Evaluatie verblijfsregister

We schreven eerder al over het verblijfsregister voor co-ouders. Sinds februari 2016 is het verblijfsregister ingevoerd. Zo kunnen kinderen, die niet gedomicilieerd zijn in een bepaalde gemeente, maar er wel verblijven, van bepaalde (al dan niet financiële) voordelen genieten, die aan het verblijf zijn gekoppeld. Het gaat bijvoorbeeld over lagere tarieven bij sportkampen of toegang tot buitenschoolse opvang. Het gaat over kinderen, die bijvoorbeeld één week bij de mama wonen en één week bij de papa, maar slechts bij één van beiden officieel kunnen ingeschreven zijn.

Nu is er een eerste evaluatie gebeurd.

  • Slechts in 78% van de Vlaamse gemeenten is er na meer dan een jaar de mogelijkheid om je kinderen in een verblijfsregister te laten opnemen.
  • 2.038 kinderen zijn geregistreerd in een verblijfsregister. Dit komt neer op gemiddeld 5 kinderen per gemeente. Dit is toch wel een teleurstellend laag aantal, zeker wetende dat er een veelvoud aan kinderen in deze situatie en hun ouders er hun voordeel mee zouden kunnen doen.

De evaluatie bevestigt in ieder geval wel wat we in de praktijk merken: heel veel ouders zijn niet op de hoogte van het bestaan van het verblijfsregister. En als ze wel op de hoogte zijn, botsen ze op gemeentediensten die niet weten waar het precies over gaat. Deze verhalen zijn talrijk. Heel markant is het ook dat als je op de website van de grootste steden (Brussel, Hasselt, Leuven, Antwerpen, Gent en Brugge) als zoekterm “verblijfsregister” intikt, je geen enkel resultaat krijgt.

Er is nog heel wat werk aan de winkel!


8 op 10 Vlaamse gemeenten heeft verblijfsregister voor co-ouders, aantal ingeschreven kinderen nog beperkt

Sinds begin vorig jaar hebben gemeenten de mogelijkheid om een verblijfsregister voor kinderen van gescheiden ouders te openen. Uit onderzoek van CD&V-Kamerlid Sonja Becq en Vlaams Parlementslid Katrien Schryvers blijkt dat tot dusver 78 % van de Vlaamse gemeenten  – dat is bijna 8 op 10 – over zo’n verblijfsregister beschikken. “Op zich is dat een goede zaak, maar er is nog ruimte voor verbetering.”, aldus Sonja Becq.  “Het is namelijk zo dat het aantal inschrijvingen per gemeente relatief laag ligt. Dat betekent wellicht dat nog lang niet alle afzonderlijk wonende ouders voldoende geïnformeerd zijn over het bestaan en de voordelen van het verblijfsregister.”, klinkt het.

Een burger kan maar in één gemeente gedomicilieerd zijn. Dat kon bijvoorbeeld tot problemen leiden bij kinderen die vallen onder het (populaire) stelsel van co-ouderschap in het kader van een (echt)scheiding. “Heel wat gemeenten kennen bijvoorbeeld kortingen toe aan de eigen inwoners. Zo’n korting kan van toepassing zijn op sportactiviteiten, speelpleinwerking of andere ontspanningsmogelijkheden.”, legt Schryvers uit. Om dit probleem de wereld uit te helpen, werd in januari 2016 aan gemeenten de mogelijkheid gegeven om een verblijfsregister te openen. Een verblijfsregister geeft aan een ouder de kans om zijn/haar kind ook in de eigen gemeente  te registreren, zelfs al is het in de gemeente van de andere ouder gedomicilieerd. “Op die manier kan die ouder voor zijn of haar kind toch beroep doen op bepaalde gemeentelijke voordelen. Bovendien is de inschrijving in een verblijfsregister ook een vorm van erkenning voor de co-ouder die zijn kind niet bij zich thuis gedomicilieerd heeft staan, maar het wel opvangt en opvoedt.”, aldus Sonja Becq. Beide CD&V-politica’s benadrukken dat het verblijfsregister geen andere fiscale of sociale rechten opent.

Een jaar na de lancering besloten de twee pleitbezorgers  om cijfers op te vragen. Ze voerden ook een bevraging uit in de provincie waarin ze zelf wonen, respectievelijk Vlaams-Brabant en Antwerpen. Uit het globale onderzoek blijkt dat 78 % van de Vlaamse gemeenten (239 op 308) reeds gebruik maakt van een verblijfsregister. In Wallonië is dit nog maar 60 % (156 op 262). In Brussel kozen alle 19 gemeenten ervoor om een verblijfsregister aan te maken. Verder zijn er in België in totaal zo’n 2.038 kinderen geregistreerd in het verblijfsregister van een gemeente. Becq en Schryvers lichten toe: “Eén jaar na de invoering kunnen we spreken van een succes. Bijna acht op tien Vlaamse steden en gemeenten maken gebruik van het verblijfsregister. In de provincie Vlaams-Brabant gaat het  om 83 % van de gemeenten, in Antwerpen loopt dat op tot 92 %. Het is nu zaak om die laatste lokale besturen over de streep te trekken. Toch moeten we vaststellen dat het aantal geregistreerde kinderen per gemeente nog relatief laag ligt. Het aantal inschrijvingen in Vlaams-Brabant ligt op 5,57 gemiddeld. In Antwerpen is dat 7,49. Het globale gemiddelde over heel Vlaanderen ligt rond de vijf kinderen per gemeente. Het is dus veilig te stellen dat het potentieel van zo’n register nog niet ten volle is benut. Wellicht zijn heel wat co-ouders nog niet op de hoogte van het bestaan van een verblijfsregister in hun gemeente.”.

 

Het lokale onderzoek van Schryvers en Becq lijkt dit te bevestigen. Zo bleek onder meer dat het verblijfsregister nog niet voldoende ingeburgerd is. “Eén van de oorzaken ligt wellicht in de beperkte communicatie van gemeenten naar hun inwoners over het bestaan van het verblijfsregister.”, aldus de parlementsleden.  Slechts één op vijf gemeenten namen hiervoor al een initiatief. “Nochtans leven er bij heel wat co-ouders vragen over de werking en de te nemen stappen tot registratie. In meer dan de helft van de gemeenten zochten burgers bij hun lokale overheid naar info., klinkt het.

Bovendien vragen de volksvertegenwoordigers zich af of de mogelijkheden van dit register niet kunnen uitgebreid worden. “Ook een vermelding of het verblijf bij helften verdeeld is dan wel of er een andere regeling is, kan het verblijfsregister naar de toekomst meer mogelijkheden geven. Denk aan kortingen op Vlaams niveau, zoals bijvoorbeeld op de waterfactuur, die dan meer gelijkmatig kunnen verdeeld worden over ouders die gescheiden wonen.”.

Tot slot is het verblijfsregister ook belangrijk omwille van veiligheidsoverwegingen. Het register biedt de lokale overheid en de veiligheidsdiensten namelijk een beter zicht op het feitelijk verblijf. Dat kan van levensbelang zijn bij een brand in of instorting van een woning.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*