Tijdens een bemiddeling praten we uitgebreid over de verblijfsregeling. Een aspect daarvan is op welk adres de kinderen hun officiële woonplaats zullen hebben, hun domicilie. Zelfs al kies je voor een gelijkmatig verdeeld verblijf, dan nog kan een kind maar op één adres gedomicilieerd zijn. Dat roept vaak de vraag op: wat is het verschil tussen domicilie en fiscaal ten laste zijn, en wat zijn de gevolgen? In deze blog zetten we de belangrijkste punten helder op een rij.
1. De begrippen
Het domicilieadres is het adres waar een kind officieel staat ingeschreven in het bevolkingsregister. Een kind kan slechts bij één ouder gedomicilieerd zijn. De andere ouder kan het kind eventueel laten inschrijven in het verblijfsregister voor co-ouders van zijn gemeente. Dat geeft soms kleine voordelen, zoals goedkopere toegang tot een sportclub, maar heeft weinig financiële impact.
Een kind fiscaal ten laste nemen betekent dat je via de belastingen een belastingvoordeel krijgt omdat je financieel instaat voor je kind. Een kind kan volledig fiscaal ten laste staan bij één ouder. Bij een gelijk gedeeld verblijf kan gekozen worden voor fiscaal co-ouderschap waarbij het fiscale voordeel gedeeld wordt tussen de ouders.
2. Waarom is de keuze belangrijk?
Een kind dat bij jou gedomicilieerd is, kan financiële gevolgen hebben. Hoewel het er steeds minder worden, zijn een aantal tegemoetkomingen en voordelen er alleen voor de ouder bij wie de kinderen gedomicilieerd zijn.
Personenbelasting: in de personenbelasting bestaat een regeling voor co-ouderschap. Met fiscaal co-ouderschap delen de ouders het belastingvoordeel voor hun kinderen. Dat kinderen even lang bij elke ouder verblijven, betekent niet dat fiscaal co-ouderschap verplicht is of automatisch toegepast wordt. Dat moet alleen als een rechter in zijn vonnis gelijkmatig verdeelde huisvesting oplegt. Andere ouders kunnen in hun overeenkomst zelf voor het fiscaal regime kiezen door enkele specifieke clausules op te nemen.
Fiscaal co-ouderschap lijkt op het eerste zicht het rechtvaardigste, maar vaak is het niet de interessantste formule. Door de gewijzigde wetgeving dat onderhoudsbijdragen in de toekomst minder fiscaal aftrekbaar zullen zijn, kan dat veranderen. Het is heel belangrijk om je hierover goed te informeren en enkele simulaties te (laten) maken.
Bedrijfsvoorheffing: bij de uitbetaling van het loon wordt bedrijfsvoorheffing ingehouden. Dat is een voorschot op de uiteindelijk te betalen belastingen. De vermindering voor kinderlast in de bedrijfsvoorheffing wordt volledig toegekend aan de ouder bij wie de kinderen officieel zijn gedomicilieerd. Voor de andere ouder levert de kinderlast geen lagere bedrijfsvoorheffing op. Hoeveel minder bedrijfsvoorheffing maandelijks wordt ingehouden, hangt af van het aantal kinderen ten laste. Een echt financieel voordeel is het echter niet, want bij de uiteindelijke afrekening wordt dit gecompenseerd.
Ziektekosten: de terugbetaling van een consultatie bij de huisarts, geneesmiddelen en ziekenhuiskosten loopt via het ziekenfonds. Kinderen moeten niet zelf aansluiten bij een ziekenfonds, maar staan ingeschreven als ten laste van een ouder. Ouders kunnen kiezen bij wie het kind ten laste staat voor het ziekenfonds. Domicilie is hier geen verplichting. Een kind kan dus op een ander adres wonen en toch ten laste zijn. Maken de ouders geen keuze dan wordt wel naar het domicilieadres gekeken.
De terugbetaling van de ziektekosten en voordelen gebeurt op de rekening van de ouder bij wie de kinderen ten laste staan of op een kindrekening. Als de kinderen ziek worden terwijl ze bij de andere ouder verblijven, kan gevraagd worden de tegemoetkoming over te schrijven op een rekening van de andere ouder. Het is niet verplicht dat beide ouders bij hetzelfde ziekenfonds zijn aangesloten, maar het kan praktisch zijn. Is je kind aangesloten bij een ander ziekenfonds en heb je dokterskosten betaald, dan moet je bij elk doktersbriefje een attest van co-ouderschap meegeven en een aanvraag om de tegemoetkoming te storten op de rekening van de ouder die de kosten betaald heeft.
Voor de maximumfactuur is het dan weer wel van belang waar een kind gedomicilieerd is. Er wordt alleen gekeken naar de ziektekosten van de kinderen die officieel bij je wonen.
Kinderbijslag: het bedrag van de kinderbijslag, het groeipakket, is niet afhankelijk van de domicilie. Tot voor 2019 was dat anders, maar zoveel mogelijk kinderen samen op hetzelfde adres zetten, heeft nu geen invloed meer op de bedragen.
Een uitzondering zijn de toeslagen.
- Sociale toeslag: als er geen gelijkmatig verdeelde huisvesting is, kan alleen het gezin waar het kind hoofdzakelijk verblijft recht hebben op een sociale toeslag. Die ouder krijgt het volledige bedrag van de toeslag. Bij een gelijk verdeelde huisvesting wordt naar de inkomenssituatie in elk (nieuw) gezin apart gekeken. Om de gezinsgrootte te bepalen tellen kinderen met gelijk verdeelde huisvesting volledig mee in het nieuw samengestelde gezin. Als één of beide ouders recht hebben op de sociale toeslag, krijgt de ouder de helft van het bedrag.
- Schooltoeslag: de plaats van domicilie heeft een invloed op het krijgen van en de hoogte van de schooltoeslag. Er wordt gekeken naar het inkomen van het gezin waar het kind gedomicilieerd is
Invaliditeitsuitkering: de hoogte van de invaliditeitsuitkering hangt af van de gezinssamenstelling. Voor alleenstaanden is dat 55 procent van een (begrensd) brutoloon en 40 procent voor samenwonenden. Voor wie een kind financieel ten laste heeft, is dat 65 procent. De voorwaarde is dat het kind gedomicilieerd is bij die ouder of dat op basis van een vonnis of een notariële akte een onderhoudsbijdrage van minstens 111,55 euro per maand betaald wordt.
Onroerende voorheffing: de regeling rond korting voor kinderen ten laste bij de onroerende voorheffing is enkele jaren geleden gewijzigd. Nu wordt rekening gehouden met de verblijfsregeling.
Waterfactuur: er is een jaarlijkse korting per gedomicilieerde inwoner op de waterfactuur. Het gaat om een beperkt bedrag.
3. Mag een kind gedomicilieerd zijn bij de ene ouder en fiscaal ten laste bij de andere?
De fiscus kijkt naar de situatie op 1 januari van het aanslagjaar: van welk gezin maakt het kind op dat ogenblik officieel deel uit? In de praktijk wordt hiervoor altijd gekeken naar het domicilieadres.
In theorie kan je proberen aan te tonen dat een kind feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de ouder die het fiscaal ten laste neemt, ook al is het elders gedomicilieerd.
Mogelijke bewijzen zijn bijvoorbeeld:
- wie het kinderbijslagrecht ontvangt;
- waar het kind naar school gaat;
- afspraken in de EOT of het ouderschapspan;
- officiële briefwisseling die naar één ouder gaat.
In de praktijk is dat echter moeilijk te verdedigen. De fiscus beschouwt vandaag het domicilieadres als het meest objectieve en doorslaggevende criterium.
4. Emotioneel
Hoewel domicilie en fiscaliteit eigenlijk louter administratieve regelingen zijn, raken ze vaak een gevoelige snaar. Voor veel ouders voelt het alsof de officiële inschrijving bij één van hen betekent dat het kind daar “meer” thuishoort. Dat kan pijn doen, zeker als je zelf evenveel zorgt en betrokken bent.
Die symbolische betekenis mag niet onderschat worden.
- Het idee dat het kind niet bij jou gedomicilieerd is, kan voelen als een verlies of een bevestiging dat je “tweede ouder” bent.
- Sommige ouders ervaren het alsof hun band met het kind in officiële documenten minder zichtbaar is.
- Ook naar de buitenwereld toe kan het confronterend zijn, bijvoorbeeld wanneer je telkens moet uitleggen dat het kind wel degelijk de helft van de tijd bij jou woont.
Dit maakt dat ouders het soms erg moeilijk hebben om het gegeven van het domicilieadres los te laten, zelfs wanneer er rationele argumenten zijn om voor een bepaalde oplossing te kiezen. Zorgen dat deze gevoelens ruimte krijgen en er gelegenheid is om die emoties uit te spreken, is belangrijk vooraleer samen te zoeken naar een evenwichtige en praktische regeling.
5. Conclusie
Maak duidelijke afspraken in jullie overeenkomst over domicilie en fiscale regeling.
Laat de fiscaliteit aansluiten bij de domicilie om problemen met de fiscus te vermijden.
Goede afspraken kan je pas maken als je grondig geïnformeerd bent over alle mogelijkheden, voor- en nadelen. Als bemiddelaar wil ik je hier graag bij helpen.