval voor die met veel kinderen. Een échte oplossing van hun maatschappelijke achterstelling is de vernieuwde kinderbijslag alvast niet.

160 euro extra voor elke alleenstaande ouder

De gewaagde oplossing die ik naar voor zou willen schuiven is een extra inkomenstoeslag: een ‘basisinkomen’ voor alle alleenstaande ouders. De kinderbijslag is daarvoor het ideale instrument: het is immers universeel én (quasi) onvoorwaardelijk. Qua filosofie staat het dus vrij dicht bij die van het basisinkomen. Aangezien het onafhankelijk zou zijn van het gezinsinkomen, blijven tevens ongewenste gedragreacties uit, zoals de beruchte ‘werkloosheidsval’.

In sommige Europese landen krijgen alleenstaande ouders al een financieel duwtje in de rug. In Noorwegen – bijvoorbeeld – krijgen alleenstaande ouders gezinsbijslag voor één extra kind. Waarom zouden we ons in België niet laten inspireren door het Noorse voorbeeld? Waarom geven we niet elke alleenstaande ouder €160 extra? Een simulatie uit De sociale staat van Vlaanderen (2013) geeft aan dat zo’n toeslag tot veelbelovende resultaten zou kunnen leiden.

Bazooka tegen armoede

Alleenstaande ouders kampen al enkele decennia met torenhoge armoedecijfers en worden steeds meer maatschappelijke paria’s. De hervorming van de kinderbijslag vormt geen échte oplossing voor de armoede in die groep. Een écht ambitieuze hervorming had de kinderbijslagen gebruikt als bazooka tegen armoede bij alleenstaande ouders door hen allemaal een ‘basisinkomen’ te gunnen. Gun jij elke alleenstaande ouders €160 extra? Ik wel.


Miserietaks discrimineert niet

Knack – 30 juni 2016

Feitelijk samenwonenden betalen een verdeelrecht van 2,5 procent als een van hen de gemeenschappelijke woning inkoopt na een scheiding. Gehuwden en wettelijk samenwonenden betalen in dat geval slechts 1 procent. In zijn arrest van 25 mei 2016 zegt het Grondwettelijk Hof dat die zogenoemde miserietaks niet discriminerend is.

Koppels die samenwonen of gehuwd zijn, kopen of bouwen vaak samen een woning. Komt er een scheiding, dan moet die meestal worden verdeeld omdat elke partner voor de helft mede-eigenaar is van de woning.

Wordt een woning verdeeld, dan moet er een verdeelrecht worden betaald door de partner die het deel van de andere partner overkoopt. Een Vlaams decreet maakt daarbij een onderscheid tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden aan de ene kant, en feitelijk samenwonenden aan de andere kant. Gehuwden en wettelijk samenwonenden betalen een verdeelrecht van 1 procent, terwijl feitelijk samenwonenden 2,5 procent betalen. De partners die een einde stellen aan hun relatie, hebben bij de aankoop of de bouw van hun woning al een registratierecht van 10 procent (in Vlaanderen) of 12,5 procent (in Brussel en Wallonië) of btw betaald. Bij de verdeling van de woning na een scheiding komt daar nog eens een belasting bij van 1 of 2,5 procent. Het is dan ook niet vreemd dat dit verdeelrecht een ‘miserietaks’ wordt genoemd.

Grondwettelijk Hof

Aan het Grondwettelijk Hof werd de vraag gesteld of er een discriminatie is tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden enerzijds en feitelijk samenwonenden anderzijds. In zijn arrest van 25 mei 2016 zegt het Hof dat dit niet het geval is, maar stelt het wel dat de Vlaamse regering het decreet mag aanpassen voor feitelijk samenwonenden.

De bal ligt nu in het kamp van minister Bart Tommelein (Open Vld). In het regeerakkoord staat dat het onderscheid weg moet. De vraag is of de minister het decreet zal uitbreiden tot feitelijk samenwonenden, waardoor zij gelijk esteld worden met gehuwden en wettelijk samenwonenden. Dan moet iedereen dezelfde verdeeltaks van 1 procent betalen na een scheiding bij overname van het huis door één der partners.

In Brussel en Wallonië bedraagt de verdeeltaks altijd 1 procent.


 

Moet je nog alimentatie betalen als je je kinderen niet te zien krijgt?

Knack – 20 juni 2016

Je ex-partner leeft de verblijfsregeling die je hebt met je kinderen niet na. Kan je in dat geval weigeren om nog langer de alimentatie voor je kinderen te betalen?

Je krijgt je kinderen, hoewel je daar recht op hebt op basis van een vonnis of overeenkomst, niet meer te zien. Moet jij in dat geval de alimentatie die je normaal moet betalen nog wel storten.

Het ene is het andere niet

De rechters zijn hierover duidelijk. Het is niet omdat je je kinderen niet meer te zien krijgt, dat je je betalingsverplichting kan opschorten. Je moet dus zowel de alimentatie als je bijdrage in de buitengewone kosten blijven betalen. Je kan al evenmin de betaling van de alimentatie die je aan je ex persoonlijk moet betalen inhouden.

Je kan een dwangsom vragen

Toch betekent dit niet dat je niets kan doen. Als je ex de overeengekomen of vastgelegde verblijfsregeling niet naleeft kan je namelijk aan de rechtbank vragen daar een dwangsom aan te koppelen. Per keer dat je ex dan weigert de kinderen mee te geven kan je deze dwangsom opeisen. Vaak is dit voldoende om je ex op betere gedachten te brengen.

Andere maatregelen

Je kan ook een strafklacht neerleggen. Het niet meegeven van een kind in strijd met een vastgelegde verblijfsregeling is nu eenmaal een misdrijf. Doe dan ook telkenmale je de kinderen niet meekrijgt aangifte bij de politie. In extreme gevallen zou je ook aan de rechter kunnen vragen de vastgelegde verblijfsregeling aan te passen en de kinderen meer bij jou te laten zijn.


 

Grootouders moeten meer rechten krijgen bij scheiding

De Standaard – 6 juni 2016

Conflicten tussen ouders en grootouders door echtscheidingen of overlijdens kan een abrupt einde van de relatie tussen grootouder en kleinkind betekenen. Een nieuw wetsvoorstel moet die relatie verzekeren.

Grootouders die elke woensdagmiddag eten maken voor hun kleinkinderen en in het weekend de kleine rakkers meer dan eens opvangen. Ze zijn met duizenden in België. Toch kan dat door conflicten met de eigen kinderen ineens stoppen. Uit statistieken blijkt dat jaarlijks meer dan 600 grootouders een rechtszaak aanspannen om omgangsrecht met hun kleinkind te verzekeren.

‘Bemiddeling zou altijd de eerste stap moeten zijn in conflicten tussen ouders en grootouders, alvorens iemand naar de rechtbank stapt’, zegt kamerlid Goedele Uyttersprot (N-VA). ‘Daarnaast blijken de verschillende gerechtelijke arrondissementen een eigen rechtspraak te hanteren. Dat is normaal, maar gezien de gevoelige materie leidt dat meestal tot een onrechtvaardigheidsgevoel.’ Daarom diende zij een wetsvoorstel in om bemiddeling te verplichten voor een rechtszaak wordt gestart.

Uyttersprot hoopt dat bemiddeling gespannen situaties tussen ouders en grootouders kan ontmijnen. ‘Uiteraard in het belang van het kind, want alle partijen zullen nog met elkaar te maken krijgen. Procederen is een lange lijdensweg voor iedereen.’

Volgens Uyttersprot kan de bemiddeling via doorverwijzing naar een bevoegde instantie of door een externe bemiddelaar.

Bewustmaking

Bemiddeling bestaat echter al een paar jaar. Is het dan noodzakelijk om dat in de wetgeving te verankeren? ‘Door bemiddeling in de wet op te nemen, willen we ouders en grootouders bewuster maken. Een rechter legt zoiets nu niet automatisch op en partijen gaan er zelden uit eigen initiatief naartoe. Op deze manier zullen conflicten minder escaleren.’

‘Het is ook niet de bedoeling dat iedereen zomaar bemiddeling kan opstarten. Grootouders moeten wel degelijk aantonen dat zij al een affectieve relatie met het kind hadden. Dat kan bijvoorbeeld door te bewijzen dat zij de kinderen van school ophaalden of iedere woensdagmiddag kookten.’


 

Onderhoudsplicht niet nakomen? Minder dan 1 kans op 10 op veroordeling

Het Laatste Nieuws – 3 juni 2016

In de periode 2010-2014 liepen er op de correctionele parketten in ons land 11.245 zaken binnen omwille van het niet nakomen van de onderhoudsplicht. In dezelfde periode spraken de correctionele rechtbanken in dergelijke zaken 1.421 vonnissen uit, waarbij de gedagvaarde in 1.088 gevallen (76,5 procent) veroordeeld werd. Dat blijkt uit het antwoord van Justitieminister Koen Geens op een schriftelijke vraag van Kristien Van Vaerenbergh (N-VA).
Het aantal zaken dat op de correctionele parketten binnenstroomde, daalde in de periode 2010-2013 van 2.577 tot 2.033 per jaar om in 2014 weer licht te stijgen tot 2.225. Van de 11.245 rechtszaken in deze periode 2010-2014 waren er op 10 mei 2015 6.420 (57 procent) geseponeerd, 1.512 (13,45 procent) gedagvaard en 722 (6,42 procent) nog in vooronderzoek. De seponering was in 35,6 procent van technische aard (geen misdrijf, verjaring…). In de overige gevallen werd om opportunistische reden geseponeerd (toestand geregulariseerd, andere prioriteiten, beleid…).

Van de 1.421 gevallen waarin een correctionele rechtbank een vonnis uitsprak werd de betrokkene in 1.088 gevallen (76,5 procent) veroordeeld en in 89 gevallen (6,26 procent) vrijgesproken. 191 keer (13,44 procent) werd opschorting van straf verleend. Wat de veroordelingen betreft werd in 740 gevallen een straf opgelegd (52,08 procent). 322 keer (22,66 procent) werd een veroordeling met uitstel uitgesproken en 26 keer (1,83 procent) een veroordeling met probatieuitstel.

In een reactie noemt Kristien Van Vaerenbergh het vooreerst belangrijk dat de parketten dergeljke inbreuken als een prioriteit blijven beschouwen: “De gerechtelijke weg dient altijd als stok achter gehouden te worden bij hardnekkige weigering tot betaling”. Het Kamerlid pleit daarnaast echter ook om meer in te zetten op bemiddeling zodat het niet tot een gerechtelijke veroordeling hoeft te komen. “Veroordelingen leiden immers vaak tot nieuwe conflicten in een al gespannen familiale context”, aldus Van Vaerenbergh die Justitieminister Geens verder zal ondervragen met het oog op een goede analyse van de cijfers.


 

Ook oom of buurvrouw kan kinderen door echtscheiding helpen

De Standaard – 25 mei 2016

Wanneer twee ouders scheiden, valt de wereld van hun kinderen vaak in twee helften uiteen. Netwerken scheiden mee. Toch is het fijner voor de kinderen als grootouders, ooms, tantes en vrienden erkenning blijven geven aan het leven ‘aan de andere kant’. De vzw Alianza breekt hiervoor een lans.
‘Mijn ouders zijn na al die jaren nog altijd in een vechtscheiding verwikkeld. Over elke nieuwe situatie trekken ze naar de rechtbank. Dan hoor je de ene kwaad spreken over de andere, en omgekeerd. Ik begrijp wel dat ze hun frustraties eens kwijt moeten, maar ik heb toch liever dat ze zoiets niet in mijn bijzijn doen’, zegt Ben (17). ‘Want mijn moeder blijft altijd mijn moeder, en ik ga nu wel niet meer bij mijn vader, maar hij blijft toch ook mijn vader.’

‘Daarom is het zo tof dat mijn peter geregeld vraagt hoe het met mij gaat, en of alles in orde is. Hij vraagt ook of ik nog iets van papa heb gehoord en hoe het bij mama is. Dat doet me veel plezier.’

Na een scheiding, is de wereld van de kinderen vaak in tweeën gespleten. ‘Ouders hebben het op dat moment vaak zelf lastig en hebben daardoor minder tijd en/of aandacht voor de noden van hun kinderen. Familieleden en vrienden kunnen dan in de bres springen’, zegt Vanessa Maes. Zij is psychotherapeute bij de vzw Alianza, die al tien jaar begeleiding geeft aan gezinnen in hoogconflictueuze scheidingen en hun kinderen.

Voetbaltrainer

‘We organiseren al langer info-avonden voor grootouders’, zegt Maes. ‘We merkten dat daar geregeld ook ooms en tantes mee naartoe kwamen. Nu richten we ons tot het bredere netwerk: al wie in zijn omgeving gezinnen kent die scheiden. Iedereen kan steun bieden aan deze gezinnen én hun kinderen.’

Kinderen in therapie hebben het daar vaak over, zegt Maes: ‘Over de grootouders bij wie ze na de scheiding nog elke woensdagnamiddag welkom zijn, ongeacht bij welke ouder ze verblijven. Of ook over de voetbaltrainer die op de hoogte is van de scheiding, maar toch geen enkele keer aan de jongere vraagt hoe het gaat. Er zijn families waar alleen slecht wordt gesproken over de ex. En andere, waar de ex wordt doodgezwegen. Ook leerkrachten of leiders in de jeugdbeweging kunnen een steun óf een last zijn voor kinderen na een scheiding.’

Maes heeft concrete tips voor al wie kinderen ‘door de scheidingsstorm’ wil helpen: ‘Toon belangstelling, door eens te vragen hoe het gaat, zowel bij mama als bij papa. Dwing kinderen niet om te praten en ga ook niet alles doorvertellen aan de ouders.’

Twee: ‘Probeer neutraal te blijven. Het is een groot cadeau voor de kinderen als bijvoorbeeld grootouders kunnen erkennen dat de volwassene op wie ze misschien boos zijn, toch een goede ouder is en dat de kinderen er in je bijzijn over mogen vertellen. Het komt er niet op aan bevriend te blijven met allebei de ouders. Dat is in de praktijk vaak niet houdbaar. Wel geef je bestaansrecht aan zowel vader als moeder.’

Stoom aflaten

Familie en vrienden zitten in hetzelfde schuitje als de kinderen, zegt Maes: ‘Zij hebben niet voor de scheiding gekozen. Ze worden er evengoed emotioneel door geraakt en moeten er mee de gevolgen van dragen. In dat gemeenschappelijke veld kunnen ze elkaar, als ze willen, heel mooi tegemoetkomen. Omgekeerd zullen kinderen die voelen dat ze niet op neutraal terrein zijn, op langere termijn wegblijven.’

Tot slot: ouders hebben tijdens de scheidingsstorm natuurlijk ook steun nodig van familie en vrienden, zegt Maes. ‘Zij moeten eens stoom kunnen aflaten, hebben ook een luisterend oor nodig. Dat houdt in dat je op het ene moment als zus met je zus praat, over hoe zij zich voelt. Je erkent haar pijn, maar houdt die niet mee in stand. En op het andere moment praat je met haar als tante, omdat je je zorgen maakt over de kinderen. Beide moeten kunnen.’


 

Een betrokken vader maakt kinderen gelukkig

De Standaard – 3 mei 2016

‘Kinderen met betrokken vaders zijn gelukkiger en doen het beter op school’, dat is de conclusie die Renske Keizer kon trekken uit haar onderzoek naar de impact van vaderschap op kinderen.
Hoogleraar Vaderschap aan de Universiteit van Amsterdam, Renske Keizer, benadrukt in haar onderzoek de rol van de vader bij de ontwikkeling van het kind.

Positieve invloed

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen met betrokken vaders een gelukkiger leven leiden. Ze doen het beter op school en zijn ook minder vaak betrokken bij criminele activiteiten. Jongens met een betrokken vader denken op latere leeftijd meer gelijkwaardig over mannen en vrouwen. Ook bij de rolverdeling thuis gaan mannen een groter aandeel in de zorgtaken krijgen.

Dochters van betrokken vaders gaan later meer participeren op de arbeidsmarkt.

Twee tendensen

Volgens Keizer zijn er twee tendensen die gezorgd hebben voor een groeiend belang van de rol van de vader en de ontwikkeling van het kind. Een eerste bestaat uit de stijging van het echtscheidingspercentage in de jaren zestig en zeventig. Daar zagen onderzoekers al dat het met kinderen die zonder vader opgroeiden minder goed ging. Een tweede tendens bestond uit het feit dat meer vrouwen na bevalling bleven participeren op de arbeidsmarkt. Er kwam zo meer plaats voor de man om de rol als dominante ouder op zich te nemen.

Bevindingen

Je hebt twee soorten vaders, zegt Keizer. Enerzijds de meer betrokken vaders van intacte gezinnen. Die hebben vaak een hoge opleiding genoten, hebben een betere relatie met de moeder, een stabiele carrière en beschikken over sociale en financiële hulpbronnen. Ze kunnen met gemak bijdragen aan de ontwikkeling van hun kind.

Anderzijds zijn er de minder betrokken vaders. Die zijn vaak laagopgeleid, en hebben een slechte relatie met de moeder, waardoor ze ook minder contact hebben met het kind. Uit het onderzoek blijkt dat afwezige vaders een negatieve impact hebben op de ontwikkeling van het kind. Maar de hoogleraar benadrukt de bredere analyse dan enkel die van de vader-kinderband.

‘Het effect van de vader op de ontwikkeling van het kind kan ook afhangen van wat een moeder doet, een stiefvader doet of de grootouders doen. In een studie waar ik nu mee bezig ben, heb ik bijvoorbeeld gevonden dat als de kwaliteit van de relatie tussen ouders slecht is, de positieve invloed van de vader op het kind sterker is. Blijkbaar vervullen vaders dan een bufferfunctie’, aldus Keizer.

Uniek aan vaders

‘Waar de moeder de veilige haven is, is de vader het bootje dat uitvaart,’ stelt Keizer. Vaders verleggen grenzen om het kind voor te bereiden op de buitenwereld, en moeders beschermen het kind (door oa. het gebruiken van verkleinwoordjes, een hogere stem, simpele woorden).


 

Naar fiscaal co-ouderschap voor meerderjarige studenten

De Tijd – 25 april 2016

Gescheiden ouders kunnen het fiscale voordeel voor de kinderen ten laste verdelen. Dat kan echter niet meer als het kind meerderjarig wordt, ook al blijven de ouders de kosten van hun student delen. In de Kamer wordt een oplossing gezocht.

Naar fiscaal co-ouderschap voor meerderjarige studenten?

Het kan plots een streep door de rekening zijn voor ouders die hun kinderen in co-ouderschap opvoeden: zodra een kind 18 wordt, verliest één van de ouders het fiscale voordeel dat de kosten voor de opvoeding wat compenseert.
Dit is een gevolg van de regelgeving rond fiscaal co-ouderschap. Gescheiden ouders die de zorg en de huisvesting van de kinderen gelijk verdelen, kunnen afspreken het fiscale voordeel voor kinderen ten laste eveneens gelijk te verdelen.

Per kind ten laste heeft een belastingplichtige recht op een verhoging van de belastingvrije som (zie tabel). In principe gaat die toeslag naar de ouder die het kind fiscaal ten laste neemt. Bij ouders die gehuwd zijn of wettelijk samenwonen, is dat degene met het hoogste inkomen, maar komt langs die weg het voordeel het gezin toe.
Na een scheiding kan een kind echter nog steeds maar bij één van de ouders fiscaal ten laste zijn. Wordt er geen akkoord bereikt over fiscaal co-ouderschap, dan ontvangt deze ouder de volledige toeslag op de belastingvrije som, en de andere ouder niets. Is er wel fiscaal co-ouderschap, dan wordt de toeslag fifty-fifty verdeeld.
In de praktijk echter leidt de toepassing van fiscaal co-ouderschap hier en daar tot scheeftrekkingen, signaleerde eerder deze week nog de Federale Ombudsman in zijn jaarverslag.
Een van de gevolgen van de wetgeving die de Ombudsman – en velen met hem – niet logisch vindt, is dat het verdelen van de toeslag niet meer kan zodra het betrokken kind meerderjarig is (18 jaar op 1 januari van het aanslagjaar). Wettelijk is immers voor fiscaal co-ouderschap de gezamenlijke uitvoering van het ouderlijk gezag vereist. Meerderjarige kinderen vallen niet meer onder het ouderlijk gezag (voor de volledigheid: dit geldt ook voor ontvoogde kinderen). Het gevolg is dat enkel de ouder bij wie het kind zijn fiscale woonplaats heeft, nog in aanmerking komt voor de volledige toeslag op de belastingvrije som. De andere ouder verliest het recht op de helft ervan.

Bovendien gebeurt deze aanpassing niet automatisch: de ouder die recht heeft op de volledige toeslag moet daar uitdrukkelijk om vragen. Het gebeurt zo dat de ene ouder de helft van het voordeel verliest, zonder dat de andere het totaal krijgt omdat hij of zij de belastingaangifte niet in die zin aanpast.
Dit is een al langer bekend probleem. De Open VLD-kamerleden Carina Van Cauter en Luk Van Biesen dienden vorig jaar een wetsvoorstel in om dit te verhelpen. Hun partij schuift het nu als prioritair naar voren in de kamercommissie Financiën. Dat zou inhouden dat het ‘in de komende weken’ behandeld wordt.
‘Het is niet logisch dat het fiscaal voordeel voor een van de ouders wegvalt, net in de jaren dat de kosten voor een kind dat doorstudeert hoger oplopen’, zegt Van Cauter. ‘De regelgeving creëert hier een discriminatie. En het gaat over behoorlijk veel geld.’
Dat een meerderjarige niet gehouden is aan een verblijfsregeling die de ouders kiezen maar zelf kiest bij wie hij of zij (voornamelijk) woont, dat kan niet gewijzigd worden. Van Cauter en Van Biesen willen dit oplossen door het criterium van ouderlijk gezag te vervangen door dat van gezamenlijk onderhoud. ‘De kostenregeling die men door de rechter laat bekrachtigen of die een rechter oplegt, loopt volgens de wet door tot de opleiding is voltooid. Wanneer het kind daarna niet meteen werk vindt, loopt ze de facto nog tijdens de wachttijd door, tot het kind uitkeringsgerechtigd wordt.’
Herziene kostenregeling

En wat als een ouder die het meerderjarige kind nauwelijks nog ziet, niet langer de helft van de kosten wil dragen? ‘Fiscaal co-ouderschap doortrekken voor meerderjarige kinderen biedt een oplossing in gezinnen waar de kostenregeling doorloopt. Je kan die echter ook steeds herzien, en dan kan de mogelijkheid vervallen om ook de toeslag op de belastingvrije som te herzien.’
De federale coalitiepartner CD&V laat bij navraag weten het wetsvoorstel te steunen. Ook de NV-A is het eens met de logica. Kamerlid Veerle Wouters: ‘Het is zeker bespreekbaar om er een mouw aan te passen, al hebben wij nog bedenkingen bij de manier waarop het wetsvoorstel is geformuleerd, met verwijzingen naar de gelijkmatig verdeelde huisvesting. Dat kan je aan een meerderjarige niet opleggen. Ook zien we dit liever ingepast in een ruimer debat. Er zijn nog meer knelpunten in de regeling, en samenhangend zou ook de aftrekbaarheid van onderhoudsgeld besproken moeten worden. Ook mogen we zeker niet de indruk wekken dat fiscaal co-ouderschap voor iedereen de gunstigste oplossing is, want voor veel gezinnen is het fiscaal voordeliger onderhoudsgeld te betalen en in te brengen.’

‘Ik ben me ervan bewust dat er meer problemen zijn. Wat mij betreft herbekijken we het hele systeem, in samenhang met het onderhoudsgeld en ook de kinderbijslag’, repliceert Van Cauter. ‘Intussen kan je wel stap voor stap de problemen proberen op te vangen.’ Tot slot wijst ze op een neveneffect van het doortrekken van fiscaal co-ouderschap: zo lang dat loopt, hebben beide ouders recht op de extra toeslag als ze alleenstaand blijven.


 

Vergeet de romantiek!

De Standaard – 19 april 2016

Plots hoor je de man of vrouw van je leven keihard smakken aan de ontbijttafel. Of je maakt ruzie over wie de strijk doet. Niet echt romantisch allemaal. Neen, stelt Alain de Botton in zijn jongste boek, we moeten die romantische waanbeelden vergeten.‘Een huwelijk kan alleen maar “goed genoeg” zijn.’

‘En ze leefden nog lang en gelukkig.’ Met die sprookjes moeten ze bij Alain de Botton niet meer aankomen. Dat is de teneur die zijn blitzbezoek aan Antwerpen kleurt. Onbekende vrouwen (vooral) en mannen vertrouwen hem hun liefdesverhalen en vraagstukken toe. Hij zuigt ze op, als materiaal voor zijn studie van datgene wat ons allemaal beroert: liefde en relaties.

Twintig jaar na zijn Proeven van liefde heeft De Botton een soort van vervolg geschreven. In Weg van liefde volgt hij het liefdes­leven van Rabih en Kirsten. Als een koele wetenschapper fileert en becommentarieert hij wat ze voelen, denken en doen. Hij inspireerde zich op zijn eigen huwelijk – daarover wil hij nu niets kwijt, orders van de persverantwoordelijke –, op ervaringen van anderen en op de filosofische en psychoanalytische inhoud van zijn boekenkast. Het lijkt een missie: de mensheid ervan overtuigen dat er niet zoiets bestaat als romantiek.

Wat heeft u tegen romantiek?

‘Het is een illusie die onze verwachtingen over relaties besmet. Als je gewoon je gevoel en instinct volgt, zo denken we, beland je bij de juiste persoon, leef je nog lang en gelukkig en zal je nooit meer eenzaam zijn. Dat is zo’n fout idee. We leven in een maatschappij die heel technisch denkt, waarin je kan leren hoe je een vliegtuig in de lucht moet houden, maar waarin we denken dat we niets te leren hebben over de liefde. Omdat het volgens ons toch allemaal spontaan komt.’

Wat moeten we volgens u dan leren?

‘Zelfinzicht vooral. Dus therapie kan al helpen. Een deel van het probleem is dat we onszelf gewoon niet goed genoeg begrijpen. We beseffen bijvoorbeeld niet dat de relaties die we kiezen en hoe we ons daarin gedragen, dingen zijn die mee bepaald worden door de relaties in onze kinderjaren. Iemand die opgegroeid is met een depressieve moeder, of in een gespannen gezinssituatie, draagt dat in zijn partnerkeuze en relatie­gedrag mee. En als we dat soort dingen van onszelf al niet begrijpen, hoe zouden we het dan van onze partner kunnen? Dus wat krijg je dan? Twee blinde mensen die met elkaar trouwen.’

Kunst is het probleem, niet het leven, schrijft u ook.

‘Ja. We zien niet meer dat onze verwachtingen gebaseerd zijn op een illusie, en film en literatuur spelen daar een cruciale rol in. Stel dat een marsmannetje hier op aarde landt en zich een idee wil vormen over hoe die mensensoort in mekaar zit op basis van de films die we produceren. Het zou zeggen: “Tiens, die mensen, die kussen elkaar één keer en zijn voor de rest van hun leven verliefd en ­gelukkig.” Dat is niet echt hoe het leven is.’

We zijn toch slim genoeg om te weten dat film niet echt is?

‘Als je naar een film kijkt over een robot die in een auto verandert of een gewone man die president wordt, weet je dat het een zot verhaal is dat niet echt kan zijn. Maar bij romantische komedies merk je de eigenaardigheid niet op van wat er verkocht wordt, terwijl ze op hun eigen manier even overdreven en van de pot gerukt zijn als zo’n robotfilm.’

Wat vindt u van een programma als ‘Blind getrouwd’, waarbij twee onbekenden met elkaar trouwen. Kan zoiets werken?

‘Even goed of even slecht als ons romantische idee. Liefhebben is een vaardigheid die je kan leren. De dingen die relaties doen werken – empathie, begrip, communicatie –, kan je toepassen bij een hele waaier van mensen. Niet op zomaar iedereen, oké. Maar onze maatschappij is heel erg gefixeerd op die “Ene” die we moeten vinden. De technologie van vandaag werkt dat nog in de hand, want door allerlei apps en algoritmes kunnen we nog beter zoeken, denken we, en zullen we die ultieme ­andere wel vinden. En dat maakt ons heel ongeduldig in relaties, omdat we altijd denken dat achter die ene hoek misschien wel de ­perfectie wacht. Maar de perfecte partner bestaat niet.’

Want de perfecte partner smakt niet aan tafel?

‘Shit, denken we dan, ik dacht dat ik met een engel getrouwd was, en nu zit die hier zo boertig te eten. Maar dat is gewoon de realiteit. Net zoals discussies over wie de was doet of ruzies over het slaapkamerraam dat al dan niet open moet. We hebben dat romantische idee dat er geen plaats is voor ­discussies over dat soort dingen in het echte, serieuze leven. We ­moeten die realiteit binnenlaten in onze relaties, de echtheid van het leven koesteren, in plaats van de waan van de fictie.’

‘Met iemand trouwen is het beste medicijn tegen de liefde’, schrijft u. Moeten we dat echt geloven?

(lacht) ‘Ik stel de dingen graag nogal dramatisch voor. Maar toch. In onze romantische cultuur denk je meteen: als je van iemand houdt, trouw je ermee. Je gaat ervan uit dat dat het grootste cadeau is, terwijl je weet dat je die persoon met problemen gaat opzadelen. Want hoe goed een huwelijk ook is, het zit altijd vol teleurstellingen en heel veel gedoe. Over kinderen, verantwoordelijkheden, geld, schoonouders,… (lacht) Het grootste cadeau voor die geliefde zou zijn: gewoon maken dat je wegkomt, om de liefde te vrijwaren van teleurstellingen. Waarom zie je in veel romantische verhalen dat de personages vaak sterven voor de relatie echt begint? Om te vermijden dat er teleurstelling in het verhaal sluipt. Of je krijgt verhalen van geliefden die om een of andere reden niet bij elkaar kunnen zijn. Hun liefde blijft puur, want ze moet nooit vervallen in de dagelijkse banale sleur van strijken, winkelen of klussen.’

Als je dat in het echte leven doet, ben je toch een toonbeeld van bindingsangst? Zoiets hebben we toch al door?

‘Ja. Daarom is het op een bepaald moment wel een goed idee om toch met iemand de illusie te doorbreken en ervoor te gaan. Maar dan wel met het volle besef dat je gevoelens voor die persoon doorheen de jaren gaan veranderen. Zie het als een offer. Je offert je heftige gevoelens op en krijgt er iets voor terug: langetermijnliefde, gevoelens van loyaliteit. Ik heb het daarom liever over verlicht ­romantisch pessimisme: een huwelijk kan alleen maar “goed genoeg” zijn.’

Is dat geen hopeloze gedachte?

‘Neen, absoluut niet hopeloos, het is alleen niet erg romantisch.’

Erg hoopvol klinkt het nochtans niet wat u schrijft: ‘Als wezens die gedreven worden door twee fundamentele, maar volkomen aan elkaar tegengestelde verlangens, zijn we veroordeeld tot een treurig en ontoereikend liefdesleven’.

‘We worstelen met een tweespalt en dat moeten we onder ogen zien. We willen geborgenheid, maar we willen ook avontuur en adrenaline. En ik ben ervan overtuigd dat je die twee niet kan ­verenigen. Het is altijd een keuze die je moet maken. En welke keuze je ook maakt, je betaalt er altijd voor met de andere. De kost van trouw is verveling en verstikking; de kost van ontrouw is chaos en eenzaamheid. En de prijs die je betaalt voor een stabiel familie­leven, is het verlies van seksuele opwinding. Je moet écht weten voor welke kost en voor welk lijden je kiest.’

Het lijkt bijna een dilemma uit een Griekse mythe.

‘Ja, het is een verschrikkelijke keuze. We zouden het jonge mensen moeten vertellen, maar dat doen we niet.’

Een mens leert zoveel. Waarom blijven we dan generatie na generatie geloven in datzelfde romantische fabeltje?

‘Dat weet ik niet, ik denk dat we als mensen de neiging hebben om de schuld bij onszelf of onze partner te leggen als er iets fout gaat in onze relaties. We gaan onze kinderen niet vertellen dat we verkeerd dachten over de liefde. We willen onze kinderen ook niet ­teleurstellen. Vergelijk het met onze verwachtingen over carrière. Waarom zeggen leerkrachten op school niet dat de meesten erg middelmatige jobs zullen hebben? Want zo is het. Het klinkt zo wreed, dat doe je niet. Het is dus wellicht beter om te liegen, denken we.’

‘Schopenhauer, mijn favoriete filosoof, zei dat jongeren systematisch teleurgesteld zouden moeten worden, dat er klassen zouden moeten zijn die jongeren teleurstellen in werk en liefde. De wereld zou gelukkiger zijn.’


 

‘Ouderverstoting is ook een vorm van partnergeweld’

Knack – 7 april 2016

‘In België zijn er naar schatting 3.250 moeders en vaders van wie de kinderen worden gemanipuleerd door de ex-partner’, schrijft Goedele Uyttersprot (N-VA). Behalve sanctionering moet er volgens haar ook worden ingezet op preventie.

Kinderen hebben van nature een loyaliteitsband met hun ouders. Maar na een echtscheiding gebeurt het soms dat een kind z’n vader of moeder niet meer wil zien, zonder dat er een gegronde reden is.Het kind verstoot de andere ouder en kan een gespleten loyaliteit ontwikkelen: Parental Alienation Syndrome (PAS) of ouderverstoting.

Bij ouderverstoting worden kinderen – buiten hun wil om en dikwijls onbewust – door de ene ouder gemanipuleerd. Dit doet zich bijna uitsluitend voor bij conflicten rond ouderlijk gezag. De ene ouder kan het kind in deze situatie gemakkelijk manipuleren. Hierdoor wordt de afstand tegenover de andere ouder steeds groter. Uiteindelijk wil het kind de andere ouder niet meer zien.

In België zijn er naar schatting 3.250 moeders en vaders van wie de kinderen worden gemanipuleerd door de ex-partner. Ouders die sinds hun scheiding de kinderen niet meer te zien krijgen, ondanks het feit dat de rechter hen het omgangsrecht heeft toegekend.

Omgangsrecht

Wie het omgangsrecht niet naleeft, kan door de rechtbank vervolgd en veroordeeld worden, zowel op strafrechtelijk als op burgerlijk vlak. Dat is zo op papier. In de praktijk wordt zo’n vonnis te vaak niet uitgevoerd. De ene ouder staat dan met de uitspraak van de rechter in zijn handen aan de deur, maar krijgt de kinderen niet mee of zelfs niet te zien.

De wetgever heeft dus wel diverse strafmogelijkheden voorzien, maar deze bieden niet altijd soelaas voor de problemen die zich op dit vlak voordoen. Er wordt amper vervolging ingesteld bij niet-afgifte van een kind.

Beter voorkomen dan genezen

Er bestaat een grote lacune op het vlak van onderzoek, de opleiding van magistraten en psychologische hulpverlening. Zowel maatschappelijk als wetenschappelijk is hier zeer weinig over terug te vinden, ondanks het feit dat steeds meer gescheiden ouders (en grootouders) hiermee te maken krijgen.

Onze alarmkreet werd door de minister aanhoord. Ouderverstoting wordt nu eenduidig in alle rechtbanken als partnergeweld gecatalogeerd en vervolgd. Dat is alvast een eerste stap in de goede richting, maar sanctioneren mag niet het eindstation zijn. Op dat moment is het kwaad immers al geschied.

Preventie en herstelgerichte contacten via hulpverleningstrajecten zijn noodzakelijk. Alleen zo krijgt de verstoten ouder een kans om opnieuw in contact te komen met het kind. Alleen zo kan de verstoten ouder de band met het kind proberen te herstellen.

Ouderverstoting voorkomen kan enkel resultaat hebben door dit enerzijds vroegtijdig vast te stellen en anderzijds door een samenwerking tussen de psychiatrie en justitie.

Om het lijden van ouders én kinderen zoveel mogelijk te beperken, moet ook hier dringend werk van gemaakt worden.


 

Beheer nalatenschap baart gescheiden ouders met minderjarige kinderen kopzorgen

De Tijd – 7 april 2016

Mijn ex die in mijn huis komt wonen en de inkomsten van mijn beleggingsportefeuille opstrijkt na mijn overlijden? Het is een doemscenario voor veel gescheiden ouders met minderjarige kinderen. Helaas biedt het Belgische erfrecht hun geen sluitende oplossing om dat te vermijden.

Zelfs als de verstandhouding tussen de ex-partners na de scheiding goed gebleven is, is het meestal niet gewenst dat de ex na het overlijden van de eerst stervende ouder de vruchten opstrijkt van het vermogen dat die laatste nalaat aan hun kind(eren) en zeggenschap krijgt over het beheer van die goederen. Nochtans is dat exact wat volgens de wet gebeurt als een van beide ouders sterft zolang de kinderen minderjarig zijn.

‘Uw ex zal niet erven uit uw nalatenschap. Maar uw kind(eren) doen dat wel, zelfs als ze nog minderjarig zijn. En daardoor komt uw ex opnieuw in beeld, want hij oefent vanaf dan alleen het ouderlijk gezag uit’, steekt Guillaume Deknudt van Delboo Deknudt Advocaten van wal.

‘Dat ouderlijke gezag omvat twee elementen’, weet Ann Maelfait van Rivus Advocaten. ‘Ten eerste is er het gezag over de persoon. Met name de keuze van hobby’s, godsdienst, school, etc. Het gaat over de elementen die het kind moeten opvoeden tot een zelfstandige volwassene. Ten tweede omvat het ouderlijke gezag het beheer en het vruchtgenot over de goederen van de minderjarige.’

De wet bepaalt dat de ouders de goederen van hun minderjarige kinderen beheren om de kinderen te beschermen tegen zichzelf en tegen derden. Want minderjarigen zijn handelingsonbekwaam. Er wordt vermoed dat zij niet de nodige maturiteit of inzichten hebben om verstandig en onafhankelijk een vermogen te beheren.

Leven beide ouders, dan voeren zij samen het ouderlijke gezag. Overlijdt een van beide ouders, dan neemt de overlevende ouder het ouderlijke gezag vanaf dan alleen voor zijn rekening. Het maakt niet uit of de ouders op het moment van dat overlijden een koppel vormden of gescheiden waren. Nochtans maakt dat voor de betrokkenen een wereld van verschil. Niemand vindt het vreemd dat de langstlevende ouder in de gezinswoning blijft wonen met zijn minderjarige kinderen. Maar een ex die intrekt in de woning die de overleden ouder na de scheiding kocht om er te gaan wonen met hun minderjarige kinderen, doet op zijn minst wenkbrauwen fronsen.

Helaas biedt de Belgische wet gescheiden ouders geen sluitende opties om dat te voorkomen. ‘Het vruchtgenot op de goederen die het minderjarige kind erft van de overleden ouder, kan zonder enige discussie ontnomen worden van de langstlevende ouder. De wet bepaalt uitdrukkelijk dat dit kan in een testament’, geeft Maelfait aan. ‘Maar of u het beheer van de goederen aan iemand anders kunt toewijzen, daarover bestaat discussie’, geeft Deknudt aan. ‘Een meerderheid vindt dat dit rechtsgeldig kan door in het testament een bewindsclausule op te nemen. U bepaalt dan dat niet uw ex, maar iemand anders, bijvoorbeeld een broer of een nieuwe partner, het beheer zal uitoefenen over de goederen die uw minderjarig kind van u zal erven’, aldus Maelfait. Het gaat dan over een soort minderjarigenbewind. De vraag ernaar beantwoordt aan een maatschappelijke behoefte. Met name de wens om de door de wet aangestelde bewindvoerder (de ex) te passeren omdat die onvoldoende vertrouwen inboezemt.

‘U kunt dat bewind zelfs over de meerderjarigheid tillen’, aldus Maelfait. ‘Het is immers niet altijd aangewezen dat een kind op 18 jaar volledige beschikkingsbevoegdheid over geërfd vermogen verkrijgt. U kunt dan bepalen dat het beheer tot de leeftijd van bijvoorbeeld 27 jaar verder door bijvoorbeeld uw broer of uw nieuwe partner gebeurt.’

Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat een bewindsclausule rechtsgeldig is. De Belgische wet kent namelijk geen regeling voor het bewind, wordt opgeworpen. Bovendien zou een derde aanstellen als bewindvoerder van het vermogen van een minderjarige strijdig zijn met de openbare orde. Het wettelijk beheer van de goederen van de minderjarige kinderen is een essentieel onderdeel van het ouderlijke gezag, is de argumentatie. Met andere woorden: de langst- levende ouder van een minderjarig kind kan niet gepasseerd worden als beheerder van de goederen van dat minderjarig kind. Het risico bestaat dat de ex naar de rechter stapt om die bewindsclausule in het testament te laten vernietigen. ‘Als de vrederechter inderdaad zou oordelen dat deze bepaling in strijd is met de bepalingen van de openbare orde, dan wordt de bewindsclausule als ongeschreven beschouwd’, legt Maelfait uit.

Deknudt raadt daarom een andere optie aan. Hij adviseert om in een testament het vruchtgebruik over de goederen die het minderjarig kind zal erven, toe te kennen aan iemand anders, bijvoorbeeld een broer of de nieuwe partner. De ex zal dan enkel het beheer krijgen over de blote eigendom op die geërfde goederen zolang het kind minderjarig is. Die opdeling in vruchtgebruik en blote eigendom kan ook als voordeel hebben dat de te betalen erfbelasting gedrukt wordt. ‘Het heeft alvast als voordeel dat de ex niet zomaar weg kan met die goederen. Al is er ook het nadeel voor de vruchtgebruiker dat zijn recht om de goederen te beheren en te (her)beleggen niet altijd even vlot zal verlopen als de ex moeilijk doet.’ Om te voorkomen dat uw kind het vruchtgebruik kwijt is zolang die broer of partner leeft, adviseert Deknudt om dat vruchtgebruik slechts voor een bepaalde periode toe te kennen, bijvoorbeeld tot het kind 18 of 27 jaar is. Op dat moment dooft het vruchtgebruik uit en wast het belastingvrij aan bij de naakte eigendom die het kind al geërfd had.


Slechts één tot twee procent buitenechtelijke kinderen per generatie

Knack – 5 april 2016

10 procent onechte kinderen is een mythe. Uit een onderzoek blijkt namelijk dat elke generatie zo’n één tot twee procent buitenechtelijke kinderen telt.

Uit een vergelijking van studies uit verschillende landen blijkt dat elke generatie zo’n een tot twee procent buitenechtelijke kinderen telt. Die vaststelling van Leuvense genetici, biologen en sociologen druist in tegen de gangbare idee dat dit cijfer op tien procent zou liggen. De resultaten van het onderzoek werden bekendgemaakt door de KU Leuven.

Cijfer is al 400 jaar stabiel

Er bestaat weinig wetenschappelijke kennis over het percentage zogenaamd onechte kinderen die een andere biologische vader hebben dan verondersteld. In 2013 namen Leuvense genetici, biologen en sociologen dat onder de loep aan de hand van het DNA en de stambomen van een duizendtal Vlaamse mannen.

“We verzamelden het DNA van mannen die een voorouder in mannelijke lijn in Vlaanderen konden traceren tussen 1600 en 1850. Daaruit haalden we het profiel van het Y-chromosoom, dat van vader op zoon wordt doorgegeven. In Vlaanderen bleek slechts één procent per generatie een zogenaamd koekoekskind te zijn. Dat cijfer is al 400 jaar stabiel”, zegt Maarten Larmuseau, evolutionair geneticus van de KU leuven.

Katholieke achtergrond

Volgens Larmuseau is het cijfer van tien procent onechte kinderen per generatie een mythe. “Dat Vlaanderen slechts één procent haalde, was volgens sommigen te wijten aan onze katholieke achtergrond. Of de cijfers moesten hoger liggen omdat er vroeger geen voorbehoedsmiddelen bestonden. Maar bewijzen voor die beweringen zijn er niet.”

De Leuvense onderzoekers besloten het Vlaamse onderzoek uit te breiden. Onderzoek naar vaderschap wereldwijd werd naast elkaar gelegd. “Uit studies in Vlaanderen, Italië, Spanje, Mali en Zuid-Afrika blijkt dat de graad tussen een tot twee procent ligt en dat gedurende de laatste honderden jaren. Het cijfer is overal laag en contraceptiva hebben niet voor een breuklijn gezorgd.


 

Meer en meer alleenstaande ouders krijgen onderhoudsgeld van DAVO

Het Belang van Limburg – 13 maart 2016

De Dienst Alimentatievorderingen (DAVO) betaalde vorig jaar 17 procent meer voorschotten uit dan in 2014. Dat schrijft Het Nieuwsblad zondag. Dat is vooral het gevolg van de verhoging van de inkomensgrens van 1.400 naar 1.800 euro. Daar komt per kind ten laste telkens nog 66 euro bij.
Bij DAVO kunnen gescheiden ouders aankloppen die recht hebben op alimentatie, maar die niet krijgen van hun ex.

In 2015 steeg het aantal aanvragen met 11 procent, van 40.665 naar 45.198. Het aantal gevallen waarin DAVO besliste ook effectief voorschotten te betalen steeg zelfs met 17 procent. Al meer dan 10.188 mensen krijgen nu steun, antwoordde minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) op een vraag van Sonja Becq en Luk Van Biesen (Open Vld).

DAVO probeert de voorschotten via de rechtbank terug te vorderen. Vorig jaar lukte dat met 9,3 miljoen euro, terwijl dat in 2014 nog 8,5 miljoen was. De kloof tussen wat aan voorschotten wordt uitbetaald (26,2 miljoen) en wat kan worden gerecupereerd blijft echter groot. Daarom willen de Open Vld’ers het arsenaal aan mogelijkheden uitbreiden om het geld terug te vorderen.


 

Moeder mag geen 250 euro per maand eisen van inwonende zoon

Nieuwsblad – 23 februari 2016

Ouders kunnen niet eisen dat hun ­volwassen, nog thuiswonende kinderen “kost en inwoon” betalen, ook niet als die al een job hebben. Dat heeft een rechter in Kortrijk beslist. Hij gaf een moeder ongelijk die tevergeefs een maandelijkse vergoeding van 250 euro had gevraagd aan haar 27-jarige zoon.
Ze heeft drie volwassen kinderen, Claudine Deprez (53) uit Menen. Ze wonen alle drie bij haar in. Twee van hen betalen 250 euro per maand voor Hotel Mama, maar de derde weigert bij te dragen in de kosten voor water, elektriciteit en verwarming en voor eten en drank.

“Dat vind ik oneerlijk tegenover mijn twee andere kinderen”, zegt Deprez, die ten einde raad naar de rechter stapte. Daar kreeg ze te horen dat haar zoon niet verplicht kan worden “kost en inwoon” te be­talen, ook al is hij 27 jaar en heeft hij een job.

Contract

Op het eerste gezicht misschien een verrassende uitspraak. Maar dat is het niet, zegt Christine Van Roy, wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Familierecht en Jeugdrecht van de KU Leuven. “Als ouder ben je verplicht je behoeftige kind, hoe oud ook, te onderhouden. Die verplichting vervalt zodra het kind gaat werken en zijn eigen kost verdient, zoals in dit verhaal. Maar tegenwoordig valt het almaar vaker voor dat volwassen kinderen – jongens meer dan meisjes – na hun studies in Hotel Mama blijven hangen. Het is er comfortabel leven, ze kunnen sparen, hebben nog geen vaste relatie. Maar een ­ouder kan niet eisen dat daar een maandelijkse vergoeding tegenoverstaat.”

In de praktijk dragen de meeste kinderen op eigen initiatief of op aandringen van hun ouders bij in het huis­houden, aldus Van Roy. Maar wat als ze dat weigeren? “De enige manier om een ver­goeding af te dwingen, is een contract daarover op te stellen. In dit geval oordeelt de rechter: Mevrouw, u hebt geen overeenkomst met uw zoon, dus maakt u geen aanspraak op 250 euro per maand.”


 

In België hebben kinderen makkelijkst toegang tot rechtbank

Deredactie.be – 15 februari 2016

In België kunnen kinderen het gemakkelijkst hun rechten laten verdedigen in een rechtbank. Dat blijkt uit een rapport van het Internationale kinderrechtennetwerk waarin ons land bovenaan de ranglijst staat.
Ons land staat aan de top omdat kinderen spreekrecht hebben en omdat er gratis jeugdadvocaten zijn. Maar volgens kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen kan het nog beter. “Tegelijkertijd zie je dat in de praktijk de communicatie tussen rechters en jongeren echt nog wel kan verbeteren. Ik denk ook aan het geïnformeerd zijn van kinderen en jongeren: zij weten niet altijd wat mogelijk is, waar zij recht op hebben. Ook de opleiding van jeugdadvocaten verdient nog een veel sterkere inbedding.”

Bovenaan de lijst staan België, Portugal en Spanje. Kenia is het enige niet-Europese land dat de top tien haalt. Onderaan de lijst bengelen Palestina, Eritrea en Equatoriaal-Guinea.

“Als het om toegang tot justitie gaat, willen we de perceptie veranderen dat kinderen er enkel als slachtoffer mee te maken hebben of dat ze er minder recht op hebben dan volwassenen”, zegt Veronica Yates, directeur van het Child Rights International Network (CRIN). “Het gaat om het erkennen dat kinderen, zoals volwassenen, mensenrechten hebben en dat ze moeten kunnen vertrouwen op het rechtssysteem wanneer die rechten geschonden worden .”

Het onderzoek ging na of kinderen een rechtszaak kunnen aanspannen wanneer hun rechten geschonden worden, of er voldoende bijstand is en of rechters de internationale wetgeving over kinderrechten toepassen in hun uitspraken. Het rapport biedt ook een model aan van hoe toegang tot justitie er zou moeten uitzien voor kinderen. “Eutopia” is ontwikkeld door wereldwijd voorbeelden te verzamelen.

Top 10

1. België
2. Portugal
3. Spanje
4. Finland
5. Nederland
6. Luxemburg
7. Kenia
8. IJsland
9. Letland
10. Verenigd Koninkrijk


 

“Alimentatiedienst stevent af op tekort”

De Morgen – 12 februari 2016

Alleenstaande moeders verzeilen steeds vaker in armoede omdat de federale regering niet voldoende geld voorziet voor de Dienst Alimentatievorderingen, kortweg DAVO. Dat zegt Groen-Kamerlid Evita Willaert op basis van een rapport van het Rekenhof.

De dienst in kwestie zorgt er sinds 2004 voor dat ouders, die recht hebben op onderhoudsgeld maar dat niet van hun ex-partner krijgen, toch uitbetaald worden. Steeds meer ouders, veelal alleenstaande moeders, kloppen hiervoor aan bij de overheid. Het Rekenhof ziet evenwel een probleem: DAVO zou niet genoeg middelen krijgen om goed te functioneren. De federale overheid heeft zo’n 26,6 miljoen euro uitgetrokken voor de dienst, maar daarmee zou die het eind van het jaar niet halen.

“We hebben minstens 7 miljoen extra nodig”, meent Willaert. Volgens haar zorgt de voortdurende ondersubsidiëring van de overheid ervoor dat de dienst zijn naam niet verder bekend kan maken. “Veel mensen weten niet eens dat ze bij DAVO terechtkunnen.”


 

Familierecht moet op de schop

De Standaard – 5 februari 2016

Het Grondwettelijk Hof heeft met zijn arrest in de zaak-Boël nog eens duidelijk gemaakt dat ons familierecht niet meer voldoet aan de hedendaagse samenleving. De Antwerpse hoogleraar en advocaat Frederik Swennen vindt het hoog tijd voor een grondige herziening

Hedendaags ouderschap blijft discussies uitlokken: recentontstond er ophef over interlandelijke adopties, en zopas nog over ‘babyverkoop’ via draagmoederschap in Brussel. En deze week sprak het Grondwettelijk Hof zich uit in de saga rond de vordering van Delphine Boël tegen koning Albert. Boël mag haar rechtszaak voortzetten (DS 4 februari).

Frederik Swennen is niet verrast: ‘Dit arrest volgt op meer dan dertig voorgaande arresten waarmee het Grondwettelijk Hof eerder al duidelijk heeft gemaakt dat het familierecht niet meer voldoet. Het zit structureel fout. In de handboeken wordt het gezin dikwijls nog voorgesteld als het traditionele huwelijkse gezin met een mooie stamboom. Dat traditionele gezin, waartoe ook holebigezinnen zijn gaan behoren, is beschermwaardig. Maar deze omschrijving dekt niet meer de lading. Meer en meer mensen, die op andere manieren een gezin vormen, komen in de juridische “dode hoek” terecht. Daar vallen veel slachtoffers.’

Daarom pleit Swennen voor een grondige herziening van het familierecht die tegemoetkomt aan andersoortige vormen van ouderschap. Hij geeft enkele voorzetten.

Beëindig de heerschappij van de baarmoeder

Swennen: ‘Vóór 1987 moesten ongehuwde vrouwen in België hun eigen kind erkennen. Zulke buitenhuwelijkse of “natuurlijke” kinderen hadden minder rechten. In de jaren zeventig nam het aantal bewust ongehuwde moeders toe – velen van hen hebben toen hun eigen kind geadopteerd om het evenveel rechten als andere kinderen te geven.’

‘In 1979 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg in de zaak-Marckx geoordeeld dat de Belgische staat die discriminatie tussen kinderen moest opheffen. De wetswijziging van 1987 heeft daarom bepaald dat vrouwen die van een kind bevallen, altijd de moeder zijn. Toch is ook dat weer discriminerend, want vaders kunnen wel nog kiezen of ze hun kind erkennen. Moeders hebben geen keuzemogelijkheid meer. Nochtans zei het Hof alleen dat dit een recht van vrouwen was.’

‘En passant hebben we de mogelijkheid om discreet te bevallen, die voordien bestond, afgeschaft. Daar is nochtans nood aan. Dat blijkt telkens weer wanneer er een kind te vondeling wordt gelegd.’

Volgens Swennen is deze ‘dictatuur van de baarmoeder’ het scherpst aan de orde bij draagmoederschap: ‘In het Frans noemt men dit “zwangerschap voor een ander”. Dat dekt de lading beter. Omdat het in ons wetboek gebeiteld staat dat de vrouw die bevalt altijd de moeder is, schiet de wetgever hierover steevast in een kramp. Ik begrijp niet dat velen in dit land commercieel draagmoederschap willen verbieden. Voor één adoptie uit de VS betaal je nu ook bijna 50.000 euro. Erg groot is het prijsverschil niet.’

Maak meerouderschap mogelijk

Swennen: ‘De hele tragiek in de zaak-Boël is dat Delphine maar één vader kan hebben. Trek die discussie open! Het Hof voor de Rechten van de Mens heeft in twee cases al geoordeeld dat er zowel een juridische vader kan zijn die het ouderschap op zich neemt, en dat er daarnaast een juridische erkenning wordt gegeven aan de verwekker, die slechts een beperkte rol opneemt of helemaal geen. Er lopen veel Delphines rond in België waar de of-of-benadering leidt tot verscheurde gezinnen.’

‘Meerouderschap is ook goed voor alle nieuwe ouderschapsvormen, waar meer dan twee volwassenen beslissen om samen een kind groot te brengen. Of nieuwsamengestelde gezinnen, waarbij een of twee stiefouders de kinderen mee opvoeden. Sommigen vrezen dat meerouderschap meer conflictstof zal geven. Het is omgekeerd: het ontbreken van een wetgevend kader leidt vaker tot conflicten.’

Neem het ouderschapsproject als vertrekpunt

Swennen: ‘In plaats van het huwelijk of de biologie kunnen we beter een ander vertrekpunt te nemen: zij die vrij en bewust beslissen om samen kinderen te hebben, zijn de ouders. Die keuze kan worden gemaakt bij natuurlijke voortplanting, maar ook bij medisch begeleide voortplanting, bij adoptie of door volwassenen die wel samen een kind willen zonder dat ze een relatie met elkaar hebben. Dit voorstel sluit niemand uit, ook de traditionele familie niet.’

‘Twee of meer volwassenen kunnen dan bij de burgerlijke stand een ouderschapsverklaring afleggen, waarbij de ambtenaar wijst op hun ouderlijke rechten en plichten, in goede en kwade dagen.’

Schaf de discriminatie van kinderen af

Swennen: ‘Als getrouwde ouders uit de echt scheiden met onderlinge toestemming, moeten zij een ouderschapsplan voorleggen. De wetgever dringt er ook op aan dat mensen op die manier scheiden. Dat is in de praktijk vaak in het nadeel van kinderen, omdat ze als pasmunt gebruikt worden in de packagedeal die ouders bij een scheiding met onderlinge toestemming moeten sluiten. De vrouw neemt bijvoorbeeld genoegen met minder alimentatie als zij de kinderen meer bij zich krijgt.’

‘Als ze scheiden zonder onderlinge toestemming, moeten ze geen ouderschapsplan voorleggen. Ook wie niet gehuwd was en uit elkaar gaat, hoeft geen ouderschapsplan te maken. Het is duidelijk dat een vermenging van die twee discussies – over de ontbinding van de relatie en over de kinderen – niet goed is. Relatiestatus en ouderschap moeten van elkaar losgekoppeld worden.’

Geef iedereen toegang tot zijn herkomstgegevens

Swennen: ‘Alle soorten kinderen moeten op dezelfde manier de identiteit van hun biologische ouders kunnen achterhalen bij een commissie. Gegevens over donoren, afstandsmoeders en discreet bevallen vrouwen moeten door die commissie worden bijgehouden. Enkel wanneer de biologische ouder een bijzonder zwaarwegend belang heeft, zou toegang tot identiteitsgegevens onmogelijk moeten zijn.’

‘Ten tweede moet het kind de keuze hebben om de identiteit niet te achterhalen. Nu worden adoptiekinderen soms ongevraagd met de waarheid geconfronteerd, bijvoorbeeld als ze een afschrift van hun geboorteakte opvragen voor hun huwelijk. Ik stel voor om een splitsing te maken tussen geboorteregister en herkomstregister. De eerste kan een code bevatten op basis waarvan het kind de commissie kan contacteren voor nadere informatie. Die informatie, over zijn biologische verwekkers, hoort alleen in het herkomstregister thuis en niet in het geboorteregister.’

Creëer een staatscommissie

Swennen: ‘In onze buurlanden hebben multidisciplinaire staatscommissies de tijd gekregen om over ouderschap na te denken. Bij ons wordt het familierecht stiefmoederlijk behandeld. De minister van Justitie, Koen Geens (CD&V), heeft in zowat alle rechtsdomeinen hervormingscommissies benoemd, behalve hierin. Intussen krijg ik uitnodigingen van allerhande parlementaire commissies, die zich over delen van het familierecht buigen en die volstrekt naast elkaar bezig zijn. Niemand overziet het hele plaatje. Dat is bedroevend.’


 

Relaties van nu

Libelle – 28 januari 2016

Relaties anno 2016: Waarom wordt er meer gescheiden? Wordt er nog getrouwd? En hoe zit het met de alsmaar groter wordende groep singles? Lees het in Libelle’s grote relatiedossier.

Meer dan een miljoen, zo veel vrouwen bereikt Libelle wekelijks. Wij weten dan ook perfect hoe jullie denken, wat jullie voelen en hoe jullie leven. Dat komen we te weten door jullie te interviewen, door de mails en brieven die we van jullie krijgen, maar ook door de onderzoeken die we doen. In 2001 voerden we een groot onderzoek naar de wereld van drie generaties Vlaamse vrouwen. We bevroegen toen 1000 vrouwen van alle leeftijden, en die enquête deden we in 2015 opnieuw. Hoe anders staan jullie tegenover relaties? En geloven jullie nog in nog lang en gelukkig?

Uit de enquête blijkt vooral dat er meer singles en meer scheidingen zijn. En dat er minder geloof is in de ware liefde en er minder langdurige relaties worden aangegaan. Wat zegt het over onze maatschappij?
Relatietherapeute Rika Ponnet: “Het probleem is dat een relatie een wij-verhaal vertelt, terwijl de ingesteldheid vandaag heel erg gericht is op de zelfontplooiing. De maatstaf is het perfecte leven geworden. Omdat alles lijkt te kunnen, denken we onze dromen te kunnen waarmaken. We boeken een kruidenworkshop aan de andere kant van de wereld, we sturen onze kinderen naar de interessantste hobby’s en we volgen cursussen omdat we een carrièremove ambiëren. En liefst van alles toont ook onze partner zich, ‘s avonds als we thuiskomen, van zijn interessantste kant. Alleen daar lijkt het schoentje te knellen, want een relatie is niet zo maakbaar als een carrière of een reis. Op een gegeven moment wreekt zich dat: zeker als er kinderen komen, blijkt dit vaak voor een breuklijn te zorgen. Bij heel veel koppels bij wie het fout loopt, zit de kiem in de komst van de kinderen. De vele mamablogs ten spijt stelt het ouderschap koppels alsmaar zwaarder op de proef. Dat komt omdat onze persoonlijke en relationele verwachtingen in combi met het ouderschap onze vermogens ver overstijgen. En als het dan even tegenzit is dat dubbelop. Daarop kunnen relaties stranden.”

42% van de vrouwen is gehuwd of woont samen met haar eerste partner. In 2001 was dat nog 70% van de ondervraagden.
Maaike (32) is getrouwd met haar eerste liefde Thomas (32). Ze hebben drie kinderen Britt (9), Stan (6) en Tess (3).
“Thomas en ik waren allebei vijftien toen de vonk oversloeg. Ik had hem enkele maanden eerder leren kennen via een gemeenschappelijke vriend, erna zagen we elkaar nog enkele keren en dat was altijd erg prettig en fijn babbelen. Eens afgestudeerd ging het snel: we kochten een huis en de volgende stap was trouwen. We waren toen amper 22, en onze vrienden stonden versteld. Zij zaten ofwel in een prille relatie, ofwel was hun relatie net gedaan, en wij waren voor ons huwelijk een feestzaal met discobar aan het zoeken (lacht). We zijn best traditioneel getrouwd: voor de Kerk – ik kom uit een christelijk nest, met groot feest en een uitgebreid menu. Net omdat Thomas en ik elkaar al zo lang kenden, volgden de stappen zich in snel tempo op. De komst van ons eerste kindje bracht extra vragen en onzekerheden met zich mee, maar – ook al waren we pas 22 – we lieten ons niet van slag brengen: we zagen elkaar graag en ons kindje zou in een liefdevol nest terechtkomen. Als ik nu terugblik op onze relatie was de lastigste episode de komst van ons tweede kindje: de combinatie van een huilbaby en verbouwingen was echt moeilijk. Mijn man en ik hadden minder tijd voor elkaar, en je wordt als koppel absoluut op de proef gesteld. Scheiden kwam nooit in ons op, omdat we ervan overtuigd waren dat het na een moeilijke periode opnieuw beter gaat. We panikeren niet; er kwam zelfs een derde kindje.
Vorig jaar vierden we ons tien jaar huwelijk, en onze vrienden vonden het fantastisch dat we al zo lang samen waren. Behalve dat we elkaar heel graag zien, doen we ook altijd water bij de wijn en praten we écht met elkaar. Het lijken me noodzakelijke ingrediënten voor een stabiele, duurzame relatie. En ook in moeilijkere periodes, als je iemand verliest of er in je omgeving iemand ziek wordt, ben je blij met een steun en toeverlaat, iemand bij wie je altijd terechtkan.”

Terwijl in 2001 het hebben van kinderen voor de meerderheid (57%) de ultieme vervulling was van een relatie, is dat nu nog 33%.
Rika Ponnet: “Vrouwen, meer dan mannen, identificeren zich vandaag nog altijd sterk met hun moederrol. Ze investeren veel in het ouderschap, meer dan de generaties voor ons, maar ze hebben ook hoge verwachtingen naar voldoening, een gevoel van zelfrealisatie via dat ouderschap. Kinderen moeten ons gelukkig maken, want we hebben er nu eenmaal bewust voor gekozen. Dat zorgt voor toch wel wat keuzestress, uitstel en ook afstel van het krijgen van kinderen. Ook zijn er almaar meer vrouwen voor wie kinderen niet het hoogste goed zijn. Ze maken andere levenskeuzes of zijn afgeschrikt door het geploeter van vriendinnen-moeders.

Het aantal gehuwden is sterk gedaald, van 76% in 2001 naar 56% vandaag. De gemiddelde leeftijd om te huwen is 26 jaar. Dat was in 2001 nog 23 jaar.

Verliefd, verloofd, getrouwd?!

Bijna de helft van de vrouwen tussen 20 en 35 die trouwen kiest voor een traditioneel huwelijk, maar de populariteit ervan is de laatste tien jaar wel afgenomen. 41% kiest voor een sober huwelijk, 9% kies voor een alternatief huwelijk, 6% trouwt in het buitenland en 2% trouwt in het geniep.

Is het huwelijk passé?

Rika Ponnet: “Vroeger had je een vaste relatie en trouwde je enkele jaren later. Trouwen hing nauw samen met een kerkelijke moraal. Die invloed van de kerk is sterk verminderd: in de stad verdwijnen zulke tradities en zie je minder huwelijken. Op het platteland leven die tradities wel nog meer. Vaak gaat men eerst wettelijk samenwonen en is trouwen een logische volgende stap.”

18% van de vrouwen is nooit getrouwd of heeft nooit met iemand samengewoond. In 2001 was dat nog 6%.
Nathalie Leblanc (46) woonde nog nooit samen en schreef daar het boek Solo over.
“Ik denk dat ik nog een tiener was toen ik wist dat je verliefd kon worden op iemand, zonder dat je per se met die persoon hoefde te gaan samenwonen. Samen onder één dak leven gaat over meer dan alleen zoenen en graag tijd doorbrengen met elkaar. Het gaat erom goede gesprekken te kunnen voeren met elkaar, en het lijkt me ook niet onbelangrijk om over een aantal belangrijke dingen hetzelfde te denken. Iemand met wie ik mijn leven op die manier wil delen, en met wie ik al die dingen wil opbouwen, heb ik tot nu toe gewoon nog niet ontmoet. En dat is geen bewuste keuze: net als bij iedereen, koppels en singles, overkomt het leven me. En tot nu toe is uit al die ontmoetingen nog geen langdurige relatie gegroeid. Ik heb er nooit wakker van gelegen, maar mijn omgeving in het begin wel. In mijn twintigerjaren kreeg ik vaak de vraag waarom ik nog niemand had: was ik misschien te moeilijk? Deed ik geen moeite? Was ik lesbisch? Ondertussen zijn mijn familie en vrienden het gewoon. Op vakantie krijg ik de vraag wel nog eens van wildvreemden, gevolgd door het sussende antwoord: ‘Oh, maar dat komt nog wel’. En dan denk ik: ‘Waarom is samenwonen zo belangrijk?’ Alsof je niet echt volwassen bent als je het niet doet? Ik zorg al sinds mijn achttiende voor mezelf. Ik ben de ware nog niet tegengekomen, maar dat maakt me niet ongelukkig. Singles verschillen daarin niet zoveel van koppels: je hebt een minderheid aan singles en koppels die overgelukkig is met hun situatie, je hebt een klein gedeelte dat doodongelukkig is, maar het merendeel vindt hun leven, hun situatie gewoon oké. Ik heb het gevoel dat de maatschappij nog altijd vrij negatief over een single leven denkt: alsof samenwonen alleen maar voordelen heeft. Eigenlijk klopt dat niet: er zijn altijd twee kanten aan de medaille. Ik moet bijvoorbeeld alle beslissingen in mijn eentje nemen, en ik voel me 100% verantwoordelijk als het dan eens tegenzit. Maar ik kan mijn leven ook helemaal inrichten zoals het mij uitkomt, en hoef geen compromissen te sluiten. Op het gebied van geld zijn we natuurlijk kwetsbaarder: woon je alleen, dan moet je alles uit één portemonnee betalen. En dat zorgt uiteindelijk voor minder gemoedsrust, en leidt bij sommigen tot een ongelukkiger gevoel. Maar de meeste singles zijn geen kneusjes die pizza eten en zeven katten hebben, en ze leiden ook geen Sex and the City-leven. We zijn heel gewone mensen, en we zijn met veel. Maar liefst 1, 8 miljoen Belgen woont alleen. Daarom vind ik het belangrijk dat we meetellen.
Of ik mezelf ooit nog zie samenwonen? Zeg nooit nooit, maar ik leef ondertussen al zo lang alleen, dat ik over zo’n grote stap in ieder geval heel goed zal nadenken.”

62% van de vrouwen zonder partner staan open voor een relatie; de bereidheid om in een nieuwe relatie te stappen vermindert met het ouder worden. Vijftigplussers hebben meer vrede met hun vrijgezellenbestaan in vergelijking met de jongere generatie.

1 op 2 singles vindt het oké dat ze geen vaste partner heeft. 1 op 4 is ontevreden over hun single zijn. Het gebrek aan intimiteit valt hen zwaar. Maar ook de praktische en financiële voordelen van een relatie missen ze.
Relatiedeskundige Rika Ponnet: “Er zijn alsmaar meer mensen die alleen wonen. Omdat er meer relatiebreuken zijn, omdat mensen ouder worden en alleen komen te staan, omdat ze nog niet klaar zijn voor een volgende relatie… Wat wel vroeg of laat terugkeert, is het verlangen om zich opnieuw te binden. Zich verbinden met iemand is iets typisch menselijk. Dat 50 plussers meer vrede hebben met hun vrijgezellenbestaan, verbaast mij niet: alleenstaande ‘midlifevrouwen’ beseffen dat ze het erg moeilijk hebben op de relatiemarkt en berusten daar gemakkelijker in. Ze kunnen hun mannetje staan, en ondanks het feit dat ze wel eens het gevoel hebben iemand te missen, heeft dat weinig invloed op hun levenskwaliteit.”

Vaste relatie = minder belangrijk

7 op 10 vrouwen vindt het hebben van een vaste relatie belangrijk, in 2001 was dat nog meer dan 8 op 10 vrouwen.
Relatiedeskundige Rika Ponnet: “Vrouwen staan door een emancipatiegolf van twee à drie decennia sterker in hun schoenen, en meer op eigen benen. Zeker op geldgebied staan ze in een relatie véél sterker dan vroeger. Het maakt dat vrouwen minder afhankelijk zijn van een man, en vermoedelijk om die reden een vaste relatie iets minder belangrijk vinden.”

Ware liefde?!

Minder dan de helft van de vrouwen (42%) gelooft in het idee van de Ware Jacob.
Rika Ponnet: “Hier zie je een tegenstelling ontstaan tussen moeders en hun dochters. Jongeren, vaak kinderen van gescheiden ouders, dromen van het huisje-boompje-beestjeverhaal. Ze willen het beter doen dan hun ouders, en gaan op zoek naar de prins op het witte paard. Maar de zoektocht naar de Ware Jacob is een Hollywoodmythe, iets wat enkel in films bestaat. Het maakt singles kieskeuriger, langer zoekende en dus langer alleenstaand.”

Waar ontmoet je je levenspartner?
1. in het uitgaansleven (28%)
2. vriendenkring (16%)
3. sociale media (14%)
Het verenigingsleven staat pas op de achtste plaats, en heeft fors aan belang ingeboet.

Maar liefst 36% van de vrouwen tussen 36 en 50 jaar is gescheiden, uit elkaar gegaan of zit in een scheiding.
Rika Ponnet: “Twintig jaar geleden was de groep die het meest scheidde, gemiddeld vijftien jaar gehuwd en tussen de 38 en 45 jaar. Vandaag zien we ook jongere koppels uit elkaar gaan, bijvoorbeeld na de geboorte van hun eerste kindje. En ook zestigplussers zetten de stap: mevrouw heeft bijvoorbeeld geen zin om haar laatste dagen te slijten in een uitgeblust huwelijk en zet er een punt achter. Veel oudere koppels gaan ook uit elkaar eens de kinderen het huis uit zijn. De verwachting is dat de helft van wie vandaag trouwt, in de loop van zijn leven zal scheiden. In de Scandinavische landen, Amerika en Canada zitten ze al aan dat cijfer. Vaak zijn er bij relatiebreuken kinderen betrokken, wat toch altijd zorgt voor kwetsbaardere omstandigheden. Daarom wordt het in de toekomst alsmaar belangrijker om in te zetten op een goed begeleide scheiding. Dat is uiteindelijk beter voor alle partijen en voor de maatschappij.”

De 3 belangrijkste redenen om een punt te zetten achter je huwelijk
1. als de ene de andere onderdrukt
2. als een van beide ontrouw is
3. als een van beide met een verslaving worstelt
Relatiedeskundige Rika Ponnet: “Veelal liggen emotionele redenen aan de basis: de relatie is ontwricht, het koppel leeft naast elkaar, en het gevolg daarvan is overspel. Overspel of ontrouw is dus geen directe oorzaak voor een breuk, maar vaak het gevolg van een relatie die al langere tijd in het slop zat.”

20 % van de vijftigplussers is voor de tweede keer getrouwd.
Dirk (54) en Carla (55) trouwden dit jaar, het is voor elk van hen hun tweede huwelijk. Ze hebben samen drie kinderen.
Dirk: “Mijn huwelijksfeest met Carla was zo anders dan mijn eerste trouw: het was kleinschaliger, niet voor de kerk, met minder regels en meer ambiance.”
Carla: “Ik ben van mijn zevenendertigste gescheiden en ben sindsdien nooit actief op zoek geweest naar een relatie. Ik bezocht geen datingsites en de single mannen die ik ‘toevallig’ op feestjes van vrienden tegenkwam interesseerden me niet. Ik had mijn dochter, mijn appartement en mijn bedrijf en dat voelde voor mij compleet. Als de liefde mijn pad opnieuw zou kruisen, dan zou ik mijn ogen evenwel niet sluiten. Dirk ontmoette ik op een feestje. Ik kende hem van in het dorp, maar niet persoonlijk. Ik viel als een blok voor zijn humor. Het was niets minder dan een coup-de-foudre.”
Dirk: “Mijn ex en ik waren samen gebleven voor de kinderen. Maar toen die gingen verder studeren, en ik op dat ogenblik Carla leerde kennen, zijn we gescheiden.”
Carla: “Toen Dirk voor het eerst bij ons thuis kwam, heeft hij zich meteen bij mijn dochter en haar vrienden op het terras gezet. Het klikte meteen, en dat stelde me gerust. Hij is die nacht blijven slapen en niet meer weggegaan. Na een jaar hebben we iets gekocht dat écht van ons twee was. Ik vond dat eigen nest heel belangrijk.”
Dirk: “Dit jaar zijn we zeven jaar samen en getrouwd. Het ging er helemaal anders aan toe dan mijn eerste huwelijksfeest. Het was kleinschaliger, niet voor de kerk, minder regels en meer ambiance. En de centen die we kregen hebben we weggeschonken aan een goed doel. Het werd onvergetelijk!”
Carla: “Ik ben met mijn beste vriend getrouwd, met iemand waarop ik kan en mag steunen. Al ging onze relatie niet altijd over rozen. De goede en kwade dagen hebben we samen al meegemaakt: we kregen in dezelfde periode allebei kanker. Dan leer je elkaar goed kennen…”
Dirk: “De kinderen hebben ook tijd nodig gehad om te wennen aan onze relatie, en aan elkaar. Ze hadden hun ouders al een tijdje niet meer verliefd gezien, en nu zagen ze hun vader wel knuffelen, met een andere vrouw. We hebben hen ruimschoots te tijd gegeven waarin ze zich wat mochten afzetten, maar Carla en ik zijn altijd duidelijk geweest: wij zien elkaar graag en geven elkaar niet op. Het was te nemen of te laten. Dat klinkt hard, en vergt lef, maar het heeft gewerkt.”
Carla: “We hebben er altijd heel open over kunnen praten. Ik heb geen wonderdochter, en Dirk heeft ook geen wonderdochters. En wat ook hielp is het gezellig maken: voor ons nieuwe appartement heb ik meteen een grote tafel gekocht, waar we met tien personen aan kunnen zitten. Ik kook graag, en aan tafel voeren we de interessantste, leukste en moeilijkste gesprekken. Als ik nu terugblik op onze relatie, dan heb ik maar van één ding spijt: was ik Dirk maar tien jaar eerder tegengekomen.”

Tweede keer, goede keer?

Rika Ponnet: “Uit een groot echtscheidingsonderzoek in Vlaanderen blijkt dat iets meer dan 80% vijf jaar na een scheiding een nieuwe partner heeft. De grote meerderheid blijft na een breuk dus even alleen, en kiest dan weer om langere tijd in een relatie te stappen. Mensen die in een tweede huwelijk stappen doen dat vaak heel bewust, maar de kans dat het huwelijk strandt is groter dan bij een eerste huwelijk. Omdat ze al eens gescheiden zijn, en dat ‘overleefd’ hebben, wordt de drempel lager om bij onvrede ook het tweede huwelijk te verbreken.”

26% van de vrouwen met een vaste partner heeft ooit al ernstig overwogen haar partner te verlaten. In 2001 was dat nog 21%.

Telex

Leen (35): “Mijn man en ik zijn al vijftien jaar samen, en op zich loopt het wel goed. Toch blijf ik het gevoel hebben dat er ergens nog een man rondloopt die veel beter bij me zou passen, die me écht compleet maakt. Moet ik dat idee van me afschudden?”
Valerie: “Een ideaal najagen en alles opgeven voor iets wat je misschien nooit zal vinden? Of tevreden zijn met wat je hebt. Ik vind het waardevoller om met iemand samen te leven die mijn kleine kantjes kent, en toch van me houdt, iemand die ‘s morgens koffie brengt of ‘s avonds mijn voeten warmt. Een warme, stabiele liefde, dus. Als je dat hebt, kus dan je beide handjes en hou je man goed vast.” * Lies: “Verwar passie en vuur zeker niet met liefde, want dan zou op het eind wel eens kunnen blijken dat je alles wat je wilde, net hebt laten gaan. ” * Patricia: “Ik ben al dertig jaar gelukkig getrouwd. Het was heus niet altijd rozengeur en maneschijn, maar het gras is niet altijd groener aan de overkant!” * Janina: “Wees gelukkig met de stabiele en liefdevolle relatie die je hebt, en praat met je man als er dingen zijn die je mist.” * Nancy: “Als jullie het al vijftien jaar goed hebben, zou ik me vasthouden aan deze man. Hij zal je twijfels voelen, maar blijft toch bij je. En weert je: volmaakte mannen bestaan niet. Dat maakt ze net zo leuk!” *Kelly: “Zijn dit geen normale gedachten als je al vijftien jaar samen bent? Neem de tijd voor elkaar en doe dingen samen. Dat is niet altijd evident, maar wel belangrijk. En als de twijfel blijft: een goed gesprek doet wonderen.”

Twijfel je aan je relatie, maar blijf je toch bij je partner dan is dat vaak…:
1. voor de kinderen
2. uit financiële afhankelijkheid
3. uit het verplichte gevoel om samen te blijven
4. uit angst voor eenzaamheid.

Maakt dat dan gelukkiger? Is dit een juiste keuze?
Ik denk dat je in deze niet over goed of fout kan spreken. Mensen maken deze keuzes ook niet volgens een rationele logica, dat is de uitleg die ze er aan geven, maar altijd volgens een gevoelslogica, waarbij allerlei angsten zorgen voor twijfels, het niet maken van bepaalde keuzes…Het gaat ook vaak over heel complexe puzzels met tal van stukken waarover we niet altijd controle hebben. Twijfelen en blijven betekent toch meestal dat er meer redenen zijn om niet te breken. Dat is niet fout of goed, zo is het leven.

Haar in de boter?

Over deze onderwerpen maken we het vaakst ruzie:
1. taakverdeling in het huishouden (vooral bij jongeren)
2. de opvoeding van de kinderen (uitsluitend bij koppels met kinderen)
3. aankopen van dingen, geld in het algemeen
4. levensstijl
5. familie
Met het ouder maak je je minder druk om de taakverdeling, geld, levensstijl of egoïsme.

16% van de vrouwen tussen 51 en 70 is weduwe.
Christiane (70) is sinds anderhalf jaar weduwe. Ze heeft drie kinderen, die in het buitenland wonen.
“Het kwam toch nog onverwacht, het overlijden van mijn man. Hij leed al enkele jaren aan longkanker, en werd daarvoor behandeld. De maanden voor zijn dood had hij extra zuurstof nodig, maar we zijn in die periode nog naar Amerika gereisd – onze kinderen wonen daar. Ik herinner me nog heel goed hoe onze familie had verzameld in het huis van mijn dochter: onze kinderen en kleinkinderen, iedereen samen. Zo’n samenzijn, dat was zeker tien jaar geleden. Mijn man genoot. Maar tijdens die reis zag ik de eerste signalen: hij hield zich wat afzijdig en hield niet van te veel drukte. Enkele maanden later is hij in elkaar gezakt in de badkamer; ik weet nog dat ik tegen hem zei dat hij me niet alleen mocht laten. In het ziekenhuis hielden ze hem in een kunstmatige coma, tot de kinderen arriveerden. Hij is gestorven zoals hij het wilde: met zijn gezin rondom hem, en zich niet bewust van zijn einde. Dat hij geen pijn heeft moeten lijden, geen doosstrijd heeft moeten doorstaan, dat troost me tot op de dag van vandaag.
De dagen na zijn overlijden leef je op adrenaline. De weken erna kreeg ik nog veel telefoontjes, en daarna wachtte me de leegte. Vaak waren de enige twee woorden die ik op een dag zei, bij de bakker ‘Twee pistolets, alsjeblief.’ Mijn zus is er voor me, ze belt me dagelijks, maar ik voel me vaak alleen. En er is ook die administratieve rompslomp: ik moet alles terug op mijn meisjesnaam laten zetten, daardoor lopen er betalingen fout. Moe word ik ervan, en boos.
Als je met de eindigheid van het leven wordt geconfronteerd dan zet je dat aan het denken. Ik wil alles halen uit de tijd die me nog rest. Met mijn man bezocht ik onze kinderen eens per jaar in Amerika, nu ga ik vaker. Zo vaak als ik kan, nu het nog kan…”

Wist je dat…
Relatiedeskundige Rika Ponnet: “Weduwes die kunnen terugblikken op een gelukkige relatie, maar vooral goed afscheid van hun partner hebben kunnen nemen, zullen het overlijden van hun man doorgaans gemakkelijker verwerken.” Dit lijkt paradoxaal maar is het niet: vanuit dat gelukkig huwelijk is er vaak een groot vertrouwen in het goed lopen van relaties, een groot zelfvertrouwen ook in het vermogen om graag te zien, een relatie vorm te geven. Vaak hoor ik ook dat de partner aangegeven heeft, dat de ander niet alleen moet blijven. Niet zelden zie ik zo een mensen vrij snel na het overlijden van hun partner, hun leven opnieuw opnemen, ook met een nieuwe partner.


 

Slapen in hondenhok, vleesafval eten en slagen met bezem: vrouw mishandelt man

Het Belang van Limburg – 28 januari 2016

Hij moest slapen in een hondenhok en beschimmeld brood eten. Bovendien kreeg hij slagen met een bezem op het hoofd. De rechter in Turnhout veroordeelde een vrouw uit Antwerpen tot 36 maanden cel voor de mishandeling van haar man in Oud-Turnhout, zo meldt Gazet van Antwerpen.
“Dagelijks word ik met een houten blok of een bezem op het hoofd geslagen door mijn vrouw terwijl ik op mijn knieën moet gaan zitten”, verklaarde hij. “Sinds begin 2013 mag ik niet meer slapen in het chalet, maar moet ik overnachten in het houthok, het hondenhok of de open lucht.”

Drinken moest de man naar eigen zeggen uit een vijver op het domein. “Al zes jaar heb ik geen warm eten meer gezien. Ik moet het stellen met beschimmeld brood en vleesafval dat ik buiten moet opeten”, zei hij. “Mijn behoefte doe ik in het bos.”

Oud brood voor de paarden

Op 17 juni 2014 volgde een nieuwe huiszoeking. De man waste zich toen nog altijd met regenwater. Hij kreeg naar eigen zeggen oud brood dat bestemd was voor de paarden, waar hij een maand mee moest toekomen.

De rechter in Turnhout veroordeelde Taja D. gisteren voor de onmenselijke behandeling van haar echtgenoot. “De vaststellingen van de verbalisanten laten niets aan de verbeelding over”, sprak rechter Willemijn Verhoeve. “De beklaagde is agressief en hoogbegaafd. Een machotype.”


 

‘Het is officieel: de single is, tegen wil en dank, een nieuwe doelgroep’

Knack – 24 januari 2016

Beleidsmakers hebben sinds kort ontdekt dat veel fiscale maatregelen in het nadeel zijn van alleenstaanden zonder kinderen. Singles zijn daarmee de zoveelste doelgroep geworden. Om een einde te maken aan het fiscaal apartheidsregime moeten we echter net af van alle samenlevingshokjes. Dat schrijven Maurits Vande Reyde (voorzitter Jong VLD, single) en Alexandra d’Archembeau (bestuurslid Jong VLD, single) in de wekelijkse bijdrage aan het Schaduwparlement.

Stel u even deze fictieve situatie voor: een internet-installateur die na het recht trekken van al uw kabels vraagt hoe kroostrijk u bent. Aan de hand daarvan berekent hij een maandelijkse korting. Want niet enkel op uw surfverbruik, zelfs op de éénmalige installatiekosten krijgt u een vermindering voor iedere Saar, Jente en Emma die thuis rondloopt. Dat zou natuurlijk compleet absurd zijn.

Nochtans weten we al langer dan vandaag dat belastingregels helaas wel volsteken met dat soort onzin. Politieke partijen hebben in het verleden blijkbaar gezamenlijk beslist het gezin als fiscale norm te nemen en zijn sindsdien, pampers en papfles in de lucht, vrolijk op dat conclaaf voortgegaan. Daardoor zitten alleenwoners zonder kinderen bij ons nu met de hoogste belastingdruk ter wereld.

Meerderheid

Sinds kort begint het beleidsmakers echter te dagen dat singles best talrijk zijn, straks misschien zelfs de meerderheid. Dus komt er tegen de talrijke discriminaties eindelijk wat verweer. De alleenstaande wordt de laatste maanden zelfs verheven tot de nieuwste doelgroep wiens miezerig bestaan mits dringende politieke actie vooruitgeholpen moet worden. Een “single-reflex” werd al in het leven geroepen, hoera.

Sta ons toe om daar wat sceptisch over te zijn. Neem nu bijvoorbeeld de kritiek van S.PA afgelopen week over de nieuwe prijs voor water. Die is het meest nadelig voor wie zonder partner leeft. Want zowel voor uw verbruik als door het simpele feit dat u over een wastafel met afvoer beschikt, betaalt u minder naargelang uw nageslacht groot is. Daar wordt terecht tegen geprotesteerd.

Diezelfde S.PA klaagde enkele maanden geleden echter niet over singles, wel over co-ouders als de grote dupe van krak dezelfde waterfactuur. Hun voorstel was toen om kinderen in co-ouderschap twee domicilies te geven, zodat er dubbel geprofiteerd kon worden van de kinderkorting. Een korting die ze nu dus discriminerend vindt voor singles. Tiens. Op hun jaarlijkse ledendag pleitten ze dan weer voor een taxshift volledig in het teken van, jawel: de gezinnen. En het hele gratis-beleid, dat nu gelukkig stilaan verdwijnt, stond bol van de kinderkortingen. Gratis elektriciteit, gratis water: alles was gratis, maar nog net wat meer gratis wanneer er kinderschoenen op het rek stonden.

Hokjesdenken

Het lijkt er dus op dat het vooral kwestie is om zoveel mogelijk samenlevingsvormen te bedienen, een kwaal waar overigens alle politieke partijen mee kampen. Nu eens de gezinnen, dan weer de singles, straks het polygamische-trio. Je kan er dan ook geld op inzetten dat er binnenkort één of andere fiscale aftrek op tafel komt, speciaal voor kinderloze alleenstaanden, om even later dan weer het nieuw-samengestelde gezin of de co-ouderschap moeder uit te roepen tot nieuwe paria van de onrechtvaardige fiscaliteit.

Laat dat eeuwige hokjesdenken in verschillende samenlevingsvormen nu net de kern van het probleem zijn. We leven in een fiscaal apartheidsregime en zolang we onderscheid blijven maken op basis van hoe en met wie we ons leven doorbrengen, kunnen we dat onmogelijk omverwerpen.

De huidige focus op singles mag dan goed bedoeld zijn, het volstaat niet. Er is veel meer nodig. Bestaande regelgeving moet volledig herschreven worden. Onderscheid tussen single, getrouwd, verloofd of het is een beetje ingewikkeld moet compleet verdwijnen. Om maar een voorbeeld te geven: successierechten zijn het afgelopen jaar sterk gedaald en dat is een goede zaak. Maar nog steeds zit er een huizenhoog verschil tussen wie aan gezin en familie kan schenken en wie niet. Daarvoor bestaat anno 2016 geen enkele zinnige reden. Dat is niet meer van deze tijd.

Elke single kent wel die goed bedoelde bezorgdheden van naaste en verre familie tijdens de feestdagen: “nog steeds single?”, meestal gevolgd door een “hoe komt het?”, soms door een “niet dat daar iets mis mee is natuurlijk”. Voor beleidsmakers moet dat soort vragen compleet irrelevant zijn. Geen gedoe dus met single-reflex of gezinsvriendelijke fiscaliteit: gewoon een zo laag mogelijke individuele belastingdruk, los van doelgroepen. Op naar een fiscale reflex die helemaal samenlevingsneutraal is. De Vlaamse scriptieprijs wacht op de moedige thesisstudent die er werk van maakt.


 

Waar blijft die maatschappij die vrouwen geen schuldgevoel aanpraat?

De Morgen – 23 januari 2016

Jonge vrouwen kennen hun klassiekers niet meer. Was ‘een slimme meid krijgt haar kind op tijd’ vroeger een algemeen aanvaarde wijsheid, dan denken ze nu ‘elke meid heeft zeeën van tijd’. Recent onderzoek van doctor Ilse Delbaere toont aan dat Vlaamse vrouwen de impact van leeftijd op vruchtbaarheid systematisch onderschatten. Hoe jonger die vrouwen, hoe groter de onderschatting. De positieve effecten van ivf (in-vitrofertilisatie) worden dan weer overschat. Hoe jonger de vrouwen, hoe groter de overschatting.

Jonge vrouwen denken dus steeds vaker dat ze zonder veel medische risico’s oude moeders kunnen worden. Meisjes hebben een onrealistisch beeld over zwangerschappen op late(re) leeftijd. De tijdloosheid overheerst, onterecht.

Op zich is het – uiteraard – een goede zaak dat de leeftijdsgrens voor de medische begeleiding van vrouwen met een zwangerschapswens ter discussie staat. Experts stellen dat de grens voor zwangerschappen met ingevroren cellen van 47 naar 50 jaar kan. Heel wat vrouwen zullen daarmee geholpen zijn.

Toch past een waarschuwing, al zal die gruwelijk behoudsgezind overkomen. De groep die met ingevroren eicellen op latere leeftijd zwanger zal geraken, zal klein blijven. Wie denkt er ook aan om op zijn 23ste eitjes in een koelkast te stoppen? Wie heeft het geld om dat te doen? Wie wil langs die – mogelijk – lange weg van vruchtbaarheidsbehandelingen?

De medische vooruitgang kan de natuur dan wel een beetje tarten, een algemene en levenslange garantie op moederschap is er niet. De menopauze blijft een plafond dat niet los te wrikken valt.

Als die verfoeide biologische klok aan de muur blijft hangen, draait de natuur de emancipatie dan een loer? Ja en nee. Omdat die grens redelijk onwrikbaar is, moeten er andere zaken in beweging komen. Omdat lijf en leden nu eenmaal niet te programmeren zijn, moet de samenleving zichzelf anders organiseren. De keuze tussen (alleenstaand) ouderschap of de ideale job zou geen dilemma mogen zijn. Waar blijft die school met muziek- en tekenlessen na de schoolbel? Waar blijft die crèche met flexibele uren? Waar blijft die maatschappij die vrouwen, wat ze ook doen of laten, geen schuldgevoel aanpraat?

Als de natuur weinig keuze laat, dan moet er in andere domeinen net meer keuzevrijheid komen. Voor moeders én vaders.


 

Tieners van gescheiden ouders hebben vaak nood aan vangnet

Deredactie – 21 januari 2016

Jongeren zijn vaak in de war door de scheiding van hun ouders. Ze moeten zich aanpassen aan de nieuwe situatie, maar vinden weinig steun bij hun ouders. Een betrouwbare gesprekspartner is dan nodig om het kind te ondersteunen in die aanpassingsperiode. Dat blijkt uit een onderzoek van het Kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en de vzw Awel, die een luisterend oor biedt aan jongeren en hun problemen.
Het onderzoek vertrok vanuit 145 anonieme chatgesprekken van tieners in 2013 bij Awel. Terwijl 75 tot 80 procent van de jongeren erin slaagt zelf een nieuw evenwicht te vinden na een aanpassingsperiode, worstelen de jongeren in dit onderzoek met moeilijke gevoelens.

Ze vertellen over praktische en financiële gevolgen die een grote impact hebben op hun leven, of klagen dat bij de verblijfsregeling hun stem niet wordt gehoord. Ze willen weten hoe en bij wie ze met hun verhaal en wensen, hun gevoelens van vervreemding soms, terecht kunnen. Deze groep kinderen heeft het moeilijk om een veilige en betrouwbare plek te vinden.

Vanuit het onderzoek komt naar voor dat steun van het informele netwerk, zoals vrienden, familie, leeftijdsgenoten en vrienden op school, voor jongeren van groot belang is. Een betrouwbare gesprekspartner die erkenning geeft aan de moeilijke positie van het kind en die in het contact met het kind de loyaliteit naar beide ouders respecteert, zal de veerkracht van het kind kunnen versterken.

In de analyse van de chatgesprekken kwam herhaaldelijk aan bod dat het praten met andere jongeren “die het ook hebben meegemaakt” extra ondersteuning biedt. Daarom beveelt het rapport aan om meer in te zetten op “lotgenotencontact”. Awel denkt na over manieren om “peer-to-peer-support” via het forum uit te bouwen.


 

Bij scheiding moet ook kind bemiddeling kunnen vragen

De Standaard – 21 januari 2016

Wanneer ouders scheiden, kunnen ze een beroep doen op bemiddeling om dit vreedzaam te laten verlopen. Ook kinderen zouden die bemiddeling moeten kunnen starten, zegt het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.

Een op vijf kinderen in ons land leeft met gescheiden ouders. De scheiding zelf is een ingrijpende gebeurtenis, die veel veranderingen teweegbrengt in het leven van ouders én kinderen. Vaak ontstaat er ook al onrust in het gezin voor de feitelijke scheiding. En daarna is het soms lang zoeken naar een nieuw evenwicht, al dan niet in een nieuw samengesteld gezin.

Een aantal kinderen en jongeren belt of chat tijdens dit soms moeizame proces met medewerkers van Awel, de vroegere kinder- en jongerentelefoon. Ze kunnen er anoniem hun verhaal doen en vinden er een luisterend oor. 145 van die chatgesprekken werden nu geanalyseerd door onderzoekers van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.

Zowat alle chatgesprekken werden geïnitieerd door kinderen of jongeren die het moeilijk hadden of bleven hebben met de scheiding van hun ouders. Om diverse redenen: of ze ervaren de scheiding als een donderslag bij heldere hemel, of ze kunnen of mogen er met hun ouders niet over praten, of ze zien een van hun ouders niet meer en lijden daaronder. Soms hebben ze ook moeite met een nieuwe partner of een nieuwe gezinssituatie. Of ze hadden geen inspraak in hun eigen verblijfssituatie.

Het is niet abnormaal dat kinderen tijd nodig hebben om te wennen aan de gezinstransitie. Het gros van de kinderen bereikt na een jaar of twee wel opnieuw een evenwicht. Een minderheid blijft er langer mee worstelen.

De onderzoekers van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen denken dat het zou helpen als kinderen nauwer bij het scheidingsproces betrokken worden. Ze formuleren daarom voorzichtig het advies om bemiddeling ook te laten opstarten door de kinderen, zodat zij mee kunnen praten over de regelingen na scheiding. Ook kan dit verhinderen dat de scheiding van de ouders ontaardt in een vechtscheiding, die kinderen dwingt om te kiezen voor een van beide ouders. Gezien de loyauteit van kinderen aan hun beide ouders, is dit quasi onmogelijk.

De jongeren die contact namen met Awel voelen zich verdrietig, angstig, boos, onzeker, schuldig en machteloos. Vooral kinderen die zich verlaten voelen door een van beide ouders, gaan zich bijzonder slecht voelen. Awel en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen denken dat deze jongeren het best geholpen worden wanneer ze terecht kunnen bij een vertrouwenspersoon: ‘Iemand die niet tot justitie behoort. Het is niet goed als jongeren meteen naar de rechtbank moeten stappen om gehoord te worden. Lotgenotencontact helpt volgens ons veel beter. Het is ook wat de jongeren van KAJ vroegen, toen ze hun dossier over leven na een scheiding voorstelden.’


 

Klassiek gezin verdwijnt in Vlaanderen

Nieuwsblad – 20 januari 2016

Het aantal alleenstaande ouders in Vlaanderen is de afgelopen vijf jaar met vijf procent gestegen. In ruim één op de vier gezinnen is het ondertussen mama of papa alleen die de boel runt. “En dus ook alleen de rekeningen moet betalen. En dat maakt hen heel kwetsbaar om in de armoede te belanden”, zegt Nathalie Debast, OCMW-specialist bij de VVSG.
Met 225.000 zijn ze ondertussen in Vlaanderen, de gezinnen waar mama of papa alleen de kinderen grootbrengt. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de FOD Economie. Het aantal alleenstaande ouders stijgt fors: plus vijf procent in vijf jaar tijd.

“Dat komt omdat er veel meer mensen dan vroeger hun huwelijk of hun relatie afbreken”, zegt demograaf Jan Surkyn (VUB). “Ze komen dus alleen te staan, of ze dat nu zelf gewild hebben of niet. Die steeds groter wordende groep bestaat veruit voor het grootste gedeelte – zo’n tachtig procent – uit vrouwen. Want wanneer een relatie of huwelijk beëindigd wordt, zijn het toch nog altijd het vaakst de vrouwen die de zorg voor de kinderen op zich nemen.”

Vooral alleenwonenden

Het gaat om een zeer kwetsbare groep voor wie armoede om de hoek loert, zegt Nathalie Debast, OCMW-specialiste bij de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). “Je zal maar drie kinderen hebben en het plots allemaal alleen moeten beredderen: blijven werken of een opleiding volgen, opvang zoeken voor de kinderen. Je kosten voor elektriciteit en dergelijke blijven even hoog. En uit alle onderzoeken blijkt ook dat er zeer vaak problemen zijn met de betaling van alimentatiegeld. Het is een weinig benijdenswaardige positie. Dat zien wij ook bij de OCMW’s: de groep alleenstaande vrouwen met kinderen die daar langskomt voor een leefloon, neemt sterk toe.”

De OCMW’s zetten nu ook veel meer dan vroeger in op activatie van die vrouwen. “Vroeger lieten we hen de tijd, net na de relatiebreuk. Maar nu gaan we hen sneller steunen en aanzetten om bijvoorbeeld een opleiding te volgen, of komen we ook al sneller tussen in de kosten voor kinderopvang.”

De cijfers van de FOD tonen dat het allerklassiekste gezin, een getrouwd koppel met kinderen, fors van zijn pluimen verliest. Er zijn er nog 641.297 in Vlaanderen, ruim vijf procent minder dan vijf jaar geleden.

Veruit de grootste categorie in de Vlaamse huishoudens vormen nu de “alleenwonenden”: mensen die niet getrouwd of samenwonend zijn en geen kinderen in huis hebben.


COMMENTAAR: “alleenstaande moeders zijn de nieuwe armen”

Nieuwsblad – 20 januari 2016

Hoe ziet armoede er in Vlaanderen anno 2016 uit? Lang niet meer zoals het lompenproletariaat uit de tijd van Daens. Armoede is veel onopvallender geworden. De gezichten van de armoede zijn vandaag niet alleen de daklozen en de vluchtelingen op straat. Armoede heeft ook het gezicht van de doorsnee onderwijzeres of verpleegster die als alleenstaande een gezin moet runnen.

Het zijn vrouwen met een diploma en een respectabel beroep. Vrouwen die er alles aan doen om hun kinderen een zo normaal mogelijk leven te geven, inclusief gsm en voetbalschoenen. Maar die het amper redden. Die wekenlang moeten sparen wanneer de kinderen aan een nieuwe winterjas toe zijn. Die hun eigen tandartsbezoek uitstellen om toch maar te proberen meedraaien in deze samenleving.

Ze kunnen niet anders. Ze hebben een maandelijks inkomen van pakweg 1.500 euro. Daarmee moeten ze zowel hun huis als de vaste kosten en alle andere toegenomen behoeftes zoals gsm en computer, betalen. In theorie gedeelde kosten met de papa, in de praktijk vooral op de schouders van de mama.

Deze groep van “nieuwe armen” wordt steeds groter. Dat meldt de FOD Economie. Volgens haar jongste statistieken heeft vandaag ruim één op de vier gezinnen maar één ouder. Niet dat die het allemaal even moeilijk hebben. Maar het armoederisico wordt wel almaar groter.

Meest schrijnend is dat er geen verbetering in het verschiet ligt. De kosten voor elektriciteit, water en dergelijke nemen alleen maar toe. En met een beleid dat “besparen” als ordewoord heeft, kunnen deze gezinnen alleen maar achteruitgaan. Besparen op onderwijs, besparen op OCMW’s en andere diensten die een reddingsboei kunnen zijn. Nu nog meer besparen in de sociale zekerheid, en het plaatje is compleet.

De toekomst ziet er dus somber uit. Tenzij het enige antwoord is dat ouders in hun traditionele gezin moeten blijven zitten. Maar laten we die weg vooral niet opgaan. Een scheiding en het verlies aan levensstandaard dat ermee gepaard gaat, is voor deze onderwijzeressen en verpleegsters al deprimerend genoeg.


 

Waarom het geen goed idee is om je ex op facebook te stalken

Het Laatste Nieuws – 10 januari 2016

Het is oh zo verleidelijk: af en toe Facebook openen om te kijken hoe het gaat met je ex, in de hoop dat jij het toch beter stelt. Maar dat blijkt nu niet zo’n goed idee te zijn. Integendeel, het is alleen maar slecht voor jouw mentale gezondheid.
Psychologe Tara Marshall voerde een onderzoek uit, waaruit blijkt dat het volgen van je ex op Facebook je eigen verwerkingsproces verstoort. “Deze manier van controleren hing samen met een zwaarder verwerkingsproces, een harder verlangen naar de ex-partner, meer negatieve gevoelens ten opzichte van het ik en een moeizame persoonlijke groei. Bovendien kan het andere relaties of de resultaten op school of op het werk beïnvloeden.”

Het kan dus misschien verleidelijk zijn – we doen het allemaal, maar liefst één derde van de proefpersonen gaf toe het regelmatig te doen – maar zelf haal je er niet veel voordeel uit. Bovendien zou het online stalken van je ex vooral veroorzaakt worden door een laag zelfbeeld, een grote angst om afgewezen te worden en veel gevoelens van jaloezie.


 

Daarom raak je zo moeilijk over breuk met ex

Nieuwsblad – 9 januari 2016

Over een relatiebreuk heenkomen is ongetwijfeld nooit een makkie, maar sommige misgelopen relaties wegen zwaarder door dan andere. Recent onderzoek van de universiteit van Stanford heeft uitgewezen dat een eventuele deuk in het zelfbeeld het ‘genezingsproces’ ernstig kan beïnvloeden. Wie een afwijzing persoonlijk opneemt, zal de breuk veel moeilijker kunnen verteren.
Personen die een relatiebreuk wijten aan zichzelf en hun persoonlijkheid zullen veel meer last ondervinden van de breuk in kwestie. Dat heeft een recente studie van de universiteit van Stanford geïllustreerd. Het onderzoeksteam voerde dit onderzoek uit onder 891 proefpersonen en toonde aan dat een romantische afwijzing zwaar op het zelfbeeld kan doorwegen en bijgevolg ook het verwerkingsproces kan bemoeilijken.

Volgens Carol Dweck, onderzoekster aan de universiteit van Stanford, is dit gemakkelijk te verklaren: “Wanneer een geliefde iemand door en door kent en niet langer zijn leven met die persoon wil delen, is het mogelijk dat de afgewezen persoon dit aan zijn of haar persoonlijkheid zal linken. Dit kan vervolgens een nefaste invloed op het zelfbeeld teweegbrengen en mogelijke schade veroorzaken die ook zal doorwegen op toekomstige relaties.”

Het onderzoek toonde eveneens aan dat personen die een relatiebreuk als een leerproces zien veel sneller een breuk zullen verwerken.


 

Verblijfsregister voor kinderen van co-ouders op komst

Deredactie.be – 21 december 2015

In de loop van januari komt er een verblijfsregister voor kinderen van co-ouders. Daardoor zullen kinderen van wie de ouders gescheiden zijn en in twee verschillende gemeenten wonen, toch in beide gemeenten ingeschreven kunnen worden en zo van tal van voordelen kunnen genieten. Een fiscale oplossing biedt het register echter niet.
Co-ouderschap bij echtscheidingen komt steeds vaker voor. Beide ouders kunnen via die regeling op een evenwaardige manier tijd investeren in de opvoeding van hun kinderen.

De kinderen kunnen echter slechts bij een van de twee ouders gedomicilieerd zijn. Als de gescheiden ouders in twee verschillende gemeenten wonen, kan dat tot een aantal problemen leiden.

Zo kunnen de kinderen een hele reeks kortingen die gemeenten aan hun inwoners geven, mislopen omdat ze niet in die gemeente gedomicilieerd zijn, hoewel ze er om de week een week verblijven. Het gaat dan bijvoorbeeld over “kortingen voor sportactiviteiten, speelpleinwerking of andere ontspanningsmogelijkheden”, zegt CD&V-Kamerlid Sonja Becq.

In elke gemeente

Op aansturen van Becq komt er daarom in elke gemeente een verblijfsregister voor kinderen van co-ouders. In het dossier van het kind wordt het verblijfsadres bij de desbetreffende verblijfsouder opgenomen. Dat wordt dan automatisch overgenomen in het bevolkingsdossier van de verblijfsouder, waardoor deze ouder direct kan aantonen dat het kind bij hem of haar verblijft. De vermelding verschijnt dan ook in het dossier van de ouder bij wie het kind officieel gedomicilieerd is.

“Het verblijfsadres blijft geldig zolang de situatie blijft bestaan en wordt aangepast bij verhuis van de verblijfsouders”, voegt Becq eraan toe. “Op deze manier weten gemeentes welke minderjarige kinderen voor bepaalde periodes – meestal de helft van de tijd – op hun grondgebied verblijven en kunnen ze dus aan dit verblijf bepaalde voordelen toekennen.”

Becq wijst er ook op dat het verblijfsregister in het kader van rampen ook een nuttig instrument kan zijn om te controleren wie mogelijk in een bepaalde getroffen woning verblijft.

Geen fiscale gevolgen

Aan het verblijfsregister worden echter geen fiscale of sociaalrechtelijke voordelen gekoppeld. Een ouder die bijvoorbeeld plots meer belastingen moet betalen omdat zijn of haar kind(eren) niet meer bij hem of haar gedomicilieerd zijn, ziet met dit register zijn of haar problemen niet opgelost.


 

Website betaalt droomhuwelijk… op één voorwaarde

Nieuwsblad – 17 december 2015

Een droomhuwelijk ter waarde van 10.000 dollar (9.200 euro) krijgen. Daar zullen heel wat koppels van dromen. Een Amerikaanse website biedt het ook gewoon aan; een trouwlening die niét moet terugbetaald worden. Al hangt er wel een heel belangrijke voorwaarde aan vast…
Op dit moment kunnen koppels zich inschrijven op de website SwanLuv uit Seattle om een lening tot 10.000 dollar te krijgen voor hun huwelijksfeest. De mensen achter de website zijn nu die aanvragen (statistisch) aan het analyseren, om daarna dan te bepalen welke koppels de lening zullen krijgen. Dat zal vanaf februari gebeuren.

Het gaat om een bijzondere lening, want de koppels hoeven die niét terug te betalen. Al krijgen de koppels dat natuurlijk niet voor niets: de koppels krijgen die grote som op voorwaarde dat ze samen blijven “tot de dood hen scheidt”. Gaat het koppel eerder uit elkaar, dan moeten ze de lening terugbetalen. En dat is dan niet zomaar die 10.000 dollar, maar dat volledige bedrag plus intrest.

Het businessplan van SwanLuv zit zo in elkaar dat de trouwpartijen van de koppels die wél bij elkaar blijven gefinancierd worden met de intresten van de koppels die uit elkaar gaan. Maar SwanLuv beschouwt zichzelf niet als een website die munt slaat uit gebroken huwelijken. Om dat laatste te vermijden, biedt de website namelijk ook gratis huwelijkstherapie aan.


 

Geens: ‘Kind moet zich in vertrouwen kunnen uitspreken over echtscheiding’

De Standaard – 2 december 2015

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) wil dat kinderen van ouders die willen scheiden meer rechten krijgen. Hij lanceert daarover enkele concrete voorstellen.

Nu is het zo dat een kind ouder dan 12 een ‘weinig toegankelijke’ oproepingsbrief krijgt om door een rechter van een familierechtbank verhoord te worden. Een gesprek dat nadien bij het echtscheidingsdossier gevoegd wordt en in te lezen is door de ouders van het kind. Wat volgens kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen een afremmend effect heeft.

Geens wil dat de inhoud van dat gevoelige gesprek vertrouwelijk blijft. ’Ik vind het belangrijk dat wanneer de ouders kiezen om te scheiden, ze het belang van het kind vooropstellen. Een kind moet kunnen spreken met de rechter zonder angst te hebben voor de reactie van de ouders’, zegt Geens.

Concreet moet ook de oproepingsbrief toegankelijker en wil hij de hele procedure ingekort zien. Een werkgroep zal zich nu over zijn voorstellen buigen.


‘Even snel online scheiden, dan ben ik van mijn ex af’

De Telegraaf – 24 november 2015

Jullie hebben het geprobeerd, jarenlang. Voor de kinderen, voor jezelf, maar het werkte simpelweg niet meer. En dus hakken jullie samen de knoop door: we gaan scheiden. En dan? Volgens De Raad voor Rechtsbijstand is het mogelijk om in de nabije toekomst volledig digitaal van elkaar te scheiden en komt daarom vandaag met een vernieuwde en geavanceerde versie van haar site ’Rechtwijzer’, waarmee echtparen van a tot z digitaal uit elkaar kunnen gaan.

Nu ritselt het op internet van de aanbieders van snelle én goedkope online scheidingen. Maar volgens Liselotte Maas, deelprojectleider van Rechtwijzer, biedt de Raad voor Rechtsbijstand als enige de mogelijkheid aan echtelieden om samen online aan een dossier te werken en ondertussen ook digitale hulp en bijstand van professionals als mediators en juristen in te schakelen.

Digitaal overleg

Een proefversie is afgelopen jaar door 300 stellen doorlopen: „Via een dialoogvenster kan men met elkaar overleggen en afspraken maken over zaken als alimentatie, omgang met de kinderen en pensioen. Gaandeweg wordt alle benodigde informatie gegeven over de te behandelen onderwerpen en deelnemers zien steeds hoever ze al zijn. Doel is een kant-en-klaar scheidingsplan dat vervolgens door een advocaat bij de rechtbank kan worden ingediend.”

En de kinderen?

Marsha Pinedo, drijvende kracht achter online ontmoetingspunt voor kinderen van gescheiden ouders Villa Pinedo, ziet dat er vooraf vaak te licht over de gevolgen van een echtscheiding wordt gedacht. „Vooral als er kinderen in het spel zijn. Dan kun je namelijk niet denken, even snel online scheiden dan ben ik tenminste eindelijk van die ander af. Want je raakt nooit ’af’ van die andere ouder van je kinderen. Integendeel, daar moet je juist heel veel afspraken mee maken.”

Eén keer aan tafel

Daarom vindt Pinedo dat scheidende ouders verplicht minimaal één keer samen aan tafel moeten zitten bij een professional op scheidingsgebied. „Scheiden gaat over emoties. Vaak over problemen die ouders zelf niet erkennen of niet willen erkennen. Een deskundige signaleert die spanning en kan de problemen benoemen. Heus, we zijn zelf ook reuze digitaal, Villa Pinedo heeft een online workshop ’Voor alle gescheiden ouders’. Maar je kunt echt niet álles in je leven via internet regelen.”


 

“Gescheiden ouders betalen tot 100 euro meer voor water”

Het Belang van Limburg – 12 november 2015

Ouders van gescheiden kinderen dreigen per jaar tot 100 euro extra te moeten betalen voor drinkwater. Dat zegt Vlaams parlementslid Rob Beenders (sp.a). Oorzaak is de nieuwe waterfactuur die de Vlaamse regering invoert vanaf 1 januari 2016. “Slechts één van de gescheiden ouders van een kind zal van de korting kunnen genieten”, zegt Beenders.
De waterfactuur wordt vanaf 2016 hervormd. Zo wordt het gratis water afgeschaft en wordt bij de uiteindelijke berekening van de factuur rekening gehouden met het aantal mensen dat gedomicilieerd is op een adres. Dat systeem is volgens Beenders nadelig voor niet-traditioneel samengestelde gezinnen.

Kinderen die afwisselend bij de vader en de moeder verblijven, hebben immers maar één wettige woonplaats. Maar ze verbruiken dus wel bij beide ouders drinkwater. “Als je kinderen de helft van de tijd bij jou zijn, maar ze zijn bij je ex gedomicilieerd, dan betaal je zomaar even 100 euro extra per jaar. Enkel en alleen om administratieve redenen”, waarschuwt het Hasseltse sp.a-parlementslid.

Realiteit

En dat geldt niet alleen voor de waterfactuur. “Denken we bijvoorbeeld maar aan gemeenten die per gedomicilieerd gezinslid een aantal gratis vuilniszakken ter beschikking stellen.”

“Het is hoog tijd dat de regering rekening houdt met de realiteit, en die is dat er meer en meer gezinnen zijn die niet meer op een traditionele manier zijn samengesteld. Laat de overheid vertrekken vanuit de echte gezinssamenstelling. In deze gedigitaliseerde tijden is dat een fluitje van een cent. Het kan bijvoorbeeld door kinderen van co-ouders twee domicilies te geven. Zo hebben beide ouders dezelfde rechten en worden zij op een gelijke manier behandeld”, besluit Beenders.


 

Werkzoekende in ‘cohousing’ heeft recht op werkloosheidsuitkering

Juristenkrant – 29 oktober 2015

In navolging van een recent arrest van het arbeidshof in Brussel zal bij het bepalen van de hoogte van de werkloosheidsuitkering van de werkzoekende-huisgenoot binnen een cohousing niet langer rekening kunnen worden gehouden met het inkomen van de andere huisgenoten, bij gebrek aan gemeenschappelijk huishouden tussen de samenwoners. Met deze beslissing wordt de bestaande praktijk van de RVA teruggefloten, die erin bestond om een werkzoekende die in cohousing leefde automatisch te beschouwen als ‘samenwonende zonder gezinslast’ en niet als ‘alleenstaande’. De uitspraak wordt vandaag besproken in De Juristenkrant.

Bij het bepalen van de hoogte van de werkloosheidsuitkering wordt in principe rekening gehouden met het inkomen van de personen die feitelijk woonachtig zijn op het adres van de aanvrager. De werkloosheidsreglementering veronderstelt immers het bestaan van solidariteit tussen de samenwoners.

In onze huidige maatschappij bestaat er echter een belangrijke tendens van midden-twintigers en jonge dertigers die er bewust voor kiezen tijdelijk samen te hokken, zonder een verankerde solidariteit onderling. Zo laat het gemeenschappelijk woonbudget van de betrokkenen toe om in centrum Brussel een herenhuis met tuin te huren, terwijl met een kwart van dat budget hoogstens een klein appartementje gehuurd kan worden. Ook verschillende tv-series illustreerden de vele voordelen van dat type wonen.

In een tijd van hoge jeugdwerkloosheid, zeker in de steden, is het in dat licht laakbaar een werkzoekende-huisgenoot te ‘bestraffen’ door zijn uitkering in te korten rekening houdend met het inkomen van de huisgenoten. Het klopt niet dat een (langdurig) werkzoekende op die manier in de eenzaamheid geduwd wordt, terwijl net de huisgenoten vaak het nodige draagvlak kunnen zijn om de betrokkene opnieuw in de arbeidsmarkt op te nemen. Het is niet uitgesloten dat dit beleid onder meer armoede op lange termijn in de hand werkt.

Geen solidariteit

De werkloosheidsreglementering definieert ‘samenwonen’ als: (1) het onder hetzelfde dak samenleven van twee of meer personen en (2) de huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen. In tegenstelling tot het algemene werkloosheidsbeleid van de RVA en de beslissing van de eerste rechters, oordeelt het arbeidshof in het concrete geval dat ‘de samenhuizers’ niet vallen onder het begrip ‘samenwoning’ in de zin van de werkloosheidsreglementering aangezien de tweede voorwaarde ‘gemeenschappelijk huishouden’ niet vervuld is.

Het arbeidshof stelt vast dat er tussen de huisgenoten geen gemeenschappelijk huishouden bestaat. Met de samenwoning beogen de huisbewoners immers, naast de fijne sociale aspecten ervan, schaalvoordelen te realiseren zonder dat er een werkelijke solidariteit tussen de bewoners zou ontstaan. Opdat er sprake zou zijn van ‘samenwoning’, is vereist dat de werkzoekende de huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelt. Het arbeidshof beoordeelt de feitelijke elementen van het dossier en stelt vast dat die voorwaarde niet vervuld is. Zo is iedere bewoner verantwoordelijk voor het onderhoud van zijn eigen kamer met beurtrol voor de gemeenschappelijke delen, hebben ze eigen compartimenten in de ijskast, doen ze beperkte gemeenschappelijke aankopen (kruiden, olijfolie, wc-papier), is er geen gemeenschappelijke was of strijk of nog geen gemeenschappelijke aankopen voor vrijetijdsbesteding. Kortom, er is geen sprake van een gemeenschappelijk budget waaruit een vaststaande solidariteit tussen de bewoners blijkt. Het arbeidshof oordeelt daarom dat ondanks de feitelijke samenwoning, de werkzoekende, in de zin van de werkloosheidsreglementering beschouwd moet worden als ‘alleenstaande’.

De uitspraak van het arbeidshof moet bijgetreden worden. Ingeval van werkloosheid van één van de huisgenoten, zal er niet geraakt worden aan het algemene systeem van gelijke verdeling van de gemeenschappelijke onkosten of de betaling van de huurprijs. Terecht heeft het arbeidshof vastgesteld dat in het licht van de werkloosheidsreglementering de gelijkstelling tussen – klassiek – een samenwonend koppel en de samenwoners in cohousing niet opgaat.

Praktische gevolgen

Het concept ‘cohousing’ biedt tal van voordelen en betekent een meerwaarde voor onze maatschappij. Zo kunnen (jonge) werkers en werkzoekenden de stap naar zelfstandig wonen zetten zonder dat zij louter uit financiële overwegingen in Hotel Mama zouden blijven. Het is dan ook noodzakelijk dat de wetgeving en de administratie op die bestaande praktijk inspelen. Bovendien is het concept niet nieuw. Met het arrest werd een belangrijke stap in de goede richting gezet. Een werkzoekende-huisgenoot zal nu beschouwd moeten worden als ‘alleenstaande’ bij de toekenning van een werkloosheidsuitkering wanneer er geen solidariteit tussen de bewoners bestaat. De vraag is natuurlijk of de diensten van de RVA zich automatisch zullen schikken naar deze rechtspraak, wat enkel bereikt zal kunnen worden met een aanpassing van de werkloosheidsreglementering waarin duidelijke en welomlijnde criteria worden vastgelegd om de verschillende ‘samenwonings’-vormen van elkaar te onderscheiden.

Tot slot heeft cohousing ook in andere juridische domeinen een weerslag. Zo dringt zich een aanpassing op van de wetgeving van de woninghuur. Cohousing is geen stabiel 3-6-9-verhaal, maar een verhaal dat constant onderhevig is aan veranderende Facebook-statussen, waardoor een meer flexibele huurovereenkomst, met voldoende waarborgen voor de eigenaar, nodig is.


 

Alleenstaande draait op voor energiefactuur

De Morgen – 21 oktober 2015

Alleenstaanden zijn het grootste slachtoffer van de zogenoemde ‘Turteltaks’, de energieheffing die Vlaams minister van Energie Annemie Turtelboom (Open Vld) heeft aangekondigd. De reeds bestaande scheeftrekking wordt zo nog erger.

De ‘Turteltaks’ komt er om de historische schuldenberg van groenestroomcertificaten voor zonnepanelen en windmolens aan te pakken. Door de maatregel ziet een gemiddeld gezin zijn jaarlijkse stroomfactuur met 100 euro stijgen. In verhouding worden alleenstaanden nog harder geraakt, stelt oppositiepartij sp.a vast. Volgens de Vlaamse Energieregulator VREG verbruikt een alleenstaande gemiddeld 0,6 megawattuur (MWh). Door de nieuwe taks van 100 euro op die 0,6 MWh komt het totale bedrag voor een alleenstaande op 166 euro per megawattuur. Ter vergelijking: een gemiddeld gezin verbruikt 3,5 MWh, wat neerkomt op 28 euro per MWh. In verhouding betalen singles dus zes keer meer dan gezinnen.

Die verhouding wordt nog meer scheefgetrokken als we kijken naar wat de bedrijven bijdragen. Een onderneming die 250 gigawattuur (= 250.000 MWh) verbruikt, betaalt 100.000 euro. Dat is 40 eurocent per MWh. Vergelijk dat met de 166 euro voor een alleenstaande, en je komt aan een hallucinante verhouding van 1 op 400.

“Crapuleus”, noemt professor fiscaal recht Michel Maus (VUB) het. “Er moest iets gebeuren aan die groenestroomcertificaten, daarover was iedereen het eens. Maar dat kon ook op een faire en correcte manier. De put die is ontstaan door de groenestroomcertificaten kwam er ook door de bedrijven, die er in sommige gevallen erg goed aan verdiend hebben.”

Discriminatie

Turtelboom is zich bewust van de scheeftrekking, reageert haar kabinet. “Daarom hamert ze erop dat je vlot van provider kunt veranderen en gebruik kunt maken van de energielening om de hogere factuur zo veel mogelijk te minimaliseren.” Dat de taks zo onevenwichtig wordt doorgevoerd, doet bij Maus de vraag rijzen of hij een juridische toetsing wel doorstaat. “Ik vraag me af of het gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden. Fiscaal gezien mag je discrimineren, maar enkel als dat gerechtvaardigd en eerlijk is, en dat is hier niet het geval.”

Het is overigens niet de eerste keer dat alleenstaanden de dupe zijn van een fiscale maatregel. Dat is vaste prik, erkent ook Maus. “Uit alle onderzoeken van de OESO blijkt dat de alleenstaande de fiscale paria is op het vlak van arbeidsfiscaliteit. Neem de belastingvrije som in de inkomstenbelasting: die gaat spectaculair omhoog als er kinderen ten laste zijn.”

Een en ander valt historisch te verklaren: van oudsher wordt het gezin als hoeksteen van de samenleving beschouwd, en zowat alle maatregelen worden met dat gezin in het achterhoofd doorgevoerd. Maar intussen vormen alleenstaanden een steeds grotere groep in de samenleving. “Men houdt geen rekening met maatschappelijke evoluties”, besluit Maus.


 

Partnergeweld gebeurt vooral bij jongeren

De Morgen – 11 oktober 2015

Partnergeweld komt het vaakst voor bij jonge koppels tussen 18 en 35 jaar. En dan gaat het niet alleen om fysiek geweld maar ook om psychisch geweld, meldt Het Nieuwsblad. Schelden of overdreven controleren wordt door jongeren vaak niet als een probleem gezien, zegt Sofie De Neve van vrouwenbeweging Viva-SVV.

Uit cijfers van de politie blijkt dat fysiek geweld lang niet de enige vorm van partnergeweld is. In de helft van de gevallen gaat het om psychisch geweld. Met een nieuwe campagne willen vrouwenverenigingen Zij-kant, Viva-SVV en de vzw Zijn pschychisch geweld vroeg detecteren.

“Het gaat vooral om verbaal geweld: roepen, schelden, vernederen”, aldus Vera Claes van Zij-kant. “Of je partner controleren in alles wat hij of zij doet.” Vaak begint psychisch geweld ‘onschuldig’, het is dan ook van belang om het vroeg op te merken.

Met een ‘relatietest’ willen de vrouwenbewegingen nagaan of er iets fout zit in de relatie van jongeren.


 

Daarom reageren mannen en vrouwen anders op overspel

Nieuwsblad – 9 oktober 2015

Als mannen en vrouwen in bed duiken met een ander, zijn dames over het algemeen minder jaloers dan mannen. Vrouwen vinden emotioneel bedrog veel erger dan seksueel contact. Dat blijkt uit een recente studie waaraan zowel de University of Science and Technology in Noorwegen en de universiteit van Texas aan meewerkte.
Een team evolutionaire psychologen vroeg aan 1074 mannen en vrouwen en wat ze vonden van relationele ontrouw. Daaruit blijkt dat er een groot verschil is tussen beide geslachten. Dames vinden fysiek overspel minder erg dan de emotionele variant. Voor mannen geldt dat niet: zij vinden lichamelijk contact veel erger.

Volgens de vorsers kan dit gedrag verklaard worden door het te bekijken vanuit een evolutionair perspectief. Al sinds het begin van de mensheid willen mannen weten of zijn kinderen echt van hem zijn. Dat vindt hij nodig om zeker te zijn dat het de moeite is om zijn tijd te investeren in moeder en kind. Mannen gebruiken hun jaloezie als het ware als een techniek om te voorkomen dat hun vrouw vreemdgaat en dat ze een kind krijgt met een ander. Vrouwen zijn evolutionair ‘geprogrammeerd’ om bescherming te zoeken. Ze vinden romantiek en verliefdheid de grootste bedreiging voor hun relatie omdat die veilige cocon misschien wel zal wegvallen.

Het is niet de eerste studie die dit verschil tussen man en vrouw duidt. In januari maakten onderzoekers aan de universiteit van Chapman in het Californische Orange dezelfde conclusie. ‘Heteroseksuele mannen onderscheiden zich echt van alle andere groepen. Zij zijn de enige die meer van streek zijn als ze met seksueel bedrog worden geconfronteerd’, zei psycholoog en hoofdauteur van de studie David Frederick toen.


 

Véronique De Kock: ‘Ik huil als mijn zoon naar zijn papa moet’

Nieuwsblad – 6 oktober 2015

Op professioneel vlak is Véronique De Kock klaar voor een nieuw hoofdstuk: ze opent een eigen boetiek en presenteert bij een digitaal tv-kanaal. Ook voor haar zonen Sébastien en Maximilien gaat ze door het vuur.
Véronique is er zeker van dat ze haar drukke bezigheden zal kunnen combineren met de zorg voor haar gezin. ‘De zaak opent om tien uur en de school begin al om half negen. En ’s avonds komen ze eerst even naar hier, want de school bevindt zich toch vlak om de hoek. En mijn moeder is er ook nog altijd, om te helpen indien nodig.’

Haar jongste zoon Maximilien kreeg Véronique (38) tweeënhalf jaar geleden met haar tweede echtgenoot Fabien. Haar eerste zoon Sébastien (10) is de zoon van gescheiden ouders. ‘Mijn ex-man Frank en ik hebben co-ouderschap over hem en de week dat hij bij mij is, gaat al mijn aandacht daar hem. Ik voed hem best streng op, zoals mijn ouders mij hebben opgevoed.’

Toch verloopt het co-ouderschap voor Véronique niet zonder slag of stoot. ‘De week dat Sébastien niet bij mij is, dat is de hel voor mij. Dan gooi ik mij op mijn werk. Als hij op zondag vertrekt naar zijn papa, dan barst ik telkens in tranen uit. Een kind weghalen bij zijn moeder voelt heel onnatuurlijk aan. Gelukkig is Séba zelf dat heen-en-weergedoe gewoon. Maar in het begin waren het drama’s en leed hij er ook onder. Nu kan hij wel gemakkelijk de knop omdraaien.’

Uit haar turbulente en veelbesproken huwelijksleven trekt Véronique alvast deze les. ‘Als je kinderen hebt, denk je toch best twee keer na voor je uit elkaar gaat. Het verdriet dat erbij komt kijken, wil ik niet nog eens meemaken. Alles staat bij mij in functie van mijn kinderen en de rest is bijzaak.’


 Liever een traag plan dan een vaag plan

De Standaard – 2 oktober 2015

Minister Geens vindt een ouderschapsplan na een scheiding blijkbaar wel een goed idee, maar het verplichten is voor hem een brug te ver. Zo’n plan opstellen lijkt misschien complex, maar als er middelen zijn om de situatie van kinderen van gescheiden ouders meer leefbaar te maken, moeten we die inzetten, schrijft Anja Pairoux.

Wie? Plusouder-coach en familiaal bemiddelaar.

Wat? Goede afspraken bij het begin van een scheidingsproces vermijden dat er op lange termijn vervelende zaken opduiken. Waarom zoiets niet verplichten?

Als stiefoudercoach en familiaal bemiddelaar merk ik maar al te vaak hoe partners, ouders en gescheiden partners niet kunnen of willen communiceren, waarna de kinderen het moeten bekopen. Dat bleek ook op de studiedag ‘Gezinstransities vanuit het perspectief van de kinderen’. Vanuit hun machteloos gevoel vragen jongeren oplossingen aan de politici, opdat hun ouders er niet een nog grotere ellende van maken. Het zijn de kinderen die uiteindelijk het slachtoffer worden van alle goeie bedoelingen van hun scheidende, nochtans in het belang van de kinderen denkende, ouders. Het zijn de ouders die niet altijd weten hoe ze dan wel goed moeten doen. Hun kijk op de zaak wordt steeds vertroebeld door hun emoties en het gemis van de kinderen.

Een ouderschapsplan opstellen zou de echtscheidingsprocedure vertragen, vindt CD&V-minister van Justitie Koen Geens (DS 30 september) . Is dat zo? Zo’n plan opstellen is inderdaad niet evident. Maar als de scheidende ouders vooraf niet de tijd nemen om stil te staan bij de gevolgen van hun scheiding, zullen ze dat achteraf wel doen? Helaas wordt de prijs achteraf pas betaald, door problemen die zich naderhand voordoen en waar op voorhand niet voldoende aandacht aan geschonken werd. Een bemiddelaar of een coördinator is het best geplaatst om ouders te ondersteunen in hun zoektocht naar oplossingen waar beide ouders achterstaan en die álle belangen behartigen.

Geloofsleer, sporten, scouts

Een scheidingsproces kan nu wel vlotter afgehandeld worden dan voordien, maar als de wonden van de scheiding nog niet geheeld zijn, hoe kan er dan met een klare kijk naar de toekomst van de kinderen gekeken worden? Beide ouders vinden het belangrijk dat zij hun waarden en normen kunnen meegeven aan hun kinderen, dat ze de nodige tijd kunnen spenderen en een band kunnen opbouwen met hun kinderen. Ouders kiezen wel voor co-ouderschap (niet te verwarren met co-verblijfsregeling), maar achteraf wordt er dikwijls niet meer afgesproken. Co-ouderschap is nog te dikwijls een theoretisch gegeven, waarvan in de praktijk weinig te bespeuren valt.

Het is de bedoeling dat je concrete afspraken maakt over zaken die de huiselijke sfeer overstijgen, zoals schoolkeuzes, geloofsleer, sporten, scouts, verdeling van kosten, gezamenlijke aankopen voor schoolmateriaal. Al die zaken kunnen, met een klare kijk, vooraf besproken worden. Het zal best dat dit het proces vertraagt, maar als er geen goede afspraken gemaakt kunnen worden bij de start van het scheidingsproces, dan komen deze zaken op lange termijn weer naar boven. In het slechtste geval volgt opnieuw een gerechtelijke procedure. Met een ouderschapsplan wordt een fundament gelegd voor de nieuwe samenlevingsvorm die beide ouders opnieuw met hun kinderen moeten uitbouwen.

Ook moet er aandacht gaan naar de nieuwe dynamieken die zich in de toekomst zullen voordoen. Kinderen zijn geen statisch gegeven. Ze groeien op en hun behoeften veranderen naargelang van hun leeftijd. Daarnaast tonen studies aan dat 80 procent van de gescheiden ouders binnen de 5 jaar een nieuwe relatie heeft. Een nieuwe partner, een stiefouder, in het leven van de kinderen, ook dat vergt aandacht in het ouderschapsplan.

Rechtbank versterkt het conflict

Het resultaat is veel duurzamer als ouders hard hebben gewerkt aan een gezamenlijke oplossing waar ze allebei achter staan. Een oplossing die uit henzelf is gekomen en waarbij ze de meerwaarde voor hun kinderen waarmaken. Iedereen wint als dit fundament is gelegd om verder op te bouwen. Ouders leren zo ook dat ze toekomstige conflicten zelf kunnen oplossen, samen als ouders.

Als ouders echter naar een rechtbank moeten stappen om een regeling te treffen, is er alleen sprake van winnaars en verliezers, en een conflictversterkend effect. Bij elke nieuwe discussie start opnieuw een lange lijdensweg van procederen en strijden. Iemand kan zich dan wel de winnaar voelen, maar dat gevoel is van korte duur, want de kinderen worden niet gelukkiger van strijdende ouders. En ouders worden niet gelukkig van lijdende kinderen. Iedereen verliest in zo’n situatie.

Minister Geens besloot heel wijs: ‘Kinderen hebben recht op ouders, niet omgekeerd, en het is een plicht voor de ouders om geen ruzie te maken en te zorgen dat ze zelf gelukkig zijn, want kinderen willen alleen maar dat hun ouders allebei gelukkig zijn.’


Radio1 Hautekiet – 1 oktober 2015

Over ouderverstoting


 

‘I made my own magic’: als je single bent en een kindje wil

Nieuwsblad – 21 september 2015

Foto’s op sociale media met een lichtjes bollende buik, het is meestal duidelijk wat ze aankondigen. De foto waarmee Joke Hofmans haar grote nieuws aan haar vrienden en kennissen bracht, is niet anders. Behalve dan misschien het eerlijke bijschrift: ‘I made my own magic’. In een blog legt Joke uit waarom ze alleen mama werd en schept ze een realistisch beeld van de niet altijd even rooskleurige weg die ze aflegde.
‘Ik was 31 toen ik meter werd’, vertelt Joke. ‘Ik had altijd een kinderwens, maar dat moment was cruciaal voor mijn besluit. Ik was al een tijdje alleen, dit was mijn plan B en ik ging ervoor. Ik heb maanden nagedacht – hoe zou ik het financieel doen, hoe moet het praktisch, wie moet ik op de hoogte brengen? Ik weet dat ik nog jong ben, maar ik wilde niet wachten tot zwanger worden misschien moeilijker zou gaan’.

De procedure, met medische en psychologische screenings, was niet gemakkelijk. ‘Het moeilijkste vond ik geduld hebben. Je begint pas aan de procedure als je echt heel zeker bent en dan moet je wachten. Op het oordeel van anderen, die moeten bepalen of je klaar bent om mama te worden. En die vragen stellen als: ‘Heb je wel goed gezocht naar een man? Ben je zeker niet lesbisch?’ Toen het in Antwerpen te moeizaam verliep, startte ze opnieuw in Leuven. ‘Daar kreeg ik veel goede raad. Zo is het voor mijn kind belangrijk om toch genoeg mannen in zijn of haar leven te hebben. Als het naar school gaat, kan het beter bij een meester in de klas zitten’.

Eén jaar en ontelbaar veel doktersbezoeken later zag Joke twee streepjes verschijnen op haar zwangerschapstest. Nog eens drie maanden later mocht iedereen weten dat ze zwanger was. ‘Ik wilde open kaart spelen, maar ik was wel bang voor de reacties. Die waren tot nu toe allemaal heel leuk, ik ben verrast door zoveel steun en warmte. Ik ben nu vier maanden zwanger en volop aan het plannen: wie moet erbij zijn bij de bevalling, hoe ga ik alles regelen?’ De hoop om een man te vinden is er nog, maar de druk van de kinderwens is weggevallen.

De blog die ze in het geheim bijhield tijdens de hele voorbereiding, deelt Joke nu wel met iedereen. ‘Ik wil mijn vrienden, familie en kennissen informeren, maar ook andere vrouwen met plannen in die richting. Want je wordt stevig op de proef gesteld en je moet heel zeker zijn van je besluit. En tegelijk is het praktisch een hele uitdaging: ik wist ook niet dat je op zoveel onmogelijke momenten naar de gynaecoloog en het ziekenhuis moest. Ik wilde het zo realistisch mogelijk weergeven’.


 

12.000 vaders of moeders dienen klacht in omdat ze hun kind niet mogen zien

Nieuwsblad – 10 september 2015

Vorig jaar dienden 12.045 personen in ons land klacht in bij de politie omdat hun ex-partner verhinderde dat ze hun kind konden ontmoeten. ‘Dat cijfer houdt dan nog niet eens rekening met al die ouders die géén klacht indienen omdat ze ondervonden hebben dat het toch niets uithaalt’, zegt Steunpunt Blijvend Ouderschap.
Het aantal klachten liep vorig jaar weliswaar een heel klein beetje terug (zie tabel) maar het blijft een hoog cijfer. Het probleem is groter in Vlaanderen dan in Wallonië en het allergrootst in de provincie Oost-Vlaanderen, waar iedere week gemiddeld 43 ouders een officiële klacht indienen omdat zij hun kind niet hebben mogen zien of bezoeken van de ex-partner.

‘Deze cijfers zijn slechts het tipje van de ijsberg’, zegt Luc Arron van het Steunpunt Blijvend Ouderschap (SBO). ‘Iedere week ontvangen wij ouders die het niet meer zien zitten om nog maar eens een klacht in te dienen omdat er niets mee gedaan wordt. Ze haken ook af omdat ze het psychologisch en mentaal niet meer aankunnen om met hun partner te vechten of omdat ze het geld niet meer hebben om een advocaat te betalen. Het moet gezegd dat er ook te veel advocaten zijn die hun werk niet goed doen of die aansturen op een procedureslag in plaats van het welbevinden van het kind voor ogen te houden.’

‘Tref tegenwerkende ouders in hun portemonnee’

‘Een klacht indienen kost ook moeite’, zegt Luc Arron. ‘Je bent toch minstens iedere keer twee uren kwijt bij de politie en dan heb je ook politiediensten die je na de zoveelste klacht gewoon wandelen sturen.’

Toch krijgt Luc Arron nog altijd koude rillingen als hij een moegestreden ouder hoort zeggen: ‘Ik geef het op om nog langer mijn bezoekrecht af te dwingen. Ik geef mijn kind rust en hoop dat het later wel zelf naar mij toe zal komen.’

Volgens het SBO ligt het grootste deel van de verantwoordelijkheid voor het probleem bij de rechters. ‘Zij moeten veel sneller ingrijpen’, vindt hij. ‘Na een tweede proces-verbaal zou een rechter beide ouders bij zich moeten roepen en dreigen het kind weg te nemen bij een van de ouders als het omgangsrecht niet meteen wordt gerespecteerd.’

In principe kunnen tegenwerkende ouders een gevangenisstraf krijgen van 8 dagen tot 1 jaar. ‘Maar een gevangenisstraf lost niets op. Integendeel, het is traumatiserend voor het kind. Tref ouders die zich niet houden aan de afgesproken regeling in hun portemonnee en leg hen een dwangsom op.’


 

Ik ben mijn werk kwijt omdat ik alleenstaande moeder word

Gazet van Antwerpen – 31 augustus 2015

Terwijl Nele Verelst (24) over twee weken moet bevallen, kreeg ze van de directie te horen dat ze na haar bevallingsverlof niet meer de voor- en nabewaking mag leiden in GO!-basisschool ’t Park in Oostmalle. De school vreest dat haar alleenstaand moederschap de continuïteit in het gedrang brengt. Het ontslag is rechtmatig, maar de vakbond vindt het een fout signaal van de school.
Sinds twee jaar verzorgt Nele uit Oostmalle de voor- en nabewaking in basisschool ’t Park, tot ieders tevredenheid. Over haar goed functioneren bestaat geen discussie, niet vanuit de ouders, en ook niet vanuit de school, laat directrice Emmanuela Vervoort weten. “Nele zal een positief verslag van mij krijgen, dat ze later bij haar sollicitaties kan gebruiken”, zegt de directrice. “Daar ben ik vet mee”, reageert Nele. “Ik ben wel mijn droomjob kwijt.”

Nele werkte net als bijna al het faciliterend personeel in het gemeenschapsonderwijs met een tijdelijk contract van één schooljaar, dat elk jaar stopt op 30 juni en normaal op 1 september voortgezet wordt, zodat het personeel in juli en augustus kan stempelen.

”Geschokt”

Walter Himler, woordvoerder van het GO!-onderwijs, begrijpt dat het moeilijk kan zijn om als alleenstaande vlak voor je bevalling te horen dat je je werk kwijt bent. “Maar dit is nu eenmaal de arbeidswetgeving. Op 30 juni was ze sowieso haar contract kwijt.”

“Ik ga contact opnemen met de directie van de scholengroep, want vanuit menselijk oogpunt ben ik geschokt”, zegt Patrick Marivoet van ACOD Overheidsdiensten. “De overheid stimuleert alleenstaande moeders om te blijven werken. Deze vrouw had alles geregeld om weer aan de slag te kunnen, maar kreeg geen kans om te bewijzen dat ze het kan.”


 

Mysterie van de dag: waarom gaan mensen vreemd?

Knack – 28 augustus 2015

Deze zomer viert Knack.be de mysteries van het leven. Elke dag kruipen we in de huid van een verwonderd kind en verbazen we ons over al dan niet alledaagse mysteries. Vandaag: waarom gaan mensen vreemd?

Maakt u zich geen illusies: de mens gaat al eeuwenlang vreemd en dat zal wel nog een tijdje zo blijven. Bijna 60 procent van de mannen en meer dan 45 procent van de vrouwen doet het weleens op een bepaald moment in zijn of haar leven. Bijna 1 op drie koppels wordt er ooit mee geconfronteerd.

Lange vingers

Over de reden waarom mensen hun partner bedriegen lopen de theorieën nogal uiteen. Volgens sommigen komt het door de effecten van de dopamine die vrijkomt wanneer we liegen en bedriegen. Anderen beweren dat het puur gaat om de opportuniteit. Er zijn wellicht zoveel redenen om vreemd te gaan als er mensen zijn.

Toch probeert de wetenschap al jaren een sluitend antwoord te vinden op deze oorzaak van heel wat liefdesverdriet in de hoop het fenomeen beter te begrijpen. Zo is er het verhaal van de ringvinger en de wijsvinger. Uit een studie van de universiteit van Oxford blijkt dat de lengte van de ringvinger de hoeveelheid testosterone aanduidt waaraan de ontwikkelende foetus werd blootgesteld in de baarmoeder. Hoe langer de ringvinger, in vergelijking met de wijsvinger, hoe hoger het niveau van het hormoon en ‘hoe hoger de kans dat die persoon vreemd zal gaan’. Al waarschuwen de onderzoekers dat correlatie niet hetzelfde is als causaliteit en we dus niet meteen de handen van onze partners moeten gaan inspecteren.

Een spray tegen vreemdgaan?

Ook op celniveau kan vreemdgaan verklaard worden: zo zou het hormoon oxytocine een belangrijke rol spelen bij het samenhouden van mensen in een langdurige relatie, onder meer door de aantrekkelijkheid van de partner te stimuleren. Uit onderzoek in Proceedings of the National Academy of Sciences blijkt dat als mannen door middel van een neusspray een extra dosis oxytocine toegediend kregen, het beloningscentrum in hun hersenen geactiveerd werd als ze een foto van hun vrouw te zien kregen. Ze beoordeelden hun vrouw dan ook gemiddeld als wat mooier dan anders. Hetzelfde ging niet op als ze foto’s van vriendinnen of kennissen te zien kregen.

Het biologisch mechanisme achter het samenblijven van koppels zou dus te vergelijken zijn met de effecten van drugs, wat mee zou verklaren waarom een scheiding of een sterfgeval dikwijls zo veel tijd vergt om te verwerken.

Definitie van monogamie

Als antwoord op het hoge aantal scheidingen proberen koppels steeds meer hun eigen vorm van monogamie te definiëren in de vorm van open huwelijken. Niet de seksuele trouw bepaalt de monogamie, maar de emotionele verbondenheid. Dergelijke open relaties zijn echter niet voor iedereen weggelegd en bestaan slechts bij 4 tot 5 procent van de heteroseksuele bevolking. Zij zouden over het algemeen wel gelukkiger zijn in hun relatie dan meer traditionele koppels. Ze zijn minder jaloers en hebben een opwindender seksleven, zo blijkt uit onderzoek.

Welke vorm u ook kiest, menselijke realties zijn gecompliceerd. Het belangrijkste is dat u echt voor een partner kiest en zich vervolgens volledig geeft in een relatie. Met heel uw lijf, van kop tot teen. Ook met lange vingers.


 

Mysterie van de dag: waarom worden we verlief op die ene?

Knack – 16 augustus 2015

Deze zomer viert Knack.be de mysteries van het leven. Elke dag kruipen we in de huid van een verwonderd kind en verbazen we ons over al dan niet alledaagse mysteries. Vandaag: waarom worden we verliefd op die ene?

Over wat er nu precies gebeurt wanneer u verliefd wordt, zijn wetenschappers het nog altijd niet helemaal eens. De voorbije 20 jaar hebben ze al veel van Cupido’s geheimen achterhaald, maar gelukkig nog niet genoeg om alle mysterie uit de liefde te halen.

Zo zijn er verschillende theorieën over waarom ons hart bijvoorbeeld sneller gaat slaan bij die ene persoon en niet bij die andere. Op wie men verliefd wordt, verschilt immers van persoon tot persoon. Pseudo-wetenschappers denken dat het liefdesspel gestuurd wordt door feromonen. Dat zijn geurloze hormonen die worden uitgescheiden door de zweetklieren en bepaalde informatie uitsturen over bijvoorbeeld het afweersysteem. Dat feromonen een rol spelen bij dieren is bewezen, maar voorlopig nog niet bij de mens.

Verliefd op een vreemde

De Amerikaanse psychologe Barbara Fredrickson van de universiteit van North Carolina heeft een andere theorie voor het fenomeen. In haar boek ‘Liefde 2.0’ schrijft ze dat men op eender wie verliefd kan worden zolang er maar een micromoment van verbondenheid is tussen beiden. Deze micromomenten van positiviteitsresonantie kunnen plaatshebben met een lukrake persoon die je eender waar kan ontmoeten. Zo kan u tijdelijk verliefd worden op een vreemde in de straat, een collega op het werk of de kassierster in de supermarkt enkel en alleen omdat men zich verbonden voelt door een gedeelde positieve emotie.

Voorwaarde is volgens Fredrickson wel dat een persoon fysiek bij de andere persoon moet zijn om het micromoment te kunnen ervaren. Een verliefd koppel is dus eigenlijk niet verliefd wanneer de beide partners niet bij elkaar zijn. Hoewel u zich terwijl u dit leest misschien verbonden voelt met uw partner en naar hem of haar verlangt, is uw lichaam momenteel volledig ‘liefdeloos’.

Niet voor altijd

Hoe moeilijk de liefde dus soms kan zijn, deze theorie maakt liefde veel bereikbaarder in ons dagdagelijks leven dan gedacht, of u nu een relatie hebt of niet. Het kan een troost zijn voor de vele singles onder ond.

Maar als u dan toch eindelijk de ware hebt gevonden, dan staat de wetenschap alweer klaar om het ‘ze leefden nog lang en gelukkig’-sprookje aan diggelen te slaan is. Slechts zo’n drie procent van de zoogdieren is monogaam en de mens behoort daar – helaas voor de gebroeders Grimm – niet toe. Volgens een populaire theorie is ons brein van nature geprogrammeerd om zo veel mogelijk partners te hebben, net als de chimpansees die in de heerlijkheid van de promiscuïteit leven.

Maar, er is hoop. Volgens verschillende studies zijn er een hele reeks niet-biologische factoren die ervoor kunnen zorgen dat mensen toch monogaam door het leven kunnen gaan, namelijk communicatie, respect voor elkaar, gemeenschappelijk interesses en een intense vriendschap tussen beide partners.


 

Koppels die hun relatie op facebook zetten, blijven langer samen

Het Laatste Nieuws – 5 augustus 2015

Heb jij er een hartgrondige hekel aan wanneer koppels elkaars Facebookpagina bombarderen met hartjes en liefdesbetuigingen? Of kondig jij gewoon lekker zelf aan dat jouw vriend de beste van de hele wereld is? Als je tot de laatste categorie behoort, is de kans groot dat jouw relatie blijft duren. Want koppels die hun relaties tot in detail op Facebook uit de doeken doen, zouden volgens verschillende studies samen blijven.
Volgens een actuele studie van de universiteit van Wisconsin-Madison zouden koppels die hun relatie tot in de puntjes delen op Facebook (bijvoorbeeld door status updates, foto’s, en reageren op elkaars tijdlijn) meer toegewijd zijn aan elkaar en een grotere kans hebben om na zes maanden nog samen te zijn.

Hechtere band

De onderzoekers gingen de interacties tussen koppels na aan de hand van een enquête en door de activiteit op Facebook te meten. Na zes maanden voerden ze datzelfde onderzoek opnieuw uit. De resultaten waren erg interessant. “Als je jezelf duidelijk als een deel van een koppel presenteert op Facebook, dan ben je meer toegewijd aan je partner en zal je relatie langer blijven duren,” legt doctor Carolina Toma, assistent professor aan de universiteit van Wisconsin-Madison en co-auteur van de studie, uit.

“Ik maak graag een analogie met trouwfeesten, het is immers hetzelfde concept. Net als bij een bruiloft breng je ook op Facebook al je vrienden samen en kondig je publiekelijk je liefde voor elkaar aan. Dat is psychologisch gezien erg betekenisvol, omdat je jezelf ziet door de ogen van anderen. Je relatie officieel maken op Facebook is een belangrijke mijlpaal waar koppels vaak eerst over praten. Zo ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor koppels,” verklaart Toma.

Deze bevindingen worden ook door een ander onderzoek onderschreven. Een onderzoek van de universiteit van Western Illinois uit 2013 kwam tot dezelfde conclusie. Professor Cristopher Carpenter verklaart het als volgt: “Ik ontdekte dat koppels die vaker samen op foto’s staan of elkaar meer taggen in status updates een hechtere band en een meer romantische relatie hebben.”

Facebook als studiemateriaal

Carpenter vindt Facebook hét middel bij uitstek om mensen en relaties te bestuderen. “We kunnen moeilijk mensen achtervolgen met een taperecorder om te achterhalen wat ze de hele dag zeggen. Via Facebook kunnen we echter een gedeelte van die dagopname bekijken. We zien hoe vaak mensen in interactie treden met hun partner, wat ze zeggen en hoe ze zichzelf voorstellen op hun profiel.”

Ook doctor Carolina Toma vindt Facebook rijk studiemateriaal: “We vonden het interessant om na te gaan of koppels die hun toewijding publiekelijk laten blijken, ook in praktijk meer toegewijd zijn aan elkaar.”


 

Open VLD en CD&V willen van huiselijk geweld weer een prioriteit maken

De Morgen – 31 juli 2015

Man slaat vrouw. En nog eens. En dan nog eens. De situatie is uitgegroeid tot familiaal geweld. Mevrouw wil aangifte doen en informeert op de site van de lokale politie. Waarbij de kans groot is dat ze op deze pagina met tips verzeilt. Tip 1: Een eerste stap is om over het geweld te praten! Praat voor het ploft! Maar als praten niet helpt, is het misschien tijd om te vluchten. Tip 2: onthoud belangrijke telefoonnummers zoals 101 (politie) en 106 (Teleonthaal). Je kunt ze programmeren in je gsm.

Ben je eindelijk het huis uit? Tip 3: zoek veilig onderdak en ga naar de politie om aangifte te doen. Met als afsluiter: Tip 4: neem fotokopies mee van alle bewijsstukken waarover je beschikt. Zo, anno 2015 zijn dit wel de tips waar je als mishandelde vrouw op zit te wachten.

De naam van de politiezone die deze tips verspreidt is niet van tel, wel dat de lokale politie intrafamiliaal geweld sinds dit jaar niet meer tot haar prioriteiten rekent. Niet dat de politie het probleem niet erkent. Maar, luidt de uitleg, ze hebben het fenomeen al jarenlang als prioriteit beschouwd zodat iedereen binnen de politie precies weet hoe hij moet werken.

Niet dat hun aanpak veel vruchten afwerpt, zo blijkt uit nieuwe cijfers die De Morgen vandaag publiceert. Jaarlijks worden er bijna 50.000 klachten voor intrafamiliaal geweld ingediend, meestal door vrouwen. Dat zijn er meer dan 130 per dag en dat ligt op Europees vlak hoog. Heel wat vrouwen zijn mondiger geworden, maar veel geweld blijft ook nog binnenskamers.

Volgens de politie staan ze ook vaak machteloos tegen het fenomeen. “Het is een kwestie van opvoeding en van wederzijds respect. De politie kan enkel vaststellen dat er inbreuken zijn.” Maar zelfs na de vaststelling staat de politie en het gerecht blijkbaar vaak machteloos. Want de afgelopen twee jaren zijn slechts 65 daders bestraft met een tijdelijk huisverbod. 65! Dat zijn er niet eens zoveel als er dagelijks klachten worden ingediend.

Bovendien hangt de hele opvangprocedure met haken en ogen aan elkaar, zo weet ook CD&V-politica Nahima Lanjri. Gevluchte vrouwen blijken niet steeds veilig te zijn voor hun gewelddadige man en vrouwen die noodgedwongen op de vlucht gaan zonder hun kinderen kunnen aangeklaagd worden voor het ‘verlaten van hun kinderen’.

Open Vld en CD&V willen van intrafamiliaal geweld weer een prioriteit maken. Hierover valt niet meer te zeggen dan: eindelijk. Niets dat minister Koen Geens (CD&V) tegenhoudt. Hou uw belofte. En een tip voor de politie: maak betere tips.


 

Miserietaks is discriminerend

Moneytalk – 30 juli 2015

Een scheiding betekent vaak dat de gezinswoning moet worden verdeeld. Voor gehuwden en wettelijke samenwonenden geldt er een ander verdeelrecht dan voor feitelijk samenwonenden. Dit zou in strijd zijn met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel.

Mensen die samenwonen of gehuwd zijn, kopen of bouwen samen vaak een woning. Als er een scheiding komt, dan moet deze woning meestal worden verdeeld omdat elke partner gelijke rechten heeft op dit onroerend goed. Bent u gehuwd, dan bestaat er een hele wettelijke regeling die zegt hoe de verdeling van eigen en gemeenschappelijke goederen bij een echtscheiding moet gebeuren. Dit is niet het geval bij een feitelijke en een wettelijke samenwoning. Een eenvoudige verklaring voor de burgerlijke stand volstaat trouwens om de wettelijke samenwoning ongedaan te maken.

De miserietaks

De scheiding tussen echtgenoten of samenwonende partners brengt vaak ook de verdeling van de gezamenlijke woning met zich mee. Over deze verdeling van een onroerend goed is een registratierecht, het zogenaamde verdeelrecht, opeisbaar bij die partner die het deel van de andere partner overkoopt. Sinds 1 augustus 2012 is het tarief van deze rechten in het Vlaams gewest opgetrokken van 1% naar 2,5 %. De partners die een einde stellen aan hun relatie, hebben bij de aankoop van de woning of bij de bouw ervan reeds een registratierecht van 10% (in Vlaanderen) of 12,5% (in Brussel en in Wallonië) of btw betaald. Bij de verdeling van de woning komt daar nog eens een belasting van 1 of 2,5%. Dit maakt een groot financieel verschil want het verdeelrecht wordt geheven op de volledige waarde van de woning. Het is dan ook niet vreemd dat dit verdeelrecht dan ook een ‘miserietaks’ genoemd door ex-partners die met deze financiële kater te maken krijgen.

Aanvankelijk werd voor ex-echtgenoten en ex-wettelijk samenwonende partners een vrijstelling van de belastbare grondslag ingevoerd – het zogenaamd abattement – van 50.000 euro. Dit komt neer op een vermindering van 1250 euro. De regeling van het abattement is thans nog steeds van toepassing voor koppels waarvan de overeenkomst over verdeling is afgesloten vóór 1 januari 2015, maar waarvan de echtscheiding na 1 januari 2015 wordt uitgesproken.

Deze milderingsregeling van het abattement bleek in de praktijk echter nog niet voldoende te zijn om de financiële verzuchtingen in geval van scheiding op te vangen. Voor echtscheidingen uitgesproken en verdelingsovereenkomsten afgesloten na 1 januari 2015 wordt het verdeelrecht van 2,5% teruggebracht naar 1%.

Niet voor feitelijk samenwonenden

Deze gunstmaatregelen, zowel het abattement als de tariefverlaging, zijn enkel van toepassing op gehuwden of wettelijk samenwonenden. Feitelijk samenwonenden kunnen niet van dit voordeel genieten. Verantwoording hiertoe is het feit dat gehuwden en wettelijk samenwonenden hun samenleving geformaliseerd hebben en daardoor wederzijdse rechten en verplichtingen hebben opgenomen.

Noteer dat de verdelingstaks in Brussel en Wallonië altijd ongewijzigd is gebleven op 1% – in plaats van 2,5% – voor zowel wettelijk samenwonende partners, gehuwden als feitelijk samenwonenden partners.

Grondwettelijk Hof

Intussen werd deze mogelijke discriminatie voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof. De procedure voor het Grondwettelijk Hof is tweeledig. Naast het verzoek tot vernietiging van deze discriminatie, wordt ook het verzoek tot schorsing van uitvoering van deze maatregel aangevoerd.

Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld in haar arrest van 28 mei 2015 dat het verzoek tot vernietiging ontvankelijk is. Over de grond van de zaak, met name de beweerde discriminatie, zal zij later nog een oordeel vellen.

De voorlopige schorsing van de maatregel wordt echter niet toegestaan. Immers belanghebbenden – lees feitelijk samenwonenden die thans niet onder de gunstmaatregel vallen – kunnen bij een toekomstige vernietiging van de discriminatie het teveel aan geheven registratierechten terugvorderen van de Vlaanderen. De betrokkenen zullen in dat geval wel een formeel verzoek tot teruggave van de teveel betaalde rechten moeten indienen.

Vlaamse regering

Het is nu aan de Vlaamse regering en in het bijzonder aan mevrouw Annemie Turtelboom, Viceminister-president en tevens Vlaams minister van Begroting, Financiën en Energie, om als bevoegd minister de ongelijkheid op te heffen en een wijziging aan te brengen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13/12/2013. Tot op vandaag, is dat nog niet gebeurd.


 

Zes op de tien woningen te koop door echtscheiding of overlijden

Knack – 28 juli 2015

De Belg staat niet te springen om zijn woning te verkopen. 59 procent van de Belgen die de vastgoedmarkt betreden doet dat omdat de gezinssituatie hen er toe dwingt. Dat blijkt uit een enquête van Century 21 Benelux bij 1.400 eigenaars.

De doorsnee Belg doet zijn woning niet snel van de hand. De gezinssituatie moet ingrijpend veranderen voor hij zijn huis te koop stelt. Zes op de tien Belgen doet dat bij een sterfgeval of een scheiding.

14,6 procent van de eigenaars verkoopt om louter financiële redenen. “Maar ook daar is het dus omdat hem de arm wordt omgewrongen en hij bijvoorbeeld de hypotheek niet meer kan afbetalen”, zegt Isabelle Vermeir, woordvoerster van Century 21 Benelux.

Gehecht aan zijn baksteen

Als de Belg niet gedwongen wordt om te verhuizen verblijft hij ongeveer 30 jaar in dezelfde woning. Slechts 7,5 procent verhuist omwille van omgevingsfactoren zoals bijvoorbeeld dichter bij het werk gaan wonen. 6,1 procent verkoopt zijn woning om kleiner – of juist groter – te gaan wonen.”Op dat vlak is er voor de gewestelijke overheden nog werk aan de winkel. Als het voor zijn droomhuis is, rijdt de Belg voorlopig nog zonder veel gemor – en vaak met zijn bedrijfswagen – tien kilometer verder naar zijn werk”, aldus Vermeir.

Zes op de tien woningen te koop door scheiding of overlijden
© Century 21

Beslist de Belg toch om zijn woning te verkopen, dan neemt hij het heft in eigen handen. Zes op de tien Belgen proberen eerst zelf hun woning aan de man te brengen voor ze naar de vastgoedmakelaar stappen. 31 procent van zij die het zelf probeerden contacteert pas een makelaar als het niet lukt om de woning na drie maanden te verkopen. Nog eens 34 procent doet hetzelfde als er na zes maanden nog altijd geen verkoop tot stand is gekomen.

“In Nederland kennen ze dit fenomeen niet en wordt er meteen naar de vastgoedmakelaar gestapt, in België is het een bekend iets. Maar tegelijkertijd zien we dat een woning verkopen zo complex is geworden dat meer en meer beroep wordt gedaan op een makelaar. Vier op de tien Belgen doet het anno 2015 van meet af aan, terwijl dat vijftien jaar geleden slechts twee op de tien was”, verduidelijkt de woordvoerster.

De gemiddelde Belgische woning staat veertien weken te koop. Meestal gaan er zo’n zeven tot acht bezoeken aan vooraf.


 

Uit elkaar gaan vergt meer afspraken dan gaan samenwonen

De Tijd – 27 juli 2015

Steeds meer wettelijke samenwoners gaan uit elkaar. Dat vergt nauwelijks formaliteiten. Maar dan begint het ‘scheiden’ pas. En dat is, bij gebrek aan een wettelijk kader, zeker niet minder complex dan als gehuwden uit elkaar gaan.

Met 24.434 zijn ze, het aantal wettelijk samenwonenden dat vorig jaar uit elkaar ging. Dat zijn er 3.000 meer dan het jaar voordien. Kamerlid Koenraad Degroote (N-VA), die de cijfers opvroeg bij minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA), verklaart die forse stijging ‘door de zeer eenvoudige manier om de wettelijke samenwoning te beëindigen’.
Inderdaad, een bezoekje aan het stadhuis waar u schriftelijk verklaart de samenwoning te beëindigen, volstaat. Dat is gratis als de ex-partners die formaliteit samen doorlopen. Beslist een van beide partners dat eenzijdig, dan moet die de deurwaarder betalen die de andere partner op de hoogte brengt van zijn beslissing.
Maar daarmee is de kous verre van af natuurlijk. Door samen te wonen, raken levens en vermogens willens nillens verstrengeld. Hoe ze terug uit elkaar halen bij een breuk is wettelijk nauwelijks tot niet geregeld.
Het is dus aan de exen om afspraken te maken rond het huis, de inboedel, de (gezamenlijke) rekeningen, spaargelden en beleggingen en de kinderen. ‘Wettelijk samenwonenden verkiezen dat statuut vaak boven het huwelijk net omdat ze elkaar willen beschermen bij overlijden, maar zich niet willen vastzetten in het scenario van een relatiebreuk’, merkt notaris Anthony Wittesaele op in zijn kantoor.
Wie dat wil, kan afspraken rond wat er moet gebeuren bij een breuk in een samenlevingscontract opnemen. Officieel luidt het dat partners in zo’n contract de organisatie van hun gezin en de gevolgen van hun samenleving regelen. Wettelijke samenwoners die zo’n contract opstellen, moeten dat in een notariële akte gieten.
‘Een uitgebreid samenlevingscontract met principes over alle mogelijke facetten, zien wij nauwelijks’, weet notaris Carol Bohyn. ‘Maar we zien wel een groeiende bewustwording om op papier te zetten hoe een specifieke beslissing verrekend moet worden bij een breuk, zoals samen een huis kopen, of samen het huis van een van beide partners renoveren.’

Woning

Bent u samen eigenaar van de gezinswoning die wordt verkocht vanwege de breuk, dan is het logisch de opbrengst te verdelen in verhouding tot de eigendomsrechten. Koopt een van beide partners de andere uit, dan zal die bovenop de uitkoopsom ook het verdeelrecht moeten opleggen. Woonde u al een jaar of meer wettelijk samen, dan bedraagt het verdeelrecht sinds begin dit jaar opnieuw 1 procent op de huidige waarde van de woning.
‘Investeerde een van beide partners en cours du route meer in de woning, dan houdt u daar best bewijzen, zoals facturen, van bij’, adviseert notaris Bohyn. ‘Een alternatief is dat u werkt met een schuldvordering, die verrekend wordt op het moment van de breuk’, aldus Bohyn.
Goed nieuws ook voor wie introk in de woning die zijn partner al gekocht had of al huurde. De intrekkende partner kan niet d’office gedwongen worden om van de ene op de andere dag zijn koffers te pakken. Bij een conflict, bijvoorbeeld als samenwonen onmenselijk is, kan elke partner naar de familierechtbank stappen om dringende en voorlopige maatregelen te vragen. ‘De rechter zou zelfs kunnen beslissen om het voorlopige woonrecht toe te kennen aan de partner die geen eigenaar is van de woning als de rechter oordeelt dat die er meer mee gebaat is dan de partner die wel eigenaar is’, weet notaris Wittesaele.

Inboedel

Een ander aandachtspunt is de inboedel. Er geldt een wettelijk vermoeden dat alle goederen in de gezinswoning toebehoren aan beiden’, geeft notaris Wittesaele aan. ‘Maar dat vermoeden geldt enkel als u geen tegenbewijs kunt leveren. En dat kan gemakkelijk. Bijvoorbeeld door facturen bij te houden die aangeven wie de eigenaar is van wat. Of door een lijst op te stellen die aangeeft wat van mijnheer is, wat van mevrouw en wat gemeenschappelijk is en die lijst vervolgens beiden te ondertekenen’, legt Bohyn uit.

Beroepsinkomsten

‘Heel belangrijk, maar toch krijg ik er nauwelijks vragen over: hoe kunt u de partner die zijn carrière terugschroeft om gezinstaken op zich te nemen, compenseren voor dat gederfd inkomen’, merkt Wittesaele op. De beroepsinkomsten die een partner verdient, blijven van hem en moeten op basis van het vermogensrecht bij een relatiebreuk niet verdeeld worden. Zelfs niet als die op een rekening gestort worden die op naam van beide partners staat. Natuurlijk kunt u als scheidend koppel op het moment van de breuk alsnog een compensatie uitwerken, maar dat hangt af van de bereidwilligheid van beide partners. Is die er niet, dat staat de minst verdienende in de kou. ‘Ik zie in mijn kantoor vaak dat koppels net daarom beslissen alsnog te trouwen’, zegt Bohyn. In het wettelijk huwelijksstelsel behoren alle beroepsinkomsten vanaf de dag van het huwelijk tot het gemeenschappelijke vermogen. En bij een echtscheiding krijgt elke partner de helft van dat tijdens het huwelijk opgebouwde gemeenschappelijke vermogen.

Kinderen

Of ze nu gehuwd waren of samenwonend, ouders die uit elkaar gaan, moeten een goede modus vivendi vinden voor de kinderen. Die is zelfs nog belangrijker dan welke afspraak ook over materiële zaken. Sinds 1995 is gezags-co-ouderschap de regel: beide ouders blijven samen het ouderlijke gezag uitoefenen, ook na de relatiebreuk. In tegenstelling tot in Nederland is in ons land een ouderschapsplan niet verplicht noch gangbaar. Daarin maken ouders onder andere afspraken over de verblijfsregeling en het onderhoudsgeld. Daarvoor geldt als basisprincipe dat, als beide ouders een bepaalde regeling overeenkomen, die geldig is. Komen de ouders niet overeen, dan zal de familierechtbank de knoop doorhakken. In regel wordt sinds 2006 voor de verblijfsregeling de voorkeur gegeven aan een gelijkmatig verdeelde huisvesting, de zogenaamde bilocatieregeling. Voor het onderhoudsgeld is het principe dat iedere ouder bijdraagt in verhouding tot zijn inkomen.


 

Samenwonenden slaan aan het scheiden

De Morgen – 19 juli 2015

In Vlaanderen waren er vorig jaar 46.894 personen die een verklaring van wettelijk samenwonen aflegden. In vergelijking met 2013 is dat een lichte stijging. Maar er wordt tegelijk ook een sterke toename van het aantal “beëindigingen van samenleven” vastgesteld: liefst 24.434 in 2014 of ruim 3.000 meer dan het jaar voordien. De cijfers staan in De Zondag. Dezelfde trend zou zich ook in Brussel en in Wallonië voordoen.

De cijfers werden opgevraagd Kamerlid Koenraad Degroote (N-VA) bij minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon.

“De laatste jaren daalt het aantal echtscheidingen, maar stellen we tegelijkertijd een forse toename van het beëindigen van samenleving vast”, stelt Degroote in de krant. Volgens hem ligt de reden voor de hand. “Dit komt door de zeer eenvoudige manier om hiertoe over te gaan. In geval van akkoord kan je zelfs kosteloos gewoon een beëindiging laten vastleggen op de burgerlijke stand.”


 

Immo says no

www.all1.be – 25 juni 2015

Er was nogal wat commotie over, vorige week, toen bleek dat een immosite de sociale kaart van de buurt linkte aan de waarde van een woning. Wonen er procentueel veel lager opgeleiden en allochtonen in deze buurt? Jammer, dan is een huis er niet veel waard. Onderliggende boodschap: ga er dus niet wonen.

“Erover!” en “Degoutant!” schreeuwden critici op tal van sociale media. Gelijk hadden ze. Maar gek genoeg worden we dagelijks geconfronteerd met een maatschappelijk model dat systematisch discrimineert, en waar in de helft van de gevallen geen kat van wakker ligt. Niet alleen niet-Belgen of sociaal zwakkeren zijn Kop van Jut. Ook singles verteren hun deel.

“Wij verhuren niet aan ongehuwde moeders met kinderen”

Je beseft het pas goed als je pakweg als alleenstaande ouder met kinderen plots op de huurmarkt belandt. Het overkwam mij een paar jaar geleden. Ik had een baby van 6 maand en een kleuter van 3 aan mijn zij, het gezin was uiteen gevallen, ik moest een woning vinden voor ons drieën. Bij tal van immokantoren waren er fijne advertenties en interessante plekjes in de aanbieding, maar telkens stootten we op een njet. “Sorry, mevrouw, wij verhuren niet aan ongehuwde moeders met kinderen.” Zo zeiden ze dat, zonder verpinken.

Het is schrijnend dat dit kan, in een wereld waar het motto ‘vrouwen en kinderen eerst’ ingeburgerd is. De attitude van verhuurbedrijven staat er haaks op. Eigenlijk zeggen zij: twee volwassenen samen, dàt is een gezin. U bent dat niet. En dus verhuren we niet aan u.

Aanvankelijk ging ik met de immokantoren stevig in discussie, na zo’n weigering. Ik eiste uitleg en zei dat ze het recht niet hadden om mij zo wandelen te sturen. Maar de makelaars wimpelden me beleefd af. Zwoeren dat het de eigenaars van het pand waren die de gezinssituatie niet aanvaardden. Verantwoordelijkheid doorschuiven, heet dat. Eén luttele keer luidde het zelfs “dat ongehuwde moeders krap bij kas zitten en toch niks kunnen betalen. Aan u verhuren we niet, madam.” Dat ik werk had, een vast inkomen en heus wel een solvabele huurder was, interesseerde hen niet.

Eén luttele keer deed ik ook meer dan discussiëren. Ik had een huisje aan de rand van de stad gezien, meer dan geschikt voor ons drieën, en mocht het bezoeken op afspraak. De nog aanwezige huurster vertelde dat zij het huis indertijd had kunnen bemachtigen, omdat ze de man van wie ze ging scheiden liet verklaren dat ze een koppel waren. Het immokantoor was gepaaid en aanvaardde ‘hen’ als huurder, de man vertrok een maand later. De dame adviseerde om ook iemand te zoeken die wou verklaren dat hij mijn partner was. Dan konden we pro forma 2 loonfiches voorleggen, en misschien toch huren. Anders zou het niet lukken, want: alleen koppels toegelaten. “Dat was de eis van de eigenaar”.

Na deze mededeling trok ik op eigen houtje naar het kadaster om de gegevens van die eigenaar op te vragen. Zo belandde ik uiteindelijk bij een bvba in het Brugse Ommeland: de bewuste eigenaar van het huisje dat te huur stond. Ik vertelde de vrouw in kwestie wat het immokantoor verklaarde: deze eigenaar wil geen alleenstaande ouders. Ze hoorde het in Keulen donderen, zei dat dat geen steek hield. Ze zouden het kantoor erover aanspreken.

Ik heb het huis uiteindelijk niet kunnen huren, om de redenen die hierboven al werden aangehaald. ‘Immo says no’. Iedere keer opnieuw. Toen ik de bediende van het kantoor zei dat ik de eigenaar persoonlijk had gesproken en ze op deze flagrante leugen zou terugkomen, verbleekte de man. Net zoals mijn zin om ooit nog iets via dat kantoor te huren.

Toch vond ik korte tijd later wél mijn stek in de stad. Een gezellig en ruim appartement, in een vrij rustige en groene buurt. Die ene makelaar – ik ben hem dankbaar – heeft mijn huuraanvraag wel eerlijk voorgelegd aan de eigenaar. Haar dochter besliste over de toekenning. De vrouw was zelf gescheiden, met kinderen en seinde kort na mijn aanmelding dat ik mocht huren. Toen ze me de sleutels later bezorgde, voegde ze eraan toe: “Ik weet dat niemand moeders met kinderen aanneemt als huurder. Het leek mijn plicht om dat wel te doen.”

Het is intussen meer dan vier jaar na die woelige zoektocht. Er zijn op radio en TV al talloze debatten gevoerd over wanpraktijken op de verhuurmarkt. Koepelorganisaties van de immobiliënsector werden al op de rooster gelegd en gewezen op het feit dat ze ‘alleenlevenden’ systematisch discrimineren, zeker als er kinderen bij komen kijken. Zonder veel gevolg. De organisaties schuiven de hete aardappel door, zeggen dat ze er wel weet van hebben, maar er weinig tegen kunnen doen.

Dat kunnen ze nochtans wel. Er zijn vandaag nog altijd makelaars die op advertenties vermelden: ‘geen moeders met kinderen’. Dat is flagrant en strafbaar, zoals discriminatie op grond van ras, geloof of seksuele geaardheid het ook is. Er moet beleidshalve tegen opgetreden, net als tegen alle drogredenen en halfslachtige wetten die alleenstaanden treffen, of ze nu kinderen hebben of niet. Ook die alleenstaanden hebben recht op een woning en een fiscaal en wettelijk kader dat hen behandelt als alle anderen. Daar staat of valt een democratische samenleving mee.


 

Belgische wetgeving is afgestemd op traditionele gezin: groeiende groep singles

Knack – 16 juni 2015

Het aantal eenpersoonsgezinnen zal de komende jaren nog toenemen, maar de Belgische regelgeving hinkt achterop. Dat schijft Carla Dejonghe, voorzitter van all1, een belangenvereniging voor alleenwoners.

1 op 3 Belgische huishoudens bestaat vandaag uit 1 persoon. In grote steden zoals Brussel is dat zelfs al 1 op 2. Alle bevolkingsprognoses wijzen in dezelfde richting: het aantal eenpersoonsgezinnen zal de komende jaren nog verder toenemen, een tendens die ook geldt voor andere Europese landen. Het is één van de opvallendste demografische ontwikkelingen van de laatste decennia, maar de Belgische regelgeving blijft hoofdzakelijk afgestemd op het traditionele gezin. De groeiende groep alleenstaanden is hiervan al te vaak de dupe. Die groep is trouwens zeer divers, gaande van vrijgezellen en gescheiden personen tot weduwen/weduwnaars en alleenstaande ouders.

Cijfers van de OESO geven aan dat de Belgische alleenstaanden zonder kinderen de zwaarst belaste mensen ter wereld zijn. In 2013 ging maar liefst 55.8 % van hun brutoloon naar belastingen en sociale zekerheid. Maar ook de regelgeving rond successierechten zijn een doorn in het oog van veel alleenstaanden. Voor wie zijn erfenis wilt nalaten aan zogenaamde ‘derden’, bijvoorbeeld een goede vriend, nicht of petekind, geldt de maximale erfbelasting. In Vlaanderen betaalt de erfgenaam dan tussen 45% en 65% erfbelasting. In Brussel en Wallonië loopt dat zelfs op tot 80%.

Maar ook op tal van andere vlakken benadeelt de regelgeving alleenstaanden. Zo hebben koppels recht op het dubbel aantal fiscaal aftrekbare dienstencheques voor poetshulp én een dubbele woonbonus (de belastingvermindering voor de enige en eigen woning). Daarnaast kan je enkel zorgverlof nemen om je te ontfermen over een zwaar ziek gezins- of familielid (tot de tweede graad). Zieke alleenstaanden die niet (meer) kunnen terugvallen op familie, moeten dus hopen dat iemand uit hun omgeving bereid is om onbetaald verlof te nemen om hen te verzorgen.

Wat zijn de gevolgen van politieke beslissingen voor alleenwoners?

Het zijn maar enkele voorbeelden van hoe we het de vele alleenstaanden in ons land soms knap lastig maken. Daarom pleit ik als Brussels parlementslid al verschillende jaren voor een ‘singlesreflex’ in het beleid, waarbij beleidsmakers alle politieke maatregelen die genomen worden ook toetsten aan hun (soms zware) gevolgen voor alleenwoners. Daarnaast lanceerde ik in 2013 een enquête bij de Brusselse alleenstaanden om te peilen naar hun noden en bezorgdheden. Op basis van deze initiatieven werd ik via allerlei kanalen gecontacteerd door tal van alleenstaanden, uit alle windstreken en met uiteenlopende profielen, die me vroegen om hiermee verder te gaan en op te komen voor hun belangen.

Zo groeide het idee om een belangenvereniging voor ‘alleenwoners’ op te richten, zoals dit al in andere Europese landen bestaat. We zijn de afgelopen maanden met een diverse groep geëngageerde ‘ervaringsdeskundigen’ rond de tafel gaan zitten om een duidelijke missie uit te werken voor de vereniging, die de naam ‘all1’ kreeg.

All1 is alvast ambitieus. In de eerste plaats willen we de belangen verdedigen van alle Belgen die, om uiteenlopende redenen voor een korte of langere tijd, alleen wonen. Zij worden ten gevolge van een onaangepaste regelgeving namelijk met een aantal problemen geconfronteerd die niet gelden voor koppels. Een grondige doorlichting van onze huidige regelgeving om de bestaande pijnpunten bloot te leggen zou alvast een goed begin zijn. All1 wil hierover een maatschappelijk en politiek debat op gang brengen, maar ook wetenschappelijk onderzoek rond de thematiek bevorderen. In tegenstelling tot de Amerikaanse academische wereld, hebben Belgische onderzoekers nog te weinig hun licht laten schijnen over deze belangrijke demografische evolutie en diens gevolgen. We werken daarom nu al samen met de Wetenschapswinkel. Daarnaast trachten we alleenstaanden correct te informeren over hun rechten en hen bij te staan in hun zoektocht naar informatie. We hopen dat onze beweging kan uitgroeien tot een platform waarop alle betrokkenen en belanghebbenden informatie kunnen uitwisselen.

Klassiek gezien niet langer alleen als norm

Eén ding is duidelijk, het klassieke gezin kan niet langer (alleen) fungeren als norm bij het opstellen van regelgeving. Naast het nieuw samengestelde gezin is ook de alleenstaande een realiteit in het België van de 21ste eeuw. Het streefdoel van all1 is dus om te komen tot een leefvormneutrale regelgeving binnen een maatschappij met een meer waarheidsgetrouw beeld van de zeer diverse groep alleenwoners.

Dit betekent ook komaf maken met het clichébeeld van de jonge happy single die volop geniet van het vrijgezellen- en stadsleven. De werkelijkheid is nu eenmaal complexer


 

Maand bedenktijd nadat echtscheiding uitgesproken is

Deredactie.be – 17 juni 2015

Als de rechter de echtscheiding op grond van onderlinge toestemming heeft uitgesproken, zal het in de toekomst nog steeds mogelijk zijn om hoger beroep aan te tekenen wanneer beide partijen zich kort nadien verzoend hebben. Dat staat in een wetsvoorstel van Sonja Becq (CD&V) dat unaniem aanvaard werd in de Kamercommissie Justitie.
De mogelijkheden om hoger beroep aan te tekenen tegen een echtscheidingsvonnis zijn beperkt en een verzoening na de uitspraak hoort hier niet bij. Soms komt het echter voor dat een koppel zich verzoent nadat de rechter de echtscheiding op grond van onderlinge toestemming heeft uitgesproken, maar voor het echtscheidingsvonnis definitief wordt.

“Indien het koppel in deze situatie geen hoger beroep kan aantekenen, zijn ze gedwongen om de echtscheiding te ondergaan. Dit heeft heel wat nefaste gevolgen”, zegt Sonja Becq. In dat geval moeten er registratierechten betaald worden, moet er opnieuw getrouwd worden en eventueel een nieuw huwelijkscontract worden opgemaakt. “Wij zijn echter van mening dat beide echtgenoten zich in elk onderdeel van de procedure moeten kunnen verzoenen, alvorens de echtscheiding definitief is geworden.”

Indien het koppel na de uitspraak van de echtscheiding in eerste aanleg toch beslist om niet meer uit elkaar te gaan, dan wordt dit vanaf nu mogelijk. Zo kunnen beide echtgenoten gezamenlijk hoger beroep aantekenen tegen een vonnis dat de echtscheiding heeft uitgesproken. De voorwaarde is natuurlijk dat de termijn van hoger beroep (1 maand) niet verstreken is. “Als een koppel zich wil verzoenen, moeten wij hen die kans willen geven. Op die manier wordt heel wat leed dat door de echtscheiding wordt veroorzaakt, voorkomen”, meent Becq.


 

5 aandachtspunten als je een beroep wil doen op een bemiddelaar

Knack – 15 juni 2015

ie familiale problemen heeft kan een beroep doen op een bemiddelaar. De gesprekken die je daar voert zijn vertrouwelijk en leiden geregeld tot resultaat.

Volgens recent onderzoek resulteert een bemiddelingsprocedure bij een echtscheiding in één op de twee gevallen tot een volledig of gedeeltelijk akkoord. Waar vind je zo’n bemiddelaar en wat kost die?

  1. Werk met een erkend bemiddelaar

Een bemiddelaar probeert de partijen te verzoenen en een compromis te vinden. Neem enkel een erkend bemiddelaar onder de arm. Die heeft een bijzondere opleiding gevolgd om te bemiddelen. In de praktijk zijn het vaak advocaten die als bemiddelaar in familiezaken actief zijn. Je vindt een lijst van bemiddelaars op deze site.

2. Maak goede afspraken over de kostprijs

Spreek met de bemiddelaar bij aanvang van zijn opdracht af wat dit je zal kosten Veelal wordt gewerkt aan een uurtarief van rond de 100 euro waarvan elke partij de helft betaalt. Je kan ook andere afspraken maken. Op deze vergoeding is geen BTW verschuldigd.

3. De gesprekken zijn vertrouwelijk

De gesprekken die je bij de bemiddelaar voert zijn vertrouwelijk. Je kan wat de ander zegt dus later niet tegen hem of haar gebruiken. Slaagt de bemiddeling en komt er effectief een akkoord tot stand, dan wordt dat ook op papier gezet.

4. Je kan altijd stoppen

Als je een verdere bemiddeling niet meer ziet zitten, kan je ze altijd stopzetten. Dit heeft geen nadelige gevolgen voor je.

5. Er is een alternatief

Er bestaat ook een alternatief voor de bemiddeling. Je kan namelijk aan de rechter vragen om naar de kamer van minnelijke schikking te worden verwezen. Hier kan je proberen om in aanwezigheid van een rechter tot een akkoord te komen voor je discussie.


 

Bemiddeling na echtscheiding leidt in helft van gevallen tot akkoord

De Standaard – 11 juni 2015

Een bemiddelingsprocedure bij een echtscheiding resulteert in 1 geval op 2 in een akkoord. In 39 procent van de gevallen is er een volledig akkoord en in 10 procent een gedeeltelijk. Dat heeft Sofie Vanassche van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (KU Leuven) donderdag gezegd tijdens een studiedag in Leuven. Vanassche baseert zich op een grootschalig interuniversitair onderzoek waarbij in 2009-2010 3.506 gescheiden personen bevraagd werden.

De kans op een akkoord is groter als beide partners hiertoe het initiatief namen, als men kiest voor een notaris als bemiddelaar, als er weinig conflict is tussen de partners en het aantal sessies schommelt tussen 4 en 9.

71 procent is tevreden met het bereikte akkoord, 15 procent is ontevreden. Globaal gezien is 55 procent tevreden over de gevolgde bemiddeling en 22 procent ontevreden. ‘Het bereiken van een akkoord is de cruciale voorspeller voor de tevredenheid over een bemiddeling. Wie zelf het initiatief nam tot de bemiddeling is er achteraf ook meer tevreden over’, aldus Vanassche.

Hoewel 63 procent van de ondervraagden bemiddeling kent, maakt slechts 10 procent er gebruik van. Vanassche vroeg zich af of dit het gevolg is van het feit dat bemiddeling als te betuttelend ervaren wordt of te ingrijpend in de privésfeer. Terwijl bijna 80 procent van de hoger opgeleiden bemiddeling kent, daalt dit percentage tot 45 voor lager opgeleiden. Hetzelfde onderscheid treffen we aan bij wie gebruikt maakt van bemiddeling. Bij hogeropgeleiden is dat 17 procent, bij lageropgeleiden slechts 7. ‘De effecten van echtscheiding zijn nochtans zwaarder voor laag- dan voor hooggeschoolden’, aldus Vanassche. Ondanks het feit dat de rechter sinds 2007 verplicht is de betrokkenen te wijzen op de mogelijkheid tot bemiddeling, kent 70 procent het via informele kanalen.


 

Minstens 300 miljoen euro alimentatiegeld onbetaald

Knack – 6 juni 2015

Gescheiden partners weigeren nog vaak om alimentatiegeld te betalen. In totaal blijft minstens 300 miljoen euro onbetaald.

Gescheiden partners weigeren nog vaak om alimentatiegeld te betalen. In totaal blijft minstens 300 miljoen euro onbetaald. Dat blijkt uit cijfers van de Dienst Alimentatievorderingen, waarover de VRT-nieuwsredactie zaterdag bericht.

De dienst probeert het geld te innen bij de partner die het onderhoudsgeld moet betalen, maar de voorbije vijf jaar kon er zo maar 18 miljoen euro gerecupereerd worden.

Francis Adyns, de woordvoerder van de overheidsdienst Financiën, erkent dat er nog een grote som blijft openstaan. “We hebben per definitie te maken met een groep van mensen die dat onderhoudsgeld verschuldigd zijn, die ofwel niet willen betalen ofwel niet kunnen betalen”, zegt hij.

“Het is een combinatie van die twee zaken, de onwil en de onmogelijkheid om te betalen, die maakt dat dat bedrag zo hoog is.”


 

3 maanden voorwaardelijk voor vrouw die contact tussen ex en dochter verhinderde

Nieuwsblad – 5 juni 2015

Een vrouw is veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van drie maanden omdat ze het contact tussen haar ex-partner en hun dochter verhinderde. Het meisje was al jaren de inzet van een harde juridische strijd tussen de gescheiden ouders.
De vrouw moet aan haar ex-partner ook een schadevergoeding van 3.000 euro betalen. Eind april moest de vrouw voor de correctionele rechtbank verschijnen omdat ze al vijf jaar het omgangsrecht tussen dochter en vader niet respecteerde. Het openbaar ministerie trok hard van leer tegen de beklaagde en wees op de vele manipulaties. De procureur vorderde dan ook een strenge effectieve straf, zodat de moeder een signaal zou krijgen dat het zo niet verder kan.

De vrouw ontkende dat ze verhinderde dat haar dochter contact had met haar vader. Volgens de beklaagde was dat een zelfstandige beslissing van haar dochter. De verdediging vroeg dan ook de vrijspraak. De ex-echtgenoot vorderde een morele schadevergoeding van 5.000 euro, maar hoopte tegelijk dat de vrouw niet naar de cel zou moeten.

Jeugdrechter

Ondertussen is voor de jeugdrechter nog een heikel dossier hangende. In februari werd immers beslist dat het meisje geplaatst moest worden in een pedagogisch oriëntatiecentrum. Op die manier wilde de jeugdrechter nagaan of ze het contact met haar vader weigerde door de invloed van haar moeder. Tegen die plaatsing organiseerde de vrouw dan weer een optocht door de straten van Veurne. Na twee maanden besliste de jeugdrechter dat het meisje terug naar haar moeder mocht. Haar vader tekende beroep aan tegen deze uitspraak.


 

Een vader hoeft niet altijd te sterven vooraleer je afscheid van hem moet nemen

De Morgen – 31 mei 2015

“8% kinderen ziet papa niet meer na scheiding.” Met meer dan gewone interesse las Stijn Depoorter dit weekend het stukje op demorgen.be. U leest hierna waarom. Depoorter blogt via hetzaljezoonmaarwezen.be.

Een kennis van me verloor onlangs haar vader en voor het eerst sinds lang dacht ik terug aan mijn pa. Het is inmiddels tien jaar geleden dat ik de man zag. Voor zover ik weet is hij niet gestorven en klopt zijn hart nog steeds, het klopt alleen niet meer voor mij. Ik ben niet te beroerd om toe te geven dat ik lid ben van de daddy issues-club, in het goede gezelschap van Luke Skywalker (Star Wars), Tyrion Lannister (Game of Thrones), Chandler Bing (Friends) en Simba (The Lion King).

Ik ben het typevoorbeeld van een lijmbaby. Het genetisch product van twee mensen die begin jaren ’80 om een onbegrijpelijke reden met elkaar opgescheept zaten en trouwden, terwijl ze helemaal niet bij elkaar pasten. Anno 2015 gaan koppels zonder veel poeha uit elkaar. Een gewijzigde relatiestatus op Facebook, Tinder opnieuw installeren en huppakee, meer is er niet aan.

Begin jaren ’80 was het allemaal niet zo simpel, scheiden was nog een groot taboe in het verre West-Vlaanderen. “Schande, wat gaan de buren wel niet van ons denken?” en zo nog van die dingen, je kent dat wel. In de gloriejaren van de epauletten was niet een scheiding maar een baby dé ultieme oplossing voor elke huwelijkscrisis aan de Belgische kust.

Helaas kwam ondergetekende niet in een Supermanplunje ter wereld, en al snel bleek dat een kindje kopen toch niet dé remedie was voor de relatieproblemen van mijn ouders. Mijn vader was niet bepaald een kindervriend, hij besloot me gewoon te negeren. Ik had dus geen onzichtbaarheidsmantel nodig – daar gaat mijn kans om de nieuwe Harry Potter te worden.

Mijn herinneringen aan hem uit die periode zijn schaars. Hij zou zeker niet worden bekroond met de award voor beste vader, integendeel. De reden van mijn existentie – zijnde redder des huwelijk – liep af op een enorme sisser. In de prille nineties gingen mijn ouders toch uit elkaar. De commerciële televisie had haar intrede gemaakt in de Vlaamse huiskamer, het taboe op scheidingen ebde weg dankzij Amerikaanse series waarin scheidingen schering en inslag waren. Mama kreeg van een rechter het hoederecht en papa kreeg tweewekelijks bezoekrecht. Zo kwam het dat ik op een zaterdagochtend klaarstond met mijn valiesje, wachtend op mijn vader. Tevergeefs. De eerste jaren na de scheiding had ik geen contact meer met mijn vader tot ik op een bepaald moment de moed bijeen sprokkelde om hem op te bellen. Ik vroeg hem of ik mocht langskomen – ik was net tien geworden en prille tieners zijn nu eenmaal onbevreesde lefgozers. Tijdens mijn tienerjaren zag ik hem één à twee keer per jaar. Tegen beter weten in keek ik er elke keer enorm naar uit, maar telkens kwam ik gedesillusioneerd terug thuis en mocht mijn moeder het gelag betalen. Ik had mijn vader dan wel gezien maar meer ook niet. Hij deed er alles aan om niet in dezelfde ruimte met mij te zijn en het praten liet hij aan zijn nieuwe vriendin over. De vrouw behandelde me correct maar had lichte Hyacinth Bucket-neigingen. Wat me altijd is bijgebleven is dat ze ‘negerinnentetten’ een vulgair woord vond en daarom over têtes de nègres sprak – voor alle duidelijkheid: ik heb het hier over de lekkernij met chocolade.

Tien jaar geleden trok ik als kersverse twintiger nog eens mij stoute schoenen aan, ik was net afgestudeerd en voelde me Titanic-gewijs King of the World. Ik kroop in mijn pen en schreef hem een brief met concrete vragen. Ik wou weten waarom hij me negeerde. Had ik hem iets misdaan? Waarom had ik een vader die eigenlijk helemaal geen vader voor me was?

Onverwacht stemde hij in met een gesprek en een paar weken later troffen we elkaar in een bruine kroeg. Die avond kreeg ik een antwoord op mijn vragen… Ze zeggen dat de waarheid kwetst maar zijn waarheid kwetste zeker. Na afloop gingen we, letterlijk en figuurlijk, ieder onze eigen weg. Eerder een saaie afloop als je het vergelijkt met de dramatische eindes die de vaders van mijn vrienden van de daddy issues-club kenden: in een kloof/kernreactor vallen, door je eigen zoon met een kruisboog neergeschoten worden terwijl je op het toilet zit of als drag queen optreden in Las Vegas.

Toch blijft het bizar hoe iemand die nooit echt een deel van je leven heeft uitgemaakt een grote greep op je ontwikkeling kan hebben. Zijn afwijzing had fundamenteel veel invloed op me en zo ben ik geworden wie ik ben. Freud zou een serieuze kluif aan me hebben gehad. Ondertussen gaf ik het vadergemis een plaats. Het zit ergens in een doos verstopt in de kast en heel af en toe haal ik de doos nog eens boven en open ik ze opnieuw maar meestal blijft ze achter slot en grendel. Een vader hoeft dus niet altijd te sterven vooraleer je afscheid van hem moet nemen.

NB: Om onfortuinlijke misverstanden te vermijden: het is niet omdat ik een vadercomplex heb dat ik op zoek ben naar een troostende daddy. Vaderfiguren kunnen zich beter de moeite besparen.


 

Liefdesverdriet doet meer pijn dan ooit

De Standaard – 29 mei 2015

Pubers mogen dan wel verscheurd zijn door een gebroken hart, volwassenen horen hun liefdespijnen onder controle te houden. Rouwen om een verloren liefde is pas echt legitiem als die in een kist ligt. Of niet? ‘Liefdesverdriet kan heel erg zijn. Vroeger werd het als een dodelijke ziekte beschouwd.’
Filosofe Marjan Slob beschrijft liefdesverdriet vooral als een lichamelijke ervaring. ‘Je voelt je hol en misselijk. Geamputeerd. Er is iets met geweld uit je gerukt, je blijft achter als een lege zak huid.’ Toen Slob troost in haar eigen vakgebied ging zoeken, raakte ze alleen maar ontgoocheld. De liefdesverdrietige is een dwaas, die zich heeft laten misleiden, zegt Schopenhauer. Freud ziet lichamelijke liefde dan weer als een egocentrisch drama.

‘Lijden aan de liefde doet meer pijn dan ooit tevoren’, stelt de Israëlische hoogleraar sociologie Eva Illouz in Waarom liefde pijn doet, een sociologische verklaring. Liefdesverdriet mag dan wel een universele klacht zijn, de manier waarop we het beleven is volgens haar wel tijds- en cultuurgebonden. ‘Sterven, zelfmoord plegen en het klooster in gaan, dat alles maakt niet langer deel uit van ons culturele repertoire. Dat wil uiteraard niet zeggen dat wij, post- of laatmodernen, geen weet meer hebben van de liefdespijn. In feite hebben we er misschien wel meer weet van dan onze voorgangers. Maar het maakt duidelijk dat de maatschappelijke structuur van liefdesverdriet enorm is veranderd.’

‘In de hele 20ste eeuw werd het idee dat de mens zijn of haar liefdespijn zelf veroorzaakte, razend populair, misschien wel doordat de psychologie ons tegelijk de troostrijke belofte bood dat die pijn kon worden verholpen’, schrijft Illouz. Vandaag zouden we ons op liefdesvlak gedragen als consumenten, veeleisende shoppers die constant bezig zijn om een betere deal te krijgen en zeer bereidwillig zijn om hun koopwaar in te ruilen. We sluiten het toeval, dat mensen altijd heeft geholpen om een partner te vinden, zoveel mogelijk uit. Dank u, kapitalisme.

En wat heeft het internet misdaan? Het veroorzaakt een toename van en overvloed aan werkelijke en denkbeeldige seksuele partners. Het probleem met die enorm toegenomen keuzemogelijkheid is dat het de besluitvorming bemoeilijkt. ‘Onderzoek toont aan dat een grotere hoeveelheid mogelijkheden het vermogen van het individu om zich aan één object of relatie te wijden eerder belemmert dan stimuleert’, schrijft Illouz. De romantische liefde heeft zich dus ingeschreven in de economisering van maatschappelijke betrekkingen.

De romantische relatie is een uitermate belangrijke bron geworden om ons zelfbeeld te voeden. Als we de liefde niet langer zien als een overrompelende kracht die ons overkomt en waar we geen controle over hebben, maar als een keuze, dan is die keuze zowel een recht als een vorm van competentie. Wie niet goed kiest, is dus incompetent. En dan zijn de verbrande kont en de spreekwoordelijke blaren ons deel. Maar dat maakt het verdriet bij een breuk niet minder heftig.

Wordt liefdesverdriet onderschat? Hoogleraar Ad Vingerhoets vindt van wel. ‘Vroeger werd het als een dodelijke ziekte beschouwd. Liefdesverdriet kan heel erg zijn. Ik zet het op dezelfde lijn als rouw en heimwee. In oorlogen zijn meer soldaten omgekomen door heimwee dan door gevechten.’ Ook Gert ter Horst vindt het ‘veel erger dan het woord ludduvuddu suggereert. Mensen met liefdesverdriet scoren heel hoog op de depressieschaal.’


Radio1 en Een over ouderverstoting – 28 mei 2015

Vele kleine stapjes maken één groot: stilaan beweegt er wat. Ouderverstoting; de onderzoeken, oorzaken, impact en wat er dient te gebeuren.

De Wereld Vandaag
Het journaal (vanaf minuut 15)


 

Geen rationeel argument om een relatie te beginnen

Knack – 20 mei 2015

‘Tegenwoordig kun je binnen een relatie veel meer vrijheid hebben dan vroeger, maar je betaalt daar ook een prijs voor: individualisering staat haaks op relatievorming’, zegt psycholoog Paul Verhaeghe.

‘In de toekomst zullen het de mannen zijn die een lagere positie innemen’, zegt klinisch psycholoog en psychoanalyticus Paul Verhaeghe. ‘Het traditionele beeld van de mannelijke jurist of arts die met een secretaresse of verpleegster is getrouwd, is niet alleen aan het verdwijnen maar zal ook worden omgekeerd. Er zullen meer en meer koppels zijn waarvan de vrouw hoogopgeleid is en de man een lager diploma heeft. Nu al zien we de voorbode daarvan in het hoger onderwijs: zestig procent van de studenten zijn meisjes. In de heel nabije toekomst zal de opleidingskloof tussen mannen en vrouwen nog groter worden. Niet alleen beginnen meer meisjes dan jongens aan een opleiding in het hoger onderwijs, ze hebben ook betere cijfers en studeren sneller af. Ondertussen lukt het steeds minder jongens om een diploma te behalen.’

Twee op de drie huwelijken lopen tegenwoordig op de klippen, terwijl het aantal singles jaar na jaar stijgt. Komt dat allemaal doordat de traditionele rollenpatronen verdwijnen?

Paul Verhaeghe: Dat is maar één factor. We leven ook langer, we blijven langer gezond en we zijn, onder meer door het internet, veel mobieler geworden. Daarnaast heeft ook de toenemende individualisering van de samenleving een grote invloed op relaties. Zelfs koppels doen nu veel apart, elk met hun eigen vrienden. Tegenwoordig kun je binnen een relatie veel meer vrijheid hebben dan vroeger, maar je betaalt daar ook een prijs voor: individualisering staat haaks op relatievorming.

In uw boek Liefde in tijden van eenzaamheid schrijft u dat een man in bed vooral wil scoren, terwijl seks voor een vrouw vooral een manier is om een relatie te beginnen of in stand te houden. Geen wonder dat zoveel relaties op de klippen lopen?

Verhaeghe: Tegenwoordig is een relatie geen voorwaarde meer om erotiek en seksualiteit te kunnen beleven. Vroeger was dat anders: je moest getrouwd zijn of toch minstens een vaste relatie hebben. Ondertussen is die koppeling losser geworden en kan een relatie ook op andere gronden dan seksualiteit gebaseerd zijn. Op liefde, bijvoorbeeld. En mensen kunnen seksualiteit ook buiten hun relatie beleven. Biologisch gezien zijn mensen niet monogaam, maar tegen beter weten in blijven de meesten van ons exclusiviteit van onze partner verwachten. Er is een nieuw soort dubbelzinnigheid ontstaan: vandaag hebben mensen vaak meer dan één relatie tezelfdertijd maar van hun partner kunnen ze dat niet verdragen.

Op zo’n datingsite kun je een partner zoeken op basis van uiterlijk, opleiding, leeftijd en hobby’s. Levert dat ook de beste match op?

Verhaeghe: Het blijft altijd een rationeel keuzeproces: je vinkt die kenmerken aan die je belangrijk vindt. Zulke rationele afwegingen werken prima als je een grasmaaier wilt kopen maar niet om je liefdespartner te vinden, want dat is een emotionele keuze die in de eerste plaats op buikgevoel berust. Rationeel gezien is de beste keuze trouwens alleen blijven.


 

Woonbeleid hinkt achterop bij nieuwe gezinssituaties

Knack – 13 mei 2015

Het woonbeleid in dit land houdt veel te weinig rekening met nieuwe relatievormen, met gescheiden ouders, en bijvoorbeeld kinderen die tussen huizen pendelen. Dat zegt Dirk Luyten, stedenbouwkundig adviseur, naar aanleiding van een studiedag over het onderwerp.

“Hoe kan het woonbeleid beter inspelen op de woonnoden van hedendaagse gezinnen?” Dat is het onderwerp van een studiedag die woensdag wordt georganiseerd door het Kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee), naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin.

Op de studiedag wordt ook het boek “De sleutel past niet meer op elke deur” (uitgeverij Garant) voorgesteld. Dat boek doet zowel beleidsmakers als ontwerpers een aantal aanbevelingen aan de hand om het wonen van morgen aan te passen aan de samenlevingsvormen van nu. “De visie op wonen van gezinnen moet meer aandacht geven aan nieuwe relatie- en gezinsvorming, aan wisselende gezinssamenstellingen, vormen van meergenerationeel wonen en nood aan tijdelijke woonoplossingen”.

‘Hét gezin bestaat niet meer’

Hoe veranderen gezinnen in de 21ste eeuw? Hoe verandert wonen in de 21ste eeuw? Het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van Odisee hogeschool heeft systematisch geanalyseerd hoe de hedendaagse gezinnen aan de basis liggen van nieuwe woonnoden. Opmerkelijke vaststelling: hét gezin bestaat niet meer. Meer dan vroeger volgen gezinsvormen en woonvormen elkaar op. Er is geen standaardtraject. Tegenwoordig blijven jongvolwassenen langer thuis wonen. Ook daarna volgen periodes van alleen wonen en samenwonen elkaar af, al dan niet in een nieuw samengesteld gezin.

“De opeenvolging van gezinstransities leidt tot meer verhuisbewegingen”, zegt Dirk Luyten, onderzoeker bij het kenniscentrum en stedenbouwkundig adviseur. “Dat voel je ook op de woonmarkt waar de verhouding tussen eigenaars en huurders verschuift. Vele starters en herstarters komen immers op de huurmarkt terecht.”

Gezinnen die hun woning willen aanpassen aan hun nieuwe realiteit, of die samen met andere gezinnen willen samenhuizen of woningdelen, botsen vaak met de regelgeving. Ook de huurwet geeft bij samenhuizen problemen.

Meerhuizige mensen

Een ander opkomend fenomeen is dat van meerhuizigheid. Veel kinderen uit nieuw samengestelde gezinnen wonen niet in één, maar in twee woningen. Dat is ook het geval voor de een op de tien volwassenen met een LAT-relatie.

“Het beleid krijgt daar geen correct zicht op. Het Rijksregister loopt achter want dat kan niet registreren dat iemand in twee woningen woont”, stelt Dirk Luyten vast. “Je krijgt als gezin ook weinig ruimte om te experimenteren”, vervolgt hij. “Soms wil je wel eventjes afwachten of je effectief gaat samenwonen. Vooral ook omdat die stap zetten een grote impact kan hebben op je financiële of juridische situatie. Denk bijvoorbeeld aan voordelen die je als alleenstaande ouder, terecht, geniet. Of erfeniskwesties bij stiefgezinnen. Maar de regelgeving erkent maar het ene of het andere: ofwel ben je alleenstaande, ofwel samenwonend.”

Alternatieven

Ideeën voor nieuwe woonvormen zijn er genoeg, met veel potentieel voor tijdelijke, dan wel langdurige woonoplossingen voor gezinnen van vandaag. Dirk Luyten noemt nieuwe vormen van samenhuizen en formules zoals “Community Land Trust”, coöperatief wonen, erfpacht, recht van opstal,… Maar de wettelijke fundering ontbreekt nog te vaak.

“De erkenning van nieuwe woonvormen in de Vlaamse Wooncode kan een eerste aanzet betekenen. Woonwinkels en -infopunten kunnen initiatieven van nieuwe woonvormen ondersteunen en begeleiden”, stelt Dirk Luyten voor. “Maar het beleid moet ook haar gezinsbeeld in vraag durven stellen en oog hebben voor ouders, stiefouders en kinderen met flexibele woontijden, die zich aanpassen aan wisselende gezinssamenstellingen.”


 

Piet Piraat moet hoge prijs betalen voor de liefde

Nieuwsblad – 14 april 2015

Zeven jaar geleden scheidde acteur Peter Van de Velde, bekend voor zijn rol als kindervriend Piet Piraat, van zijn vrouw Martine. Hij koos toen voor Debbie, met wie hij al een buitenechtelijke relatie had, maar sindsdien heeft hij geen contact meer met zijn twee dochters.
De acteur, die onlangs nog schitterde in de muscial ‘14-18’, getuigt nu voor de eerste keer in Dag allemaal over de pijnlijke breuk in zijn gezin. ‘Frauke en Hanne waren op het moment van de scheiding veertien en zestien. Op die leeftijd is het zeer moeilijk om te verwerken dat je ouders uit elkaar gaan. Mijn dochters mochten komen wanneer ze wilden, ze waren altijd welkom, maar ze bleven weg. Ik ben in feite te laks geweest, ik had desnoods via een gerechtelijke procedure moeten eisen dat ze op bezoek kwamen.’

‘Vroeger sms’s en belde ik mijn dochters dagelijks, ook al antwoordden ze nooit. Ik ging eraan kapot, het verdriet en het gemis zogen me leeg. Op een bepaald moment heb ik beslist om te stoppen met achter hen aan te lopen, om mezelf te beschermen. Weet je dat ik al hun foto’s van de muren heb gehaald? Dat deed te veel pijn.’

‘Ik kan het geluk niet met hen delen’

Zelfs toen zijn dochter in september afstudeerde, mocht Peter enkel van op een afstand toekijken. ‘Ik mocht komen, maar enkel als Debbie thuisbleef. Frauke zat bij haar moeder en haar zus, ik ging enkele rijen achter hen zitten. Toen we elkaar in het gangpad kruisten, keken ze mij niet aan. En ook op de receptie achteraf, moest ik zelf naar haar toe om haar proficiat te wensen. Ik kon het geluk met niemand delen, het was zo pijnlijk. Na een kwartier ben ik doorgegaan en heel de rit heb ik gehuild.’

Een verzoening zit er dus nog niet aan te komen. ‘Mijn dochters zijn nu 21 en 23 jaar oud, volwassen vrouwen. Ze moeten toch begrijpen dat het leven zo in elkaar zit, dat mensen fouten maken en relaties stukgaan. Ik wil gewoon dat ze me graag zien en dat ze Debbie aanvaarden. En alsjeblieft terug naar hun grootouders gaan.’


 

Man schakelt huurmoordenaar in bij vechtscheiding

Nieuwsblad – 24 maart 2015

Eric P. (41) verscheen dinsdag voor de correctionele rechtbank van Leuven op verdenking van poging tot moord op zijn ex-echtgenote uit Scherpenheuvel. Hij schakelde een huurmoordenaar in en samen met een tussenpersoon bedachten ze diverse scenario’s: van een overdosis vloeibare xtc over roofmoord tot een dodelijk ongeval.
De jarenlange vechtscheiding tussen P. uit Leuven en zijn ex Liesbet F. veroorzaakte veel schade bij hun twee kinderen. In de zomer van 2012 zocht de man in een café contact met Dimitri V.R. Als tussenpersoon bracht V.R. hem in contact met Danny M., een vermeende Spaanse huurmoordenaar uit Torremolinos.

Het drietal voerde diverse besprekingen om zich te ontdoen van Liesbet F. Eric P. bezorgde de Spanjaard de nodige informatie, zoals de agenda van zijn ex. Via een bezoekrecht aan de kinderen, zij het onder begeleiding, was P. nog deels op de hoogte van het doen en laten van zijn gewezen partner.

Eric P. en Dimitri V.R. waren aanwezig op de zitting. Zij ontkenden dat ze concrete moordplannen hadden. Het openbaar ministerie twijfelde daar niet aan en vorderde drie jaar cel voor P. en twee jaar voor de twee medeplichtigen. De verdediging wees op het verschil tussen voorbereiding en het begin van uitvoering en vroeg de vrijspraak. Het vonnis valt op 28 april.


 

Dubbele domicilie bij kinderen in co-ouderschap

Deredactie.be – 18 maart 2015

Vlaams parlementslid Caroline Gennez (SP.A) wil dat kinderen die onder het regime van co-ouderschap leven bij beide ouders gedomicilieerd kunnen worden. Als gescheiden ouders nu voor co-ouderschap kiezen, kan het kind maar bij één van de ouders gedomicilieerd worden. De andere ouder en het kind mislopen hierdoor een aantal voordelen die gekoppeld zijn aan het vaste adres.
beluister

“Co-oudergezinnen waar de kinderen niet gedomicilieerd zijn, hebben slechts recht op het basispakket water, gas of elektriciteit voor 1 persoon”, klaagt Gennez, “en sommige forfaitaire belastingen zijn zelfs discriminerend”. Daarbij doelt de politica bijvoorbeeld op de onroerende voorheffing. “Waarom houdt men daarbij geen rekening met het werkelijke aantal mensen dat samenwoont?”

Gennez is er ook niet over te spreken dat de kinderen zelf niet dezelfde voordelen krijgen bij beide ouders. “Kinderen in co-ouderschap komen vaak niet in aanmerking voor kortingen die gemeenten geven aan hun inwoners: bibliotheek, speelpleinwerking, vakantiekampen, het zwembad…” Daarom pleit Gennez dus voor de mogelijkheid om kinderen bij beide ouders te laten domiciliëren. Op die manier zijn ze eventueel in twee gemeenten ingeschreven en kunnen ze op beide plaatsen van alle voordelen genieten.
Kritiek

CD&V-Kamerlid Sonja Becq erkent dat er nadelen zijn aan de huidige regeling, maar ze is ook kritisch voor het voorstel van Gennez. “Aan een dubbele domicilie zijn gevolgen verbonden, bijvoorbeeld voor de kinderbijslag en de fiscale aftrekken. En de vraag is of je dat recht twee keer gaat toekennen.” En daar zit inderdaad een angel, niet alleen gevolgen heeft voor de gezinnen, maar ook onder andere voor de overheden die hierdoor minder belastingen zouden binnenkrijgen.

Daarom heeft CD&V een minder verregaand voorstel, voor een lokaal verblijfsregister, “waardoor de voordelen die aan een verblijf gekoppeld worden – zeker lokaal – toegekend worden”, lichtte Becq toe in “Hautekiet’ op Radio 1.
Zwembad

Becq geeft het voorbeeld van tarieven bij zwembaden waar kinderen die in de gemeente gedomicilieerd zijn minder moeten betalen dan kinderen uit een andere gemeente. Kinderen waarvan de ouders in verschillende gemeenten wonen, moeten nu soms meer betalen als ze gaan zwemmen in de gemeente van de ouder waar ze niet gedomicilieerd zijn. Door een verblijfsregister zouden ze kunnen bewijzen dat hun ouder in die gemeente woont en ze dus ook recht hebben een korting.

“Het is een vorm van dubbele domicilie maar dan louter voor de voordelen op lokaal vlak. Voor de kinderbijslag en de fiscale aftrek, bijvoorbeeld voor de hypotheek, is het niet zo eenvoudig te regelen. Maar dit zou een eerste stap kunnen zijn”, besluit Becq.
Kinderbijslag

Gennez kan zich wel vinden in zo’n verblijfsregister, als eerste stap. Maar in de resolutie die de SP.A volgende week indient bij het Vlaams Parlement en de Kamer, willen de socialisten dus nog verder gaan. Zo denkt Gennez aan een maatregel die het mogelijk maakt om de kinderbijslag te verdelen over de bankrekeningen van beide ouders in co-ouderschap.

“Dat is nu al goed geregeld, met drie mogelijkheden: ofwel komt het toe aan de moeder, je kan in overleg ook overeenkomen dat de vader de kinderbijslag uitbetaald krijgt, of je kan in een ouderschapsbijeenkomst overeenkomen dat de bijslag op een apart kinderrekening wordt gestort.”

“Maar sommige ouders zeggen mij dat ze goed overeenkomen en willen dat het bedrag gewoon opgesplitst wordt en op de rekeningen van beide ouders wordt gestort. Daardoor is de rompslomp van een extra rekening niet meer nodig.”


Radio1 Hautekiet – 17 maart 2015

Eén gezin, één adres. Maar wat als het misloopt en het gezin opsplitst? Vader en moeder leven gescheiden en voor de kinderen wordt een regeling uitgedacht. Maar hoe evenwichtig die regeling ook is, de kinderen zullen altijd maar op een adres ingeschreven zijn.
Heb jij ervaring met co-ouderschap en zou jij een dubbele domicilie voor je kind wel zien zitten? Moet de wetgeving op andere vlakken aangepast worden aan de realiteit van co-ouderschap of nieuw samengestelde gezinnen?

Audiospeler


 

Eerste vluchthuis voor mannen

De Morgen – 26 februari 2015

Mannen die het slachtoffer zijn van extreem familiaal geweld kunnen vanaf volgende maand terecht in een vluchthuis in de regio rond Mechelen. Dergelijke geheime opvangplaatsen voor vrouwen bestaan al langer in ons land, maar voor mannen is het een primeur. Dat bericht De Morgen.

Vorig jaar was een op de tien vrouwen het slachtoffer van partnergeweld. Bij mannen ging het volgens cijfers van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk om een op de twintig. Voor vrouwen bestaan vluchthuizen bijna veertig jaar, en vandaag is er ook voor mannen vraag naar opvang. De meest voorkomende aanleiding is partner- of eergerelateerd geweld, zowel binnen het gezin als in een bredere familiale context.

“Dan gaat het bijvoorbeeld om mannen die een relatie hebben met een vrouw uit een andere geloofsgemeenschap, terwijl de familie al een huwelijk heeft gearrangeerd met iemand uit de eigen gemeenschap”, vertelt Yolanda Switten van het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) Boom Mechelen Lier, dat het eerste Belgische vluchthuis voor mannen opricht. “Maar ook homoseksuele mannen kunnen gebukt gaan onder extreem fysiek of psychisch geweld uit de familiale omgeving. “

 Geen extra middelen

Mannelijke slachtoffers die een tijdelijke en geheime opvangplaats nodig hebben, kunnen vanaf volgende maand terecht in Het Sam Huis, op een geheime locatie, waar twee appartementen zijn ingericht om hen voor een periode van drie maanden op te vangen.

“De aanpak zal niet veel anders zijn dan bij vrouwen”, zegt Switten. “We leren de slachtoffers om weer controle te krijgen over hun situatie, het liefst in samenwerking met partner of familie. Je kunt niet je hele leven op de vlucht blijven.” De aparte opvang voor mannen is nodig omdat het gevoelig ligt om vrouwen uit een gewelddadige relatie in dezelfde groepswerking als mannen te zetten, ook al komen die zelf uit een abusieve relatie.

Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) juicht de opening van het vluchthuis toe. “Mannenmishandeling is een bijzonder belangrijk thema, maar blijkt niet altijd even breed erkend en bespreekbaar.” Vandeurzen zal het vluchthuis en de respons erop bekijken, maar extra middelen heeft de minister voorlopig niet.

In Nederland opende het eerste zogenaamde ‘Blijf-van-mijn-lijfhuis’ voor mannen al in 2003. Vandaag zijn er vier. Dat het bij ons nu pas wordt opgericht, is volgens Switten te wijten aan een gebrek aan middelen. “De zes hulpverleners van het vluchthuis voor vrouwen zullen ook in Het Sam Huis werken. Ook voor de inkleding van de appartementen hebben we geld gebruikt uit ons bestaande budget.” Dat is meteen de reden waarom er slechts twee opvangplaatsen zijn voorzien.

Naast budgettaire beperkingen gaat het tenslotte om een moeilijk te doorbreken taboe. Toch verwacht Switten dat er in Vlaanderen nog vluchthuizen voor mannen zullen volgen. “Ze komen niet gemakkelijk naar buiten als slachtoffer van geweld, dus lijkt het alsof er geen probleem is, maar het geeft een vertekend beeld, want dit probleem bestaat wel degelijk.”


 

‘Je bent een heks, oma. Papa heeft het gezegd’

De Standaard – 20 februari 2015

Eén op de tien kinderen van gescheiden ouders heeft nooit contact met de grootouders aan vaderskant. Aan moederskant is dat vijf procent, blijkt uit onderzoek van de VUB. Jaarlijks stappen enkele tientallen grootouders naar de rechter om hun omgangsrecht af te dwingen. DS Weekblad sprak met een rechter, met een onderzoeker en met grootouders zelf. Een getuigenis.

Marlène* (69) heeft nu meer dan anderhalf jaar haar kleinkinderen niet meer gezien of zelfs maar gehoord. De mama van de kinderen is overleden. De vechtscheiding waar Marlènes dochter jaren geleden in belandde, heeft zich na diens dood verder gezet tussen grootouders en ex-schoonzoon.

‘Toen mijn dochter nog in leven was, was er een week-weekregeling. Ook toen al ging dat gepaard met pesterijen. De jongens weghouden bij de mama als die naar het ziekenhuis moest, boekentasjes niet meegeven. In zo’n situatie is elk detail een bommetje. Zo zegt de jongen op een dag: “Oma, jij bent een heks. Papa heeft het gezegd.” Ik heb een bezemsteel genomen, ben erop gaan zitten en heb hem gevraagd om de toverformule uit te spreken. De jongen gaf me een knuffel: “Oma, jij bent toch geen heks.” Maar daarna moeten ze terug naar de andere kant waar het gestook herbegint.’

Pesterijen

Na het overlijden van haar dochter kreeg Marlène de kinderen één weekend om de drie weken te zien. Ze moest ze op vrijdagavond aan de schoolpoort afhalen. Maar dat liep al snel fout.

Op een dag, bij het begin van ‘haar’ weekend, staat ze aan de schoolpoort en blijken de kinderen ’s middags al van school gehaald door de nieuwe vriendin van de ex-schoonzoon. Een andere keer krijgt Marlène het bericht dat de kinderen vruchteloos aan de schoolpoort hebben staan wachten op háár terwijl het ‘zijn’ weekend was.

‘De kinderen vreselijk teleurgesteld, een moeder die was ingeschakeld om ze op te halen, geschokt. Dan stokt uw adem, want leg het maar eens uit dat hun papa zich vergist heeft.’

Drie keer herhaalt zich dit scenario. ‘Telkens moet je dat laten vaststellen door een deurwaarder en een klacht indienen bij de politie. Na de derde keer worden we opgeroepen voor een verzoeningscommissie. De papa houdt vol dat hij zich “gewoon” van weekend had vergist. De procureur heeft hem toen de oren gewassen. Hij stelde een papier op waarin we moesten verklaren het vonnis vanaf dan correct na te leven.’

‘Kunt u zicht de machteloosheid voorstellen?’

De spanning luwt niet. Integendeel, de pesterijen verergeren, de kinderen raken steeds verder verscheurd. Het eindigt voor Marlène met de schok van haar leven. Eerst moet ze op bezoek bij Jongerenwelzijn waar ze het hele verhaal nog eens uit de doeken doet, zes weken later wordt ze ontboden bij de jeugdrechter. Het vonnis? ‘Ik mocht de kinderen niet meer zien. Níét.’

Ze krijgt te horen dat ze het leven van haar ex-schoonzoon onmogelijk maakt. Naar eigen zeggen zonder mogelijkheid om zich te verweren en zonder dat het gedrag van haar ex-schoonzoon op z’n minst grondig wordt onderzocht, wordt het contact opgeschort.
‘Ik ben mijn dochter kwijt én haar kinderen. Elke dag moet ik nu verder met de wetenschap dat ze in slechte handen zijn en hoeveel meer ze moeten missen. Onze dochter is bij leven niet voor niets vertrokken bij haar man: ze vreesde dat er ongelukken zouden gebeuren. Kunt u zich de machteloosheid voorstellen?’

‘Pech gehad’

Behalve met rauw verdriet blijft Marlène zitten met een grenzeloos onrechtvaardigheidsgevoel. ‘Iedereen heeft mij achteraf verteld dat ik het ongeluk had om juist bij die ene jeugdrechter terecht te komen. Omgangsrecht voor grootouders wijst hij per definitie af. Hij heeft ons geïntimideerd om niet in beroep te gaan. We hebben het geprobeerd, maar we krijgen niet eens inzage in het dossier.’

‘Er is mij gezegd dat de rechter gewoon de wet heeft gevolgd. Maar welke wet? Vroeger, als de langst levende ouder bezwaar maakte tegen contact met de familie van de overleden ouder, had je de familieraad en de voogd. Dat is afgeschaft, maar er kwam niets voor in de plaats.’

Na het verdriet en de boosheid komen ook schuldgevoelens opzetten. ‘Had ik harder moeten vechten? Ik wou dat wel, maar ik ben bang, zo bang dat ik daar de kinderen pijn mee doe. Dat is het eeuwige dilemma. En daar profiteert hij schaamteloos van. Ik wil het allemaal verdragen, mochten de kinderen er beter van worden.’


 

‘Ouder kan ervoor zorgen dat kind de andere ouder echt begint te haten’

Het Belang van Limburg – 18 februari 2015

Nadat een 13-jarig meisje uit Veurne gisteren naar een instelling werd gestuurd omdat ze niet langer in contact wou komen met haar vader, stellen heel wat psychologen zich ernstige vragen. ‘Een ouder kan er ook voor zorgen dat het kind de andere ouder begint te haten.’

Uit een eerste reeks vaststellingen bleek dat het kind niet seksueel of lichamelijk misbruikt werd. Waarom een kind dan toch ervoor kiest om niet langer in aanraking te komen met zijn vader? ‘Vermoedelijk gaat het om een vorm van Parental Alienation Syndrom. Dat wordt bijna uitsluitend gebruikt bij echtscheidingen. Het koppel gaat vechtend uit elkaar, waarna de ene ouder probeert de andere zwart te maken. Dat gaat zo ver dat het kind, wiens persoonlijkheid nog niet volledig ontwikkeld is, op den duur zelf gelooft dat de andere ouder niet deugt’, aldus Lut Celie van het psychotherapeutische centrum De Bleekweide in Het Laatste Nieuws. ‘Er moet nu onderzocht worden of het gedrag van het kind beïnvloed wordt door de moeder.’


 

Soms is een kind van gescheiden ouders tijdelijk in een jeugdinstelling plaatsen de enige uitweg

De morgen – 17 februari 2015

Een dertienjarig meisje uit Veurne wordt volgende week, tot grote verontwaardiging van haar moeder en haar advocaat, in een jeugdinstelling geplaatst omdat ze elk contact met haar vader afblokt. Sinds de scheiding van haar ouders, vier jaar geleden, heeft ze steevast geweigerd haar papa op te zoeken, laat staan bij hem in te trekken. De reden is onduidelijk, en daarom heeft het Gentse hof van beroep geoordeeld dat het meisje tijdelijk naar een observatiecentrum moet, even weg van de moeder.

Een eerste reflex is dan dat je liefde niet kunt afdwingen, zoals de raadsman van de moeder uitroept, en dat hier een groot en onbegrijpelijk onrecht wordt gepleegd door een gevoelloos justitie-apparaat.

De werkelijkheid is meer dan waarschijnlijk genuanceerder. Wanneer een hof van beroep een dergelijke zware tijdelijke maatregel uitvaardigt, dan doet het dat niet van de ene dag op de andere, laat staan dat het er genoegen in zou scheppen. Dan moet er sprake van een lange voorgeschiedenis en van een gebrek aan alternatieven om tot een oplossing te komen.

Los van de precieze details van deze zaak, stellen advocaten en jeugdrechtbanken in heel het land vast dat tezamen met het groeiende aantal echtscheidingen, automatisch ook het aantal vechtscheidingen toeneemt. Waarin de passie van ex-partners van liefde naar haat is omgeslagen, en kinderen gebruikt worden als wapens om elkaar te treffen. Het zou lang niet het eerste geval zijn waarin kinderen door één van de oud-partners geïndoctrineerd worden met verhalen over de ex die dan als een baarlijke duivel wordt voorgesteld. Waarna het jonge en beïnvloedbare kind ieder contact met die andere partner gaat weigeren.

Niet alleen is een echtscheiding op zich al een van de meest stresserende en moeilijke situaties in een mensenleven – gevoelsmatig scoort het net onder het overlijden van een partner – hier komt er nog eens een verscheurende keuze bovenop. Aanvaard je dat de ex-partner moedwillig de kinderen van je verwijdert, neem je afscheid van je kinderen, en beloon je zo de ex-partner voor zijn/haar opstelling, daarbij een zelfopoffering tonend die behoorlijk groot is? Of begin je een juridisch gevecht voor de kinderen, waar zij hopelijk niet al te veel trauma’s aan gaan overhouden?

Echtscheidingen, zeker diegenen waarbij de partners hun haat voor elkaar belangrijker vinden dan het belang van hun kinderen, zijn wespennesten van emoties. Als een hof van beroep, gespecialiseerd in de materie, nog als enige – moeilijke – uitweg ziet om even een kind in een neutrale situatie te plaatsen, zodat kan onderzocht worden wat er juist allemaal speelt, is dat zeker geen harteloze beslissing, maar misschien net een in het belang van het kind.


 

Dochter (13) in instelling omdat ze papa niet wil zien

HLN – 17 februari 2015

Een 13-jarig meisje uit Veurne wordt volgende week geplaatst in een jeugdinstelling omdat ze niet op bezoek wil bij haar vader, die gescheiden leeft van haar moeder. Dat besliste de jeugdkamer bij het Gentse hof van beroep. “Onbegrijpelijk”,zegt de raadsman van de moeder. “Liefde kan je niet afdwingen.”
De plaatsing van het meisje in het Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum (OOOC) ‘De Zandberg’ in Varsenare, is het opmerkelijke hoogtepunt van een juridische strijd tussen de moeder en de vader die nu al ruim vier jaar aansleept. De ouders gingen uit elkaar toen X. 9 jaar oud was. Volgens de moeder was er nooit een hechte band geweest tussen de vader en het meisje. “De vader ging er kort na onze scheiding mee akkoord dat X. bij mij zou blijven wonen”, vertelt de moeder. “Hij stelde zich tevreden met bezoekrecht. Later wilde hij co-ouderschap en nog later het hoederecht. Feit is dat X. vanaf het begin steevast geweigerd heeft om bij haar papa op bezoek te gaan, laat staan bij hem in te wonen.

De tegenpartij (de vader en zijn ouders, red.) beweren dat wij X. hebben opgepookt, maar wij kunnen alleen maar blijven herhalen dat het haar wil was én is. We hadden ook liever minder problemen gehad.”

‘Ik wil niet. Punt’
Na de scheiding van de ouders startte de vader een burgerlijk geding voor de jeugdrechtbank in Veurne. Ook de grootouders langs vaderszijde deden dat. De inzet van de procedure was omgangsrecht te verkrijgen met X. Het meisje werd gehoord en specialisten bogen zich over haar koppige weigering contact te hebben met haar vader, maar dat bracht geen zoden aan de dijk. Voor X. bleef het “neen”. Zonder verdere uitleg. Op alle waarom-vragen volgden langs de kant van X. alleen maar lange stiltes. “Er werden de jongste jaren ook meer dan honderd ontmoetingen georganiseerd tussen X. en haar vader in een speciale, neutrale ruimte in Brugge, maar ook dat leverde niets op”, zegt de raadsman van de moeder. “Als X. haar vader ziet, dan draait ze haar rug naar hem toe en zwijgt ze. Ze leest dan in een boek of stort zich op haar breiwerk. Van elke ontmoeting wordt er telkens een verslag gemaakt, maar er is niet de minste vooruitgang. We kunnen alleen maar vaststellen dat X. zeer standvastig is in haar mening: ‘Ik wil niet naar mijn vader. Punt.’”


 

Iets om aan te werken op Valentijn: dagelijkse irritaties in relaties

Knack – 14 februari 2015

Dagelijkse conflictjes verzuren het leven van veel koppels. Bekijk ze eens door een filosofische bril, stelt de Zwitsers-Britse denker Alain De Botton voor.

Je komt afgepeigerd thuis na een lange werkdag en je partner vraagt afwezig hoe je dag was. Je bespeurt zijn desinteresse en reageert geprikkeld. Even later dekt hij de tafel en legt hij de messen links en de vorken rechts. Je merkt fijntjes op dat hij het verschil tussen links en rechts niet kent (je zegt dat niet voor het eerst) en hij smakt alles in het midden van de tafel en vertrekt geïrriteerd naar zijn werkkamer. De sfeer is verpest…

Het zijn die dagelijkse irritaties die het leven van veel koppels verzuren. Een andere context. Je bent leerkracht wiskunde in het secundair onderwijs en zet je met hart en ziel in om je lessen interessant te maken. Je ziet aan de gezichten van je leerlingen dat sommigen zich stierlijk vervelen en hoort iemand zeggen dat wiskunde stom is. Je blijft er kalm onder en legt uit waarom je denkt dat hij ongelijk heeft, en gaat door met je les.

Waarom zijn we in het ene geval zo makkelijk boven ons theewater en kunnen we in het tweede wel tegen een stootje?

Angst

Volgens filosoof Alain De Botton worden we gelukkiger wanneer we leren die dagelijkse irritaties door een filosofische bril te bekijken. ‘Dat mensen vallen over onbenulligheden die hun partner uitkraamt, heeft te maken met angst’, schrijft hij, ‘angst dat we de rest van onze dagen moeten slijten met iemand die niet zo denkt en voelt als wij en over wie we riskeren de controle verliezen.’

Dat de leerkracht niet gekwetst is door de botte reactie van zijn leerling, komt doordat die leerling geen enkele macht heeft over zijn leven. ‘Dus’, verduidelijkt de filosoof, ‘een partner die geprikkeld reageert op een onbenullig feit, ziet zijn of haar zelfwaardegevoel bedreigd. Macht en controle houden, speelt ons parten.’

Bij veel paren leeft onderhuids het onuitgesproken idee dat je de ander door en door kent, dat je weet wat hij denkt of hoe hij zal reageren in diverse dagelijkse situaties. ‘Daar ligt de fout’, stelt Alain De Botton. ‘Je partner is geen verlengstuk van jezelf, maar een ander persoon, met eigen ideeën en een eigen psyche.’

De oplossing ligt erin het hele plaatje te zien. ‘Beseffen dat je partner anders in het leven staat en anders over de dingen nadenkt, brengt rust.’ Gemakkelijker gezegd dan gedaan? ‘Trek bij een volgend irritatiemoment een halfuurtje uit en kijk samen van een afstand hoe je over dat feit voelt en denkt. Op die manier leer je je partner weer als ander persoon te zien.’

Het laten sudderen heeft een omgekeerd effect. ‘Elk onopgelost conflict is als een klontertje dat een bloedvaatje verstopt in het liefdeshart’, waarschuwt hij treffend. ‘Herstel de stroom met een liefdevol gesprek.’


Radio1 Hautekiet – 13 februari 2015

6 koppels op de 10 praten niet over hun financiën. Dat blijkt uit onderzoek van het ILIV (het Kenniscentrum over het belang van thuis). Een groot deel van de partners weet niet hoeveel de ander verdient of hoeveel er op zijn of haar spaarrekening staat. Dat is een vreemde vaststelling, want veel koppels hebben wel samen een huis en beschouwen dat huis ook als een belangrijke pensioenbuffer. Experten pleiten ervoor dat koppels duidelijke afspraken maken over ‘het geld’. “Je ziet elkaar niet minder graag omdat je duidelijke afspraken maakt.”
Hoe zit het bij jou? Hoe is het geregeld, de afbetalingen en de rekeningen? Praat jij thuis over ‘het geld’? Weet jij wat je partner verdient? En wat er op de spaarrekening van de ander staat?

Audiospeler


 

Alarmbellen voor gezinsdrama’s werken niet

De Morgen – 13 februari 2015

Gezinsdrama’s zoals in Lennik moeten door een onafhankelijk orgaan bestudeerd worden. Dat zegt referentiearts kindermishandeling Johan Marchand (UZ Brussel), nu iedereen zich afvraagt hoe het kan dat drie meisjes, ondanks tal van tussenkomsten van hulpverleners, toch omkwamen.

Wat er precies gebeurd is woensdagmiddag aan de Zwartenbroekstraat in Lennik is nog steeds onduidelijk. Sonja T.M., die ervan verdacht wordt door brandstichting haar drie dochtertjes om het leven te hebben gebracht, weigert voorlopig een verklaring af te leggen. Wat wel vaststaat volgens het parket is dat er binnen het gezin al eerder problemen waren. Zo zouden er sinds 2012, omwille van familiale twisten, vijftien interventies door de politie zijn gebeurd. Vijf processen-verbaal werden aan het parket Halle-Vilvoorde overgemaakt. In die vijf gevallen bleken er kinderen uit het gezin betrokken: als getuigen of omdat ze gevaar liepen.

Nochtans heeft het parket op basis van die pv’s geen actie ondernomen. “Dat gebeurde conform het nieuwe decreet integrale jeugdhulp”, klinkt het. Dat decreet van minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V), sinds maart vorig jaar van kracht, zet de vrijwillige medewerking van de ouders voorop. Als een samenwerking mogelijk blijkt, wordt enkel eerstelijnsbijstand verleend, aldus woordvoerder Gilles Blondeau. Volgens hem zou er onder meer een sociaal onderzoek bij het gezin hebben plaatsgevonden en werd er een beroep gedaan op het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Ook zouden er sinds december wekelijks bezoeken zijn afgelegd door De Loper, een centrum voor thuisbegeleiding.

Hoe het dan toch kon dat er woensdag zulke dramatische gebeurtenissen plaatsvonden, daar heeft niemand een antwoord op. Noch het CLB noch De Loper was bereikbaar voor commentaar.

Commissie van experts

Volgens dokter Johan Marchand, referentiearts kindermishandeling bij het UZ Brussel, zou dat uitklaren echter niet alleen binnen de gerechtelijke sfeer moeten gebeuren. Marchand dringt aan op een commissie van experts die in actie komt bij dossiers als deze. “De bedoeling ervan is niet om mensen met de vinger te wijzen, wel om te leren en om het beleid en de werking bij te sturen.” In Groot-Brittannië werken ze volgens hem al met zogenaamde Child Death Review Teams (CDRT): die gaan heel precies na wat er bij dossiers met een fatale afloop is gebeurd, wat welke betrokken partijen anders hadden kunnen doen en hoe gelijkaardige situaties herkend en voorkomen kunnen worden.

Marchand gelooft evenwel niet dat er een groot draagvlak is voor zo’n orgaan hier. “Omdat het blootlegt waar de problemen liggen. Dat lijkt niemand in deze sector echt graag te horen. Ons eigen functioneren evalueren we liever niet.”

Het decreet van Vandeurzen noemt Marchand een stap achteruit. “Het zwaartepunt ligt veel meer op vrijwilligheid dan op veiligheid. Voor gezinnen die zelf een duidelijke hulpvraag kunnen formuleren, is dat een goede zaak. Maar er zijn evenzeer gezinnen die dat niet kunnen: niet alle ouders en niet alle kinderen geven zomaar toe dat er sprake is van verwaarlozing, van mishandeling, van gevaarlijke situaties. Voor de hulpverleners die hierbij betrokken zijn, is het ook niet vanzelfsprekend altijd een even goede inschatting te maken. Dat is niet erg, dat is menselijk. Maar we moeten dat ook durven toegeven.”

Gevraagd naar een reactie op de kritiek klinkt het op het kabinet-Vandeurzen: “Het is een feit dat we nog beter kunnen samenwerken met de verschillende actoren, maar dit is zeker voor ons een beleidsprioriteit.” De minister benadrukt dat het Vlaams Forum voor Kindermishandeling al een eerste rapport klaar heeft rond Child Death Review Teams, waarvoor Marchand pleit. “In dat Forum zijn zowel Justitie als Welzijn als politie als Onderwijs betrokken.”


 

Vader hoort doodsstrijd van drie kindjes door de telefoon

Nieuwsblad – 12 februari 2015

In alle kalmte lokte moeder Sonja gisteren in Sint-Kwintens-Lennik haar kinderen Omy (2), Abbygail (4) en Madyson (6) naar een bergruimte vol brandbare stoffen. Ze sloot hen op en stak het hok in brand. Met het gehuil van de kinderen op de achtergrond, belde ze haar man op om hem te vertellen wat ze had gedaan, en dat hij toch te laat zou komen.

‘Hoor je ze schreeuwen? Je kan maar beter naar huis komen. Maar het zal toch te laat zijn. Ze zullen het toch niet overleven.’ Vader Hellmut Ulin stond op een werf, tientallen kilometers van huis, toen zijn Afrikaanse vrouw Sonja hem opbelde met deze gruwelijke boodschap.

Net voordien had de vrouw drie van haar vier kinderen meegelokt naar een van de bijgebouwen in de grote tuin van het gezin in de Zwartenbroekstraat in Sint-Kwintens-Lennik, bij Brussel. Het vierde kind, geen biologisch kind van Hellmut, was op dat moment op school, maar de drie jongsten – Omy, Abbygail en Madyson – waren al de hele week ‘ziek’ thuis.

Hun moeder sloot hen op in een bergruimte die vol rommel stond, vooral chemische, uiterst brandbare producten. Daarna stak ze het gebouwtje in brand. De drie kinderen – twee, vier en zes jaar oud – konden geen kant meer uit. Terwijl ze in doodsangst huilden en schreeuwden, belde hun moeder even verder haar man op, met woorden die ook zijn leven zouden verwoesten. Volgens onze informatie deed het haar weinig.


Radio1 Nieuwe Feiten – 9 februari 2015

Een geheime spaarpot, een soort noodfonds om een mogelijke relatiebreuk mee te betalen. Uit onderzoek blijkt dat 1 op de 10 Britten in een vaste relatie zo’n noodfonds heeft. Ook in ons land gebeurt het volgens Rika Ponnet.

(vanaf minuut 23)

Audiospeler


 

Het beleid heeft nood aan een single-reflex, zodat alleenstaanden eindelijk gelijke kansen krijgen

De Morgen – 9 februari 2015

Bart Somers is fractieleider van Open Vld in het Vlaams Parlement. Carla Dejonghe is Brussels volksvertegenwoordiger voor Open Vld en voorzitter van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. “Het klassieke gezin met mama, papa en twee kindjes is allang niet meer de norm, maar wel in de regelgeving”, schrijven ze.

Onlangs maakte de studiedienst van de Vlaamse regering de nieuwe bevolkingsprognoses bekend. Daaruit blijkt dat het aantal eenpersoonsgezinnen in Vlaanderen verder zal toenemen. In 1997 telde Vlaanderen nog 614.000 alleenwonenden. Dat aantal is in 2008 gestegen naar 770.000 en zal verder stijgen tot 934.000 in 2028. In dertig jaar tijd zal het aantal eenpersoonsgezinnen dus met meer dan 50 procent gestegen zijn.

Niet alleen hun absolute aantal stijgt, ook hun relatieve aandeel in de Vlaamse gezinnen gaat erop vooruit. Tegen 2028 zal één op de drie gezinnen in Vlaanderen bestaan uit slechts één persoon. In de meeste steden zal hun aandeel zelfs vlot over de 40 procent gaan, in Brussel zelfs tot de helft van alle gezinnen. Het klassieke gezin met mama, papa en twee kindjes is dus allang niet meer de norm in Vlaanderen en Brussel.

Toch is dat klassieke gezinnetje vandaag nog de norm in onze regelgeving. De groeiende groep van alleenstaanden is hiervan de dupe. Cijfers van de OESO geven aan dat alleenstaanden zonder kinderen in België de zwaarst belaste mensen ter wereld zijn. In 2013 ging maar liefst 55,8 procent van hun brutoloon naar belastingen en sociale zekerheid. Daarnaast betalen singles vaak torenhoge successierechten.

Maar ook op tal van andere vlakken benadeelt de regelgeving alleenstaanden. Zo hebben singles slechts recht op 175 aftrekbare dienstencheques voor poetshulp, terwijl samenwonenden recht hebben op het dubbele. Nochtans is de nood aan poetshulp bij werkende singles soms groter dan bij samenwonenden. En ook de woonbonus is voor koppels dubbel zo groot, hoewel de woningprijzen dezelfde zijn en singles het sowieso al moeilijker hebben om een lening te krijgen bij de bank.

En wat met onze ruimtelijke ordening? Die gaat ook nog te veel uit van de klassieke gezinsvormen. Nieuwe woonvormen, zoals friends-wonen of co-housing – vaak de enige manier voor singles om toch een ‘eigen’ woning te verwerven – botsen nog te vaak op stedenbouwkundige regeltjes.

Het zijn maar enkele voorbeelden van hoe we het de vele alleenstaanden in Vlaanderen en Brussel soms knap lastig maken. Het wordt hoog tijd om daar iets aan te doen. Het is een taak voor al wie verantwoordelijkheid draagt in het gelijkekansenbeleid.

Een systematische doorlichting van onze bestaande regelgeving zou al een goede start zijn. Op die manier kunnen we de pijnpunten blootleggen en voorstellen uitwerken om alleenstaanden niet langer te benadelen. Geen gemakkelijke oefening, want ondoordachte wijzigingen kunnen onbedoelde en zelfs ongewenste effecten veroorzaken. En soms zijn ze ook erg kostelijk, wat zeker in deze financieel krappe tijden niet evident is. Daarnaast is het tijd voor een ‘single-reflex’ bij nieuw beleid. Dit houdt in dat men nieuwe beleidsbeslissingen toetst aan hun (soms zware) gevolgen voor alleenwonenden.

Niet alleen op regionaal niveau, maar ook federaal en zelfs lokaal is er dus werk aan de winkel. De confrontatie met deze nieuwe cijfers doet immers ook een burgemeester nadenken over zijn beleid. ‘Happy single’ moet meer zijn dan een leuk concept, de overheid moet die singles met meer gelijke kansen ook meer uitzicht geven op happiness.


 

Meer eenoudergezinnen bij OCMW

Knack – 6 februari 2015

Steeds meer eenoudergezinnen moeten aankloppen bij het OCMW. In acht op de tien gevallen bestaat dit gezin uit een alleenstaande moeder met meerdere jongere kinderen.

Steeds meer eenoudergezinnen moeten aankloppen bij het OCMW. In acht op de tien gevallen bestaat dit gezin uit een alleenstaande moeder met meerdere jongere kinderen. Dat blijkt uit een analyse van de programmatorische federale overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie.

Dit komt overeen met de interfederale armoedebarometer 2013 waarin werd vastgesteld dat 17,2 procent of ongeveer één kind op de vijf deel uitmaakt van een gezin dat leeft onder de armoedegrens. Een deel hiervan doet een beroep op het OCMW.

Financiële crisis

In de periode tussen 2006 en 2012 is het aantal gezinnen met kinderen dat maandelijks moet rondkomen met een leefloon fors toegenomen. Hun aantal steeg van 22.676 in december 2006 tot 31.671 in december 2012. Dat komt door de financiële en economische crisis.

Voor een diepgaander analyse werden deze data gekruist met gegevens van databanken via de Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming (DWH) van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Op basis van de kruising met het DWH telden we in december 2012 64.653 kinderen in het stelsel van het leefloon. Delen we de kinderen op naargelang verschillende leeftijdsklassen, dan treffen we in gezinnen met een leefloon meer jonge kinderen aan dan in een doorsnee Belgisch gezin.

Meer kinderen

Globaal genomen hebben gezinnen die moeten rondkomen met een leefloon meer kinderen: 25,6 procent hebben drie of meer kinderen, tegenover slechts 16,5 procent in de Belgische bevolking.


 


Radio1 Hautekiet – 2 februari 2015

Ook binnen een gezin moeten er regelmatig afspraken gemaakt worden, en daar heeft ieder zo z’n eigen systeem voor. In het ene gezin gebeurt dat erg informeel, in de auto op weg naar school of tijdens het afwassen. Anderen beleggen gezinsvergaderingen. Ja, een gezinsvergadering.
Vanessa Vannijvel en Wim Van Loon kiezen ervoor om met hun kinderen te vergaderen. “Het zijn nuttige, leuke en gezellige momenten die we niet meer willen missen. De gezinsvergaderingen zorgen voor rust en structuur.”

Hoe overleggen jullie binnen het gezin? Eerder informeel, of organiseren jullie ook heuse gezinsvergaderingen?
Wat zijn de voordelen van een vaste gezinsvergadering? En de nadelen?
(vanaf minuut 38)

Audiospeler


 

Heppee, een app voor kinderen en gescheiden ouders

iCulture – 2 februari 2015

Heel wat kinderen zitten in de situatie dat ze met gescheiden ouders te maken hebben. De ene keer zijn ze bij papa, de nadere keer bij mama. In Nederland overkomt het 45.000 kinderen per jaar, die in de leeftijd tussen 0 en 14 jaar zijn. Om te zorgen dat de communicatie soepel verloopt is er binnenkort de Heppee-app. Met Heppee kunnen gescheiden ouders activiteiten beter plannen, bijvoorbeeld met een todo-list die irritaties voorkomt (“jij zou toch met ze naar de tandarts gaan?”). Ook kun je met Heppee makkelijker allerlei gegevens delen, zoals kledingmaten, medische gegevens en allergieën. Co-ouderschap verloopt dan een stuk soepeler.

App voor co-ouderschap

Bij geschieden gezinnen zijn er drie aspecten die extra aandacht moeten krijgen: organisatie, communicatie en emoties. Voor kinderen is een scheiding een heftige ervaring. Hun veilige en georganiseerde leven is ineens verdwenen. Ze moeten op twee plaatsen gaan wonen, komen in een loyaliteitsconflict en krijgen in het ergste geval ook nog te maken met ruziënde ouders. Met Heppee kunnen kinderen aangeven als ze niet lekker in hun vel zitten. Dat doen ze via een moodbutton in de app. Want soms is het nou eenmaal makkelijker om met een knopje aan te geven hoe je je voelt, dan een gesprek aan te knopen met een gestresste ouder. Daarbij speelt ook mee dat kinderen vaak te kort bij hun ouders zijn om te laten merken wat er mis is. Als je als ouder weet dat het niet lekker gaat, kun je daarop inspelen met een gesprekje.

Heppee zorgt ervoor dat de organisatie en communicatie van twee huishoudens beter op elkaar worden afgestemd. Vraag je je af welke kleding er moet worden meegegeven in verband met een sportdag of andere activiteiten van het kind, dan kan je dat regelen via de app. Je kunt er ook een schema mee bijhouden wanneer het kind bij welke ouder is en op welke momenten er van het schema moet worden afgeweken. Je kunt er ook foto’s en video’s mee opslaan, bijvoorbeeld van het eerste tandje of het eerste ritje op de fiets. De Heppee-app was een van de zes winnaars van de Mobiles for Good Challenge en was ook genomineerd voor de Accenture Innovation Awards. Met het gewonnen prijzengeld van Mobiles for Good wordt momenteel een app ontwikkeld, die al bij testgezinnen in gebruik is. Later komt de app beschikbaar voor iedereen.


 

Extra veel echtscheidingen op komst

Express Business – 28 januari 2015

Door de nakende afschaffing van de ‘miserietaks’ besloten in het laatste kwartaal van 2014 heel wat koppels het nog eventjes bij elkaar uit te houden. Het aantal echtscheidingen ligt daarom nu in januari een pak hoger.

Heel wat koppels hebben in het voorbije 2014 hun echtscheidingsplannen ‘on hold’ gezet om te wachten op de verlaging van de miserietaks vanaf 1 januari dit jaar. Dat uitstel kon hen immers al snel een verschil van 2.000 à 3.000 euro opleveren aan ‘miserietaks.’ Dat is de verdeeltaks die moet worden betaald wanneer gezamenlijke eigenaars van een pand – bijjvoorbeeld de gezinswoning – beslissen dat een van hen de andere uitkoopt.

Deze verdeeltaks is vanaf 1 januari 2015 in ons Vlaams Gewest opnieuw verlaagd naar 1 procent. Tot 1 augustus 2012 was het tarief van 1 procent van het registratierecht uniform in de drie gewesten van België. De Vlaamse regering besloot evenwel in 2012 om dit tarief meer dan te verdubbelen van 1 naar 2,5 procent en dit om louter budgettaire redenen.

Verhuis uit gezinswoning

Vanuit menselijk oogpunt was deze ‘miseriemaatregel’ onaanvaardbaar. Koppels werden – zonder echt aanvaardbare reden – plots geconfronteerd met een extra tax waarmee ze dienden rekening te houden. Dit had voor gevolg dat in de praktijk de ex-partner die bijvoorbeeld het aandeel in de gezinswoning van zijn toekomstige ex-partner wenste over te kopen, dit net niet kon omdat hij bijvoorbeeld juist geen herfinanciering kon krijgen bij de bank. Wat gevolgen had voor de kinderen en zelfs voor de afspraken rond hun verblijfsregeling. Beide ex-partners dienden zich te voorzien in een nieuwe woonst (in plaats van één), waardoor de kinderen uit de vertrouwde gezinswoning moesten verhuizen, met allerhande andere dubbele kosten tot gevolg.

Deze miserietaks werd dan ook terecht fel bekritiseerd. De Vlaamse regering zag dit in en trok de verhoging nu in. Uit de echt gescheidenen met onderlinge toestemming of op grond van onherstelbare ontwrichting en de ex wettelijk samenwonenden genieten voortaan vanaf 1 januari 2015 opnieuw van de verlaagde verdeeltaks van 1 procent. Evenwel voor koppels die in het Vlaamse Gewest nog voor 31.12.2014 een regeling rond hun verdeling hebben getroffen en een overeenkomst hebben ondertekend, blijft de miserietaks van 2,5 procent van toepassing, ook wanneer hun echtscheiding pas in 2015 ingeschreven wordt.

Buitenverblijven

Voorts is de nieuwe verlaagde verdeeltaks niet alleen van toepassing op de gezinswoning, maar op alle onroerende goederen die moeten verdeeld worden. Tweede verblijven, buitenverblijven, enz … vallen dus ook onder de regeling. Ook het afstaan of de verdeling van het vruchtgebruik of van de naakte eigendom valt onder de nieuwe tariefverlaging van 1 procent.

Nog enkele nieuwigheden. De verdeeltaks van 1 procent blijft ook geldig wanneer er na de echtscheiding geen einde komt aan de verdeeldheid, hetgeen betekent dat wanneer de omstandigheid zich voordoet dat een koppel beslist om nog een tijd in onverdeeldheid te blijven na de scheiding, deze taks van 1 procent gehandhaafd blijft. Koppels die in België onroerend goed hebben, maar in een andere Europese lidstaat uit de echt scheiden, genieten voortaan ook van de nieuwe verlaagde verdeeltaks van 1 procent.

Tenslotte moet nog vermeld worden dat voor de feitelijk samenwonenden die scheiden helaas nog niets werd voorzien door de Vlaamse regering. Zij vallen dus uit de boot en genieten niet van het verlaagd tarief. Voor hen blijft de miserietaks van 2,5 procent momenteel nog van toepassing.


162 doden door partnergeweld in 2013: ‘Vraag hulp voor het te laat is’

Nieuwsblad – 26 januari 2015

In 2013 vielen er in België 162 slachtoffers van partnergeweld. Dat zei Marijke Weewauters van het Interfederaal Gelijkekansencentrum maandag in de Senaat. ‘Partnergeweld moet veel sneller gemeld worden’, zegt ze.

Volgens de politiestatistieken waren er in 2013 39.746 aangiftes van partnergeweld. Dat is echter maar het topje van de ijsberg omdat heel wat feiten niet aangegeven worden. Uit de cijfers is gebleken dat het partnergeweld voor 162 mensen fataal afgelopen is. Dat cijfer ligt in de lijn van vorige jaren, maar is opnieuw heel wat hoger dan in Frankrijk en Spanje. Dat zijn twee veel grotere landen, maar het cijfer ligt er gevoelig lager. ‘Vergelijken met andere landen is moeilijk. In bepaalde landen wordt bijvoorbeeld pas over partnergeweld gesproken als het voorkomt in een huwelijk. Bij ons is een relatie hebben al voldoende.’

Sneller melden

Een slachtoffer kaart partnergeweld pas aan na gemiddeld 35 incidenten. ‘En dat is vaak te laat, want dan is het al levensbedreigend’, zegt Weewauters. De gemiddelde aangiftebereidheid bij de politie is laag (3,3 procent). ‘Huisartsen moeten daar een belangrijkere rol in spelen. Zij zijn gemachtigd om het te melden als ze vermoeden dat er in een gezin sprake is van partnergeweld, maar ze doen dat nog veel te weinig. Er zou een instrument moeten komen waarmee ze dat makkelijker kunnen doen.’

In vier op vijf gevallen worden kinderen blootgesteld aan dit geweld en in drie op de vijf gevallen ondervinden zijzelf ook geweld. 45 procent van deze kinderen lopen het risico dat ze later slachtoffer of dader worden van geweld. Een aanpak op alle niveau’s – federaal, gemeenschap, lokaal – dringt zich volgens Sabine de Bethune en Brigitte Grouwels (beiden CD&V) op om partnergeweld efficiënt te bestrijden, zegden ze na afloop van de commissievergadering.


 

‘Dochtertjes al acht weken niet gezien door vechtscheiding’

Het Belang van Limburg – 22 januari 2015

Een vrouw uit Houthalen heeft al acht weken haar twee dochters, van 8 en 9 jaar, niet meer gezien door een compleet uit de hand gelopen echtscheidingszaak. Haar ex-man (33) uit Alken, moest op 30 november de kinderen terug naar zijn ex brengen maar deed dat niet. “Ik heb ze sindsdien niet meer gezien. Hun cadeautjes van sinterklaas en kerst liggen hier nog ongeopend”, zucht de Houthalense Loredana Possanza (31). De meisjes zijn al die tijd ook niet op school geweest.

De Houthalense Loredana Possanza (31) begon tien jaar geleden aan wat een mooi avontuur leek met J., een nu 33-jarige man uit Alken. De twee stapten in 2005 in het huwelijksbootje en kregen op korte tijd samen twee dochters. Maar twee jaar later liep het huwelijk op de klippen. De twee kwamen tot een omgangsregeling voor de kinderen. De twee dochters werden gedomicilieerd bij hun moeder in Houthalen en de vader mocht zijn dochters – ondertussen 8 en 9 jaar oud – om de twee weken een weekend zien. Acht jaar ging dat goed, tot twee maanden geleden.


 

Miserietaks zorgt voor uitstel echtscheidingen

De Standaard – 15 januari 2015

In het vierde kwartaal van 2014 is het aantal echtscheidingen gehalveerd. Koppels stellen hun echtscheiding uit tot 2015, om te kunnen genieten van een lagere miserietaks. Dat blijkt uit cijfers van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat.

Het aantal echtscheidingsovereenkomsten daalde in het vierde kwartaal met 48,9 pct tegenover het vierde kwartaal 2013.

Reden is de verdeeltaks of miserietaks die moet betaald worden als bij een scheiding één van de partners de woning overneemt. Die daalde vanaf 1 januari van 2,5 naar 1 pct. Dat scheelt al gauw 2.000 à 3.000 euro. Met als gevolg dat koppels hun echtscheiding uitstellen tot 2015

De notarissen merken dan ook in de eerste weken van 2015 een forse toename van het aantal echtscheidingen.

Jaarlijks vinden 20.000 à 25.000 echtscheidingen plaats in België. Bij de helft daarvan is onroerend goed gemoeid. Die zijn dus in het laatste kwartaal zo goed als allemaal uitgesteld naar 2015.


Radio1 Hautekiet – 9 januari 2015

Gaan koppels te snel uit elkaar als het even wat minder goed gaat? Die vraag stelt Dora Garsia zich op haar blog. “Na de weddingboom en de babyboom, ben ik nu willens nillens in een verschrikkelijke echtscheidingsgolf beland.”
Scheiden mensen te snel? Doen we te weinig moeite om een relatie in leven te houden?
Heb je zelf al spijt gehad van je scheiding (of die van anderen in je omgeving)? Of helemaal niet?

Audiospeler


 

Maanden wachten voor bezoekruimte bij vechtscheiding

De Standaard – 6 januari 2015

Bezoekruimtes waar ouders in een vechtscheiding hun kinderen in een veilige omgeving kunnen zien, zijn zo ‘populair’ dat er wachtrijen voor bestaan. Dat is het geval bij acht van de elf Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW’s).

Bij probleemscheidingen komt het regelmatig voor dat het contact tussen ouders en kinderen thuis of elders niet kan doorgaan. De bezoekruimtes van de CAW’s dienen om het contact tussen ouders en kinderen te herstellen, al dan niet met begeleiding van een medewerker. Vaak komen ouders er via de rechter terecht, maar ze kunnen zich er ook vrijwillig melden.

Maar de wachttijden voor de bezoekruimtes lopen op van twee maanden tot een half jaar. Tijdens die periode is geen contact tussen ouder en kind mogelijk. Het probleem van de wachtlijsten voor de bezoekruimtes is aangekaart in het jaarverslag van de kinderrechtencommissaris. Vlaams parlementslid Martine Taelman (Open VLD) vroeg nu bijkomende gegevens over de wachttijden op bij minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V).

Die wachttijden verschillen per regio. In de meeste provincies duurt het wachten twee of drie maanden. In Zuid-West-Vlaanderen is dat zelfs drie tot vier maanden. In Oost-Vlaanderen is er voor een bezoekruimte een wachttijd van minstens drie maanden, voor een tweede bezoekruimte vijf tot zes maanden.


Radio1 Hautekiet – 22 oktober 2014

Hoe hebben kinderen van gescheiden ouders dit ervaren en vinden zij dat er genoeg naar hen geluisterd werd?

Audiospeler

 
 
 
00:00
 
00:00