Artikels over nieuw samengestelde gezinnen

Als de plusouder geen pluspunt is

De Standaard – 4 november 2019

Ze zijn al lang geen uitzondering meer, de kinderen die opgroeien in een nieuw samengesteld gezin. Een op de tien gezinnen is vandaag een puzzel van een biologische en een plusouder, van biologische en stiefkinderen. Dat leerde de gezins­enquête van minister van Welzijn en Gezin Jo Vandeurzen (CD&V) vorig jaar.

Wat al dat scheiden en samens­tellen doet met een kind, komen we slechts mondjesmaat te weten. Zeker wat de langetermijneffecten betreft, staat het onderzoek nog in de kinderschoenen. Daarom is de studie van Katya Ivanova (Tilburg University) en Matthijs Kalmijn (Universiteit van Amsterdam) bijzonder. De sociologen baseerden zich op het onderzoek ‘Ouders en kinderen in Nederland’. Ze analyseerden de data van 3.890 Nederlandse jongeren tussen de 25 en 35 jaar oud, waarbij een ruime helft als vijftienjarige deel uitmaakte van een nieuw samengesteld gezin. Daaruit bleek een bijzondere link met depressie.

Lees het volledige artikel


Geen zin in het stiefgezin? 8 tips voor pubers – en hun ouders

Trouw NL – 6 oktober 2019

Een scheiding is voor alle kinderen moeilijk, maar om in je puberteit opgescheept te raken met de nieuwe liefdes van je ouders én hun kinderen is extra lastig. Hoe kijken zij als twintigers terug op dat samengestelde gezin van toen? En zijn er goeie wenken voor pubers en ouders om het gedoe te beperken?

Lees het volledige artikel


Elk samengesteld gezin is anders

De Standaard – 12 april 2018

Nieuw samengestelde gezinnen moeten een onderscheid maken tussen opvoeding en huisregels. Dat helpt volgens Anja Pairouxom conflicten te vermijden.

Lees het volledige artikel


Plusouders: ze helpen mee opvoeden, maar hebben niets te zeggen

Nieuwsblad – 6 april 2018

Elke stiefouder kent het wel. Ze steken veel tijd en moeite in de ­opvoeding van hun pluskinderen, maar als het er echt toe doet, dan hebben ze niets te zeggen. Als hun pluskind ziek is of als het gaat over studiekeuzes. Daar wil Kamerlid Sabien Lahaye-Battheu (Open VLD) verandering in brengen. “Voor de kinderen”, zegt ze, “want er zijn er veel die opgroeien in nieuw samengestelde gezinnen.”

Lees het volledige artikel


 

‘Meer dan de helft van de nieuw samengestelde gezinnen gaat teleurgesteld weer uit elkaar’

Knack Weekend – 16 november 2017

‘Begeleiding zoeken is geen overbodige luxe, en al helemaal geen teken van zwakte’, vindt Knack Weekend-hoofdredactrice Ruth Goossens. ‘Al was het maar om de verwachtingen bij te stellen en de idyllische droom van een nieuw kerngezin te laten varen.’

In mijn tienerjaren waren gescheiden ouders eerder zeldzaam, en van ‘nieuw samengestelde gezinnen’ was helemaal nog geen sprake. Ik was in mijn vriendenkring een van de weinige kinderen met twee adressen. Het co-ouderschap waarbij de kroost van gescheiden koppels achtereenvolgens een week bij de mama en een week bij de papa woont, tegenwoordig de algemene norm, dateert nog maar van 2006. Er bestaan tal van varianten op deze regeling, maar het is verbazingwekkend hoe snel de rol van de vader in de opvoeding van en de zorg voor de kinderen is veranderd. Vrijwel alle vaders eisen tegenwoordig hun rechtmatig deel van het ouderschap op. Hoewel dat zonder enige twijfel een positieve evolutie is, zorgt het ook voor meer spanningen. Want als vader en moeder niet langer onder één dak wonen, krijg je een soort ‘parallel ouderschap’, waarbij je niet langer samen opvoedt, maar naast elkaar, of als het fout loopt, zelfs tegen elkaar.

Ik voed mijn dochter al meer dan tien jaar op in co-ouderschap, tot grote tevredenheid van alle betrokkenen. De ene week is ze bij mij, de andere week bij haar papa. Ik heb geleerd dat je met veel praten en geregeld bijsturen, maar ook door af en toe de dingen los te laten, veel problemen kunt overwinnen. Het allerbelangrijkste is: mijn dochter voelt zich in haar beide huizen thuis. De ene week is ze enig kind en geniet ze van alle aandacht, de week nadien heeft ze een klein halfbroertje en speelt ze met verve de rol van grote zus. Met benijdenswaardig gemak rolt ze van het ene leven in het andere.

Helaas gaat het niet overal en niet altijd zo gemakkelijk. Dat er rond nieuw samengestelde gezinnen een hele hulpverlening is ontstaan, is dan ook niet verwonderlijk. Niet alleen scheiden, maar ook opnieuw gaan samenwonen met een nieuw gezin verloopt zelden zonder slag of stoot. Bij een nieuwe relatie gaat het nooit meer alleen over jou en je partner, de kinderen spelen altijd een cruciale rol. Zelfs de dagen dat ze er niet bij zijn. Zomaar zorgeloos van elkaar genieten, zoals vroeger, toen er nog geen kinderen waren, is er niet meer bij.

In een klassiek gezin is het al niet eenvoudig om het altijd eens te raken over de opvoeding, in een nieuw samengesteld gezin is het dat nog veel minder. Als ouder kun je het gevoel hebben tussen twee vuren te zitten: je ex en je nieuwe partner. Maar plusouders hebben het evenmin gemakkelijk. Zij hebben, soms terecht, het gevoel er niet helemaal bij te horen. Ook al zijn er al boekenkasten vol over geschreven, er bestaan geen exacte wetten of regels over hoe je met zulke complexe gezinssituaties moet omgaan. Geduld, begrip en een groot aanpassingsvermogen helpen, maar zijn niet voldoende.

De cijfers liegen er niet om: meer dan de helft van de nieuw samengestelde gezinnen gaat teleurgesteld weer uit elkaar. Begeleiding zoeken is dus geen overbodige luxe, en al helemaal geen teken van zwakte. Al was het maar om de verwachtingen bij te stellen en de idyllische droom van een nieuw kerngezin te laten varen. En om in te zien dat je gezinsgeluk op duizend-en-een manieren kunt invullen.


Naar een wettelijke erkenning van de latrelatie

Radio1 – 3 oktober 2017

Latrelaties zijn al lang geen marginaal fenomeen meer. Daarom houdt professor Michel Maus (Rechtsfaculteit, VUB) een warm pleidooi om van deze maatschappelijke realiteit ook een juridische realiteit te maken.

Dat de wereld om ons heen constant in evolutie is en verandert hoef ik u allicht niet te vertellen. De snelheid waarmee alles evolueert doet ons constant naar adem happen en stelt ons als maatschappij ook voor steeds groter wordende uitdagingen. Problemen als ecologie, mobiliteit en robotisering doen onze politici en beleidsmakers elke dag voor gigantische uitdagingen staan.

Maar het zijn niet alleen technologische ontwikkelingen die de maatschappij doen evolueren. Ook de manier waarop we met elkaar omgaan en met elkaar samenleven is in evolutie.

Steeds minder mensen gaan trouwen, steeds meer mensen scheiden, steeds meer mensen wonen ongehuwd samen en steeds meer mensen zijn single. Uit de statistieken van het Planbureau blijkt dat van de private huishoudens in 2000 in totaal 39 procent bestonden uit éénpersoonsgezinnen ( al dan niet met kinderen ), 52 procent uit gehuwden en 6 procent uit samenwonenden. In 2016 bedroeg dit percentage respectievelijk 44 procent éénpersoonsgezinnen, 41,2 procent gehuwden en 12,8 procent samenwonenden. Het Planbureau voorziet dat deze evolutie zich zal verder zetten zodat we in België in 2050 in totaal 51 procent éénpersoonsgezinnen zullen hebben, 31,6 procent gehuwden en 14,9 procent samenwonenden.

Onder de éénpersoonsgezinnen bevinden zich echter ook de personen die op zichzelf een gezin vormen, maar ook een duurzame relatie hebben met een andere persoon. Het gaat hier dan om personen met een zogenaamde latrelatie, waarbij LAT staat voor Living Apart Together. Bij een dergelijke relatie kiezen partners ervoor om met elkaar wel een duurzame relatie te onderhouden, maar toch apart te wonen. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Het kan zijn dat mensen er bewust voor kiezen om een latrelatie te hebben, maar vaak is er ook een specifieke oorzaak voor de relatiekeuze. Dit kan te maken hebben met werkomstandigheden, met de problematiek van een nieuw samengesteld gezin en kinderen uit een vorige relatie, met een buitenlandse partner, met slechte voorgaande ervaringen, etc.

Uit de bevolkingscijfers blijkt dat in het Brussels Gewest 12 procent van de bevolking een latrelatie heeft, in Wallonië is dat 10,6 procent en in Vlaanderen 8,9 procent. Gemiddeld impliceert dit dat van alle relaties in België 9,8 procent een latrelatie is, hetzij één relatie op tien een.

Vandaar dat we een warm pleidooi moeten houden om van deze maatschappelijke realiteit ook een juridische realiteit te maken en dus moeten pleiten voor de erkenning van de duurzame latrelatie als wettelijke samenlevingsvorm, naast het huwelijk en de wettelijke samenwoning. Dit kan door personen met een duurzame latrelatie de mogelijkheid te geven om zich als dusdanig te registeren bij gemeente van één van beider woonplaats, net zoals dat het geval is met wettelijke samenwoning. De duurzaamheid van de relatie kan dan eventueel via getuigen bevestigd worden zoals bij een huwelijk.

Tevens kan dan een relatie-overeenkomst worden opgesteld met wederzijdse afspraken rond vermogen en erfenis. De wettelijke erkenning zou dan ook impliceren dat de partners op het vlak van successierechten met gehuwden worden gelijkgesteld en dus onderworpen worden aan de laagste successietarieven in geval van overlijden. Thans worden partners in een latrelatie voor de fiscus met vreemden gelijk gesteld waardoor de tarieven van de successierechten in Vlaanderen oplopen tot 65 procent en in Brussel en Wallonië zelfs tot 80 procent.

Het wordt dan ook stilaan tijd dat de overheid beseft dat een duurzame liefdesrelatie niet noodzakelijk hetzelfde dak behoeft en daar de wettelijke erkenning aan geeft.

Afstand betekent immers niet veel, wanneer iemand voor een ander heel veel betekent. Wie zijn wij om dat tegen te spreken?


Communiceren scholen goed met ouders van nieuw samengestelde gezinnen?

Radio1 – 6 september 2017

Vlaams parlementslid Caroline Gennez vindt dat secundaire en middelbare scholen niet voldoende inspelen op de noden van anders-samengestelde gezinnen. Waar nodig, moet de communicatie met de ouders beter, de schoolreglementen moeten worden aangepast en de materie moet ook aandacht krijgen in de lerarenopleiding.
Communicatie gebeurt nu soms nog via een klasagenda of een briefje in de boekentas, of via een digitaal platform waar per kind maar één ouder een account heeft. Dat levert soms problemen op als de ouders van het kind gescheiden zijn.

Caroline Gennez wil daarom dat scholen beter nadenken over de manier waarop ze met nieuw samengestelde gezinnen communiceren.


Zijn stiefkinderen fiscaal en juridische gelijkgesteld?

Moneytalk – 2 juni 2016

Heel wat ouders in nieuw samengestelde gezinnen maken niet graag een onderscheid tussen de eigen kinderen en die van hun partner (pluskinderen). Maar zijn zij inzake erfrecht en erfbelastingen echt gelijkgeschakeld?

Pluskinderen en plusouder

We spreken van plusouder (ook stiefouder genoemd) en pluskinderen (stiefkinderen) wanneer iemand opnieuw in het huwelijksbootje stapt, maar ook al kinderen heeft uit een eerdere relatie. In dat geval is zijn of haar nieuwe partner de plusouder (stiefouder) van de kinderen uit de vorige relatie. Die laatsten noemen we dan de ‘pluskinderen” (stiefkinderen).

Erft een pluskind automatisch?

Dergelijke nieuw samengestelde gezinnen komen meer en meer voor. De regels van het erfrecht worden er daardoor niet makkelijker op. Wettelijk gezien erven plusouder en pluskinderen helemaal niets van elkaar. Willen ze toch iets nalaten aan elkaar, dan zal er een testament opgemaakt moeten worden.

Gelijkgeschakeld inzake erfbelasting

Maar in tegenstelling tot het erfrecht zijn de pluskinderen inzake erfbelasting wel gelijkgeschakeld. Want inzake erfbelasting genieten plusouders en pluskinderen identiek dezelfde tarieven als ‘gewone’ ouders en kinderen. We treden niet in detail, maar houd er rekening mee dat de voorwaarden om inzake erfbelasting van plusouder/pluskind te spreken, verschillen per gewest.

Afhankelijk van het gewest komen ook de pluskinderen van (wettelijk) samenwonenden in aanmerking voor de gelijkschakeling inzake erfbelasting. Maar ook hier zal je uiteraard een testament moeten opmaken als je wilt dat een pluskind iets van je erft.


 

“Als je mij wil en alles wat daarbij hoort, kom dan zo snel mogelijk naar hier”

Het Laatste Nieuws – 29 januari 2016

Na een pijnlijke scheiding had Kristina Kuzmic uit Californië gezworen nooit meer verliefd te worden. Tot ze twee jaar later Phillip ontmoette. Ze voelde meteen dat deze man bijzonder was maar wie wilde nu samenleven met een chaotische single mama met twee kinderen? Wel, hij. In een prachtig bericht op Facebook beschrijft Kristina hoe Phillip haar hart stap voor stap veroverde.
Kristina en Phillip deelden een speciale band maar de gescheiden mama vocht tegen haar gevoelens. Hoe meer ze dat deed, hoe sterker ze werden. Toch deed ze flink haar best om Phillip van zich weg te duwen. Kristina was nog steeds bang om gekwetst te worden. “Ik deed werkelijk alles opdat hij de benen zou nemen”, schreef ze. “Maar hij bleef. Wanneer ik me zwak voelde, zag hij mijn sterkte. Hij omarmde niet alleen mij maar ook mijn problemen.”

Puinhoop

Ze besloot Phillip uiteindelijk toch voor te stellen aan haar kinderen. Een paar weken later waren Kristina en haar dochtertje gelijktijdig ziek. Het huis was een puinhoop. Haar schreeuwende driejarige dreumes had overgegeven op het tapijt en hierdoor werd ook de andere vijfjarige kleuter wakker. Het was een ramp. Ze had hulp nodig. Dus belde ze Phillip in het midden van de nacht en zei hem: “Als je mij wil en alles wat daarbij hoort, kom dan zo snel mogelijk naar hier.”

Twintig minuten later stond hij voor de deur. Kristina vreesde dat hij slecht gezind zou zijn omdat ze hem middenin de nacht had gewekt. Maar het tegendeel bleek waar. “Hij knielde op de grond, trok de dweil uit mijn handen en begon de smurrie op te kuisen”, merkte ze tot haar verbazing. “Hij bracht mijn kinderen weer naar bed, gaf een kus op mijn voorhoofd en zei: ‘Ja, ik wil dit. Ik wil alles wat erbij hoort. Ik wil jullie alle drie.”

Ondertussen ligt die bewuste nacht al zeven jaar achter hen. Nog steeds houdt Phillip onvoorwaardelijk van Kristina en haar kinderen. “Deze man had het lef om langs te komen en mijn bitterheid weg te spoelen. Ik ben hem voor eeuwig dankbaar, net zoals mijn kinderen.

Het hartverwarmende verhaal van Kristina verscheen op 27 januari op de Facebookpagina van ‘Love What Matters’ en gaat sindsdien viraal.


Liefde overwint veel maar niet alles

Knack – 12 januari 2016

Samengestelde gezinnen spiegelen zich te veel aan klassieke kerngezinnen, waardoor ze nog vaker vastlopen. Naar schatting meer dan de helft strandt.

Tegenwoordig loopt 1 op de 3 huwelijken op de klippen, maar bij samengestelde gezinnen lijkt de toekomst nog somberder: naar schatting strandt meer dan de helft. Niet het minst omdat de droomprins of -prinses geen onbeschreven blad is en/of zowel kinderen als een ex heeft. Liefde overwint veel, maar niet alles.

Zelfs al is vader of moeder tot over de oren verliefd, de kinderen staan zelden te trappelen om de nieuwe partner in hun hart te sluiten. Ook niet als deze laatste, al is het met de beste bedoelingen, probeert om de rol van de afwezige partner zo goed mogelijk in te vullen. Het vormen van een nieuw samengesteld gezin vraagt veel tijd en nog veel meer geduld.

Leerrijke puinhopen Jos Willems, voorzitter van de vzw Een nieuw gezin, is erg begaan met het lot van de kinderen uit nieuwe gezinnen. “Ik ben zelf ook tweemaal stiefouder geweest en heb heel wat boeken en literatuur over het thema verslonden.” De afgelopen jaren werden er diverse ervaringsboeken van stiefouders gepubliceerd, haast steeds geschreven door stiefmoeders vol frustraties over hun moeizame zoektocht naar stabiliteit in het gezin. Stiefvaders houden zich meer op de vlakte. Jos Willems: “Wat ontbrak, was een toegankelijke en degelijk onderbouwde handleiding die helpt om een succes maken van een samengesteld gezin.” Willems schreef het dan maar zelf.

Geen start van nul De meeste mensen nemen het kerngezin (vader, moeder en kinderen) nog steeds als het na te streven doel. Nochtans is dat niet zaligmakend en geven andere gezinsstructuren evenveel kansen op geluk. Jos Willems: “De groeiende groep alternatieve gezinsstructuren heeft nood aan nieuwe voorbeelden, maar die ontbreken. Dat komt omdat de variatie zo groot en niet voor 1 gat te vangen is.” Latrelaties met of zonder kinderen, stiefgezinnen met kinderen van de ex met of zonder eigen kinderen, met volwassen en kleine kinderen, verblijfsco-ouderschappen, weekendregelingen…

“In een poging om het kerngezin te imiteren, nemen nogal wat stiefouders zonder veel nadenken een rol op die doorgaans leidt tot conflicten. Zo zijn beginnende stiefmoeders, vooral de groep zonder eigen kinderen, geneigd om onder druk van de partner, de eigen kinderwens, de omgeving of de maatschappij hun uiterste best te doen om het huishouden te managen en de kinderen van hun partner te bemoederen. Omdat dat nu eenmaal van een vrouw verwacht wordt, denken ze.” Zo’n aanpak resulteert niet zelden in frustraties en conflicten. Stiefkinderen starten niet van nul en ze hebben al een geprivilegieerde liefdesrelatie met hun ouders.

Respect voor de ex Het verleden kan je niet uitwissen. Om een samengesteld gezin optimale kansen op slagen te geven, moeten de kinderen zich goed voelen in de nieuwe situatie. “Kinderen staan hier absoluut centraal”, benadrukt Jos Willems. “Zelfs al ben je zelf niet kindgericht en niet van plan om je aan je stiefkinderen op te dringen (je wil enkel de vriend van hun moeder of de vriendin van de papa zijn), dan nog geven zij het ritme aan. Gezinnen waar een stiefkind zich tegen de stiefouder keert, worden snel onleefbaar.”

Kinderen zijn nooit vragende partij voor de scheiding van hun ouders, laat staan voor een nieuwe “ouder”. Ze hebben tijd nodig om aan de nieuwe situatie te wennen. Een scheiding waarbij de exen elkaar met respect blijven behandelen omwille van de kinderen, geeft hun kroost de beste kans om zich toch nog optimaal te ontwikkelen. Daarentegen werkt een vechtscheiding altijd in het nadeel van de kinderen. “Als nieuwe partner doe je beter een poging om een bemiddelende rol te spelen tussen beide exen, veeleer dan van de ex-partner een gemeenschappelijke vijand te maken”, stelt Willems. “Want zo’n houding keert zich op termijn altijd tegen het stiefgezin.”

Living apart als start “Wie (te) snel gaat samenwonen met een nieuwe partner met kinderen, neemt enorme risico’s”, benadrukt Willems. “Ook wie de beste bedoelingen heeft, moet de kinderen de kans geven om te wennen aan de nieuwe partner. Overleg met de kinderen is absoluut nodig vooraleer de stap te zetten. De kans op mislukken is veel groter, ook als je smoorverliefd bent en rotsvast overtuigd het goede te doen. Toch doe je het beter niet.” Een latrelatie blijkt vaak een betere start voor een samengesteld gezin. De tijd dat men apart woont, kunnen de kinderen aan de nieuwe partner wennen en hebben ze hun ouder ook voldoende voor zich alleen. Hoe lang zo’n latperiode moet duren, wordt grotendeels bepaald door de kinderen zelf. Willems: “Je kan dat proces wel een duwtje geven door bijvoorbeeld dingen samen te doen, samen op vakantie te gaan en interesse te tonen in de kinderen.”

Gesprekken over rollen

Ondanks de roze wolk zijn gesprekken over de wijze van functioneren in een nieuw gezin echt noodzakelijk vooraleer de stap naar samenwonen te zetten. Is de stiefouder bereid een fundamentele rol te spelen in het gezin? Misschien zoekt de man een leuke vrouw die de zorgen voor en van zijn kinderen op zich neemt, zodat hij zich meer aan zijn carrière kan wijden? Beseft de vrouw dat de kinderen veel aandacht zullen opeisen en in verschillende omstandigheden op de eerste plaats zullen staan? Kan ze daarmee leven? Heeft hij begrip voor de kameraadschappelijke manier waarop zijn nieuwe partner met haar ex omgaat?

“De omgang met de ex wordt vaak onderschat”, beklemtoont Jos Willems. “Hoe beter die is, hoe minder problemen er zijn met de kinderen en hoe groter de kans dat de nieuwe relatie slaagt. Voorwaarde is wel dat die omgang in het teken van de kinderen staat.” Als de relatie tussen stiefouder en ex bij aanvang slecht is, heeft de stiefouder er belang bij om de plooien na verloop van tijd glad te strijken. Respect voor de moeder of vader van zijn/haar stiefkinderen komt de nieuwe relatie altijd ten goede.

Hoe verzoenbaar zijn de regels? Ieder gezin heeft een eigen cultuur: gewoonten waar je niet langer bij stilstaat. Ook de nieuwe partner met kinderen hebben stilzwijgende afspraken. Er kunnen problemen ontstaan wanneer iemand met zin voor orde en discipline terechtkomt in een gezin met een flowerpowermentaliteit of omgekeerd. Wat doe je bijvoorbeeld met kinderen die urenlang liggen te zappen voor de televisie terwijl de jouwe beperkt mogen kijken? Halen de zijne iets uit de koelkast zonder vragen terwijl dat voor de jouwe niet kan? Kunnen zijn kinderen 2 keer per week uitgaan terwijl die van jou maar 1 keer mogen?

“Allemaal situaties die vooraf grondig moeten doorgesproken worden”, zegt Jos Willems. “Ga je als partner zonder kinderen wonen bij een eenoudergezin, dan pas je je best aan aan de bestaande gezinscultuur. Veranderingen kan je met mondjesmaat invoeren door bepaalde dingen zelf anders te doen. Als ‘nieuwkomer’ regels opleggen is om problemen vragen. Breng je zelf ook kinderen mee, dan is een mogelijke optie om voorlopig met 2 gezinnen onder 1 dak te leven: ieder met aparte regels. Maak de verschillen wel gaandeweg bespreekbaar en verzoenbaar.”


De reboundrelatie: de eerste vluchtheuvel na een gebroken liefde

Flair – 15 december 2015

Een relatie gaat uit. Er is een moeilijk afscheid en veel verdriet. Sommigen storten zich pardoes in de armen van een ander. De nieuwe liefde brengt troost, de verse passie verdooft de pijn. Maar voor hoe lang? We fileren voor u de reboundrelatie, een doekje voor het bloeden dat vaak maar een kort leven beschoren is. Een artikel van Annelies A.A. Vanbelle voor Feeling.

Wie het geduld had om de film ‘Eat, Pray, Love’ (2010) uit te zitten, het uitgesponnen ontwikkelingsproces van de Amerikaanse schrijfster Elizabeth Gilbert, kon op het einde genieten van de romance tussen Julia Roberts en Javier Bardem, twee Hollywoodtoppers. Maar dáárvoor gebeurt er iets anders opmerkelijks. Roberts zegt haar kwakkelende huwelijk na acht jaar gedag en stort zich halsoverkop in de armen van een knappe en obsessief mediterende jongeman. Van de ene man recht in de armen van de ander. Maar ook dat brengt geen soelaas. Een nieuw evenwicht moet ze helemaal op haar eentje zoeken, en er gaat een reis via Italië, een ashram in India en Indonesië aan vooraf voor ze uiteindelijk zichzelf en de ware liefde vindt.

Els (45) herkent veel van haar eigen verhaal in deze film: “Na een relatie van 21 jaar, die emotioneel heel dramatisch verliep op het einde, leerde ik meteen iemand anders kennen. Ook hij kwam uit een lange relatie. We amuseerden ons goed samen, maar toch was het weinig bevredigend. De relatie kabbelde maar voort, er was geen doel of geen richting. Ook verliefdheid is er niet echt geweest. Het was geen emotionele verbintenis. Het ging erg snel, en nu besef ik dat ik beter de tijd had genomen. De relatie heeft me geholpen om over de ergste klap heen te komen. Het hielp, omdat het me afleidde van het verdriet. Het was ook een vlucht uit de eenzaamheid, die me na de breuk versmachtte. Uiteraard heb ik dit nooit bewust gedaan. Ik had het op dat moment gewoon nodig. Het was eigenlijk alleen maar uitstel: ik moet eerst aan de slag met de issues uit het verleden, met de littekens van mijn vorige relatie. Die heeft me eigenlijk nooit losgelaten. Twee weken geleden hebben we besloten dat we samen geen toekomst hebben. Deze troostrelatie was eigenlijk mijn opstapje naar een nieuw leven. Nu ben ik beter geëquipeerd om het verleden te gaan verwerken.”

Elk zijn traject

Een relatie afbreken: het is nooit een pretje. En iedereen gaat hier anders mee om. Sommigen hullen zich in een veilige cocon en trekken zich voor een tijd terug. Ze willen geen mensen zien, niet buitenkomen, en verwerken hun verdriet in stilte. Ze willen vooral niets voelen. Anderen storten zich halsoverkop in een nieuwe relatie. Alleen zijn kunnen en willen ze nu niet, in dat tomeloze verdriet. Ze nemen geen tijd om te rouwen, klampen zich hartstochtelijk vast aan een nieuwe liefde. Een nieuwe liefde die liefst zo weinig mogelijk te maken heeft met de vorige. Dat noemen we een reboundrelatie.

Rika Ponnet, relatiebemiddelingsbureau Duet: “De definitie van een reboundrelatie is: aantrekking gebaseerd op niet ingevulde noden uit een vorige relatie. De troostrelatie of overgangsrelatie, zoals Els hierboven beschrijft, is een vorm van rebound. Vaak houdt het op na twee jaar, dat is de logische herstelperiode na een relatie. De duur van zo’n reboundrelatie loopt dus gelijk met de periode van rouw na een lange relatie. Wanneer je terug jezelf gevonden hebt, weer in evenwicht bent, dan houdt het op. Het is een vorm van een herstelrelatie.

“Oordelen over mensen die kiezen voor een reboundrelatie kun je niet. De verwerkingsprocessen na een relatie zijn heel persoonlijk, individueel. We maken keuzes vanuit onze copingstrategieën: voor de ene is rouwen je terugtrekken in je emotionele grot en je wonden alleen likken, voor de ander is dat steun en verbondenheid zoeken bij anderen, via o.m. intieme relaties. Er is in deze geen goed of fout. En je kunt daar dus niet moralistisch over doen, of adviezen in geven. Als iemand dat wel doet, zegt dat vaak veel over degene die de adviezen geeft.

“Het is te vergelijken met de man die zes maanden nadat zijn vrouw gestorven is al een nieuwe liefde vindt. In zijn omgeving zullen veel mensen dat veroordelen. Maar misschien kan dat net doordat die vorige liefde zo goed en zo hecht was? Misschien heeft de overleden partner wel aangedrongen op nieuw liefdesgeluk? Wie zijn wij om te oordelen over anderen? Niemand hoeft je te zeggen hoe je moet omgaan met zo’n zaken. Er zijn gewoon veel mogelijkheden en veel trajecten.”

Surinaamse schone en brave bankbediende

Het traject van Carla (51) is heel bijzonder. Haar twee partners die elkaar opvolgden, konden niet meer tegengesteld zijn. Hier is sprake van een exemplarische reboundrelatie, een echte ‘terugkaatsrelatie’. Carla: “Jill was helemaal mijn type. Een bloedmooie, donkere Surinaamse vrouw, met lang krullend haar, half Indisch, half Javaans. We waren 34 toen wel elkaar leerden kennen en zijn 4 jaar samen geweest. Ik ontmoette haar op café. De eerste avond was het al bingo. Ik viel op haar uiterlijk, op haar temperament, op alles. Maar al snel bleek dat ze eigenlijk een heel moeilijk karakter had. Het cultuurverschil werd pijnlijk duidelijk: ze kon zich niet aan afspraken houden, niet met mij en niet met anderen. Haar nonchalante houding was respectloos. Ook had ze, doordat ze in haar jeugd veel armoede had gekend, een gat in haar hand. Ze verdiende goed, als chef-kok in een restaurant, maar ging kwistig met haar geld om. “Praten met haar ging moeilijk, ze begon bij een meningsverschil direct te roepen. Net als veel mensen in de horeca in die tijd, begon ze coke te snuiven om lange uren te kunnen kloppen. Het was een echte avonturier. Ze liep er de kantjes vanaf. Desondanks was ik erg verliefd op haar, en hadden we samen erg veel plezier. Ik denk dat ze na de vrouw waar ik nu mee samen ben, mijn grootste liefde was. We hielden van elkaar maar onze levensstijl was te verschillend. Laat thuiskomen, niet sparen, het druggebruik, de nonchalance in afspraken… Op den duur ging ik vreemd, omdat ik me bij haar niet meer veilig en verbonden voelde.
“Van de weeromstuit ging Jill ook vreemd, als een soort wraakreactie. Wij westerlingen zouden het proberen op te lossen met een goed gesprek, zij deed het zo. De liefde was nog groot, maar onze relatie had geen toekomst meer. Op mijn 38e ging het uit. De vrouw waar ik mee vreemdging, Eva, was al lang een vriendin van me. Ze was totaal het tegenovergestelde: ze werkte al vijftien jaar bij de bank, en maakte daar elk jaar mooi promotie. Ze had haar schaapjes op het droge en al twee huizen in haar bezit. Ze leidde een heel gestructureerd leven. Ze kwam elke avond om zes uur thuis en was altijd beschikbaar voor een goed gesprek. Ze was lief, attent, kon goed delen, praten en luisteren. Ze bood me alles wat ik zo had gemist. Ze regelde ook mijn geldzaken en maakte een financiële planning op. Ik werd ontzettend verliefd. Met haar kon ik echt in verbinding gaan, met Jill ging dat niet.”

Een open rug

Rika Ponnet: “Dit is een typische reboundrelatie, gebaseerd op een gemis in de vorige relatie. Je ziet dat mechanisme vaak. Vrouwen die samenleefden met een dominante man, zullen daarna op zoek gaan naar een zachter iemand. Naar iemand die hun grote gemis voor een tijd kan invullen. Kenmerkend ook is dat die relaties direct heel intiem zijn. Je loopt als het ware rond met een open rug, met het diepe verdriet van een scheiding nog in je lijf. Iemand hoeft je maar aan te raken en je zwicht meteen. Je vertoeft in een zeer grote nood. Vaak was je daarvoor samen met iemand die weinig gevoelsmatig verbonden was, en in de plaats daarvan komt: affectie, intimiteit, betrokkenheid. De start van zo’n relatie, die vaak getekend is door rouw, afscheid en verdriet, gaat heel diep. Daarom weet je je zo snel verbonden met die nieuwe partner.”
Carla: “Met Eva was ik inderdaad overtuigd dat ik eindelijk de vrouw van mijn leven had gevonden. Dit is ze, dacht ik. Toch begon ik na ongeveer een jaar ook weer een soort gemis te voelen, het leek of onze relatie zich niet verder verdiepte, de liefde kreeg geen diepere laag. Dat is het hele zelfbegoochelingsgedoe van reboundrelaties: eigenlijk wou ik met Jill wat ik met Eva had. Ik stortte me op Eva, omdat ze me alles wat ik bij Jill gemist had op een presenteerblaadje gaf. Ik snakte naar de veiligheid en de rust bij mijn Surinaamse furie, wat natuurlijk onmogelijk was. Ik brak uiteindelijk ook de relatie met Eva af, wat enorm kwetsend was voor haar. Ik heb echt haar hart gebroken.”

Rika Ponnet: “Hierover hoeft Carla zich niet schuldig te voelen. Een relatie afbreken kan hard kwetsen, maar zo zit de liefde nu eenmaal in mekaar. Vaak zit de sleutel hier ook bij degene die steeds de gever is in relaties. De meeste mensen die bij mij aankloppen zijn dan ook niet de rebounders zelf, maar degenen die met hen in een relatie zaten, de overzetboten dan dienst. Vaak komen ze het niet één keer, maar meerdere keren op rij tegen dat zij de reboundpartner zijn, het slachtoffer van de situatie. Mensen zoals Eva zijn heel gevend, verzorgend, ondersteunend van aard, en komen niet voor zichzelf op. Ze zijn lief en attent, en ontlenen hun betekenis aan geven. Het is hun taak om te onderzoeken hoe het komt dat ze telkens weer in deze rol vervallen. Als reboundpartner is het daarom belangrijk om te durven reflecteren over het waarom van je keuze. Waar zat jouw nood? Zorgen voor de ander? Het gevoel hebben van grote betekenis te zijn? Graag ‘redden’ is een relatiepatroon waarbij je als redder vaak met lege handen achterblijft.”

Gedoemd om te mislukken?

En dan de hamvraag: hoe komt het dat de meeste reboundrelaties na onafzienbare tijd misgaan? Rika Ponnet: “Dat komt doordat de relatie enkel geënt is op het gemiste deel, en niet op het geheel van een persoonlijkheid. Het is dus geënt op wat heel lang niet ingevuld is, op wat ontbrak, niet op een totaliteit. Bovendien is men niet zichzelf op het moment dat men voor een reboundrelatie zit, men maakt die keuze middenin een fase van veel verdriet en verwarring.
“Men zoekt na een lange relatie naar een nieuw evenwicht, en de reboundpartner is hier een vehikel voor. Eenmaal dat nieuw evenwicht gevonden is, wordt die partner overbodig. Je ziet zoiets ook gebeuren in vriendschappen. Mensen doen in een moeilijke periode soms beroep op vrienden die lief en beschikbaar zijn, maar zodra ze hersteld zijn, zodra ze zich sterker en completer voelen, verliest die vriendschap zijn functie. Hierdoor kunnen mensen zich in de steek gelaten voelen, of zelfs gebruikt.
“Het komt ook voor dat de rebounder na een reboundrelatie terugkeert naar een partner die exact hetzelfde ineenzit als degene waar hij van wegliep. Eenmaal hersteld, denkt hij of zijn weer alles aan te kunnen. En zo loopt men telkens opnieuw in dezelfde val. Al moet ik wel zeggen dat je hier nu misschien een vertekend beeld krijgt. Het gros van de mensen vindt na een scheiding een nieuwe partner, en blijft daar opnieuw weer heel lang bij. Die echte relatiehoppers maken maar een klein deel uit van het relatieveld, al springen ze natuurlijk meer in het oog.”

Soms duurzaam

Dat een reboundrelatie niet altijd gedoemd is te mislukken, bewijst het verhaal van Veerle (34) en Pol (36). Ondertussen zijn ze al tien jaar gelukkig samen en van plan dat nog lang te blijven. Veerle: “Tijdens mijn studententijd was ik samen met Laurent. Het was een mysterieuze man die nooit echt zijn ware gezicht liet zien, en daarom oefende hij zo’n aantrekkingskracht op me uit. Zijn ware gevoel voor mij? Dat sprak hij nooit uit. Ook wou hij niet dat we naar buiten traden als een koppel. Toch hadden we achter de schermen vier jaar een intense emotionele relatie en vaak seks. Hij bleef echter interesse tonen in andere vrouwen, zelfs in mijn vriendinnen. Hij sprak met ze af, soms zonder dat ik ergens van wist. Op een dag betrapte ik hem met één van hen, en met haar is hij ook verdergegaan. Ik was een emotioneel wrak toen ik hem verliet. En toen botste ik op Pol: veel rustiger, de betrouwbaarheid zelve, het ultieme luisterend oor. Ik overviel hem met mijn beklag over Laurent, wat achteraf bekeken erg ongepast van me was. Gaandeweg kreeg ik heel die foute relatie wat verwerkt, en begon ik me echt te hechten aan Pol. Ik ontdekte dat hij helemaal niet zo saai en stabiel was als ik dacht, en dat hij ook zijn ondeugende kantjes had. En ik werd van de weeromstuit wat rustiger. Het hoefde allemaal niet meer zo spannend, zo hartverscheurend intens. Dat had ik nu wel gehad. Onze relatie is begonnen onder een fout gesternte, maar heeft gelukkig wel de kans gekregen om te rijpen. Dankzij de rust en het begrip van Pol. Ik kan nu wel zeggen: hij is de man van mijn leven, zonder twijfel, en ik wil hem nooit meer kwijt.”

Rika Ponnet: “Soms gaat het inderdaad goed en blijft het duren. Omdat mensen groeien en merken dat die nieuwe partner gevoelsmatig beter bij hen past. Het kan een betere optie zijn, beter tegemoet komen aan je noden. Ze willen dan de prijs van de passie niet meer betalen, de passie die hun trigger was. Keuzepatronen kunnen dus evolueren. Je kunt elkaar leren kennen in een reboundfase, maar daarna kan het duurzamer worden.
“Eigenlijk kun je elk levenstraject zien als een in elkaar haken van relaties en relationele ervaringen, en de ene is altijd onlosmakelijk verbonden met de vorige en de volgende. Op die manier is elke volgende relatie wel een beetje een reboundrelatie. Elke nieuwe partner vormt ons, en bepaalt dus mee wie de volgende wordt.”

Signalen dat jij of je (ex-)partner in een reboundrelatie zitten:
Hoe kun je nu weten dat je in een reboundrelatie zit? Of vermoed je dat je als welmenende partner meegezogen wordt de een reboundrelatie van een ander? En hoe kun je weten dat die nieuwe vlam van je ex-partner eigenlijk gewoon een geval van rebound is? Dit zijn mogelijke signalen:

– Meestal ga je een reboundrelatie aan nog tijdens het afbreken van je relatie of heel snel daarna. Als er maar heel weinig tijd zit tussen je huidige en vorige relatie, is dat een duidelijke indicatie voor rebound. De vuistregel die men hiervoor gebruikt: een maand per jaar dat je relatie duurde. Dus had je een relatie van tien jaar, dan zou je eigenlijk minstens tien maanden moeten herstellen voor je een nieuwe relatie aangaat.

– Denk je nog heel vaak na over je vorige relatie? Zit je ex-partner eigenlijk nog meer in je hoofd dan je huidige partner? Verlang je nog naar hem of haar, of probeer je een ontmoeting te forceren? Check je zijn of haar Facebookprofiel wel erg vaak? Praat je over je ex met je nieuwe partner? Dit zijn allemaal tekens aan de wand dat je nog niet klaar bent voor een nieuwe relatie.

– Heb je het gevoel dat deze relatie nergens naartoe gaat, geen toekomst heeft? Maak je samen plannen voor later, of beangstigt je dat? Groeit jullie liefde steeds dieper of niet? Ook de tijdsduur is belangrijk: heb je de kaap van de twee jaar overschreden, dan maakt deze nieuwe relatie een reële kans.

– Let ook op de signalen van je omgeving. Het kan zijn dat je door je liefdesverdriet een vertroebeld beeld hebt, en omgaat met iemand die totaal niet bij je past. Je omgeving kan je hier al dan niet subtiel op trachten te wijzen. Uiteraard beslis je zelf of je hier rekening mee houdt.

Tips bij reboundrelaties

– Heb je inderdaad het idee dat jouw relatie wel eens een reboundrelatie zou kunnen zijn? Ga dan niet overhaast te werk. Neem geen grote beslissingen zoals samen een huis kopen of aan kinderen beginnen, tot je heel zeker bent dat dit meer is dan een reboundrelatie.

– Wees eerlijk met jezelf. Zou het niet kunnen dat deze relatie dient om de pijn van de vorige relatie te vergeten? Analyseer je eigen gevoelens en probeer hierbij streng te zijn voor jezelf. Je bent het verplicht aan de partner die mogelijk ongewild in een reboundrelatie is verzeild geraakt.

– Loopt de reboundrelatie af? Neem dan heel veel tijd voor jezelf, probeer rustig je verleden te verwerken en een nieuw evenwicht te vinden. Uiteindelijk is dit toch een keiharde job waar je op een dag tegenaan kijkt. De littekens uit het verleden halen je uiteindelijk altijd in.

– Heb je het vermoeden dat jij de reboundpartner bent van dienst, en dat je uiteindelijk aan de kant zal worden gezet? Wees op je hoede en stort je niet al te diep in deze relatie. Wacht hiermee tot je zeker bent dat je partner het echt meent, zichzelf heeft teruggevonden en hersteld is van zijn of haar vorige relatie.


“Hannes en Thijsje hebben nu ook voor de wet twee ouders”

Gazet van Antwerpen – 11 januari 2015

Zogenaamde ‘meemoeders’ moeten vanaf nu hun eigen kind niet meer adopteren. De meemoeder is vanaf nu, samen met de biologische moeder, meteen de juridische ouder van het kind. Kathleen en Gerd uit Essen zijn heel blij met deze regel. Hun kindjes Hannes en Thijsje zijn nu ook officieel van hen beiden.

Lesbische koppels konden tot nu toe hun kind niet samen gaan aangeven. Enkel de biologische moeder kon dat. De meemoeder kon het kind pas erkennen na een omslachtige adoptieprocedure. Ook voor Kathleen (32) en Gerd (45) uit Essen was het een periode van juridische onzekerheid tegenover de kinderen.

Meemoeders zijn vrouwen met een lesbische partner die een kindje heeft gekregen en die dat kind samen met de biologische moeder als ouder opvoedt. Tot voor kort moesten meemoeders hun kindje adopteren om juridisch ouder te worden. Dat is nu eindelijk van de baan. Vanaf 1 januari geldt namelijk dat wanneer een gehuwd lesbisch koppel een kindje krijgt, beide moeders automatisch juridisch ouder zijn van hun kind. Bij niet-gehuwde koppels kan de niet biologische moeder of meemoeder haar kind simpelweg erkennen bij de burgerlijke stand. Net zoals bij heterokoppels dus.

Gemeente goed op de hoogte

Kathleen en Gerd zijn de ouders van Lucas (13), Hannes (4) en Thijsje (1). Lucas is de zoon van Gerd, Hannes en Thijsje waren officieel enkel de kinderen van Kathleen. Vanaf 1 januari is daar wettelijk verandering in gekomen. “Toen Kathleen zwanger was van Hannes, heb ik een adoptiecursus gevolgd”, vertelt Gerd. “Adoptie vereist een lange procedure, die vaak meer dan een jaar aansleept. De meemoeder moet een cursus volgen, er worden psychologische tests afgenomen en sociale enquêtes uitgevoerd. Ik wist dat er een wetsvoorstel op tafel lag om de meemoeders officieel te erkennen als ouder. Voor mij was dat een reden om te wachten tot die procedure helemaal rond was. Toen Kathleen zwanger was van Thijsje, was het zover. Het was enkel nog wachten tot de Senaatscommissie Justitie het voorstel goedkeurde.”