Recente artikels

‘Mysterie van de dag: waarom gebeuren de meeste echtscheidingen in augustus en maart?’

Knack – 29 juli 2017

Deze zomer viert Knack.be de mysteries van het leven. Elke dag kruipen we in de huid van een verwonderd kind en verbazen we ons over al dan niet alledaagse mysteries. Vandaag: waarom gebeuren de meeste echtscheidingen in augustus?

We zijn halfweg de zomer, de maand augustus brengt ons hopelijk nog veel zwoele nachten. Behalve misschien als je in een huwelijkscrisis zit. Dan zou augustus weleens slecht nieuws met zich kunnen meebrengen. De meeste echtscheidingen vinden namelijk plaats in de maanden augustus en maart. Dat moet blijken uit een studie van de Universiteit van Washington. Het is het eerste bewijs voor het bestaan van een ‘sociale klok’ binnen het huwelijk. De Amerikaanse studie suggereert dat dit te maken heeft met gezinsrituelen rond de winter- en zomervakanties.

Het seizoensgerelateerde scheidingspatroon was evenwel niet waar de vorsers naar zochten: zij stelden het vast bij hun onderzoek naar de effecten van economische recessies op de stabiliteit van het huwelijk.

De vorsers vermoeden dat van elkaar vervreemde partners vermijden om de echtscheidingsprocedure op te starten rond Kerstmis en Nieuwjaar en tijdens de zomervakantie in de scholen. Die perodes gelden bij gezinnen als ‘heilig’. Het gezinsleven, aldus de studie, wordt gedreven door een ‘sociale klok’. Voor velen is uit de echt scheiden tijdens zulke periodes ‘sociaal onaanvaardbaar’. Bovendien worden de maanden januari en juni (de start van de lente) gezien als een ‘nieuw begin’. Het ironische is echter dat dat nieuwe begin gepaard gaat met een verhoogd verwachtingspatroon, met heilzaam effect voor het gezinsleven, maar vaker dan niet uitloopt op een ontgoocheling. Koppels komen vaak tijdens een reis tot de conclusie dat het niet meer gaat.

Waarom er een ‘gat’ ligt tussen de eindejaarsfeesten en scheidingsmaand bij uitstek maart enerzijds en van het begin van de vakantie en augustus? Blijkbaar worden januari, februari en juli gebruikt om de nodige moed én advocaten te verzamelen en het financiële plaatje na te gaan. Bovendien willen de partners de zaak afgerond hebben voor het begin van het schooljaar.

En wat het initiële opzet van de studie betreft? De economische recessie heeft geen invloed op het aantal scheidingen.


‘Ouderschap eindigt niet bij een relatiebreuk’

Knack – 15 juni 2017

De Gezinsbond pleit voor een ouderschapsplan dat ouders moeten opstellen vóór ze een officieel einde kunnen maken aan hun relatie. ‘Nu ligt de focus bij een scheiding vaak op het conflict tussen de (ex)-partners in plaats van op het belang van de kinderen.

Bij de tienduizenden relatiebreuken die jaarlijks plaatsvinden, zijn vaak kinderen betrokken. Hun rol is dikwijls beperkt tot die van toeschouwer, maar zij moeten wel leven met de gevolgen. In tegenstelling tot de partnerrol, blijft de ouderrol ook na een relatiebreuk voort bestaan voor beide ouders. In vele gevallen is er een spanningsveld tussen deze rollen en dreigt de focus te liggen op het conflict tussen de (ex)-partners in plaats van op het belang van de kinderen. Door de scheiding valt hun wereld als een kaartenhuisje in elkaar.

Te weinig communicatie met de ex-partner en met de kinderen

Na de scheiding van hun ouders verdelen kinderen hun tijd tussen moeder en vader. Onze samenleving kijkt hier heel anders naar dan enkele decennia terug. Waar vader tot pakweg de jaren ’90 vaak een stapje opzij zette in de opvoeding, is het nu steeds meer evident dat hij een actieve rol blijft spelen. Ook de wetswijzigingen rond echtscheiding speelden een rol. In 1995 werd gezagsco-ouderschap de norm. In 2006 werd daar het verblijfsco-ouderschap aan toegevoegd waarbij de wetgever zijn voorkeur aangeeft om de kinderen gelijkmatig tussen hun ouders te laten verblijven. Zo wil men het kind de kans geven om de band met beide ouders te behouden. Maar het loopt soms al fout vóór of vlak na de scheiding. Ouders zijn vaak te veel bezig met hun eigen bekommernissen en de noden van de kinderen verdwijnen naar de achtergrond. Kinderen hebben nood aan rust, stabiliteit, duidelijkheid en rechtlijnigheid. Dat veronderstelt zowel bij gezags- als bij verblijfsco-ouderschap een goede communicatie tussen beide ouders. Uit sociologisch onderzoek van de KU Leuven blijkt nu net dat communicatie over de opvoeding van de kinderen op een bijzonder laag pitje staat. Beslissingen worden dan ook vaak eenzijdig genomen of helemaal niet. In cijfers: één op vier praat nooit met zijn ex over hun kind. Meer dan één op drie neemt nooit belangrijke beslissingen samen met de ex.

Maak samen een plan op maat, én in overleg met de kinderen

De Gezinsbond wil een lans breken voor het welzijn van kinderen betrokken bij een scheiding. En dit ongeacht de samenlevingsvorm van de ouders. Kinderen van gehuwde ouders hebben immers dezelfde noden als kinderen van wettelijk of feitelijk samenwonende ouders. Wij willen dat ouders stilstaan bij de impact van hun beslissing op de kinderen. Zij hebben daarbij nood aan een omkadering waarbinnen de afspraken helder zijn. Naar voorbeeld van Nederland, pleiten wij daarom voor een ouderschapsplan dat ouders moeten opstellen vóór ze een officieel einde kunnen maken aan hun relatie. Een plan dat afspraken regelt over alles wat betrekking heeft op de kinderen. Wie het ouderlijk gezag uitoefent, maar ook afspraken over de verblijfsregeling, de dagelijkse zorg- en opvoedingstaken, de manier waarop informatie wordt uitgewisseld, en een eventuele onderhoudsbijdrage gebaseerd op een objectieve berekeningsmethode.

Het is van groot belang dat ook de kinderen betrokken worden bij het opstellen van dit plan. Uiteraard betekent dit niet dat kinderen knopen moeten doorhakken en dat moeilijke beslissingen op hen worden afgeschoven. Het betekent wel dat zij mogen deelnemen aan gesprekken die betrekking hebben op hen en op hun opvoeding. Dat zal op een andere manier gebeuren bij een 7-jarige dan bij een 16-jarige, maar het blijft op elke leeftijd van cruciaal belang om hen inspraak te geven.

Een ouderschapsplan mag geen keurslijf worden. Er moeten mogelijkheden zijn om wijzigingen aan te brengen als dat nodig is, in functie van de noden van het kind. Dialoog is het centrale woord in deze oefening. Ook wijzigingen moeten in eerste instantie in onderling overleg worden doorgevoerd, desnoods met hulp van een bemiddelaar.

Het ouderschapsplan is geen toverformule, maar het kan net dat duwtje in de rug zijn dat ouders nodig hebben om het belang van de kinderen als prioritair te stellen.


‘Het rouwproces bij een echtscheiding is moeilijker dan bij een overlijden’

Knack – 13 juni 2017

Er zijn weinig situaties die een mens zo machteloos maken als een scheiding.

In België eindigt meer dan de helft van de huwelijken in een scheiding. Dat betekent niet dat we daardoor beter worden in het uit elkaar gaan, waarschuwt professor psychologie Katalien Bollen. Ze is verbonden aan de Universiteit Maastricht en deed onderzoek naar conflictmanagement. “Slechts 1 op de 3 koppels houdt zich aan de gemaakte afspraken. Zijn er kinderen, dan werkt een kwart van de koppels elkaar na 6 jaar tegen in de opvoeding. Er zijn weinig situaties die een mens zo machteloos maken als een scheiding.”

Je kunt je netwerk definiëren als een ui. Jij bent de kern, en daarrond zitten allemaal schillen: je partner, je leefomstandigheden, je toekomstplannen, je gezin, familie, vrienden… Je partner zit dicht bij je kern en zeker bij lange relaties raak je met elkaar verweven. Als je partner wegvalt, verlies je een groot stuk van jezelf. “Ik spreek over een verlies van veelheid”, zegt Bollen. “Je partner rukt zich los en die scheur loopt door de hele ui die rond je zit. Kun je nog gewoon praten met je schoonouders en vrienden? Waar ga je wonen? Kunnen je kinderen naar dezelfde school blijven gaan? Kun je nog dromen van een B&B in Frankrijk, later? Een echtscheiding maakt dat je basiszaken in twijfel gaat trekken. Waar je partnerrelatie het centrale, organiserende principe van je ‘ui’ was, moet nu een nieuw systeem komen waarin je rol als ouder en partner ook ontkoppeld wordt.”

De grote leugen

Wie het initiatief neemt om te scheiden, wordt vaak gezien als de machtige partij in de relatie. Die partner zit op het einde van een verwerkingsproces. Voor de ander was de scheiding nog geen realiteit. Hij of zij staat aan het begin van een rouwproces en moet nog door de fasen van het ontkennen, de boosheid, het onderhandelen en het verdriet heen. Er is sprake van verschillende snelheden en verwachtingen, wat praten moeilijk maakt. De ene wil erkenning voor wat is geweest en worstelt met de ‘grote leugen’ van de ander. De ander heeft de relatie al achter zich gelaten en wil zo snel mogelijk een goede oplossing en hoopt misschien vooral vrienden te kunnen blijven.

“Een scheiding op je bord krijgen, maakt emotioneel”, legt Bollen uit. “De neocortex, die we nodig hebben om te analyseren en tot goede oplossingen te komen, is weinig actief. Terwijl de beslissende partner nuchter naar een oplossing kan zoeken, schiet de ander als een emotioneel projectiel alle richtingen uit. Dat verschil in denken, snelheid en noden maakt dat beide partners zich machteloos voelen. Ze hebben allebei het gevoel geen grip te krijgen op de ander.”

Als er kinderen zijn, moet er snel duidelijkheid komen, maar dat is moeilijk als de ex-partners lijnrecht tegenover elkaar staan. Bemiddeling kan helpen om tot de onderliggende noden en wensen door te dringen. Een bemiddelaar gebruikt technieken zoals metaforen om de boodschap kracht bij te zetten. Humor kan ook verfrissend werken, omdat die de situatie op een andere manier benadert.

Afkoelen helpt evenzeer. Als je voelt ‘ik ben mezelf niet meer’, vraag dan een pauze en doe iets wat je gedachten verzet. “In Nederland is succesvol een proefproject afgerond over online-echtscheidingsbemiddeling”, vertelt Bollen. “Als je al hartkloppingen krijgt bij het horen van de ander, kun je niet constructief praten. Online is die fysieke trigger weg.”

Nieuwe partner

In zekere zin is het rouwproces bij een echtscheiding moeilijker dan bij een overlijden. Een dode is er niet meer en vaak dicht je hem vooral goede dingen toe. Het is niet makkelijk om te aanvaarden dat de ander nooit meer terugkomt, maar jij hebt de controle over dat aanvaardingsproces. Bij een echtscheiding is dat niet zo. Elke keer dat je je partner ziet of (over hem) hoort, kan het rouwproces opnieuw beginnen. De scheiding een plaats geven, lukt dus het best als de ander zich gedraagt volgens de verwachtingen en afspraken.

“Als je ex altijd heeft gezegd dat hij geen kinderen wilde en 2 jaar na de scheiding een zwangere vriendin heeft, dan bijt dat”, weet Bollen. “Een nieuwe partner kan als buffer werken. Een nieuwe partner is hoe dan ook een goed idee met het oog op welbevinden. Ook al brengen nieuw samengestelde gezinnen hun eigen problemen met zich mee, ouders en kinderen worden er doorgaans gelukkiger van. Een mens is niet gemaakt om alleen te zijn.”

Een van de partners gaat er op materieel vaak harder op achteruit bij een scheiding – meestal nog altijd de vrouw. De niet-materiële dingen waarin die tijdens de relatie geïnvesteerd heeft – boodschappen doen, het huishouden, de zorg voor de kinderen – worden meestal niet gehonoreerd op het moment van de boedelscheiding. Anderzijds verliest een van de partners veelal op immaterieel vlak – nog altijd vaak de vader. Kinderen geven zelfs 20 jaar na de scheiding nog vaak aan dat de band met de vader niet goed is. Tijdens de relatie bestond er dus een soort van balans, die de facto verdwijnt als de relatie ontbonden wordt.

De verlaten partner denkt meestal: het ligt aan mij. Maar vaak is hij maar een deel van de puzzel. Soms eindigt een relatie om redenen die niet direct met de relatie op zich te maken hebben. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een partner het gezinsleven en de kinderen niet kan combineren met werken en tijd wil voor zichzelf. “Vaak gaat het ook om het missen van erkenning”, beklemtoont Bollen. “Dat je het gevoel hebt: mijn partner ziet mijn investering in het gezin niet. Als anderen dan wél oog hebben voor wat je doet, drijven partners (on)bewust steeds verder van elkaar weg.”

Meestal voelen partners dat een aantal dingen niet lopen zoals het moet, maar hopen ze dat het ‘vanzelf’ wel beter wordt. Daardoor ligt conflictvermijding paradoxaal genoeg vaak aan de grondslag van het gigantische conflict dat een echtscheiding is. Elke relatie is een machtsrelatie. Ook bij een liefdesrelatie loont het af en toe te vragen: zit het hier nog een beetje in evenwicht? Gaat dit de kant op die we willen opgaan? Plan daarom regelmatig tijd in om ongestoord te praten. Bewaar het echte contact, zodat je ernaar kunt teruggrijpen als het nodig is. Probeer in die gesprekken naar de kern van de zaak te kijken en doe niet alleen aan symptoombestrijding. Durf vragen te stellen zoals: als je morgen opstaat en het probleem is weg, wat is er dan veranderd? Als je er niet meer bent, hoe wil je dan herinnerd worden door je partner?

“Dat iets goed gaat, vinden we vanzelfsprekend”, weet Bollen. “Maar dat is het niet. Stop die post-it in de brooddoos, teken dat kruisje op de bevroren autoruit. Maak dat je jezelf, de ander en jullie relatie echt blijft zien. Waar het begin van het einde zit, ligt tegelijkertijd ook de sleutel voor de oplossing.”


Familierechtbank stuurt voortaan oproepingsbrief op kindermaat

Moneytalk – 31 mei 2017

Kinderen ouder dan twaalf zullen voortaan een meer toegankelijke oproepingsbrief krijgen om gehoord te worden in de familierechtbank. Het koninklijk besluit met de nieuwe tekst treedt op 1 juni in werking, zo kondigde Justitieminister Koen Geens (CD&V) in de Kamer aan na vragen van Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld) en Goedele Uyttersprot (N-VA).

Sinds 1 september 2014 hebben kinderen het recht om door de rechter gehoord te worden in zaken die hem of haar aanbelangen. Denk aan de verblijfsregeling of het ouderlijk gezag. De Orde van Vlaamse Balies trok destijds al aan de alarmbel over het te moeilijke taalgebruik in de informatiebrief, vrezend dat die zelfs tot minder inspraak zou kunnen leiden.

Nu komt er dus de brief op kindermaat. Eén van de modellen in het KB van Geens start als volgt: “Ik schrijf je deze brief omdat ik binnenkort een beslissing moet nemen in een zaak over […]. Ik moet beslissingen nemen in deze rechtszaak die niet alleen een invloed hebben op jouw ouders, of andere mensen, maar ook op jou. Daarom wil ik ook graag jouw verhaal horen. Zo weet ik wat jullie belangrijk vinden. Als jij ook zo’n gesprek met mij wil, ben je welkom voor een gesprek.”

De nieuwe brief leest heel wat toegankelijker dan de huidige. Die begon als volgt: “De familierechtbank dient een oplossing te vinden voor een probleem dat je rechtstreeks aanbelangt. Daarbij zal de rechter dienen te beslissen […]. Om ervoor te zorgen dat de beslissing zoveel mogelijk rekening houdt met jouw belangen, heb je volgens de wet het recht om te worden gehoord door de rechter die de beslissing zal nemen.

Verderop geeft de nieuwe brief nog aan dat het gesprek op “een rustige plek” zal gebeuren en niet in een grote rechtszaal. “Ik bezorg je ook een briefje voor jouw school om te zeggen dat je afwezig zal zijn, klinkt het voorts. Of nog: “Let op: ik beslis wat er gaat gebeuren. Ik hou rekening met jouw verhaal en jouw mening, maar ook met andere dingen (vb. wat zegt de wet, wat jouw ouders belangrijk vinden, …). Hierdoor kan het zijn dat mijn beslissing niet hetzelfde is als wat jij me vertelde.”

Minister van Justitie Geens onderstreept het belang van de toegankelijke brief. “Het is niet makkelijk om als minderjarigen te getuigen in een rechtszaak. Om hen voldoende informatie te geven en te begeleiden voor en na het gesprek hebben we geprobeerd een brief op te stellen die voor iedereen verstaanbaar is”, klinkt het. “Justitie moet dicht bij de mensen staan. Informatie op maat van de betrokkene helpt daarbij.”

Goedgekeurd door jongeren

De brief werd afgetoetst en goedgekeurd door jongeren. Het Kinderrechtencommissariaat deed voor deze oefening een beroep op Vormen vzw. Zij ondervroegen 22 Vlaamse jongeren, verduidelijkt Geens, die nog meegeeft dat in Vlaanderen vorig jaar 3.953 minderjarigen zijn opgeroepen.

Kamerleden Uyttersprot en Lahaye-Battheu zijn tevreden met de ‘make-over’. Al was het volgens hen misschien nog beter geweest als ook de antwoordmogelijkheid werd aangepakt. Op de suggestie dat de jongere alleen iets zou moeten laten weten als hij of zij niet gehoord wil worden, werd echter niet ingegaan, besluiten ze.


Vrouw naar cel omdat ex kinderen niet mag zien

Gazet van Antwerpen – 19 april 2017

Een vrouw uit Merksplas moet naar de gevangenis omdat ze al jaren weigert haar twee kinderen om de veertien dagen naar hun vader te laten gaan, in het kader van het bezoekrecht na een echtscheiding. De rechtbanken treden steeds vaker streng op tegen zogenaamde ouderverstoting, maar dit vonnis kent geen voorgaande.

De strijd om de kinderen is al bezig sinds 2012. Eerder werd Nancy C. al eens tot twaalf maanden voorwaardelijke celstraf veroordeeld, maar dat maakte geen enkele indruk op haar. Ze bleef het door de rechtbank opgelegde bezoekrecht van de vader aan de kinderen weigeren.

Ook een veroordeling tot een dwangsom van 1.000 euro voor elke keer dat de kinderen niet zoals afgesproken bij de vader waren, werd achteloos in de wind geslagen. Voor de strafrechter in Turnhout argumenteerde de vrouw dat ze haar kinderen niet tot bij haar ex kon sturen “omdat die hen psychologisch kapotmaakt”. De vrouw vroeg de vrijspraak, of – ondergeschikt – een werkstraf.

Rechter François Caers had zijn buik vol van de obstructie van de vrouw, die door gerechtspsychologen als manipulatief wordt neergezet. In zijn motivatie van het vonnis schrijft de rechter: “De beklaagde roept ten onrechte de noodtoestand in ter beveiliging van de kinderen, maar ze heeft bewust een ernstig loyaliteitsconflict gecreëerd tussen de kinderen en hun vader. Dat is onaanvaardbaar.”

De vrouw kreeg twaalf maanden celstraf, waarvan zes effectief. Het gebeurt de laatste tijd wel vaker dat rechters strenge straffen uitspreken om het fenomeen van ouderverstoting tegen te gaan.


Helft Belgen single tegen 2060

De Morgen – 7 maart 2017

Het aantal singles in België blijft toenemen. Tegen 2060 zal de helft van alle Belgische huishoudens uit één persoon bestaan, schrijven de Mediahuiskranten vandaag.

Ter vergelijking: in 2016 was dat nog maar één op de drie. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het Federaal Planbureau. “Die toename kunnen we toeschrijven aan twee groepen”, zegt Dimitri Mortelmans, socioloog aan de UAntwerpen. “Er is de vergrijzing. Zowel alleenstaanden als weduwes/weduwnaars willen langer zelfstandig thuis wonen.”

Sex and the City-generatie

De tweede groep: de Sex and the City-generatie. “Dat zijn de happy singles die graag in bruisende grootsteden wonen.” Het Planbureau ziet ook nog een derde groep: alleenstaande mannen tussen dertig en vijftig jaar. Zij hebben meestal een echtscheiding achter de rug. “Deze resultaten stemmen tot nadenken”, zegt Philippe Donnay van het Federaal Planbureau. “Op het vlak van woon- en mobiliteitsbeleid moet worden rekening gehouden met deze verwachting.”

Nieuw beleid

“Het is de hoogste tijd dat het beleid start met een doorgedreven ‘single-toets’ wanneer ze beslissingen neemt. Het is fout te denken dat een Vlaams gezin standaard bestaat uit papa, mama en twee kindjes. Alleenstaanden worden nog steeds overdreven financieel gediscrimineerd en dat moet stoppen”. Dat zegt Vlaams parlementslid Rob Beenders (sp.a).

Hij (sp.a) pleit er ook al langer voor om het beleid meer af te stemmen op dat toenemend aantal singles. Beenders: “Het is de hoogste tijd dat het beleid realisme aan de dag legt qua gezinssamenstelling. Het is absoluut niet meer de norm te denken dat een Vlaams gezin bestaat uit mama, papa, kindje. De samenleving verandert, de regelgeving niet”.

Volgens Beenders voert de Vlaamse regering alvast een beleid dat onvoldoende rekening houdt met de groeiende groep alleenstaanden. Hij verwijst daarvoor naar de nieuwe waterfactuur en de veelbesproken energieheffing, ook bekend als de Turteltaks.

Oppositiepartij sp.a pleit voor een “doorgedreven single-toets” in de Vlaamse regelgeving. “Het kan niet langer zijn dat er bij financieel zwaarwichtige beslissingen onrechtvaardige gevolgen zijn voor alleenstaanden”, besluit Beenders.


Meer kinderbijslag voor Waalse eenoudergezinnen

De Standaard – 9 februari 2017

De Waalse regering is rond met de hervorming van de kinderbijslag. Het basisbedrag is 155 euro per kind, maar eens voorbij de 18 jaar wordt dat 165 euro. Alleenstaande ouders krijgen 10 tot 20 euro extra.

Waals minister van Welzijn Maxime Prévot (CDH) en minister-president Paul Magnette (PS) stelden de nieuwe kinderbijslag zopas voor in Namen. Elk kind binnen hetzelfde gezin krijgt evenveel kinderbijslag, een basisbedrag van 155 euro. Zodra het kind 18 wordt, stijgt dat wel naar 165 euro. Ter vergelijking: het basisbedrag in Vlaanderen is 160 euro.

Er zijn verschillende correcties op dat basisbedrag in Wallonië, waarvan de opvallendste die voor alleenstaande ouders is. Voor gezinnen met een laag inkomen gaat het om 20 euro extra per maand. Kroostrijke gezinnen met een laag inkomen krijgen een toeslag van 35 euro. Als een van de ouders een handicap heeft komt daar nog 10 euro bij. Voor gezinnen die meer verdienen, tussen de 30.000 en de 50.000 euro, liggen die correcties lager. Alleenstaanden krijgen dan nog 10 euro extra, voor de ‘familles nombreuses’, daalt de toeslag van 35 euro naar 20. Het nieuwe systeem geldt alleen voor kinderen die na 1 januari 2019 geboren worden. Voor alle anderen blijft alles bij het oude.

De kinderbijslag is in Wallonië goed voor een budget van 2,2 miljard. Bij de Zesde Staatshervorming werd dat samen met de bevoegdheden overgedragen naar de deelstaten. In het huidige systeem waren meer dan 700 combinaties mogelijk, wat de zaken enorm complex maakte. Het systeem was volgens de Waalse regering ook niet meer aangepast aan de realiteit van vandaag. Tussen 1991 en 2014 steeg het aantal eenoudergezinnen in Wallonië met de helft. Bovendien loopt de helft van die gezinnen een verhoogd risico om in de armoede terecht te komen. Ook de bij de kroostrijke gezinnen van drie of meer kinderen, is dat risico hoger (22 procent).

Grote gelijkenis met Vlaanderen

Maar al bij al lijkt het systeem heel erg op de Vlaamse kinderbijslag, hoewel daar veel kritiek op kwam, onder meer omdat er te weinig ingezet werd op kinderarmoede. De premie voor eenoudergezinnen is het grootste verschilpunt tussen het Waalse en het Vlaamse systeem. In Vlaanderen heeft elk kind recht op eenzelfde basisbedrag van 160 euro. Vroeger liep het bedrag per kind op, naarmate er meer kinderen in een gezin waren. Bovendien was er een toeslag als de kinderen ouder werden, maar die valt weg. In Wallonië wordt dat laatste dus wel behouden.

Voor sociale toeslagen kijkt de Vlaamse overheid ook niet langer naar iemands status, zoals werkloosheid. De toeslag wordt toegekend op basis van het inkomen. Als dat niet boven de 29.000 euro ligt, of boven de 60.000 euro voor een gezin met meer dan drie kinderen, komt er een toeslag – ook voor wie werkt. Van die toeslagen maakte vooral CD&V een punt, de N-VA ijverde in de eerste plaats voor een zo hoog mogelijk basisbedrag.


‘Fiscaal co-ouderschap geeft gescheiden ouders een vals gevoel van gelijkheid’

Knack – 26 januari 2017

Yves Coemans van de Gezinsbond vraagt aandacht voor de fiscale gevolgen van de regeling die bij een echtscheiding wordt uitgewerkt.

Onderzoek van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de KU Leuven toont aan dat co-ouderschap bij scheiding niet altijd de beste oplossing is. Deze keuze biedt veel voordelen voor de ouders, maar heeft grote nadelen voor de kinderen. Tot een gelijkaardige conclusie komt de studiedienst van de Gezinsbond. Ook fiscaal co-ouderschap is meestal niet de beste keuze omdat dit nadelig is voor beide ouders.

De wet van 18 juli 2006 promoot na een scheiding de gelijkmatige huisvesting van de kinderen zodat ze even lang verblijven bij elke ouder. In de periode 2006 tot 2011 koos één op drie gescheiden koppels voor co-ouderschap. Twee derde van hen zelfs voor een gelijkmatige verblijfsregeling. Nog te vaak kiezen de meestverdienende ouders voor gelijkmatig verblijf voor hun kinderen omdat ze daarmee willen ontsnappen aan onderhoudsbijdragen (soms ook onderhoudsgeld of alimentatie genoemd). Zij denken: als we allebei onze kinderen even lang opvangen, leveren we elk een gelijkwaardige bijdrage en zijn er geen onderhoudsbijdragen te betalen. Klopt, maar alleen als beide ouders nagenoeg evenveel verdienen én als ze een gelijke bijdrage leveren in de verblijfsoverstijgende kosten zoals kleding, gezondheidszorg, communicatie en vervoer, cultuur en ontspanning én onderwijs.

Als niet aan beide voorwaarden is voldaan, blijft een onderhoudsbijdrage noodzakelijk ook bij gelijkmatige huisvesting. Vanuit een gelijkwaardig ouderschap willen ouders ook graag de kinderbijslag en de fiscale voordelen voor kinderen ten laste in de personenbelastingen gelijk verdelen. Voor de kinderbijslag kan dit niet, tenzij deze wordt gestort op een kindrekening waar beide ouders aan kunnen. Voor de belastingen kan dat wel via fiscaal co-ouderschap.

Fiscaal ouderschap altijd nadelig vanaf drie kinderen

Bij fiscaal co-ouderschap staat de ouder bij wie de kinderen fiscaal ten laste zijn, de helft van de daaraan gekoppelde belastingvrije sommen af aan de andere. Deze belastingvrije sommen zijn afhankelijk van het aantal kinderen. Fiscaal co-ouderschap is altijd nadelig vanaf drie kinderen. Logisch, met halve belastingvrije sommen stelt elke ouder zijn inkomen minder snel in een hogere belastingschijf belastingvrij aan een hogere aanslagvoet. Alleen voor 1 en 2 kinderen kan fiscaal co-ouderschap voordeliger zijn, op voorwaarde dat beide ouders belast worden als alleenstaande waardoor ze allebei de bijkomende belastingvrije som van 1.550 euro krijgen. In dat geval genieten ze samen jaarlijks rond de 400 euro meer belastingvoordeel.

Als de meestverdienende ouder, ondanks de gelijkmatige huisvesting toch onderhoudsbijdragen betaalt, is het meestal interessanter om de kinderen fiscaal ten laste te nemen bij de andere ouder zodat de meest verdienende de betaalde bedragen voor 80% fiscaal kan aftrekken. Fiscaal co-ouderschap kan echter niet gecombineerd worden met de fiscale aftrek van onderhoudsbijdragen. Als de onderhoudsplichtige ouder toch eenzijdig beslist om de betaalde bijdragen fiscaal af te trekken, moet de andere ouder een bezwaarschrift indienen om de volledige belastingvrije sommen op te eisen. Anders blijft deze ouder slechts de helft van de belastingvrije sommen krijgen.

Nieuw-samengestelde gezinnen meestal beter af zonder fiscaal-ouderschap

Naast het lagere belastingvoordeel voor beide ouders samen, heeft fiscaal co-ouderschap nog andere nadelen. In nieuw-samengestelde gezinnen tellen, in de rangregeling voor de belastingvrije sommen, kinderen in fiscaal co-ouderschap alleen mee in het gezin van de ouder die de helft van de belastingvrije sommen afstaat en niet bij de andere. De ouder die de helft van de belastingvrije sommen krijgt, komt evenmin in aanmerking voor het terugbetaalbaar belastingkrediet. Dat is een negatieve belasting van 440 euro per jaar die de fiscus via het aanslagbiljet betaalt aan ouders die te weinig verdienen om hun belastingvrije sommen voor kinderen uit te putten.

Rechters beseffen onvoldoende dat gelijkmatige huisvesting leidt tot verplicht fiscaal ouderschap

Fiscaal co-ouderschap wordt automatisch toegepast als de gerechtelijke beslissing gelijkmatige huisvesting oplegt. Dat is bijzonder jammer, niet alle rechters beseffen dat deze beslissing fiscale co-ouderschap verplicht. De fiscus legt zich niet neer bij vonnissen waarin gelijkmatige huisvesting gecombineerd wordt met de beslissing om de kinderen fiscaal ten laste te nemen bij één ouder en eist dan toepassing van fiscaal co-ouderschap, wat regelrecht indruist tegen de beslissing van de rechter. Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) wordt fiscaal co-ouderschap toegepast als de gehomologeerde overeenkomst duidelijk vermeldt dat de ouders kiezen voor gelijkmatige huisvesting en akkoord gaan om de belastingvrije sommen voor hun kinderen gelijk te verdelen.

Het belang van objectief berekende onderhoudsbijdragen

Fiscaal co-ouderschap geeft gescheiden ouders een vals gevoel van gelijkheid, tenzij de modaliteiten sterk worden verbeterd. Gescheiden ouders kiezen in de meeste situaties beter voor de optie om de kinderen bij één ouder fiscaal ten laste te nemen, terwijl de andere ouder zijn of haar onderhoudsbijdragen fiscaal aftrekt. Tenminste als de onderhoudsbijdragen objectief berekend worden, bijvoorbeeld met de onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond of de daarvan afgeleide Pareto Simulator. Deze instrumenten houden immers terdege rekening met de gezinsfiscaliteit van beide ouders.


Vechtscheiding dreunt bij kinderen heel lang na

De Volkskrant – 25 januari 2017

Zodra zes op de tienduizend mensen griep hebben, spreken we van een epidemie. Maar waar spreek je van als maar liefst achthonderd van elke tienduizend mensen ergens last van hebben? Dit is namelijk het aantal kinderen dat jaarlijks bij een vechtscheiding betrokken raakt; achthonderd per tienduizend Nederlandse kinderen. Over een griep kom je heen, maar de gevolgen van een vechtscheiding blijven vaak jarenlang – of zelfs levenslang – in je systeem zitten.

Niemand start een gezin met het idee dat later op te blazen. Een scheiding gaat dan ook altijd gepaard met veel verdriet en dat zorgt vervolgens voor een crisis bij de betrokkenen. In de ontwikkelingspsychologie is het woord ‘crisis’ een belangrijk begrip.

Het is een noodzakelijk verbindingsstuk tussen twee relatief stabiele periodes. Zo is er de stabiele periode van de kindertijd en de stabiele periode van de volwassenheid, daartussen zit de crisisperiode van de puberteit. Ook als je gaat verhuizen, zit de crisis tussen het verlaten van je ene woonplek en het wennen aan de andere. Een crisis is dus een onzekere, maar noodzakelijke periode om van de ene stabiele situatie naar de andere te kunnen gaan.

Crisis

Een scheiding brengt dus ook altijd een crisis met zich mee. Het oorspronkelijke gezin bestaat immers niet meer en je moet met z’n allen op zoek naar een volgende stabiele periode. Maar het verwoestende van een vechtscheiding is dat er helemaal geen nieuwe, stabiele periode voor het kind wordt gecreëerd. En dat doet natuurlijk iets met de ontwikkeling van het kind. De kans dat je later als volwassene ook weer in een scheiding terechtkomt, verdubbelt bijvoorbeeld, berekende het CBS een aantal jaren geleden. Een vechtscheiding dreunt op die manier nog vaak in een volgende generatie door.

Ik werk nu als ontwikkelingspsycholoog, systeemtherapeut en mediator mee aan een serie over echtscheidingen van het tv-programma Klokhuis. Daarin zien we dat kinderen het in een vechtscheiding erg moeilijk hebben. Elk van hun verhalen stelt ons eigenlijk de vraag: hoe stoppen we deze epidemie?

Ouderpaar

In een huwelijk ben je zowel echtpaar als ouderpaar. Als door de scheiding het echtpaar ophoudt te bestaan, blijft alleen het ouderpaar over. Dat betekent dat als je je ex nog dwars wilt zitten, je dat vooral via het ouderschap kunt doen. Via de kinderen dus. Het gevolg is dat de tijdelijke crisis voor het kind een permanente crisis wordt. Wat moet je als 9-jarige als je jarenlang merkt dat je vader je moeder haat, terwijl jij van haar houdt? Wat moet je met alle ellende die je ouders na de scheiding blijven uitwisselen? De pijn die ouders over de scheiding niet zelf bereid zijn te dragen, leggen ze zo op het bordje van hun kind. Als vechtscheidende vaders en moeders dat niet zien, heeft de omgeving een belangrijke rol.

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer stelde afgelopen week in Nieuwsuur dat het bemoeien met elkaars opvoeding een van de laatste taboes is. Veel ouders die ooit strijdend uit elkaar gingen, vertellen achteraf dat ze door hun vechtscheidingsblindheid geen oog hadden voor de noden van hun kind. Weg dus, met dat taboe. Bemoei je als omgeving actief met een vechtscheiding en huil niet alleen maar empatisch mee met je verblinde broer, buurvrouw of vriendin. Als ouders na de scheiding door eigen woede en pijn verblind zijn, moet de omgeving hun de ogen durven openen en hun het belang van het kind laten zien. Alleen zo kunnen we met elkaar deze steeds verder uit de hand lopende epidemie te lijf.


“Geen voorrang meer voor co-ouderschap”

De Morgen – 19 januari 2017

We moeten dringend af van de voorrang die co-ouderschap bij echtscheidingen krijgt. Dat zeggen specialisten in koor. “Het probleem is dat ouders de week-om-weekregeling als normaal zijn gaan beschouwen, terwijl dat niet altijd de beste optie is voor het kind.”

In ongeveer de helft van de echtscheidingszaken waarbij kinderen betrokken zijn, hebben de ouders zogenaamd verblijfsco-ouderschap. Ofwel zijn ze daar zelf, in onderlinge toestemming, toe gekomen. Ofwel, bij conflict, heeft een rechter hen dat opgelegd. Die rechter is sinds 2006 namelijk verplicht om, wanneer ouders er zelf niet uit geraken, de mogelijkheid tot verblijfsco-ouderschap ‘bij voorrang’ te onderzoeken. Zo staat het letterlijk in de wet.

Die wet kwam er met de beste bedoelingen, want voordien wezen rechters de kinderen bij een echtscheiding bijna automatisch toe aan de moeder. Maar de wet heeft een aantal belangrijke neveneffecten, stelt Sofie Van Assche van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek aan de KU Leuven. Ze kwam gisteren de bevindingen van haar onderzoek voorstellen in het Vlaams Parlement, tijdens een hoorzitting over co-ouderschap. “Sinds co-ouderschap meer en meer de norm werd, zijn ouders die regeling als een soort recht gaan zien. Een recht dat ze niet willen afstaan. Ze voelen het aan als een nederlaag als ze dat niet krijgen”, zegt Van Assche.

Onderdeel van de strijd

De 50-50-regeling is uitgegroeid tot een soort fetisj, terwijl die lang niet altijd de beste keuze is voor de kinderen, stelt ook kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen. “Ouders zelf zien verblijfsco-ouderschap steeds vaker als de meest faire afspraak. Voor hen, bedoelen ze dan. Want kinderen en jongeren ervaren dat vaak niet zo. Zo’n week-om-weekregeling heeft vaak een erg grote impact op hun sociaal leven. Zij willen vooral flexibiliteit.”

Meer nog, co-ouderschap kan zelfs heel schadelijk zijn als het om een conflictueuze situatie gaat, waarschuwen experten. Zij zien het aantal problematische co-ouderschappen ook stijgen. Van Assche: “Voor de bewuste wet waren het vooral hoger opgeleiden die voor de helft-helftregeling gingen. Mensen die vaak een hoger inkomen hadden. En zij slaagden erin om, ondanks de problemen, toch nog een regeling uit te werken in functie van de kinderen. Maar sinds de regeling voorrang moet krijgen van de rechter, is de groep die co-ouderschap heeft veel diverser. Het krijgen van zo’n helft-helftregeling is onderdeel geworden van de strijd. We zien het aantal ex-koppels met zware conflicten die co-ouderschap hebben zienderogen toenemen. Uit ons onderzoek blijkt ook dat 29 procent, dus bijna een op de drie, van ouders in co-ouderschap niet met elkaar praat. Nooit. Ook niet over de kinderen.”

Betere begeleiding

Dus wordt het de hoogste tijd dat de voorrangsregeling weer op de schop gaat, stelt ook advocaat en professor familierecht Charlotte Declerck (UHasselt). “Het idee dat ouders recht hebben op de helft van de tijd van hun kinderen moet eruit. En dat kan niet zo moeilijk zijn, lijkt me. Het is kwestie van de woordjes ‘bij voorrang’ uit de wet te schrappen. En van een betere begeleiding van ouders bij de scheiding zelf. We moeten hen duidelijk maken dat een helft-helftregeling niet altijd het beste is voor de kinderen.”

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) kreeg de vraag naar eigen zeggen al vaker binnen en laat weten dat hij de kwestie ter sprake zal brengen binnen de werkgroep ‘werking familierechtbanken’.


Limburgse (32) baart twee jaar na zijn dood kind van overleden echtgenoot

HLN – 16 januari 2017

“Hé, dat manneke ken ik ergens van!” De Limburgse lerares Wendy Clerkx is één van de weinige vrouwen in ons land die een kind ter wereld brachten via post mortem in-vitrofertilisatie. Twee jaar na de dood van haar man Marco Vos (30) beviel ze van hun zoontje Viktor Vos dat zopas één jaar werd.

Wendy Clerkx en haar man Marco Vos hadden allebei een sterke kinderwens, helaas kregen ze nooit de kans om via de natuurlijke weg ouders te worden. Toen Marco in februari 2014 overleed aan de gevolgen van een zeldzame spierkanker, was hij al zes jaar ziek geweest. “Door de vele chemo en bestralingen die hij had moeten ondergaan, was het zelfs uitgesloten dat ik via in-vitrofertilisatie (ivf) zwanger zou worden”, vertelt Wendy Clerkx, woonachtig in Kaulille bij Bocholt.

“In augustus 2013 belandde Marco in een palliatieve fase, al kon geen dokter voorspellen hoelang hij nog te leven had”, vervolgt ze. “Omdat de experimentele medicijnen die hij nam geen negatieve invloed hadden op zijn vruchtbaarheid én onze kinderwens nog altijd sterk was, wilden we voor ivf gaan. En zo hoorden we dat er zoiets bestaat als post mortem ivf. Het bleek dus juridisch mogelijk dat ik me na Marco’s dood kunstmatig liet bevruchten met zijn ingevroren zaadcellen.”

“De gesprekken die Marco en ik daarover hadden, waren erg emotioneel”, gaat de Limburgse verder. “Want het ging hier over een kind van hem dat hij nooit zou zien. Maar Marco gunde het me enorm. Omdat onze liefde zo groot was en omdat hij me ook heel graag iets van zichzelf wilde nalaten. Ik heb hem in zijn laatste levensdagen gezegd: ‘Als ik na je overlijden nog altijd zo hard verlang naar een kind van jou en ik ben er mentaal sterk genoeg voor, dan ga ik er ook voor.'”

Eerste rauwe pijn

Kleine Vicktor Vos Clerkx – zoals het ventje voluit heet – kwam op 1 januari 2016 ter wereld, bijna twee jaar na het overlijden van zijn papa Marco. “Na de eerste rauwe pijn om het verlies van mijn man, voelde ik dat ik nog altijd zwanger van hem wilde worden”, zegt Wendy. “Ik was 30 jaar op dat moment en zag mezelf niet snel in een nieuwe relatie stappen omdat het nog lang zal duren voordat ik Marco’s dood heb verwerkt. Dus als ik mijn hevige kinderwens alsnog in vervulling wilde laten gaan, kon ik mijn biologische klok niet blijven laten verder tikken.””Maar wat evenzeer meespeelde, was dat ik ook per se een deel van Marco in mijn leven wilde”, zegt ze daarvan. “Marco was mijn alles geweest. En al was hij er dan niet meer, het voelde voor mij vanzelfsprekend dat mijn kind van hem moest zijn. Voor je tot post mortem-ivf overgaat, moet je op gesprek bij psychologen van een fertiliteitskliniek. Gelukkig voelden ook zij aan dat ik om de juiste redenen zwanger wilde worden en dat ik sterk genoeg ben om het ook aan te kunnen.”En je moet mentaal stevig in je schoenen staan, als je kiest voor post mortem ivf. “Ik zou liegen als ik zeg dat het makkelijk is om een kind van een overleden partner te krijgen. Je staat er om te beginnen alleen voor als moeder. Marco missen, doet bij momenten dubbel zoveel pijn omdat ik zoveel van hem in ons zoontje herken. Viktor Vos heeft veel trekjes van zijn papa, bij een bepaalde blik zie ik Marco zelfs letterlijk in het klein voor me. Toen ik mijn baby na de bevalling in mijn armen had, was het eerste dat ik zei: ‘O, u ken ik ergens van!’ Het is dus vaak pijnlijk en mooi tegelijk, maar ik ben nog elke dag dankbaar dat ik Marco’s kind heb gebaard. Ik zou veel spijt hebben, mocht ik het niet hebben gedaan.”

Niet alleen blijven

Hoe ze er tegenaan kijkt dat ze haar kind, door haar keuze, zijn papa ontnam? “Marco heeft me voor zijn dood op het hart gedrukt om niet alleen te blijven”, zegt Wendy Clerkx. “Hij zei: ‘Neem je tijd, maar blijf niet alleen. Want ik zal maar een foto op de kast zijn.’ Marco en ik waren het erover eens dat mijn toekomstige vriend – en ik ben te jong om voor altijd alleen te blijven – de vaderfiguur in Viktor Vos’ leven wordt. Als zal ik ons kind altijd blijven vertellen over wie zijn papa was.”

“En nu al groeit Viktor Vos op met mannelijke rolmodellen zoals mijn papa en zijn peter, iets waar ook de pyschologen op aanstuurden”, besluit de Limburgse. “Al hoop ik natuurlijk dat ik hem op een dag een echte papa kan geven. Ook als ik later een nieuwe vriend heb, blijft dit de beste keuze. Het leven gaat verder, maar ik neem het mooie uit mijn verleden mee. Mijn overleden man leeft verder in mijn kind. En Viktor Vos laat mij zijn wat ik altijd het liefste heb willen zijn: mama.”


Het gaat niet goed met het gezin

De Standaard – 14 januari 2017

Almaar kleinere gezinnen en almaar meer alleenstaanden: het is geen Vlaams maar een Europees fenomeen.

Touroperators schaffen het supplement af dat je moet betalen voor een eenpersoonskamer. In Limburg moeten alleenstaanden minder betalen voor hun huisvuil. En in een poging om van Mechelen de meest single-vriendelijke stad te maken geeft burgemeester Bart Somers elke alleenstaande een aankoopbon van 25 euro.

Er wordt steeds meer rekening gehouden met alleenstaanden, omdat het aandeel alleenwonenden in het totaal aantal huishoudens in Vlaanderen ondertussen al 31,2 procent bedraagt.

Maar het fenomeen is niet typisch Vlaams. Integendeel, we zitten in Europa in de middenmoot. Het Europese gemiddelde ligt op 33,4 procent. In Zweden bestaat bijna de helft van de gezinnen uit alleenwonenden. Ook andere Scandinavische landen en Duitsland scoren hoog. Dat blijkt allemaal uit onderzoek van de Studiedienst van de Vlaamse regering.

Maar zelfs in landen waar het aantal alleenwonenden lager ligt, zoals in Cyprus of Malta, neemt hun aandeel wel toe.

Minder kinderen

De samenstelling van gezinnen is dus in heel Europa de laatste decennia fundamenteel veranderd. Er zijn niet alleen meer alleenstaanden. Door de hoge echtscheidingscijfers en doordat ouders minder kinderen krijgen, daalt ook het aantal leden per gezin. In Vlaanderen telde een gezin in 1990 gemiddeld nog 2,59 mensen. Nu is dat 2,36.

Ook daarvoor zitten we in de Europese middenmoot. Zweden kende in 2015 met 1,9 personen per gezin de kleinste huishoudens, Slovakije met 2,9 de grootste.

Het gevolg is dat het aantal huishoudens de laatste tien jaar in heel wat Europese landen fors toenam. In Vlaanderen met 9 procent – het Europees gemiddelde is 10 procent.

In sommige landen was de stijging spectaculair: plus 24 procent in Luxemburg, plus 20 procent in Zweden. Opmerkelijk: Kroatië is het enige buitenbeentje. Daar nam het aantal huishoudens af.


Lonen mogen komende twee jaar stijgen met 1,1 procent

De Standaard – 12 januari 2017

Vakbonden en werkgevers hebben woensdagavond een ontwerp van interprofessioneel akkoord bereikt voor 2017 en 2018. De lonen mogen 1,1 procent stijgen bovenop de index, zo kwamen de sociale partners overeen. Ook de laagste uitkeringen gaan omhoog. Brugpensioen voor bedrijven in moeilijkheden blijft mogelijk vanaf 56 jaar in 2017. ‘Een evenwichtig akkoord’, verwoordt VBO-voorzitster Michèle Sioen het.

LOONSTIJGING

Belangrijkse punt van discussie was de loonmarge voor dit en volgend jaar. Uiteindelijk is overeengekomen dat de lonen 1,1 procent mogen stijgen bovenop de index. Belangrijk voor de werkgevers is dat het om een maximale stijging van de lonen gaat, zegt Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). ‘Dit geeft rust voor de bedrijven. Geen discussies meer over overschrijdingen’.

Dat geluid klinkt ook bij ondernemersorganisatie Unizo. ‘De maximale marge is een goede zaak. Het brengt vertrouwen, stabiliteit en sociale vrede. Er komen geen ontsporingen meer en de stijging met 1,1 procent is ook goed voor de consumptie en de economie’, aldus Unizo-topman Karel Van Eetvelt.

ACV-voorzitter Marc Leemans noemt de overeengekomen loonmarge een compromis. ‘Blij ben ik niet met 1,1 procent. Wel tevreden. Het is een compromis dat kan worden voorgelegd’.

Idem bij Rudy De Leeuw, voorzitter van het ABVV: ‘1,1 procent is het maximale dat we er konden uithalen. Belangrijk is dat de index wordt gevrijwaard’.

Mario Coppens, voorzitter van de liberale vakbond, toonde zich tevreden over de marge. ‘Perfect te verdedigen’, aldus de liberale vakbondsvoorman, die het akkoord een belangrijke stap naar sociale vrede noemt.

UITKERINGEN

Behalve de lonen is er ook een akkoord over de besteding van de zogenaamde welvaartsenveloppe. Alle laagste uitkeringen gaan omhoog, zowel voor zieken, invaliden, gepensioneerden als werklozen. De hoogste stijgingen zijn bestemd voor die uitkeringen die het verst onder de armoedegrens liggen.

Opvallend daarbij is de verhoging van de uitkeringen voor thematische verloven bestemd voor alleenstaande ouders met kinderen ten laste. Die uitkeringen stijgen met meer dan dertig procent. Het gaat om een groep waarvan het armoederisico erg hoog is, verduidelijkt Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder van het VBO, de ingreep.

VERVROEGD PENSIOEN

Ook over de SWT- of brugpensioenregelingen is een akkoord. Alle SWT-regelingen gaan met een jaartje omhoog in 2018. Uitzondering is brugpensioen voor bedrijven in moeilijkheden. In 2016 was brugpensioen voor die bedrijven nog mogelijk op 55 jaar. Dat stijgt naar 56 jaar in 2017, maar dat is minder streng dan de eerder geplande verhoging naar 57 jaar.

MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN

De sociale partners kwamen ook overeen samen te zitten rond maatschappelijke uitdagingen zoals burn-out of digitalisering. Ook is afgesproken om een discussie op te starten over de herinvoering van de proefperiode, aldus Unizo-topman Karel Van Eetvelt.

Volgens VBO-topman Timmermans gaat het om een ‘akkoord met visie’ dat de bedrijven rechtszekerheid biedt over lonen en brugpensioenen. ‘Dit brengt rust en voorspelbaarheid’.

De sociale partners stappen donderdag naar de regering met het ontwerpakkoord. Ze gaan de komende dagen en weken ook hun achterban consulteren. Het is uiteindelijk die achterban die zal beslissen of het een goed akkoord is, aldus ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw.


1 op de 5 mannen is slachtoffer van partnergeweld

Knack – 11 januari 2017

Uit internationale studies blijkt dat 20 procent van de mannen slachtoffer is van partner- of huiselijk geweld. Een exact cijfer is er niet, men vermoedt dat slechts een fractie van de mannen het geweld rapporteert.

Niemand weet hoe groot de groep mannelijke slachtoffers van partnergeweld in België precies is. Het onderzoeksrapport Ervaringen van vrouwen en mannen met psychologisch, fysiek en seksueel geweld (2010) van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM) becijferde dat vrouwen zes keer vaker te maken krijgen met partnergeweld dan mannen. Diezelfde studie toonde evenwel aan dat twintig procent van de bevraagden met niemand heeft gesproken over wat ze hebben meegemaakt. Geweld blijft dus vaak verborgen. Bovendien praten vrouwen gemakkelijker over hun ervaringen met geweld dan mannen. Mannen zullen ook sneller een vriend in vertrouwen nemen dan familie, een arts of een hulpverlener. Omdat men aanneemt dat er een onderrapportering is bij mannen, vermoedt men een groot dark number van mannelijke slachtoffers van partnergeweld.

‘Die studie is een begin, maar de steekproef was beperkt’, zegt Kasia Uzieblo, docente forensische psychologie aan de Thomas More Hogeschool en de Universiteit Gent. ‘Internationale studies tonen dat een op de vier vrouwen een vorm van partnergeweld meemaakt, maar dat ook een op de vijf mannen soortgelijke ervaringen heeft. Sommige studies doen zelfs vermoeden dat er amper een verschil is tussen de genders.’

‘Het taboe voor mannen die slachtoffer zijn van partner- of huiselijk geweld is groot’, bevestigt Kathleen Tobback, coördinator van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) Mechelen-Boom, dat twee jaar geleden het Sam Huis oprichtte, het eerste vluchthuis voor mannen. Dat bleek nodig, want mannen die te maken krijgen met partnergeweld worden amper gehoord, laat staan geloofd door politie en hulpverleners. ‘Voor veel mensen is geweld fysiek, maar iemand isoleren, financieel uitpersen, fysiek of emotioneel verwaarlozen, afkraken of dreigen met het afnemen van kinderen, zijn ook vormen van geweld.’

Vooral bij psychisch geweld kan het erg lang duren voor mensen zich realiseren dat hun grenzen overschreden worden, stelt Uzieblo. ‘Vanaf wanneer kun je over crimineel gedrag spreken? Voor fysiek geweld is dat vrij duidelijk, maar psychisch geweld is moeilijker vast te stellen. Nochtans is dat een van de meest voorkomende vormen van geweld, zowel van man op vrouw als van vrouw op man. Beiden voelen dan angst en schaamte, maar voor mannen komt er ook nog eens bij dat de omgeving vaak ongelovig of negatief reageert.’

Ook de gevolgen van verregaand partnergeweld zijn even ernstig voor mannen en vrouwen. Bij beiden stelt men toenemende depressie, suïcidale gedachten, slaapstoornissen of posttraumatische stressstoornissen vast. Om die reden is het volgens Uzieblo belangrijk dat hulpverleners, advocaten en politie mannen die mishandeld worden ernstig nemen. Uzieblo: ‘Men gaat er nog steeds van uit dat mannen plegers zijn, ook als ze een klacht indienen tegen mishandeling. Ik ken schrijnende verhalen van mannen die in de gerechtsmolen belanden en uiteindelijk het slachtoffer worden van het systeem. Een vrouw die haar ex-partner beschuldigt van kindermisbruik of hem uit zijn vaderlijke rechten wil laten ontzetten, wordt nog steeds gemakkelijker geloofd dan een man die het slachtoffer is van dit soort psychologische terreur. De nieuwe inzichten zetten ook deze stereotiepe ideeën op de helling.’


‘Voeding voor singles in supermarkten is te duur’

Moneytalk – 11 januari 2017

De porties voedingsmiddelen voor alleenstaanden die supermarkten steeds meer aanbieden zijn in verhouding te duur. Dat zegt Vlaams parlementslid Rob Beenders (sp.a).

Het aantal alleenstaanden in België blijft stijgen. Vandaag telt ons land reeds 2.1 miljoen singles en dit aantal zal enkel toenemen. In de supermarkten vind je steeds meer en meer aanbod voor alleenstaanden. Dat is positief omdat op deze manier singles geen grote blikken voeding of flessen melk moeten kopen die eigenlijk alleen bestemd zijn voor grotere gezinnen.

Beenders hield een steekproef en stelde vast dat alleenstaanden voor een aantal basisproducten in verhouding veel meer betalen voor een kleine portie dan wanneer ze een standaardproduct kopen dat dient voor grotere gezinnen. “Voor amper 1 eurocent meer kan je bijvoorbeeld 300 gram erwten en wortelen meer kopen, dat is toch niet meer serieus?”

Financieel gestraft

“Het is begrijpelijk dat de verpakkingskosten voor kleinere hoeveelheden groter zijn dan voor grotere porties maar de huidige prijsverschillen tonen eerder dat de producent teert op meer winst dan dat de effectieve kost moet worden gedekt”, zegt Beenders.

De sp.a’er nodigt sectorfederatie Comeos uit tot een gesprek over deze prijsverschillen. Hij roept op om de groep alleenstaanden niet te zien als een nieuwe doelgroep waar extra winst op moet worden gemaakt. “Het is belangrijk dat het aanbod in de markt voor singles toeneemt, maar het mag niet zijn dat je als single financieel gestraft wordt”.

“Het zou jammer zijn dat er voedsel wordt verspild als een alleenstaande omwille van het prijsverschil toch kiest om grotere porties te kopen”, zegt Beenders nog.


Scheidend koppel vraagt rechter om hun honden als kinderen te behandelen. Dit was zijn antwoord

Nieuwsblad – 22 december 2016

Toen een Canadees koppel ging scheiden hadden ze een opmerkelijke vraag voor de rechter. De twee hadden samen drie honden Quill (13), Kenya (9) en Willow (2), maar ze geraakten het niet eens over wie daarover het “hoederecht” zou krijgen. Ze vroegen dan ook aan de rechter om erover te beslissen en hun honden als kinderen te behandelen.

De vrouw bracht als bewijs aan dat haar man eerder een katpersoon was. Toen hij eentje had die Rodent noemde, stierf die bijna meteen en ook zijn latere katjes Slimey, Oinky en Beaker zou hij veel te weinig aandacht hebben gegeven, aldus de vrouw. Haar man bracht daartegen in dat het allemaal leugens waren.

De zaak kwam in augustus al voor, maar het verhaal over hun opmerkelijke vraag gaat nu viraal. De Canadese rechter in kwestie, Richard Danyliuk, nam hun vraag heel serieus, uiteindelijk was zijn antwoord echter duidelijk en hij zet daarmee een duidelijk precedent.

Co-ouderschap voor hun viervoeters of puur een kwestie van bezit?

“Honden zijn schitterende dieren.” Zo klonk de eerste zin van het verdict van de Canadese rechter. “Ze zijn vaak heel intelligent, gevoelig, actief, een constante in je leven en een trouwe levensgezel. Heel veel honden zijn een volwaardig lid van het gezin waarbij ze wonen.”

“Nu dat gezegd is, een hond blijft een hond”, schreef rechter Richard Danyliuk in de tekst. “Voor de wet is het een eigendom, een tam huisdier dat aan iemand toebehoort. Maar voor justitie heeft het geen plaats in het familierecht.”

Aan dat statement voegde hij nog een 15-tal pagina’s toe over de reden waarom hij in deze echtscheidingszaak de honden niet als “kinderen” kon behandelen. “We kopen geen kinderen bij fokkers. We kiezen geen partners voor onze kinderen, omdat hun baby’s dan het juiste ras kunnen blijven. Wanneer onze kinderen heel ziek zijn maken we geen kosten-batenanalyse om te kijken of we ze wel laten leven.”

“Tijdsverspilling voor justitie”

Een regeling voor co-ouderschap, hoederecht of bezoekrecht zou hij dus niet uitspreken. “Mijn taak is niet om puur vanuit emoties te redeneren. Ik ben er ook niet om te bevestigen dat de relatie die baasjes met hun honden hebben intens genoeg is om als “kinderen” aan te voelen.”

“Ik ga ook geen regeling over co-ouderschap uitspreken over een set messen, ook al zijn die al jaren in de familie en gebruiken ze hen allebei even graag en zijn ze er erg aan gehecht.” Hij wou een hond niet herleiden tot een set messen, “want ik ben er zeker van dat dit veel belangrijker is voor hen, maar toch.”

Volgens de rechter is de vraag tijdverspilling voor justitie. “We zijn zo al druk genoeg, zo’n vragen kunnen beter geen gewoonte worden.”

Eigendomsrecht, geen familierecht

Het enige wat hij wilde doen, was beslissen wie welk dier in bezit zou kunnen hebben, net zoals hij deed met onder andere hun huis en wagens. Als ze dat blijven aanvechten, zou het zelfs erger kunnen aflopen voor hen, want dan kan justitie beslissen om ze te verkopen en de winst ervan in twee te verdelen.

Ook in België is het niet gebruikelijk om een dier in de familierechtbank als kinderen te laten behandelen. Als die in een echtscheidingsprocedure ter sprake komen, is dat ook enkel voor de verdeling van goederen.


Kinderen krijgen niet meer automatisch naam van de vader

De Tijd – 21 december 2016

Tenzij ouders het anders kiezen, krijgen kinderen geboren vanaf 2017 de dubbele achternaam in alfabetische volgorde.

Ouders kunnen sinds juni 2014 al vrij de achternaam voor hun kind kiezen: de naam van de vader, de naam van de moeder of een combinatie van beide namen in de volgorde van keuze. Maken de ouders geen expliciete keuze of raken ze er niet uit, dan krijgt het kind momenteel de naam van de vader toegewezen.

Die ‘terugvalregeling’ botste op kritiek, omdat ze volgens het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen de facto een vetorecht voor de vader inhield. Het Grondwettelijk Hof had oren naar dat argument en legde op dat de regeling tegen eind 2016 aangepast moest worden.

Federaal minister van Justitie Koen Geens (CD&V) heeft een wetsontwerp uitgewerkt dat aan die kritiek tegemoetkomt. Kiezen de ouders niet expliciet of raken ze het niet eens over de achternaam, dan zal wettelijk de dubbele achternaam in alfabetische volgorde worden toegekend.

Ouders die hun kind de dubbele achternaam in niet-alfabetische volgorde willen geven, zullen dat nog steeds expliciet kunnen kiezen. Net zoals gekozen kan worden voor enkel de naam van de vader of enkel de naam van de moeder. Maar die keuze moet dus wel expliciet gemaakt worden. De formaliteiten om die keuze te maken, worden vereenvoudigd.

Wat als een kind met een dubbele achternaam zelf ouder wordt? Dan kan die zelf bepalen welke naam wordt doorgegeven: die van de moeder, die van de vader, of de dubbele naam. Maar meer dan twee achternamen kan niet. In geval van onenigheid bij ouders die elk een dubbele achternaam hebben, wordt opnieuw in alfabetische volgorde gewerkt. Stel dat een vader Appelmans-Bomans heet, en een moeder Vanderveken-Wymeersch, dan zal hun kind – als ze het niet eens raken- de naam Appelmans-Vanderveken krijgen.

Het kabinet van Minister van Justitie Geens bereidt een omzendbrief voor om ouders te informeren over hun keuzerecht. Ouders van kinderen geboren sinds 1 juni 2014 die geen keuze hebben uitgedrukt of die het niet eens waren over de naam van het kind, krijgen tot 30 juni 2017 de tijd om het kind alsnog de dubbele naam in alfabetische volgorde te geven.

In Vlaanderen kregen in 2015 amper 1.714 baby’s of 3,5 procent van de borelingen de dubbele achternaam. Bij dit lage cijfer moet wel de kanttekening gemaakt worden dat in de bestaande regeling enkel ouders die nog geen (gemeenschappelijke) kinderen hebben, voor de dubbele achternaam kunnen kiezen. 1.371 kinderen kregen de dubbele achternaam gevormd door de naam van de vader gevolgd door de naam van de moeder, 343 kinderen kregen de dubbele achternaam gevormd door de naam van de moeder gevolgd door de naam van de vader. In het Waals en het Brussels Gewest wordt de dubbele achternaam dubbel zo vaak gekozen.

Verduidelijking: ondanks eerdere ontkenning bevestigt het kabinet Geens nu de informatie zoals aanvankelijk meegegeven. Met name dat als ouders niet kiezen, kinderen voortaan de dubbele achternaam in alfabetische volgorde krijgen. 


‘Helft van kinderen die zich echtscheiding herinneren, spreekt over vechtscheiding’

De Standaard – 17 december 2016

Echtscheidingen komen veel vaker voor dan twintig, dertig jaar geleden. Maar ervaren ouders en kinderen een relatiebreuk daarom als minder erg? Toch niet, zegt Inge Pasteels, onderzoekscoördinator Social Work-Research aan Hogeschool PXL in Hasselt.
‘Je wordt overstelpt door emoties en dan ben je niet getroost door de gedachte dat het veel mensen overkomt’, zegt Pasteels. ‘Een gezin uit elkaar zien vallen doet pijn en is een verlieservaring. Voor kinderen is het wel belangrijk het gevoel te hebben dat ze niet de enigen zijn. Als ze klasgenootjes hebben met gescheiden ouders, kunnen ze bij hen ook terecht met hun verhaal. Maar kinderen weten niet altijd van elkaar dat hun ouders gescheiden zijn. Ze praten daar niet zomaar over.’

Van conflict naar breuk

Pasteels analyseerde echtscheidingen bij 3.500 mensen uit de databank ‘Scheiding in Vlaanderen’. In de helft van de echtscheidingssituaties maken de partners een sterk conflictueuze periode door. In een op de vier gevallen eindigt het dan met een definitieve breuk. Even vaak blijft het conflict duren.

Opmerkelijk: bij een echtscheiding hebben mannen vaker dan vrouwen het gevoel dat het conflict tussen beide (ex-)partners niet zo groot is, of dat het opgelost is.

Er zijn wel situaties die de kans op een ernstige ruzie doen toenemen. Als slechts een van de twee partners vindt dat er een einde moet komen aan het huwelijk, bijvoorbeeld, vooral als die partner een man is. Of als een van beiden een andere relatie heeft. Ook de houding van de familie speelt en belangrijke rol. Ook als het huwelijk lang heeft geduurd en als er meerdere kinderen zijn, is de kans op een ernstig conflict groter. Want dan zijn er langere tijd inwonende kinderen en moeten hierover ook lang en vaak afspraken gemaakt worden.

De kinderen ervaren de echtscheiding wel niet op dezelfde manier als hun ouders. ‘Omdat ouders hun eigen gedrag vaak positiever inschatten dan kinderen. Of omdat ze het conflict kunnen weghouden van hun kinderen. Verbaal en zeker fysiek geweld tussen ouders kan bij de kinderen ook harder binnenkomen’, zegt Pasteels.

‘De helft van de kinderen die nog herinneringen hebben aan de echtscheiding, spreekt over een vechtscheiding’, zegt Kim Bastaits, onderzoeker aan Hogeschool PXL in Hasselt. Meestal hebben ze het dan over verbaal geweld, waarbij ouders vaak naar elkaar schreeuwen en verwijten maken. Maar in 7,4 procent van de gevallen gaat het volgens de kinderen ook over fysiek geweld: elkaar pijn doen of dingen met opzet stukmaken of kapot gooien. In dat geval geven kinderen ook vaker aan dat ze bang waren. Als het er tijdens de echtscheidingsprocedure zo hevig aan toe gaat, heeft een op de drie kinderen te maken met een contactbreuk met een van de ouders.

Minder tevreden met leven

Een blijvend conflict, ook na het uitspreken van de echtscheiding, heeft wel een serieuze impact op de kinderen. Jongens geven aan dat ze minder tevreden zijn met het leven. Meisjes vertonen vaker probleemgedrag. Beide groepen geven ook aan dat ze het moeilijker hebben om grenzen af te bakenen in hun eigen gezin.

Gescheidenen die het contact met hun ex-partner volledig verbroken hebben, zijn het meest tevreden over hun leven. Volgens Pasteels gaat het vaak om mensen zonder kinderen, die daardoor ook geen band met de ex-partner meer moeten onderhouden. ‘Opluchting is een belangrijk gevoel bij een scheiding’, zegt Pasteels. ‘Als je geen kinderen hebt en de zaak netjes hebt afgehandeld, en je kan opnieuw je eigen weg gaan, geeft dat vaak een goed gevoel.’


Universiteiten van Gent en Leuven staan voor grondige hervorming: academiejaar start op 1 september

Nieuwsblad – 13 december 2016

De universiteiten van Gent en Leuven hebben plannen op tafel liggen voor een grondige hervorming van het academiejaar. Dat zou betekenen: starten op 1 september, examens om de vijf weken en al tweede zit in juni. Het nieuwe systeem komt er ten vroegste in academiejaar 2019-2020. Brussel en Antwerpen doen niet mee, schrijven Het Laatste Nieuws en De Morgen dinsdag.
De universiteit van Gent staat het verst met de plannen. Een werkgroep heeft daar vier scenario’s uitgewerkt, die de komende weken en maanden intern worden afgetoetst. In alle vier de scenario’s start het academiejaar al op 1 september. Examens zouden beter gespreid worden en wie niet slaagt, herkanst meteen in juni in plaats van in augustus of september. Voor wie wél slaagt, begint de zomervakantie eind mei al.

Aan de KU Leuven zijn de plannen minder concreet, maar gaan ze wel dezelfde richting uit. Beide universiteiten hebben overlegd en willen de hervorming ten vroegste doorvoeren vanaf het academiejaar 2019-2020. De UGent en de KUL pleiten voor een systeem over alle universiteiten heen, maar de VUB en de Universiteit Antwerpen doen voorlopig niet mee. De studenten in Gent hebben alvast bedenkingen bij het voorstel.


Eerlijker scheiden, ook mét scheiding van goederen

De Standaard – 8 december 2016

De komst van een nieuw huwelijksstelsel en een correctiemechanisme moet vermijden dat een van de partners er na het huwelijk erg bekaaid vanaf komt.
Stel dat een van de echtgenoten zijn job opzegt om voor de kinderen te zorgen, terwijl de andere ondertussen een bloeiende zaak uitbouwt. Dan heeft die eerste pech als het tot een scheiding komt, toch als ze trouwden onder het stelsel van zuivere scheiding van goederen. De partner die zijn professionele activiteiten terugschroefde, profiteert immers niet mee van de inkomsten die de andere partner opgebouwd heeft.

Die situatie wil minister van Justitie Koen Geens (CD&V) nu vermijden door een dubbele aanpassing van de wet. Ten eerste wil Geens een nieuw huwelijksstelsel invoeren: een scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten. Het bedrijf dat de ene partner opbouwt, blijft van hem. Maar als het tot een scheiding of overlijden komt, worden alle inkomsten tijdens het huwelijk netjes verdeeld over de twee partners. In onze buurlanden is dat al langer uitdrukkelijk door de wet geregeld.

‘Heel wat koppels kiezen vandaag voor een huwelijkscontract met scheiding van goederen omdat dan ook de schulden en risicovolle handelsactiviteiten gescheiden zijn’, zegt Hélène Casman, professor emeritus aan de VUB en betrokken bij de hervorming van Geens, in De Standaard. ‘Maar dat geeft dus een enorm nadeel, zowel bij scheiding als bij overlijden. Dit probleem is zeker al honderd jaar oud, en men zoekt al lang een oplossing.’

Manifest onrechtvaardig

Vandaag kunnen partners ook al het nieuwe stelsel vastleggen in een huwelijkscontract. Maar door er een apart stelsel van te maken, hoopt Geens dat het algemeen ingang vindt. ‘Ik hoop dat het veel mensen doet nadenken. Eigenlijk is een zuivere scheiding van goederen echt niet oké. Het staat haaks op wat het huwelijk is: met en voor elkaar’, zegt Charlotte Declerck, professor Rechten aan UHasselt en eveneens betrokken bij de hervorming.

Ook in de toekomst zal een zuivere scheiding van goederen mogelijk blijven, maar een tweede hervorming moet manifest onrechtvaardige gevolgen voorkomen. De rechter zal in uitzonderlijke gevallen een beperkt correctiemechanisme kunnen toepassen, waardoor een stuk van de aanwinsten naar de partner gaat die de zwakste positie zit.

‘In de Franstalige rechtspraak wordt dat al toegepast, maar de Nederlandse rechtspraak staat er weigerachtig tegenover’, zegt Declerck. ‘Door dit beschermingsmechanisme in de wet in te bouwen wordt er duidelijkheid gecreëerd.


Steeds meer mannen worden papa na 45

Deredactie.be – 8 december 2016

1 op de 20 Belgische vaders is 45 jaar oud bij de geboorte van een van hun kinderen. Dat blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Waar er vijftien jaar geleden bijna 3.000 Belgische vaders ouder dan 45 waren bij de geboorte van een van hun kinderen, is dat aantal meer dan verdubbeld.
Steeds meer mannen kiezen ervoor om op een latere leeftijd nog vader te worden. In 2000 waren 2.808 vaders of 2,5% van het totale aantal vaders, ouder dan 45 bij de geboorte van hun kind. In 2013 was dit aantal al gestegen tot 6.430 of 5,4% van het aantal vaders. Uit de cijfers is niet duidelijk of het gaat om mannen die voor de eerste keer vader worden of mannen die op oudere leeftijd nog kinderen krijgen.

Mogelijke oorzaken

Volgens Inge Pasteels, onderzoeker aan de PXL Hogeschool, zijn er een aantal mogelijke verklaringen voor de stijging van de mannen die op latere leeftijd nog vader worden. “Eerst en vooral zien we dat het relatieleven op zich later op gang komt. Mannen blijven langer in hotel mama hangen. In de jaren ’50 van de vorige eeuw woonde 70 procent van de 24-jarige mannen voor de eerste keer samen in een relatie. 30 jaar later, in de jaren ’80 was dat percentage gedaald tot 30 procent.”

Daarnaast ziet Pasteels ook een verklaring in het aantal gebroken relaties. Het is niet duidelijk hoeveel van de 45-plus papa’s deel uitmaken van een nieuw samengesteld gezin. Maar omdat het aantal nieuw samengestelde gezinnen toeneemt, kan dat wel een van de verklaringen voor de oudere vaders zijn.

“Bij het herpartneren zien we vaak een leeftijdsverschil tussen de partners. 28 procent van de mannen herpartneren met een vrouw die meer dan zeven jaar jonger is. Omgekeerd zien we dat 10 procent van de vrouwen een nieuwe relatie aangaan met een man die meer dan tien jaar ouder is”, aldus Pasteels. “Als die vrouwen een kind krijgen, is de vader logischerwijs al wat ouder.”

Mannen hebben het voordeel dat ze ook op oudere leeftijd kinderen kunnen verwekken, terwijl dat voor vrouwen meer risico’s inhoudt.

(Groot)vader

“Oudere vaders zien kinderen vaak in een ander perspectief”, zegt psycholoog en psychotherapeut Claire Wiewauters. “Als het hun tweede gezin is, hebben ze het allemaal al eens meegemaakt en maken ze zich vaak minder zorgen.” Volgens Wiewauters kan de levenservaring positief doorwerken in de opvoeding. “Maar ze raken ‘s nachts misschien wel moeilijker uit bed.” Toch zegt Kim Bastaits van de Hogeschool PXL heeft een oudere vader hebben geen gevolgen voor de levenstevredenheid of het zelfbeeld van de kinderen.

Soms komen ouders ouder dan 45 in de positie van ouder én grootouder terecht. Want hun eerste kinderen zijn vaak zelf al jonge ouders. “Dat kan soms verwarrend zijn voor de eigen kinderen”, aldus Wiewauters.

Ook moeders beginnen later

De evolutie over de jaren heen is significant, maar er is ook een verband met de leeftijd van de moeder. Ook die is over de jaren heen gestegen. Terwijl moeders in 2000 gemiddeld nog maar 29,2 jaar oud waren, is dat dertien jaar later 30,3. Ook vaders worden gemiddeld een jaar later vader. Ze waren gemiddeld 32,1 jaar oud toen ze papa werden in 2000, tegenover 33,6 in 2013.


Huismoeders en -vaders worden beter beschermd bij een echtscheiding

Moneytalk – 7 december 2016

Huismoeders en -vaders blijven vaak met lege handen achter wanneer een huwelijk met scheiding van de goederen op de klippen loopt. Een nieuw huwelijksstelsel moet daar verandering in brengen.

Gisteren heeft de minister van Justitie, Koen Geens (CD&V), een diepgaande vernieuwing van de basiswetgeving voorgesteld. Opvallend is dat de aangekondigde aanpassingen het gezinsleven juridisch stevig hervormen. Zo wil de minister onder meer de huismoeder of -vaders beter beschermen bij een echtscheiding. Zij hebben geen vangnet wanneer zij een scheiding van goederen hebben opgenomen in hun huwelijkscontract. Rechters reageren bovendien zeer verschillend op dat probleem, waardoor veel rechtsonzekerheid ontstaat.

Daar moet een hervorming van het familiaal vermogensrecht verandering in brengen. “De aanpassingen moeten de maatschappelijke realiteit beter reflecteren”, klinkt het in een nota. “We willen een grotere nadruk leggen op de solidariteit tussen de echtgenoten ongeacht het gekozen huwelijksvermogensstelsel.”

Daarom roept minister Geens een nieuw huwelijksstelsel in het leven, met verrekening van de aanwinsten, de goederen en de inkomsten die het koppel tijdens het huwelijk heeft verworven. Een getrouwd koppel zal dan kunnen kiezen voor een stelsel dat de autonomie van de echtgenoten centraal stelt, maar ook rekening houdt met een zekere solidariteit als het huwelijk wordt beëindigd.

Daarnaast gaat de minister onderzoeken of ook bij een zuivere scheiding van goederen een bijkomend correctiemechanisme kan worden ingevoerd zodat de rechter de mogelijkheid krijgt om in uitzonderlijke gevallen onredelijkheden te verhelpen. Het nieuwe stelsel komt boven op de drie bestaande stelsels: het stelsel van de zuivere scheiding van goederen, het stelsel van de algehele gemeenschap en het stelsel van de gemeenschap van aanwinsten.

Wettelijke en feitelijke samenwonenden

Voorts gaat Geens onderzoeken of hij het vermogensrechtelijke regime voor wettelijke en feitelijke samenwonenden verder kan uitbreiden. Die laatsten genieten momenteel geen wettelijke bescherming. Een wettelijke samenwoning verplicht beide partners onder meer naargelang hun draagkracht bij te dragen in de lasten van de samenwoning. Daarenboven kan een van de partners niet op eigen houtje beslissen de gezinswoning te verkopen. Aan feitelijk samenwonen zijn geen soortgelijke verplichtingen en rechten tegenover elkaar verbonden.

Volgens Geens is het rechtelijke kader van de beide samenlevingsvormen aan een update toe. “Het aantal mensen die feitelijk of wettelijk samenwoont, neemt toe. Daarom willen we onderzoeken of we ongehuwde koppels beter kunnen beschermen”, klinkt het in de nota.

Geens gaat de wettelijke samenleving bovendien beperken tot affectieve relaties. Dat betekent dat enkel nog koppels onder dat stelsel kunnen samenwonen. Een wettelijke samenleving tussen bijvoorbeeld een vader en zijn zoon zal dus niet meer mogelijk zijn.

Hervorming erfrecht

De minister gaat met oog op de nieuwe gezinssamenstellingen en de hogere levensverwachtingen ook het erfrecht opfrissen. Zo wil hij, op vraag van Carina Van Cauter (Open Vld), de erflater meer vrijheid geven om te bepalen wie wat erft van hem.De kinderen hebben sowieso recht op een vast deel van de erfenis. Wie één kind heeft, moet momenteel de helft van zijn erfenis afstaan aan zijn nageslacht. Bij twee kinderen loopt dat op tot twee derde en bij drie kinderen of meer tot drie vierde.

De minister wil de wettelijke reserve voor de kinderen – ongeacht de gezinsgrootte – inperken tot de helft van het nalatenschap. Wie de kinderen verder wil onterven, kan dat, maar moet daar met hen bindende afspraken over maken. “Op die manier kan de erflater een passende regeling bedenken op maat van zijn gezinssituatie, die bijvoorbeeld rekening houdt met een zorgkind of stiefkinderen”, aldus Geens. Dat wetsontwerp wordt de komende weken aan de regering voorgelegd.


Belgen kunnen straks vrijer beslissen over erfenis

De Standaard – 6 december 2016

De verplichting om een vast deel van je erfenis aan je wettelijke erfgenamen na te laten, wordt versoepeld. Het voorbehouden gedeelte blijft een vast percentage, maar je zal er makkelijker van kunnen afwijken en dat is bijvoorbeeld interessant voor nieuw-samengestelde gezinnen.

De aanpassing is één van de maatregelen die Justitieminister Koen Geens (CD&V) deze namiddag aankondigt in zijn grote hervorming van de ‘basiswetgeving’.

Vandaag krijgen de wettelijke erfgenamen, in de regel de kinderen van de ‘erflater’, een voorbehouden deel van de nalatenschap. Wil de erflater een andere verdeling – zoals één kind wat meer geven – dan moeten alle betrokken partijen hun handtekening zetten onder een schriftelijk contract. Minister van Justitie Geens wil die formele voorwaarde aanpassen, want ‘de complixiteit van de maatschappelijke realiteit vraagt om een flexibeler erfrecht, dat inspeelt op de veelheid aan familievormen’, luidt het in zijn hervormingstekst. Centraal staat de grotere beschikkingsvrijheid.

‘Van strenge regels afwijken’

Een modern erfrecht moet volgens Geens een ‘passend kader bieden’ voor zowel een echtpaar met twee kinderen dat overlijdt zonder testament, als twee feitelijk samenwonende partners in een nieuw samengesteld gezin die de eigen kinderen en de stiefkinderen een gelijk erfdeel willen nalaten, als een industrieel die de familieonderneming na zijn overlijden aan een welbepaald kind wil overdragen, en ouders die hun vermogen volledig willen aanwenden tot verzorging van een zorgkind na hun overlijden, met goedkeuring van hun andere kinderen.

Vooral dat laatste scenario is een zorg waaraan Geens tegemoet wil komen. ‘We willen in de eerste plaats dat bijvoorbeeld ouders van kinderen die speciale zorgen nodig hebben, of ouders die al jaren door een bepaald kind worden verzorgd, van de strenge regels kunnen afwijken’, aldus de minister, ‘uiteraard met instemming van de andere kinderen die weten wat en hoe alles gaat gebeuren.’

21ste eeuw

Koen Geens wil het erfrecht nog deze regeerperiode ‘verder moderniseren’, in lijn met internationale tendensen. Zo bieden buitenlandse voorbeelden steun om een reserve in natura, een voorbehouden deel voor ouders of een eventueel verbod op erfovereenkomsten te onderzoeken. Het erfrecht is niet de enige tak van het recht die de minister aanpakt: ook het strafrecht, de strafuitvoering, het burgerlijk wetboek en het ondernemingsrecht worden aangepast aan de noden van de 21ste eeuw.


 

Radio1 Bende van Annemie – 2 december 2016

Blijven samenwerken na een scheiding. Moeilijk maar het kan. Een mooie, positieve getuigenis.


Bolleboos door blokkendoos

De Standaard – 30 november 2016

Met de blokken spelen, verhaaltjes voorlezen of voorwerpen tellen. Slechts een kwart van de Vlaamse ­ouders zegt in een internationale studie geregeld leerrijke spelletjes te spelen met z’n kleuter. Daarmee bengelen we onderaan de lijst van álle deelnemende West-Europese landen. ‘Nochtans hebben die spelletjes een grote impact op de schoolresultaten later’, zegt pedagoog Michel Vandenbroeck (UGent).

We doen te weinig leerrijke ­activiteiten met onze kleuters. Tenminste, als we vergelijken met andere Europese landen. 68 procent van de Noord-Ieren speelt vaak eens een woordspelletje met zijn kleuter of zingt samen een liedje. In Vlaanderen is dat amper 28 procent.

Dat blijkt uit de studie Trends in International ­Mathematics and Science Study (TIMSS). Die toetst om de vier jaar de kennis van wiskunde en wetenschappen bij leerlingen uit het vierde leerjaar, maar ook de ouders vulden een vragenlijst in. Liefst 5.400 kinderen uit 153 scholen namen in Vlaanderen deel. Aan hun ouders werd gevraagd hoe vaak ze ‘stimulerende activiteiten’ deden met hun kind, alvorens het naar de basisschool ging (zie lijst). Bitter weinig dus, en dat heeft een nefast effect op de resultaten van hun kinderen op de toetsen. Kleuters die vaak gestimuleerd zijn, haalden in het vierde leerjaar gemiddeld 18 punten meer voor wiskunde en 23 voor wetenschappen.

Professor Michel Vandenbroeck van de UGent is duidelijk: ‘De leeromgeving thuis heeft een grote en langdurige impact op de resultaten van onze kinderen later op school. Dat wil niet zeggen dat we onze kleuters allemaal moeten leren lezen of schrijven. Het is net belangrijk dat ze spelenderwijs in contact komen met cijfers en letters. Laat ze ontdekken, proberen en falen. Dat wakkert hun leer- en nieuwsgierigheid aan.’

Geen tijd

Alleen ontbreekt het ons vaak aan tijd om intensief met onze kinderen te spelen. ‘Dat Noord-Ierland zulke hoge scores haalt, is niet toevallig: vrouwen werken daar veel minder’, zegt Vandenbroeck. ‘Ze kunnen veel meer tijd doorbrengen met hun kinderen dan Vlaamse vrouwen.’ Dat ook landen als Frankrijk of Duitsland beter scoren, zou volgens de professor te maken kunnen hebben met culturele verschillen of sociale gewoontes.

Mogelijk heeft het ook te maken met ons kleuteronderwijs. ‘Want ook daar is minder aandacht voor cijfers en letters dan in andere landen’, zegt onderzoekster Margo Vandenbroeck (KU Leuven), die meewerkte aan de Vlaamse analyse van TIMSS. ‘Leren lezen en schrijven behoort bij ons veel strikter tot het lager onderwijs.’

Toch moeten we niet helemaal wanhopen, want over het algemeen scoren de Vlaamse 10-jarigen uitstekend op de wiskundetoets. Daar staan we op plaats elf van 49 landen. Voor wetenschappen bengelen we wel achteraan het peloton, met plaats 31. Die slechte score verklaren de onderzoekers door de ‘stiefmoederlijke’ behandeling ervan in het lager onderwijs.


Wetenschappers: “Ouders moeten ermee stoppen hun kinderen voor te liegen over de Kerstman”

Het Laatste Nieuws – 24 november 2016

Je kinderen vertellen dat de Kerstman écht bestaat, kan de kind-ouderrelatie ernstige schade toebrengen. Dat beweren twee experten in hun artikel ‘A Wonderful Lie’ dat verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet Psychiatry. De auteurs verwerpen ook het idee van een “angstaanjagende” instantie op de Noordpool die oordeelt over wie braaf is en wie stout.

Verhaaltjes over de Kerstman kunnen volgens professor psychologie, Christopher Boyle, en sociaal-wetenschapper, Kathy McKay, het vertrouwen van kinderen in hun ouders ondermijnen. De experten schrijven: “Als ouders in staat zijn te liegen over iets dat zo bijzonder en magisch is, kunnen ze dan wel het vertrouwen blijven genieten als de behoeders van wijsheid en waarheid?”De wetenschappers suggereren ook dat de ouders hun kinderen wat wijsmaken vanuit de egoïstische wens om de eigen kindertijd te herbeleven, eerder dan vanuit het perspectief van het kroost zelf. Professor Boyle ziet daarin een moreel probleem, omdat de kinderen vroeg of laat sowieso achter de waarheid komen en zo onvermijdelijk geconfronteerd worden met de jarenlange leugens van hun ouders. “Ze zouden zich kunnen afvragen welke leugens er hen nog zoal verteld werden. Wat met feeën, met magie, met God?” Het vertrouwen tussen kinderen en ouders kan op die manier dus schade oplopen.Ouderlijk eigenbelangDoctor McKay van de University of New England in Australië stelt dat de voorkeur voor bepaalde films en tv-series bewijzen dat volwassenen een verlangen koesteren om weer kind te zijn. “Het feit dat volwassenen hardnekkig fan blijven van verhalen als Harry Potter, Star Wars en Doctor Who wijzen op die wens om even te kunnen terugkeren naar de kindertijd”, zegt McKay.In hun conclusie opperen de auteurs dat het kwijtspelen van de kinderlijke verbeelding, die in de wereld der volwassenen vaak plaats moet maken voor de harde realiteit, misschien wel “het creëren noodzaakt van iets beters, van iets waarin men kan geloven, van hoop voor de toekomst of van een terugkeer naar een lang vervlogen kindertijd in een sterrenstelsel, heel ver weg”.


Rilatine verandert kinderbrein blijvend, artsen pleiten voor voorzichtigheid

De Morgen – 22 november 2016

Rilatine werkt langer door op het kinderbrein dan bij volwassenen. Ook als kinderen het middel niet meer slikken, hebben zij een veranderde hersenactiviteit. Dat blijkt uit een Nederlands promotieonderzoek aan het AMC in Amsterdam. De onderzoekers pleiten voor voorzichtigheid met ADHD-medicatie.

Kinder-en puberhersenen zijn nog volop in ontwikkeling. Om uit te zoeken wat het effect van methylfenidaat (de werkzame stof in Rilatine) in de hersenen is, bestudeerde de Nederlandse AMC-neurowetenschapper Anouk Schrantee de hersenen van zo’n vijftig jongens (van 10 tot 12 jaar) en vijftig mannen (van 23 tot 40 jaar) die nooit eerder behandeld waren voor hun ADHD, via een MRI-breinscan. Vandaag promoveert ze op haar onderzoek.

De helft van de proefpersonen kreeg gedurende vier maanden een behandeling met methylfenidaat, de andere helft kreeg een placebo. Een week nadat de proefpersonen waren gestopt met Rilatine of de neppil, ondergingen ze een MRI-hersenscan, die werd vergeleken met een scan van voor het onderzoek. Bij de volwassen mannen was geen verandering waarneembaar, maar de jongens die methylfenidaat hadden gebruikt, hadden een verhoogde doorbloeding van de hersenen.

“Omdat Rilatine binnen een dag door het lichaam wordt afgebroken, wijst deze activiteit op een langdurige verandering in de hersenen”, zegt Schrantee. De doorbloeding duidt op meer activiteit in het dopaminesysteem. “We weten niet wat dat precies betekent en kunnen niets zeggen over de eventuele invloed op het gedrag.” Daarom gaat de onderzoeksgroep waar Schrantee in zit de proefpersonen langer volgen voor een nieuwe studie.

Mensen met ADHD hebben moeite met concentratie en vertonen hyperactief, rusteloos gedrag. De medicatie Rilatine wordt in ons land terugbetaald bij twee indicaties: ofwel bij ADHD, maar enkel bij wie 6 tot en met 17 jaar is, ofwel bij narcolepsie, ongeacht de leeftijd. Uit cijfers van het Riziv blijkt dat in 2014 in totaal 27.854 patiënten het middel kregen terugbetaald. 26.214 daarvan waren minderjarig.

“Interessant”

Hoogleraar kinderpsychiatrie Jan Buitelaar (Radboud Universiteit Nijmegen) noemt het onderzoek, waarbij hij niet betrokken is, “interessant en goed uitgevoerd”. “Het is wel belangrijk om een verschil te maken tussen een verandering in activiteit of een verandering in de daadwerkelijke hersenstructuur”, zegt hij. “Vergelijk het met een rondje hardlopen. Nadien is je hartslag nog verhoogd, maar de bouw van je hartspier is niet veranderd.”

Buitelaar vraagt zich af wat de gevolgen voor de praktijk zouden moeten zijn. “Weeg het medicatiegebruik goed af tot er meer bekend is over de consequenties op de lange termijn bij kinderen en tieners”, zegt hij. “70 tot 80 procent van de mensen met ADHD heeft baat bij Rilatine, maar het middel moet alleen worden voorgeschreven aan kinderen die daadwerkelijk ADHD hebben en hiervan aanzienlijke hinder ondervinden.”

Ook professor Gezonheidspsychologie aan de UGent, Roeljan Wiersema kijkt met een voorzichtig optimisme naar de studie. “Het ziet er een goed uitgevoerde studie uit, maar om meer zicht te krijgen op de effecten van Rilatine op het kinderbrein, zouden meer studies uitgevoerd moeten worden. De effecten die beschreven worden in deze studie zijn klein, en andere onderzoeken zouden tegengestelde resultaten kunnen leveren. Bovendien moet men met medicatiegebruik bij kinderen altijd voorzichtig omspringen: in het advies van de Hoge Gezondheidsraad Belgie, wordt medicatiegebruik enkel geadviseerd bij kinderen met ernstige ADHD.”

Diagnose

Schrantee vindt dat er meer tussentijds moet worden geëvalueerd of kinderen of volwassenen nog terecht Rilatine slikken. Ze vindt het zorgwekkend dat huisartsen tegenwoordig ook de diagnose mogen stellen. Daar sluit Buitelaar zich bij aan. “Dit zou in samenspraak met een kinderarts of psychiater moeten gebeuren.”


Maar weinig kinderen bewegen minder dan de Belgische

Deredactie.be – 21 november 2016
Wereldwijd bengelt België achteraan als het aankomt op bewegen, tussen landen als China, Qatar en Chili. Dat blijkt uit een studie in 38 landen.
In het rapport, waarover de Mediahuiskranten berichten, wordt de situatie in 38 landen vergeleken. Met onze kleuters zit het wel snor. Zij bewegen makkelijk meer dan 180 minuten per dag. Maar naarmate ze opgroeien, doen ze dagelijks nog geen uur matige tot intensieve beweging.

Slechts 6,5 procent van de zes- tot negenjarigen haalt de norm, bij tieners is dat nog slechts 2,4 procent.

Opvallend is dat de meisjes het gemiddelde naar beneden trekken. Het aantal van hen dat langer dan een uur per dag matig intensief beweegt, is zeven tot acht keer kleiner dan bij de jongens. “Ze zitten minder vaak in de sportclub en bewegen op de speelplaats ook minder”, zegt bewegingsexpert Jan Seghers (KUL), een van de onderzoekers. “Jongens sporten vaak, meisjes babbelen liever.”


 

 

‘Te weinig aandacht voor geldzaken op school’

De Standaard – 21 november 2016

Ouders vinden dat scholen meer aandacht moeten besteden aan financiële opvoeding.

Ongeveer de helft van de Belgen vindt dat ze op school onvoldoende geleerd hebben over financiële zaken. En ruim twee derde vindt dat scholen meer inspanningen moeten doen om kinderen de basisbeginselen van financieel beheer bij te brengen.

Dat staat in het Consumer Payment Report van betalingsverwerker Intrum Justitia, waarvoor 1.012 consumenten ondervraagd zijn. Verreweg de meeste ouders (83 procent) proberen zelf hun kinderen te leren omgaan met geld, maar tegelijk vindt meer dan een derde dat ook de scholen een verantwoordelijkheid hebben op dit gebied.

Uit de enquête blijkt ook dat veel ouders bereid zijn hun kinderen op financieel vlak de helpende hand toe te steken. Vier op de tien gaat ervan uit dat er financiële tussenkomst nodig is als de kinderen alleen gaan wonen, en een kwart denkt dat geldgebrek kinderen ervan weerhoudt om, als ze dat willen, alleen te gaan wonen. Eén op de vijf zegt ook zelf opnieuw bij de ouders te zijn gaan wonen wegens de financiële situatie.

Spaargeld

Intrum Justitia vergelijkt kennis over financieel beheer met kennis over veilig verkeer. ‘Niemand wil dat jongeren zich op een onverantwoorde manier in het verkeer begeven. Dat levert immers gevaarlijke toestanden op. Waar we ons veel minder van bewust zijn, is dat een gebrek aan basiskennis over geldzaken minstens even gevaarlijk is. Wie zijn financiële zaakjes niet op orde heeft, loopt een reëel risico op zware problemen’, zegt directeur Guy Colpaert van Intrum Justitia België in een persbericht. ‘Ouders rekenen er dan ook op dat onze scholen voortaan budgetbewuste jongeren de maatschappij insturen’.

Uit de enquête blijkt ook dat vier op de tien ondervraagden geen onverwachte uitgave van duizend euro zou kunnen doen zonder geld te lenen. Iets meer dan de helft slaagt er niet in om elke maand geld opzij te zetten. Wie dat wel doet, spaart maandelijks gemiddeld 387 euro. Dat geld belandt meestal op een spaarrekening. Een kleine minderheid koopt er aandelen voor. De meest genoemde bestemmingen voor het spaargeld zijn onverwachte uitgaven en pensioen.


‘Een overheid moet haar plicht ten aanzien van haar jongste burgers opnemen’

Knack – 20 november 2016

Op de 27ste verjaardag van het Kinderrechtenverdrag zijn kinderrechten belangrijk op alle beleidsniveaus, schrijft kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen. Maar we zijn er nog niet. ‘Ons beleid schiet op sommige momenten hopeloos tekort.’

Aan de vooravond van de 27ste verjaardag van het Kinderrechtenverdrag, kunnen we stellen dat kinderrechten duidelijk zichtbaar zijn in onze samenleving. Zo vormen ze een belangrijke kapstok voor het beleid. En dat op alle niveaus.

Op Europees niveau speelt de Raad van Europa een centrale rol. In het voorjaar van 2016 keurde de Raad de nieuwe Strategy for the Rights of the Child voor de periode 2016-2021 goed. Diezelfde Raad van Europa maakte de voorbije jaren werk van de ontwikkeling van richtlijnen rond kindvriendelijke justitie en gezondheidszorg.

Op federaal niveau staat men de komende maanden voor een belangrijke oefening. Voor de zomer van 2017 verwacht het VN-Kinderrechtencomité het nieuwe officiële rapport van ons land.

Op Vlaams niveau is er het Vlaamse Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan. Dat plan zoekt nog wat zijn weg in het Vlaamse beleid, maar het is wel duidelijk dat steeds meer beleidsdomeinen er een plek in vinden. Zo bekleedt mobiliteit voor het eerst een volwaardige plek in het plan.

Op het lokale niveau zien we tot slot hoe er, onder meer door het label voor kindvriendelijke steden en gemeenten, er een groeiend besef is dat het Kinderrechtenverdrag ook hier een fundament voor het beleid kan vormen.

Kinderrechten vinden niet alleen ingang in het beleid, ze hebben ook in ons gewone, dagelijkse leven een plek, al doet de combinatie kinderrechten en opvoeding veel volwassenen vaak nog steeds naar adem happen. Niet dat ouders en leerkrachten de rechten van kinderen niet belangrijk vinden, maar zij menen in de aandacht voor kinderrechten soms een te eenzijdig perspectief te zien. ‘Hoe zit dat met de plichten van kinderen?’ of ‘Hebben kinderen vandaag niet te veel rechten?’ zijn verzuchtingen die ik regelmatig hoor.

Ondanks een duidelijke zichtbaarheid van kinderrechten in onze samenleving is er in Vlaanderen nog altijd een grote groep kinderen en jongeren die in de kou blijft staan. Niet zomaar even, vaak lang. Te lang. Ons beleid schiet op sommige momenten hopeloos tekort.

Het is niet dat men het niet ziet. Het is dat men er niet radicaal voor kiest om een eind te maken aan vaak heel precaire situaties waarin kinderen en jongeren zich bevinden. Dat onrecht maakt mij kwaad. En mij niet alleen. Ik kreeg dit jaar tientallen mails van professionals die niet begrijpen hoe het komt dat een structureel antwoord op een dwingende problematiek uitblijft.

Neem deze brief van een schooldirecteur.

Via deze weg wil ik u attenderen op een (allicht zoveelste) verhaal van een leerling in Vlaanderen, maar nu in onze scholengemeenschap die gedurende enige tijd illegaal in het land verbleef nadat de asielaanvraag afgewezen was en nu plots uit onze school is verdwenen.
Een arrestatie, confronterende beelden en ervaringen voor medeleerlingen en leerkrachten: een vriend, leerling die in ons midden was, is plotsklaps en heel bruut weggerukt uit onze school, onze gemeenschap.
Medeleerlingen, vrienden die hem al jaren kenden -hij verbleef reeds ca. 6 jaar in België!- en leerkrachten die hem jaren succesvol hebben begeleid, zijn zwaar onder de indruk van deze gebeurtenissen en kunnen dit niet of moeilijk plaatsen.
Na deze beschouwing: wat kunnen we als school nog voor een dergelijke leerling betekenen? Welke mogelijkheden van protest zijn er?
Het is belangrijk om weten dat op een kinderombudsdienst ook dit soort signalen binnenkomen. Dat zijn geen klachten van klanten, maar van burgers. Ik probeer dat laatste te verduidelijken.

Op bladzijde 2 van het Vlaamse regeerakkoord staat: ‘Ons doel is een kleinere, slagkrachtige overheid: minder administratieve lasten en meer klantvriendelijkheid.’ Ik heb het lastig met een beleid dat mensen enerzijds als klant en anderzijds als burger aanspreekt. In de rol van klant zijn we dan voornamelijk mensen met rechten en in de rol van burger voornamelijk mensen met plichten.

Vandaag lijkt het soms wel of de klant in ons in bedwang moet worden gehouden door de burger die we ook horen te zijn. Kijk naar voorstellen om alle burgers een burgerschapsverklaring te laten ondertekenen of naar de roep om burgerschap absoluut een plek in de nieuwe eindtermen te geven. Ze suggereren een deficit van de burger. Het mooie aan bovenstaande getuigenis is dat ze dit vermeende deficit tegenspreken en net een voorbeeld vormen van een zeer betrokken burgerschap, een burgerschap dat aandacht vraagt voor de kwetsbaarheid van de ander en eist dat de overheid met een gepast antwoord komt.

Laten we ons dus niet verleiden tot discussies over de nood aan een burgerschapsverklaring ten gevolge van een vermeend democratisch deficit, maar laat ons veel liever discussiëren over de verplichtingen die het ondertekenen van het kinderrechtenverdrag voor een overheid met zich meebrengt.

Op het ogenblik dat te veel kinderen en jongeren zich in een kwetsbare positie bevinden, ligt de bal niet bij de burger, maar bij de overheid. Op zulke momenten hebben we geen nood aan een overheid die de bevolking meedeelt dat er minder overheid nodig is. Het enige gepaste antwoord een overheid die krachtdadig haar plicht ten aanzien van haar jongste burgers opneemt.


Parentale burn-out: nieuwe hype of echt probleem?

De morgen – 18 november 2016

Na de klassieke burn-out is er nu ook de parentale burn-out. Volgens een studie van de universiteit van Louvain-La-Neuve krijgt 12 procent van de Belgische ouders ermee te maken. Ze zijn opgebrand door de stress van het ouderschap, zijn moe en hebben het gevoel dat ze falen als ouder. De parentale burn-out: een nieuw modewoord, of is het meer dan dat?

De onderzoekers noemen parentale burn-out een typisch fenomeen van de 21ste eeuw. Net als bij de klassieke burn-out heeft het alles te maken met de grote druk die er op onze schouders rust. En ook de gevolgen zijn tot op zekere hoogte vergelijkbaar. Door de vele taken die er op ouders vallen en de stress die daarmee gepaard gaat, kan je opgebrand raken. Je hebt het gevoel dat je gefaald hebt, voelt je overdonderd, bent moe en ziet het niet meer zitten. Daarbij komt soms dat je als ouder geen empathie meer kan opbrengen voor je kind.

Is de druk van het ouderschap dan zoveel groter dan vroeger? In zekere zin wel, meent Lieven Migerode, klinisch psycholoog en relatie- en gezinstherapeut van het UPC KU Leuven. Een verschil is bijvoorbeeld dat we minder en op latere leeftijd kinderen krijgen. “Hoe minder kinderen er zijn, hoe hoger de verwachtingen. Als je tien kinderen hebt, dan weet je van de tiende bijna zeker de geboortedatum niet. Heb je er één of twee, dan zijn die vanzelf kostbaarder. Hetzelfde geldt als je langer wacht. Als je op je veertigste je eerste kind krijgt, liggen de verwachtingen nog hoger.”

Daarbij komt dat de samenleving vandaag een grotere druk legt op zowel kinderen als ouders. “Kinderen moeten hoge verwachtingen inlossen, en ouders hebben het drukker dan vroeger. Beide ouders moeten gaan werken. Als ze al moe zijn van het werk, moeten ze zich nog verplaatsen en ze weten niet wanneer ze thuis zullen zijn. Ze moeten meer doen, maar hebben minder tijd. De tijd die je in de file doorbrengt, is tijd die je niet aan je gezin kan besteden. En dat veroorzaakt stress.”

Dat kan meteen ook verklaren waarom het vooral hoogopgeleide en deeltijds werkende vrouwen zijn die volgens de studie vatbaar zijn voor het fenomeen.

Kwetsbaar zelfbeeld

Toch zijn ouders met stress uiteraard geen nieuw fenomeen, en of het helpt om er een hippe naam op te kleven, is maar de vraag. “Het voordeel is dat je zo een maatschappelijk probleem aankaart, waar dan misschien meer onderzoek naar gebeurt”, meent Migerode. “Maar daar schuilt ook een gevaar in. Namelijk dat men het, net zoals bij een werknemer met een burn-out, gaat bekijken als een ouder die het niet meer aankan. Bij onderzoek moet echt gekeken worden naar de context van de samenleving.”

Een tweede gevaar is dat steeds meer mensen zichzelf herkennen in een fenomeen, willen meegaan met de hype, eens er een naam op kleeft. “Terwijl het eigenlijk iets is dat we uitgevonden hebben. Maar dat betekent natuurlijk niet dat het niet bestaat.”

Dat psychologische problemen bij ouders een realiteit zijn waar niet naast gekeken kan worden, beaamt ook professor Bart Soenens van de UGent. Hij doet onderzoek naar ouders met een kwetsbaar zelfbeeld, een fenomeen dat eveneens in opmars is in onze competitieve maatschappij.

“Veel mensen willen de beste ouder zijn en meten hun zelfwaarde af aan het succes en de prestaties van hun kind”, zegt hij. “Ouders die in die val trappen, zijn kwetsbaar voor ontgoocheling en op langere duur misschien voor burn-out. In verschillende studies vonden wij immers dat dit type zelfwaarde geassocieerd is met een meer controlerende ouderlijke stijl en met meer stress tijdens het samenwerken aan een taak.”

Hierin schuilt meteen ook een eerste manier om parentale burn-out te voorkomen: leg de lat niet te hoog. “Je moet er niet naar streven een goede ouder te zijn, maar een ouder die goed genoeg is”, zegt Migerode. “Een goede ouder willen zijn, is de lat te hoog leggen. Dan laat je jezelf geen falen toe, en dat is niet menselijk. Als je wat minder latten legt voor het kind, leg je automatisch ook minder latten voor de ouders.”

Volgens Soenens helpt het om als ouder “een zekere onthechting” in acht te nemen ten opzichte van het kind. “Daarmee bedoel ik niet een ongeïnteresseerde attitude, maar net een houding waarin je je kind als een afzonderlijk individu ziet met eigen interesses, voorkeuren en doelen. Ouders zullen dan minder geneigd zijn om hun kinderen voortdurend te sturen om aan de standaarden te voldoen.”

Minder druk opleggen

Ook is het belangrijk dat je als ouder je eigen noden niet uit het oog verliest. “Ons onderzoek toont systematisch aan dat dat ertoe leidt dat je je slechter voelt in je ouderrol”, aldus Soenens. “Dat is logisch: als je het gevoel hebt dat je leven een aaneenschakeling is van verplichtingen, wordt opvoeden eerder een stresserende onderneming.”

Soenens raadt aan dat ouders op zoek blijven gaan naar mogelijkheden om hun eigen noden te voeden. “Bijvoorbeeld door activiteiten te ondernemen die je zelf of eventueel samen met je kind leuk vindt, door dingen te doen waarin je kan bijleren en nieuwe vaardigheden opdoet, en door mensen op te zoeken met wie je het goed kan vinden.”

Wat ook kan helpen, volgens Migerode, is met andere ouders praten. “Dan merk je snel dat iedere ouder wel eens een moment heeft dat hij zijn kinderen even ergens wil ‘dumpen’. Je moet jezelf als ouder ook toelaten te denken: ‘Ik zie mijn kindjes graag, maar soms zou ik ze toch achter het behang willen plakken.’ Dat is een normaal gevoel. We moeten met zijn allen gaan beseffen dat we het zachter aan moeten doen met de druk die we elkaar opleggen.”


In steeds meer gezinnen werken beide ouders: waar blijft voldoende en betaalbare buitenschoolse opvang

Knack – 17 november 2016

‘Zowel in de vakanties en op schooldagen is opvang voor kinderen een probleem’, schrijft Lutgard Vrints van de Gezinsbond. Ze roept de Vlaamse regering op om werk te maken van het beloofde decreet.

De voorbije maanden was het ‘opvangprobleem’ van schoolkinderen niet uit de actualiteit weg te slaan. Een greep uit de nieuwsitems: denktank ‘de Vrijdaggroep’ die een verlengde schooldag wil voor meer gendergelijkheid én meer sociale gelijkheid, ouders (moeders om precies te zijn) die een hartenkreet slaken omdat de vakantie nog meer geregel met zich meebrengt dan het schooljaar, een bekende touroperator die de schoolvakanties wil spreiden om de vakantiefiles te vermijden, scholen die de hervorming van het PWA-stelsel niet zien zitten omdat ze dan hun goedkope opvangkrachten verliezen, jonge kleutertjes die nog veel zorg nodig hebben en voor wie de schooldag al heel veel vraagt…

Is er een rode draad te vinden in al die problemen? Ja, de nood aan méér, betaalbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang. Vier noden die nu niet vervuld zijn.

Voldoende opvang is een probleem, zowel in de vakanties als op schooldagen. En verwijzen naar vroeger, toen het allemaal niet nodig was, heeft geen zin. In almaar meer gezinnen zijn beide ouders aan het werk, terwijl oma en opa ook langer werken en dus minder en minder beschikbaar zijn voor buitenschoolse opvang. Dat kan je betreuren, maar het is een maatschappelijk evolutie die de politiek op alle niveaus zelf heeft gestimuleerd. Wie geen job heeft, is niet voldoende beschermd tegen armoede, noch vandaag, noch later op zijn oude dag, zo simpel is dat.

Probleem van toegankelijkheid

Betaalbare opvang is niet gegarandeerd. Er is geen overkoepelend kader, dus iedere aanbieder van buitenschoolse opvang kiest zelf hoeveel hij vraagt. Soms is dat betaalbaar, want gesubsidieerd, even vaak niet. En dus is er een probleem van toegankelijkheid voor mensen met een laag of bescheiden inkomen.

Toegankelijkheid betekent ook dat mensen die niet op voorhand weten wanneer ze opvang nodig hebben, er gebruik van kunnen maken. Denk aan mensen met een onregelmatig werkrooster, mensen die werk zoeken of een opleiding gaan volgen maar niet weten wanneer die start, mensen met een crisissituatie in het gezin… In een toegankelijke buitenschoolse opvang kunnen ook kinderen met een beperking terecht. Het M-decreet gunt hen steeds vaker een plaatsje in het gewone onderwijs. Het is logisch dat buitenschoolse opvang moet volgen. Dat brengt ons meteen bij de kwaliteit van de opvang.

Meer dan ‘bijhouden van de kinderen tot de ouders er zijn’

Kwaliteitsvolle opvang, ook daar kan nog aan gewerkt worden. Vaste begeleiders met pedagogische vaardigheden, niet te grote groepen, verschillende aanpak voor kleuters en oudere kinderen, een leuk spelaanbod, rustruimtes voor zij die er nood aan hebben… Het gaat tenslotte om de vrije tijd van kinderen, waar we meer van mogen verwachten dan ‘het bijhouden van de kinderen tot de ouders er zijn’.

De Gezinsbond vertegenwoordigt 250.000 gezinnen in Vlaanderen. Uit alle bevragingen bij onze leden komt de nood aan meer, betaalbare, toegankelijke en voldoende opvang naar voren. Een overheidsbeleid dat het tweeverdienersmodel stimuleert, moet er voor zorgen dat de opvangnood van gezinnen een oplossing krijgt die voor iedereen, en zeker de kinderen zelf, haalbaar is.

We zijn er alvast van overtuigd dat dit kan en we gaan ervan uit dat ook de Vlaamse Regering dezelfde mening is toegedaan. Vandaar onze oproep aan de Vlaamse regering: kan de belofte van een decreet ‘opvang en vrije tijd van schoolkinderen’ dat zal zorgen voor betaalbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle opvang er zo snel mogelijk komen? Kunt u uw parlementsleden tot spoed aanzetten, zodat de eerste concrete voorstellen nog deze legislatuur rond zijn? Dat was toch uw voornemen? We denken dat de plannen voor een decreet al voldoende lang voorbereid zijn. Nu moet het ijzer gesmeed worden, het is heet.


Net als Marlène de Wouters al jaren gescheiden zonder dat iemand het weet

Het Laatste Nieuws – 17 november 2016

Deze week raakte bekend dat Marlène de Wouters (50) vier jaar stil kon houden dat haar huwelijk na 22 jaar op de klippen was gelopen. Met geen woord reppen over de relatiebreuk, zelfs niet tegen vrienden: het gebeurt. “Vijftien jaar geleden zijn we gescheiden, na 26 jaar huwelijk. Wij vonden het nergens voor nodig om daar met wie ook over te spreken. Er was een zekere gêne”, zegt een Vlaamse man van bijna 60.

Dirk (*) staat op anonimiteit. “Gaëlle (*) zou niet willen dat ik dit gesprek voer. Onze omgeving ziet ons als koppel. Onze kinderen zullen de breuk wel hebben gecapteerd. Ze woonden toen nog thuis en waren getuige van de verwijdering, zo was er ‘s nachts nooit meer geluid in onze slaapkamer. Ik ga er van uit dat hun moeder hen heeft verteld dat we gescheiden zijn. Maar zelf sprak ik er hen nooit over. Ik ben daar niet zo goed in.”

Niet dat hij er moeite mee had om gezien te worden als gescheiden man. Praten over zijn liefdesleven gaat hem gewoon niet goed af. Als ingenieur schetst hij het in grafieken. Hij haalt ook de scheidingsakte uit 2001 boven. “Anders denk je nog dat ik een fantast ben. Kijk, in de de akte was bepaald dat ik zou verhuizen naar ons tweede verblijf. Mijn domicilie staat daar nu nog, al ging de verhuis niet door. De boedelscheiding evenmin.”

Hotelservice

Het koppel bleef na de scheiding onder hetzelfde dak wonen. “Waarom? Dat liep zo door omstandigheden”, schetst Dirk. “In die tijd werkte ik keihard als consultant in het buitenland. Soms klopte ik 24 uur aan een stuk. Elk weekend thuis begon met een dag slaap inhalen. ‘s Zondags trok ik eropuit met de kinderen. Dat patroon bleek makkelijk aan te houden na de scheiding. Zo bleef ik contact houden met de kinderen.

Gaëlle had laten verstaan dat ze mijn was nog wou doen. Daarvan maakte ik dankbaar gebruik, vanop het zolderkamertje waar ik – lang voor de scheiding – door snurkproblemen was gaan slapen. In ruil voor de service betaalde ik, naast een ruime alimentatie, alle zware facturen en zelfs een nieuwe auto voor Gaëlle.”
IJsberg
Dat klinkt zakelijk. Niet dat hun relatie altijd zo is geweest. “Verre van. Ik had Gaëlle op kamp leren kennen. Ik kwam uit een koud gezin, zij groeide op in een warm nest. Ik smolt toen ik haar, empathisch maar kordaat, met de kinderen zag omgaan. Lang ging het er zeer passioneel aan toe.

We lieten mekaar ook vrij: ik was als student losbol en vond mijn diploma technisch ingenieur maar minnetjes, dus zette ik in op bijscholing. Gaëlle leefde zich uit in hobby’s. Dat we er bijna altijd apart op uittrokken was geen probleem, er was vertrouwen. Ook toen er kinderen kwamen en zelfs in mijn eerste jaren buitenland, bleef ons vuur branden. Het gebeurde dat Gaëlle om drie uur zondagochtend zei: ‘fijne vrijpartij. Maar nu moéten we stoppen. Over twee uur moet je al weg’.”

De afstand sloop volgens Dirk ‘als een ijsberg’ in hun relatie. “Eerst hield Gaëlle rekening met mijn agenda, na een jaar of vijf kreeg ik het gevoel dat ik niet meer meetelde. Gaëlle had haar eigen leven. Ze moest het ook alleen zien te redden met opgroeiende tieners. Als steringenieur was ik het aan het waarmaken in een gigantisch Europees bouwproject. Thuis kreeg ik op bitse toon te horen: jij moet je aanpassen aan ons. Daar kon ik niet mee om.”

Grenzen

Dirk, professioneel op zijn top, vond dat hij privé moest herbeginnen. “Ik had een amoureuze escapade gehad. Maar daarbij zat mijn huwelijk me in de weg. Ik kon het niet in bed, hoewel deze vrouw de perfecte maten had.

Dat heb ik thuis niet opgebiecht. Ik wou Gaëlle niet nodeloos kwetsen. Ze was er zo al kapot van toen ik de scheiding aankaartte, maar legde zich bij de feiten neer. Door mijn buitenlandse missies stelde niemand vragen. Dus zwegen we over de breuk. Mijn schoonmoeder wilden we niet verontrusten, met mijn broers en zussen heb ik geen goede band.”

De gedroomde nieuwe partner kwam Dirk niet tegen. Toen zijn buitenlandse opdracht er twee jaar later opzat, betrok hij voltijds zijn kamertje. “Ik zat met zorgen over mijn verdere carrière en was blij dat ik terug mocht. We bleven apart slapen en gingen alleen uit. Ik leerde andere vrouwen kennen, maar niet dat éne maatje. Geen van die dames kon intellectueel tippen aan de moeder van mijn kinderen, voor wie ik enorm respect bleef hebben. Seksuele behoeftes? Loste ik op met betaalde seks. Ik kon nu de grenzen opzoeken waar ik in mijn relatie was op gebotst. Zoals lichte SM.”

Weer jong

Zo leven ze nu al meer dan tien jaar onder één dak. “We maken daar geen reclame over. De buren moeten het niet weten, we spreken hen hooguit één keer per jaar. We deden ook niet alsof, we gingen elk onze gang. Kennissen zien ons als een hard koppel, met aparte humor. Dan wordt er gelachen omdat we over àlles onderhandelen.”

Zijn ze mekaar dan nooit meer in de armen gevallen? “Toch wel. Dat kwam geleidelijk. Toen ik enkele jaren geleden afstevende op een burn-out, vond ik bij Gaëlle begrip en troost. We begonnen weer samen weg te gaan en ontdekten dat onze vriendschap was gebleven. Zo gebeurde het dat we samen voor tv zaten. Dat de een een arm om de ander sloeg. Wat een keer eindigde met sukkelseks, waarbij je ontdekt dat het de intimiteit en genegenheid is die telt.

Echte toenadering kwam er afgelopen zomer, nadat we weer elk apart op reis waren geweest. We vielen in elkaars armen en hebben de hele nacht gevrijd. Ik voelde me weer jong. We wandelen nu opnieuw hand in hand. Laat ons hertrouwen, zei Gaëlle. Er is nog geen datum. Maar ik zeg ja, binnen dit en een jaar. We kunnen samen nog zoveel beleven en warmte delen. Een groot feest hoort er niet bij. Dit moet intiem worden gevierd.”


Nooit eerder zo veel kinderen op bijles

De Standaard – 2 november 2016

Het aantal ouders dat zijn kinderen op bijles stuurt, is sterk toegenomen. Op zoekertjessites bieden steeds meer bijlesgevers hun diensten aan, en ook het onderwijs bevestigt de trend.

Ouders nemen het zekere voor het onzekere door hun kinderen op bijles te sturen, maar dat is niet altijd nodig, zeggen experts. ‘Ouders hebben schrik om fouten te maken’, zegt pedagoog Pedro De Bruyckere. ‘Maar angst is een slechte raadgever, zeker als die ten koste gaat van de vrije tijd van onze kinderen.’

De druk op leerlingen neemt daardoor toe. ‘Als er ergens een mankementje is, voelen we ons moreel verplicht om hulp te zoeken buiten de school’, zegt Stefan Grielens, directeur van de vrije CLB’s. ‘Zo niet worden we scheef bekeken door onze omgeving. Maar we mogen die ratrace niet verder voeden.’

Sommige scholen hebben zelfs al stappen ­ondernomen, door het personeel te verbieden om nog bijlessen te ­geven aan leerlingen van de eigen school.


‘Geef kinderen geen iPad tot ze twee jaar zijn’

De Standaard – 2 november 2016

Kinderen zijn aangetrokken tot schermen. Maar ze blijven er best helemaal af tot ze anderhalf tot twee jaar oud zijn.
Nog voor kinderen kunnen praten en lopen, swipen ze met hun vingertjes over touchscreens. De tabletcomputers en smartphones maken deel uit van hun leven. Maar eigenlijk horen wij, volwassenen, de kinderen volledig weg te houden van digitale media tot ze anderhalf tot twee jaar oud zijn. Ook daarna moet het gebruik aan banden worden gelegd. Dat zegt de American Academy of Pediatrics in haar nieuwe richtlijn rond kinderen en hun mediagebruik.

Heel kleine kinderen leren niets van het scherm, terwijl overmatig mediagebruik het risico op overgewicht verhoogt en de slaap verstoort, zeggen de Amerikaanse experts. Als peuters vanaf anderhalf tot twee jaar digitale media beginnen te gebruiken, doen ouders dat ook best samen met hun kinderen. De kleintjes alleen voor een tablet of smartphone zetten, is dus uit den boze. Net als het gebruik van tablets om kinderen te kalmeren, tijdens maaltijden of net voor het slapengaan. Tussen twee en vijf jaar geldt een limiet van één uur schermtijd per dag voor alle media samen, dus ook tv.

‘Verbod werkt niet’

Ouders moeten zichzelf niet onder druk zetten om de kinderen zo vroeg mogelijk in contact te brengen met technologie, klinkt het verder. De interfaces zijn vandaag zodanig intuïtief dat kinderen er snel mee weg zijn, ook als ze pas later, thuis of op school, ermee in aanraking komen.

In eigen land zegt ook Kind en Gezin dat ouders de schermtijd van hun jonge kinderen moeten beperken. Maar echte houvast zoals een duidelijk verbod voor kinderen jonger dan anderhalf jaar is er hier niet. ‘We gaan wel akkoord met de Amerikanen, maar zijn iets minder categoriek’, zegt Sarah Vanden Avenne, orthopedagoge bij Kind en Gezin. ‘Een verbod werkt niet, want de tablets zijn nu eenmaal overal. We geven liever aanbevelingen, zodat ouders keuzes kunnen maken op maat van hun gezin.’


Forse factuur dreigt voor schoolopvang

Nieuwsblad – 14 oktober 2016

Ouders dreigen volgend jaar tot drie keer meer te moeten betalen voor de opvang van hun kinderen op school. Directeurs doen voor het toezicht massaal een beroep op zogenaamde PWA-werknemers, bijklussende werklozen, maar dat systeem gaat op de schop. “Een financiële aderlating voor scholen en ouders”, zegt het katholiek onderwijs.
Eten uw kindjes ook hun boterhammetjes ’s middags op school? De factuur voor dat middagtoezicht, de zogenoemde boterhammentaks, dreigt volgend jaar fors duurder te worden. Net als de opvang voor en na school, en op woensdagnamiddag.

Boosdoener is de hervorming van het PWA-stelsel. Via dat systeem klussen langdurig werklozen bij, onder meer in scholen en voor gemeentebesturen, en krijgen ze een extra vergoeding bovenop hun uitkering. Liefst 1.282 scholen deden in 2014 een beroep op PWA-werknemers, maar door de hervorming kunnen ze nog slechts zes maanden in een gelijkaardig statuut werken.

“Daardoor is het niet meer aantrekkelijk voor scholen”, zegt Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs. “Die mensen verzorgen de opvang, helpen kinderen met hun huiswerk en houden toezicht op de speelplaats. Ze bouwen een vertrouwensband op met de leerlingen en ouders. Het zijn geen pionnen die je zomaar inwisselt.”

Bovendien kosten ze scholen slechts 6,5 euro per uur. Vervangen ze die door “gewone” werknemers dan betalen ze al snel 22 euro. 3,5 keer meer, dus. Resultaat? Scholen zullen de factuur doorschuiven naar de ouders. Hoeveel die extra zal bedragen, hangt af van school tot school. Sommige basisscholen doen immers al een beroep op contractuelen of krijgen hulp van vrijwilligers.

De katholieke onderwijskoepel berekende dat voor de school Sint-Franciscus in Poperinge de meerprijs per leerling per maand 88,52 euro zou bedragen. “We hebben elf PWA’ers die ’s middags alleen al toezicht houden in drie of vier eetzalen”, zegt directrice An Tillie. “We zijn de rekening aan het maken, maar uiteindelijk zullen de ouders voor de kosten opdraaien.”

Goedkope werkkrachten

Minister van Werk Philippe Muyters (N-VA) zegt begrip te hebben voor die verzuchting, “maar het is niet onze taak om het onderwijs van goedkope werkkrachten te voorzien”, zegt zijn woordvoerder. “De hervorming dient om werklozen sneller aan werk te helpen.”

Een opmerking die Lieven Boeve in het verkeerde keelgat schiet. “De regering heeft haar mond vol van werkbaar werk en flexibele uren, maar zonder degelijke opvang op school lukt dat niet. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat enkel wie het zich kan permitteren zijn kinderen op school kan laten?”

De nieuwe regeling zou pas in 2017 in voege treden en het onderwijsveld hoopt dat er alsnog een oplossing uit de bus komt. Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) zegt hier nog gesprekken over te voeren met Muyters.


Kinderen remmen scheiding niet af

De Standaard – 30 september 2016

In België zijn bij 2 op 3 echtscheidingen kinderen betrokken. In onze buurlanden is dat minder vaak het geval. Daar zijn kinderen vaker een remmende factor.

In Duitsland zijn maar bij 1 op de 2 echtscheidingen kinderen betrokken. In Frankrijk is dat het geval bij 2 op de 5 echtscheidingen. Kinderen kunnen als remmende factor worden ervaren, maar dit verschilt duidelijk van land tot land.

België heeft ook het hoogste aandeel eenoudergezinnen: 12 procent. In Nederland en Duitsland is dat aandeel maar half zo hoog. Frankrijk zit met 8 procent in het midden.

In 2012 vond 37 procent van de Vlamingen nog dat ouders met jonge kinderen beter niet uit elkaar gaan. Toch wordt er in onze regio almaar vroeger gescheiden. 42 procent van de scheidingen gebeurt binnen de eerste tien jaar na het huwelijk. Dat is meer, of sneller zo u wil, dan in onze buurlanden.

Van de Belgische paren die in 1980 getrouwd zijn, was 18 procent binnen de 15 jaar gescheiden. De paren die huwden in 2000 bereikten dat aandeel al na 9 jaar. Daaruit volgt dat de scheidingskans per leeftijdsgroep zal toenemen.

Nu is 1 op 3 huwelijken die 36 jaar geleden gesloten werden, ontbonden. Dat betreft dus huwelijken uit 1980. De groep die in 2000 getrouwd is, heeft nog alle kans om dat in te halen.

Al blijkt uit een recent rapport van de studiedienst van de Vlaamse regering ook dat de trend dalend is. Tot de eeuwwisseling zaten de scheidingen in Vlaanderen en België in stijgende lijn. Dat werd versterkt door een wetswijziging in 1995. In 2007 volgende nog een wetswijziging, die de procedure vereenvoudigde. Er volgde een piek in 2008. Sindsdien zitten de scheidingen in dalende lijn.

De daling blijft ook overeind als je rekening houdt met het feit dat er nu minder vaak huwelijken worden afgesloten.

Nog interessante cijfers:

Bij een eerste huwelijk was een Vlaamse bruidegom in 2015 gemiddeld 32,9 jaar, een Vlaamse bruid was 30,3 jaar.
De aard van de echtscheidingen is ook veranderd: in België maakten 6 op de 10 echtscheidingen een einde aan het eerste huwelijk van beide partners. Mannen waren daarbij gemiddeld 45 jaar en vrouwen 43 jaar.
Bij 4 op de 10 echtscheidingen had minstens een partner al eerder een echtscheiding gehad.
Vlaamse echtparen die in 2013 uit de echt scheidden, kozen in 57 procent van de gevallen voor een echtscheiding met onderlinge toestemming. In Wallonië was dat maar 40 procent.
Van alle gescheiden Vlamingen blijft meer dan de helft langer dan tien jaar ongehuwd. Van alle ooit gehuwde veertigers en vijftigers is een op vijf gescheiden en ongehuwd gebleven, de zestigers bereiken 15 procent en ook onder zeventigplussers is ‘gescheiden zijn’ een zichtbare burgerlijke staat geworden.


Belg niet langer de taalprimus van de Europese klas

Deredactie.be – 26 september 2016

De taalvakken in ons basisonderwijs stellen in vergelijking met de andere Europese landen ferm teleur. Dat blijkt uit een studie van Eurostat. Daar bengelt België nagenoeg helemaal achteraan, enkel Portugal doet het in zijn taalonderwijs in de lagere school nog slechter, zo meldt Het Nieuwsblad.
Het cliché wil dat Belgen vlot meerdere talen uit hun mouw schudden. Nederlands, Frans en Engels zijn meestal basiskennis, naast noties van pakweg Duits of Spaans. Dat meertalige imago wordt door nieuwe cijfers van Eurostat nu een beetje onderuit gehaald.

In het kader van de European day of Languages onderzocht de EU het vreemdetalenonderijs in 29 landen. Belgische lagere scholen zijn allesbehalve de primus van de klas. Amper 37 procent van de Belgische leerlingen in het lager onderwijs krijgt één of meerdere vreemde talen aangeleerd. Dat ligt opvallend veel onder het Europese gemiddelde van 83,7 procent. Enkel Portugal doet het met 36,2% procent nog slechter.

Drempelvrees

Sinds 2004 is Frans in een verplicht leervak voor het vijfde en zesde leerjaar in Vlaamse scholen. In de jaren daarvoor wordt slechts een kleine minderheid van de leerlingen in een schoolvak geconfronteerd met een andere taal. Ter vergelijking: in Noorwegen beginnen kleuters van 6 jaar al met lessen in andere talen. Dit verklaart de slechte score voor ons land en de mooie resultaten van de Scandinavische landen.

“Er is nog steeds een enorme focus op het Nederlands”, bevestigt Piet Van Avermaert, hoofddocent taalkunde aan de UGent in Het Nieuwsblad. “We hebben drempelvrees voor vreemde talen, omdat we denken dat ons Nederlands eerst helemaal goed moet zitten. Daarnaast blijven we in onze methodiek eerder voorzichtig: klassieke lestechnieken primeren nog steeds op immersieonderwijs, waar andere Europese landen meer mee experimenteren.


Vijf vaardigheden die schoolverlaters missen (volgens werkgevers)

Het Laatste Nieuws – 25 september 2016

Een leuke job scoren doe je niet alleen met een diploma. Ook je sociale vaardigheden, attitude en verantwoordelijkheidsgevoel spelen mee. In het kader van het internationale project App-titude vroeg de KULeuven aan 530 werkgevers aan welke competenties jongeren nog moeten schaven. Dit is de top 5.

1. Schriftelijk communiceren
Nee, een werkgever is niet op zoek naar een nieuwe Hugo Claus. Zelfs een dt-fout zal hij indien nodig door de vingers zien. Wel verwacht hij dat je ideeën begrijpelijk kunt structureren, een beknopt besluit kunt formuleren en zakelijk kunt schrijven. Je weet dus wat je met al die smileys onderaan je mail moet doen. Het volwassenenonderwijs biedt heel wat avondcursussen aan om je erin te bekwamen.

2. Zelfkritisch zijn
Elke wijze uil begon als uilskuiken, zeggen ze bij Bond Zonder Naam. En dat klopt ook: fouten zal je in je eerste jaren sowieso maken. Je werkgever vindt dat niet zo erg, zolang je maar begrijpt waarom je mis was en de puntjes weer op de i zet.

3. Inzicht hebben in sterktes en zwaktes
Ook al was je vroeger de primus van de klas, op het werk zullen niet alle taken je even goed bevallen. Doe je (toekomstige) werkgever (en jezelf) een plezier en zoek uit waarin je nog coaching kunt gebruiken. Vul bijvoorbeeld ‘de competence indicator’ op vacature.com in of vraag het aan familie en vrienden.

4. Omgaan met conflict
Beste maatjes moeten jij en je collega’s niet worden, maar enige empathie is wel op zijn plaats. Blijf luisteren naar de ander en val hem nooit persoonlijk aan. Discussiëren mag zeker, maar hou het constructief. Heb je er moeite mee? Via VDAB kan je een e-cursus conflicthantering volgen.

5. Omgaan met feedback en kritiek
Schoolverlater of oude rot, kritiek krijgen is nooit plezant. Bovendien pakt de ene criticus het al wat diplomatischer aan dan de andere. Rustig blijven is de boodschap. Wellicht helpt het als je voor ogen houdt wat het uiteindelijke doel van kritiek is: tot betere resultaten komen.


Jongeren kopen liever iphone dan auto

De Standaard – 25 september 2016

Een kwart minder achttien- en negentienjarigen halen hun rijbewijs dan vijf jaar geleden. Vaak hebben ze geen auto nodig, omdat ze in de stad wonen. Of jongeren vinden het te duur en geven hun geld liever uit aan een smartphone of andere luxeproducten.

Steeds vaker halen jongeren hun theoretisch rijbewijs in het laatste jaar van hun middelbare school. Dat rijbewijs is drie jaar geldig, maar heel wat jongeren behalen binnen die periode niet hun praktische rijbewijs en dus vervalt het theoretisch.

Wie na z’n dertigste zijn rijexamen aflegt, heeft minder slaagkans, omdat je dan vaker gestresseerd achter het stuur zit. Een goeie reden om je rijbewijs wel te halen is voor veel jongeren een eerste job of het krijgen van kinderen.


Koppels die scheiden willen niet dat kinderen de dupe zijn van gezeur over geld

Knack – 22 september 2016

‘Koppels die scheiden, willen niet dat hun kinderen de dupe zijn van gezeur over geld. Toch gaat het soms de verkeerde kant uit en zijn onderhoudsbijdragen de spelbreker’, schrijft Yves Coemans van de Gezinsbond. ‘Het rekenwerk blijkt anno 2016 nog altijd een ingewikkeld proces. In het belang van het kind hebben we dringend nood aan duidelijkere richtlijnen in de wetteksten.

De wet van 19 maart 2010 is een stap in de richting van meer objectieve onderhoudsbijdragen. Toch is het rekenwerk geen exacte wetenschap. Het verwondert ons dan ook niet dat de bedragen vaak verkeerd berekend zijn. Omdat de wettelijke richtlijnen te vaag zijn, blijven in de praktijk rechters, advocaten en bemiddelaars, maar vooral scheidende koppels, aan hun lot overgelaten.

Een standaardmethode om onderhoudsbijdragen te berekenen, bestaat niet. Artikel 203bis van ons Burgerlijk Wetboek is de enige houvast. Dat bepaalt het principe dat “elke ouder in de kosten van zijn kinderen moet bijdragen in verhouding tot zijn respectievelijke aandeel in de samengevoegde middelen”.

Onder middelen verstaat de wet alle inkomsten van beide ouders: beroeps- en vervangingsinkomens. En ook alle voordelen van alle aard zoals een bedrijfswagen, maaltijdcheques, groepsverzekeringen en andere fiscaalvriendelijke vormen van alternatieve verloning. Zelfs huurinkomsten en opbrengsten uit beleggingen tellen mee. Een hele opdracht om al deze ‘middelen’ correct te bepalen. Een correcte analyse van loonbrieven en aanslagbiljetten én kennis van gezinsfiscaliteit en kinderbijslagregeling zijn de voorwaarden. En daar loop het vaak mis. Het ontbreekt zelfs professionelen aan de nodige praktische kennis. Hoe geraakt een ouder er dan nog aan uit?

Inkomsten na de scheiding bepalen de onderhoudsbijdrage

De problemen beginnen al bij de eerste stap: het netto inkomen van elke ouder bepalen. De Gezinsbond benadrukt al jaren dat onderhoudsbijdragen berekenen, moet gebeuren op basis van de inkomenssituatie ná de scheiding. De fiscale regels kunnen het netto inkomen én dus ook de inkomensverdeling wijzigen. Dat is zo voor het fiscaal voordeel voor kinderen ten laste. Meestal zijn de kinderen vóór de scheiding fiscaal ten laste bij de vader en erna bij de moeder.

De ouder die de kinderen fiscaal ten laste heeft, betaalt minder belastingen. Dat voordeel kunnen ze grotendeels verrekenen via een korting op de bedrijfsvoorheffing, die elke maand van hun loon wordt afgehouden als voorschot op de personenbelasting. Als de kinderen na de scheiding fiscaal ten laste zijn bij een andere ouder, verschuift deze gezinskorting op de bedrijfsvoorheffing van de ene naar de andere ouder. De hele inkomenssituatie wijzigt dan, dus ook de draagkracht van beide ouders. We tonen dit aan met een cijfervoorbeeld.

Vóór de scheiding: vader en moeder wonen feitelijk samen en verdienen elk 2.000 euro bruto of 1.738,60 euro belastbaar. De 3 kinderen zijn fiscaal ten laste bij de vader. Daarvoor krijgt hij een maandelijkse gezinskorting: 248 euro voor 3 kinderen én 34 euro als alleenstaande ouder. Netto verdient vader daardoor 1.732,24 euro en moeder 1.450,24 euro. Inkomensverdeling: vader 54,5%; moeder 45,5% . Vader moet dus 20% meer bijdragen in de opvoedingskosten van de kinderen. Het koppel krijgt maandelijks 605,29 euro kinderbijslag.

Na de scheiding: moeder neemt haar 3 kinderen fiscaal ten laste waardoor zij de gezinskorting van 282 euro krijgt. Moeder verdient daardoor netto 1.732,24 euro en vader 1.450,24 euro. De inkomensverdeling wijzigt dan als volgt: vader 45,5%; moeder 54,5%. Vermits de moeder nu alleenstaande ouder is, krijgt ze via de eenoudertoeslag 124 euro meer kinderbijslag. De gewijzigde inkomenssituatie én de hogere kinderbijslag zullen de onderhoudsbijdrage zeker beïnvloeden. Nu zal moeder 20 % meer moeten bijdragen in de opvoedingskosten van de kinderen.

Helaas gaan de meeste berekeningen uit van de loonbrieven, die vaak nog geen rekening houden met de fiscale situatie ná de scheiding en met de eventuele eenoudertoeslag in de kinderbijslag voor moeders met een laag inkomen (minder dan 2.385,18 euro belastbaar per maand). Behalve als het koppel al enige tijd feitelijk gescheiden leeft én als beide ouders aan hun werkgevers gevraagd hebben om de bedrijfsvoorheffing aan te passen.

Ook buitengewone kosten verdeel je volgens inkomen

Een ander pijnpunt zijn de buitengewone kosten, dat zijn de kosten die eerder uitzonderlijk en onvoorzienbaar zijn. Nog te vaak stellen we vast dat ouders die in hun akkoord gelijk verdelen. Nog erger: rechters doen dit ook in hun vonnis. Dat gaat regelrecht in tegen de wet, die bepaalt dat elke ouder zijn bijdrage in de gewone én de buitengewone kosten moet dragen volgens zijn aandeel in de samengevoegde middelen. Als we rechters daar op aanspreken, argumenteren ze dat de ouders zelf een gelijke verdeling vragen. Volgens ons kennen ouders onvoldoende de wettelijke bepalingen en denken ze dat een gelijke verdeling van die buitengewone kosten het meest rechtvaardig is. Een rijopleiding is zo’n buitengewone kost, die kan oplopen tot 1.200 euro. Dan is het toch absurd dat moeder met haar netto inkomen van 1.000 euro per maand de helft moet betalen als vader drie keer meer verdient!

Onderhoudsbijdragen wanneer het kind evenveel bij vader als moeder verblijft

Ook bij een gelijkmatige huisvesting is er een onderhoudsplichtige. Op het eerste zicht is het misschien billijk dat elke ouder evenveel bijdraagt in de opvoedingskost wanneer hun kinderen evenveel bij vader en moeder verblijven, maar die redenering klopt niet. Bij elk relevant inkomensverschil moet er een onderhoudsbijdrage berekend worden.

Een objectieve berekening van onderhoudsbijdragen bepalen bij wet

Gelukkig is ondertussen de langverwachte Commissie Onderhoudsbijdragen actief. Deze commissie moet aanbevelingen formuleren om de kosten van kinderen te begroten én om de bijdrage van elke ouder objectief te bepalen.

Met zijn jarenlange ervaring in het berekenen van kosten van kinderen en onderhoudsbijdragen heeft de Gezinsbond een zetel binnen de Commissie kunnen bemachtigen. Wij zullen aandringen op wetteksten waarin uitdrukkelijk staat dat de gezinsfiscaliteit en de kinderbijslag ná de scheiding moeten verwerkt worden in het rekenwerk en dat ook de buitengewone kosten volgens inkomen moeten verdeeld worden. Bovendien beschikt de Gezinsbond zelf over een instrument dat op een objectieve wijze onderhoudsbijdragen voor kinderen berekent en kan dienen als toonbeeld voor een standaardmethode.

Duidelijke richtlijnen in de wetteksten en een standaardmethode staan garant voor meer rechtszekerheid voor gescheiden ouders, méér objectieve onderhoudsbijdragen voor kinderen en een lager armoederisico bij eenoudergezinnen. Waar wacht Justitie nog op?


Eén op vier daders van partnergeweld is vrouw

De Standaard – 17 september 2016

Er wordt zelden over gepraat, maar ook mannen zijn geregeld het slachtoffer van partnergeweld. Vaak gaat het om een interactie binnen het koppel waarbij elk zijn eigen wapens kiest.
Volgens een pas gepubliceerd rapport van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie is in één op de vier aangiftes van partnergeweld de dader een vrouw.

Het onderzoeksrapport baseert zich op aangiftes uit 2010, maar uit de recente criminaliteitsstatistieken blijkt dat het aantal ongeveer hetzelfde blijft. In 2014 registreerde de federale politie 40.150 aangiftes van partnergeweld, in 26 procent van de aangiftes was de pleger een vrouw.

Treiteren, vernederen

Vaak gaat het om wederkerig geweld, waarbij zowel man als vrouw als dader geregistreerd wordt. Volgens het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) wordt bij 38 procent van de vrouwen die beschuldigd worden van partnergeweld, ook hun partner verdacht.

‘Partnergeweld is bijna altijd een interactie tussen twee mensen’, zegt Guy Van Der Vurst, teambegeleider partnergeweld bij het CAW Oost-Vlaanderen. ‘Het is zelden één partner die het geweld incasseert, veel vaker is er een wisselwerking van geweld waarbij elk zijn eigen wapens gebruikt.’

Mannen doen vaker een beroep op fysiek geweld, terwijl vrouwen eerder een psychologische strijd zullen voeren. Typische voorbeelden zijn treiteren, vernederen of het constant uitmaken van hun partner.

Blauwe plekken

Toch gebruiken vrouwen ook fysiek geweld. Volgens het rapport van het NICC gaat 45 procent van de feiten die bij het parket terechtkomen (en die gepleegd zijn door vrouwen), over slagen en verwondingen. Daarbij wordt niet gespecificeerd hoe ernstig de verwondingen zijn.

Hoeveel vrouwen er veroordeeld worden wegens fysiek geweld, is niet bekend. ‘Op zich is het logisch dat de feiten die bij het parket terechtkomen, vooral over fysiek geweld gaan’, zegt Marijke Weewauters. ‘Psychisch geweld is veel moeilijker te bewijzen dan blauwe plekken.’


Experts willen ouders mee op medisch onderzoek

Nieuwsblad – 14 september 2016

De medische onderzoeken van schoolgaande kinderen gaan op de schop. In een advies aan het Agentschap Zorg en Gezondheid pleiten experts voor minder onderzoeken, de aanwezigheid van ouders en meer aandacht voor de mentale gezondheid van kinderen. De ministers van Welzijn en Onderwijs, Jo Vandeurzen en Hilde Crevits (CD&V), zeggen rekening te houden met de belangrijkste conclusies.
In je onderbroek tussen de andere leerlingen in de wachtzaal zitten van het CLB tot het jouw beurt is om in een potje te plassen bij de dokter. Wie terugdenkt aan de medische onderzoeken op school, wordt daar doorgaans niet vrolijk van. Maar daar komt wellicht verandering in, want de onderzoeken worden hervormd. Het Agentschap Zorg en Gezondheid won daarvoor advies in bij de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging Jeugdgezondheidszorg (VWVJ).

“De medische onderzoeken moeten meer inspelen op de huidige maatschappelijke uitdagingen”, zegt Katelijne Van Hoeck van de VWVJ. “De mentale gezondheid van leerlingen is daar één van. Daarom willen we dat de CLB’s ook aandacht hebben voor de psychologische en sociale ontwikkeling van kinderen.”

Enkel op cruciale momenten

De CLB’s behouden wel hun taak om bijvoorbeeld het gehoor te testen. Maar daarnaast zouden ze meer in gesprek moeten gaan met de kinderen én met de ouders. De VWVJ wil dat die laatsten op drie van de onderzoeken aanwezig zijn. Niet dat ouders verlof moeten nemen: de CLB’s zouden de onderzoeken na de werkuren kunnen houden. “Zo kan het CLB beter signalen opvangen als er iets fout dreigt te lopen. De medewerkers kunnen ook opvoedingsadvies geven aan de ouders, hoe ze bijvoorbeeld moeten omgaan met puberende jongeren”, zegt Van Hoeck.

De VWVJ wil ook evolueren naar minder medische onderzoeken. “Van zeven nu, naar vier of vijf op cruciale overgangen in de ontwikkeling van kinderen”, zegt Van Hoeck. “Meer onderzoeken zijn eigenlijk niet nodig.”

Verplicht?

De aanpassing van de onderzoeken past binnen een bredere hervorming van de leerlingenbegeleiding die op 1 september 2018 in werking treedt. Het basisdocument van de VWVJ wordt nu besproken binnen de sector en de Vlaamse overheid. De ministers van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) en van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) zeggen alvast rekening te houden met de belangrijkste conclusies.

En ook Stefan Grielens, directeur van de vrije CLB’s, staat voor het grootste deel achter het advies. “Maar hoe we dat psychosociale aspect moeten invullen, daar zijn we nog niet uit. Wij vinden dat de leraren het best geplaatst zijn om zulke problemen op te sporen.”

Ook de vraag of de onderzoeken verplicht moeten blijven, ligt op tafel. Maar die zal wellicht niet meteen beantwoord worden.


Deeltijds werken verhoogt vaak tijdsdruk bij vrouwen

Deredactie.be – 14 september 2016

Deeltijds werken om een beter evenwicht te vinden tussen werk en gezin is voor vrouwen vaak geen oplossing. Dat blijkt uit een studie van de VUB in opdracht van het Centrum voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen waarover Het Nieuwblad vandaag bericht.
Als vrouwen deeltijds gaan werken, ervaren ze vaak nog meer tijdsdruk dan wanneer ze een fulltime job hebben omdat ze er dan vaak ook het hele huishouden nog bijnemen. Dat is de conclusie van een onderzoek waarvoor 5.559 Belgen ondervraagd werden.

“We zouden verwachten dat dat een strategie is om werk en gezin te combineren”, legt onderzoeker Theun Pieter van Tienoven uit op Studio Brussel. “Uit het onderzoek blijkt dat als we vragen aan vrouwen en mannen om aan te geven in welke mate ze tijdsdruk ervaren, we zien dat die bij vrouwen die deeltijds werken veel hoger ligt dan bij vrouwen die voltijds werken. We zien dat op het moment dat een vrouw deeltijds werkt en een man voltijds werkt en er jonge kinderen zijn, het gevoel van stress bij vrouwen omhoog gaat en bij mannen omlaag.”

Gaat de man er dan van uit dat de vrouw er op dat moment zijn huishoudelijke taken ook bij neemt? “Ik vrees ergens van wel”, zegt Van Tienoven. “Wanneer de vrouw bewust die keuze maken, geeft het de man in het gezin een hele legitieme reden om te zeggen: dan blijf ik gewoon mijn traditionele rol vervullen en dan neem jij het huishoudelijke werk er maar bij.”

Door nieuwe regeling lijkt het er dus op dat we opnieuw in oude rollenpatroon terechtkomen. “Uit het onderzoek blijkt dat er nog weinig nieuwe mannen te vinden zijn. Het rollenpatroon lijkt onveranderd en is nog altijd sterk traditioneel.”

Toch blijkt dat ook mannen op zoek gaan naar manieren om de zorg voor de kinderen en het huishouden op zich te nemen. Zo steeg het aantal mannen die ouderschapsverlof opnamen van 3.600 in 2004 naar meer dan 18.000 in 2015. Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen pleit er dan ook voor om de bestaande verlofstelsels te evalueren. Het is belangrijk dat ouderschaps- en andere zorgverloven nog meer op maat kunnen opgenomen worden. Zo moet het volgens hen mogelijk zijn om verloven per halve dag op te nemen, verlofdagen om te zetten naar verlofuren of om zorgverloven per maand of zelfs per week op te kunnen nemen.


Hoe een kindrekening discussies tussen ouders kan vermijden

Moneytalk – 6 september 2016

Eén van de klassieke twistpunten tussen ouders die uiteengaan betreft de verdeling van de kosten die verband houden met de kinderen. Door te werken met een kindrekening kunnen zo’n discussies soms vermeden worden.

Ouders die niet meer samenleven kunnen werken met een kindrekening om de kosten met betrekking tot de kinderen te betalen. Wat houdt zo’n rekening precies in en hoe kan je daarmee werken?

Wat is het?

Een kindrekening is een rekening die wordt afgesloten bij een bank of financiële instelling. Ze staat op naam van de beide ouders. De gelden die erop staan zijn bestemd om de verblijfoverstijgende kosten van de kinderen te betalen. Denk daarbij bijvoorbeeld maar aan schoolkosten, medische kosten en diens meer. Beide ouders hebben volmacht op de rekening en kunnen er betalingen mee doen. Ze kunnen ook de evolutie van de rekeningstand zien.

Je kan het overeenkomen

Als ouders kan je overeenkomen te werken met zo’n kindrekening. Maak daarbij goede afspraken van welke kosten er juist van kunnen worden betaald. Spreek tevens af hoe er geld op de rekening komt (wie betaalt hoeveel), of de kinderbijslag er al dan niet op wordt gestort enz. Zorg er tevens voor dat er geen cashafhalingen gebeuren.

De rechter kan het opleggen

De rechter kan de ouders verplichten te werken met een kindrekening als één van de ouders dat vraagt. De rechter zal dan onder andere bepalen hoeveel beide ouders moeten bijdragen in de kosten (in welke verhouding zij stortingen moeten doen op de rekening), voor welke kosten de ouders de rekening kunnen raadplegen, hoe het toezicht op de uitgaven moet gebeuren en diens meer.


Niet-betaalde alimentatie geen prioriteit voor gerecht

De Standaard – 5 september 2016

Elke dag komen bij de parketten in ons land zeven klachten binnen over ouders die na een scheiding niet of te weinig bijdragen voor de opvoeding van hun kinderen. ‘Dat wijst op een mentaliteit die scheef zit’, vindt N-VA-kamerlid Goedele Uyttersprot.
‘Het is alarmerend dat er zoveel klachten blijven binnenkomen over mensen die hun onderhoudsgeld niet betalen’, stelt Uyttersprot. ‘De overeenkomst over de alimentatie is één van de meest fundamentele afspraken na een echtscheiding waarbij kinderen zijn betrokken, want het gaat net over het belang van het kind. Het zou voor de onderhoudsplichtige net de eerste uitgave moeten zijn. Wanneer iemand de alimentatie niet betaalt, leidt dat snel tot problemen voor de ouder bij wie het kind opgroeit.’

Seponeren of niet doorgaan met klacht

Uit cijfers die Uyttersprot opvroeg bij minister van Justitie Koen Geens (CD&V) blijkt dat over vijf jaar tijd (2010-2014) 11.245 klachten over de niet-betaling van onderhoudsgeld binnenkwamen bij de parketten. Wat gebeurde met die klachten? In meer dan de helft van de gevallen (6.420 keer) leidde het tot een seponering. Vaak gebeurde dat ‘om technische redenen’: het parket vindt onvoldoende bewijzen of is van oordeel dat er geen sprake is van een misdrijf (2.289 keer).

Maar veel vaker beslist het parket om niet door te gaan met de klacht omdat het zelf vindt dat het niet noodzakelijk is: een strafvordering is volgens het parket overdreven in verhouding tot de maatschappelijke impact van het misdrijf, of het openbaar ministerie heeft simpelweg andere prioriteiten.

Mentaliteitswijzing

‘Als de persoon die recht heeft op die centen daarin de steun krijgt van het parket en de politie, zou dat een mentaliteitswijziging met zich mee kunnen brengen. Nu gebeurt dat te weinig. Het aantal dagvaardingen is bijna te verwaarlozen. Dat waren er over vijf jaar 771’, aldus Uyttersprot.

‘Wij pleiten voor meer samenwerking tussen de magistraten van Jeugd en Gezin, de magistraten belast met het strafdossier en een stroomlijning met de burgerlijke procedure’, zegt minister van Justitie Koen Geens.

Ook de bemiddeling tussen de partijen wordt gepromoot.


De grijze scheiding: vaak zijn het vrouwen die stap zetten om uit elkaar te gaan

Knack – 3 september 2016

Scheiden doet lijden. En de groeiende groep 55-plussers die uit elkaar gaan, lijdt vaak extra hard. ‘Het vraagt veel flexibiliteit om uit je vertrouwde leven te stappen en helemaal opnieuw te beginnen.’

‘Aan de slag nu. Je mag dan wel grijs zijn – je bent niet dom, en ook nog niet dood.’ Het boek De (betere) grijze scheiding (EPO) windt er geen doekjes om. Scheiden is lastig, maar je neemt maar beter de touwtjes in handen. Ja, ook als je 50, 60, 70 of zelfs 80 bent. De oudste cliënten die Wills Langedijk, advocate en bemiddelaar, ooit over de vloer kreeg, waren een eind voorbij de tachtig. ‘Ze hadden hun zoon meegebracht, en die heeft zeer goed werk geleverd. Hij wilde zeker zijn dat zijn beide ouders goed uit de scheiding zouden komen.’

Langedijk maakte zich steeds meer zorgen over die groeiende groep grijze scheiders. ‘Ik zag veel leed, zowel emotioneel als financieel. Het is een heel specifieke doelgroep, met aparte noden. En toch vind je er geen enkel boek over.’ Dus besloot ze dat zelf te schrijven, samen met financieel expert Rik Smit. Het staat vol getuigenissen en anekdotes. Zoals het verhaal van twee negentigers die eindelijk willen scheiden: ze hebben gewacht tot de kinderen dood waren. Langedijk grinnikt. ‘Die hebben we verzonnen. Maar de realiteit is helaas schrijnend genoeg. Vanmorgen kreeg ik nog een koppel vijftigers over de vloer. De man had een ernstige ziekte en was heel bang om alleen te sterven. Zijn vrouw had het er ook heel moeilijk mee, maar wilde toch voor haar eigen leven kiezen.’


Belgische vader vindt ontvoerde zoon na acht jaar terug in Israël

De Standaard – 2 september 2016

Na een zoektocht van acht jaar zal Vincent Georis zijn zoon Solal dit weekend terugzien. De Frans-Israëlische ex-vrouw van Georis had de toen negenjarige jongen acht jaar geleden ontvoerd. Ze hield hem al die tijd verborgen in Israël. Na verschillende juridische procedures en veel diplomatiek werk lijkt de zaak nu opgelost.

Georis had in ons land, in Frankrijk en in Israël procedures aangespannen om zijn zoon terug te krijgen. Hij won rechtszaken, maar zijn ex-vrouw weigerde te zeggen waar de zoon verborgen gehouden werd. Ook de Belgische diplomatie werd ingeschakeld.

Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders kaartte de zaak verschillende keren aan bij zijn Israëlische gesprekspartners. Ook eerste minister Charles Michel heeft het over Solal gehad met de Israëlische president, toen die in ons land op bezoek was.

Het Centre Communautaire Laïc Juif (CCLJ) zegt vrijdag, op basis van de Israëlische pers, dat de zaak opgelost lijkt. Solal Georis zou zich in Jeruzalem bij de politie hebben gemeld met de vraag om in contact te kunnen komen met zijn vader. Die zou zijn zoon dit weekend al zien.


1 op 7 ouders maakt zich voortdurend zorgen als kind onderweg is naar school

Het Laatste Nieuws – 2 september 2016

Ruim 85% van de ouders maakt zich al eens zorgen als zoon- of dochterlief onderweg is van of naar school. Liefst één op zeven leeft zelfs elke ochtend en avond in angst. Dat blijkt uit een enquête met meer dan 13.000 deelnemers in het kader van het Grote Verkeersonderzoek van Het Laatste Nieuws in samenwerking met de Vlaamse overheid.

Eén slachtoffer op zes is een kind. En in bijna 4 gevallen op 10 is dat kind onderweg van of naar school. Bijna een kwart van de jonge slachtoffers valt trouwens in de eerste twee maanden van het schooljaar te betreuren.

Toch heeft één op de vijf ouders zijn kinderen nooit voorbereid om zelfstandig naar school te gaan. De kinderen moeten dan volop rekenen op begeleiding van familie, leraars en verkeersouders.

Dat zijn slechts enkele van de conclusies uit het Grote Verkeersonderzoek bij ruim 13.000 lezers, in samenwerking met de Vlaamse overheid.


Traject naar huis voor scholieren veel gevaarlijker dan de weg naar school

Deredactie.be – 30 augustus 2016

Ongevallen met kinderen onderweg naar school doen zich veel vaker voor op vrijdagavond dan op maandagochtend. ‘s Avonds gebeuren er gevoelig meer ongevallen dan ‘s ochtends, besluit het BIVV uit cijfers van de voorbije vijf jaar. Daags voor het nieuwe schooljaar geeft het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid tips voor veilig schoolverkeer.
Het BIVV bestudeerde de ongevallenstatistieken van 2011 tot en met 2015. Het verschil tussen maandagochtenden (303 slachtoffers) en vrijdagavonden (515 slachtoffers) is opmerkelijk. Het aantal slachtoffers in het schoolverkeer stijgt met de dag, naarmate de week vordert. Tegen de 515 op vrijdagavond vielen immers “slechts” 432 schoolgaande slachtoffers op de maandagavonden.

Bovendien blijkt de weg terug van school gevaarlijker dan die naar school. Op weg naar huis waren telkens minstens de helft meer kinderen betrokken bij een letselongeval. De vermoeidheid en het enthousiasme over het einde van de schooldag spelen daarbij zeker een rol, aldus het BIVV. Ook op woensdagmiddag is het risico op ongevallen groter. Dat verlaten alle leerlingen min of meer op hetzelfde moment hun school.

De aard van de ongevallen verschilt wel in de verschillende gewesten. In Wallonië vallen meer slachtoffers als passagier in de wagen (32 procent), in Brussel meer voetgangers (54 procent) en in Vlaanderen meer fietsers (47 procent).

“Klik iedereen vast”

Ander opvallend cijfer: één op de acht kinderen (12 procent) draagt volgens het BIVV geen gordel op weg van en naar school. Slechts 29 procent is volledig correct vastgeklikt in de wagen, dus ook met het juiste kinderzitje. Voor langere afstanden – bijvoorbeeld op weg naar een hobby- of sportclub – is 7 tot 8 procent van de kinderen helemaal niet vastgeklikt.

“Klik iedereen vast”, zo luidt dan ook de eerste tip van het BIVV bij de start van het nieuwe schooljaar. Het instituut wijst daarnaast op het belang van aangepaste snelheid én correct parkeergedrag, zodat overstekende kinderen het verkeer correct kunnen inschatten.

Tips van het BIVV

Steek over op de juiste plek
Draag geen oortjes bij het oversteken
Draag een helm op de fiets
Loop niet op straat


Steeds vaker twee leerkrachten voor één klas

De Standaard – 30 augustus 2016

Het ziet er sterk naar uit dat ‘co-teaching’ dé trend wordt van het komende schooljaar, schrijft onderwijstijdschrift Klasse. Daarvoor worden alvast 420 leerkrachten ingeschakeld die vrijkomen in het buitengewoon onderwijs.

De evolutie waarbij steeds vaker twee leerkrachten verantwoordelijk zijn voor één klas, is grotendeels een gevolg van het M-decreet. Dat heeft tot doel om zo veel mogelijk kinderen die nu les volgen in het buitengewoon onderwijs, over te plaatsen naar het gewoon onderwijs.

Minder kinderen in het buitengewoon onderwijs betekent natuurlijk dat daar minder personeel nodig is. Die ‘overbodige’ krachten kunnen ingezet worden in het gewoon onderwijs. Voor dit schooljaar gaat het om 420 mensen: 370 voor het basisonderwijs en 50 voor het middelbaar. Het gaat vooral om leerkrachten, maar ook om logopedisten, kinesisten en orthopedagogen. Velen van hen zullen een klas gaan delen met leerkrachten die nu al in het gewoon onderwijs lesgeven.


Zo verwerk je een gebroken hart na een scheiding

Het Belang van Limburg – 29 augustus 2016

Na vijf jaar huwelijk gingen de Britse Sara Davison en haar man uit elkaar, maar de scheiding verliep allesbehalve vlot. Toch heeft ze een manier gevonden om de zaak heel praktisch aan te pakken en die tips bundelt ze nu in een boek: ‘Uncoupling: How To Survive And Thrive After Break-up And Divorce’.
Toen Sara de lade van haar nachtkastje opende, trof ze een doosje met contactlenzen aan. De vrouw draagt geen lenzen, haar man ook niet. Ze deed de lade weer dicht en hield de informatie een tijd lang voor zich, ook al wist ze op dat moment al dat er iets zou gaan veranderen in haar leven. Zes weken erna confronteerde ze hem met wat ze had gevonden en toen heeft hij haar hart echt gebroken. “Ik dacht even dat mijn leven voorbij was. De breuk was hard, heel complex omdat we samen een zaak runnen en er waren tal van incidenten die me bijna hebben gekraakt. Het was moeilijk om te beseffen dat mijn man plots een vreemde was”, zegt Sara in een interview met The Daily Mail.

Uit haar eigen miserie is ook iets positiefs gekomen: ze is professioneel actief als scheidingscoach en heeft net een boek uit met haar eigen ervaringen in de vorm van tips voor mensen die door hetzelfde moeten.

Laat zijn affaire los

“Of je nu samenblijft of uit elkaar gaat: haat knaagt aan je. Je kan pas opnieuw beginnen – samen of alleen – als je het loslaat. Dat vergt tijd. Beseffen dat je partner niet is wie je dacht, kan je vooruit helpen.”

Ken je vrienden

“Sommige professionelen zullen je leven binnenwandelen, denk aan een advocaat een financieel adviseur en misschien een therapeut. Ook je bestaande vrienden zullen een belangrijke rol krijgen in je leven, maar weet dat sommigen zullen doordrammen over de scheiding. Probeer je te omringen met steunende mensen en vrienden die je helpen om een nieuwe focus te zoeken. Dele geen intieme info met kennissen.”

Zoek een positief kantje

“In het begin is het bijzonder moeilijk om een positieve kant te zien aan je scheiding. Je kan jezelf daarin trainen: denk aan een slechte situatie en doe je uiterste best om het voordeel ervan in te zien. Focus je een halve minuut op dat positieve en schrijf het op een briefje. Kleef dat briefje op een plek waar je dagelijks een paar keer passeert.”

Kick af van je ex

“Maak een lijst op met de zaken die in je huwelijk niet liepen zoals je wou en je ronduit ongelukkig maakten. Schrijf er ook bij welke situaties je nooit meer wil meemaken in een nieuwe relatie. Besef dat de persoon op wie je verliefd werd niet meer bestaat en spreek zijn naam niet meer uit. Tenzij je kinderen hebt, hoef je hem ook nooit meer te zien. Is contact toch onvermijdelijk, benader hem dan via je notaris en laat je vooral niet gaan op sociale media of aan de telefoon.”

Wees vriendelijk zonder meer

“Denk je dat je ex op hetzelfde evenement zal zijn als jij? Bereid je dan alvast in je hoofd voor op de situatie. Maak je mooi en wees vriendelijk. Lach en vraag hoe het met hem of haar gaat, maar voel je niet verplicht om te blijven praten. Dit geldt ook voor als je hem onverwachts tegenkomt. Zo ben je altijd de sterkste partij.”

Maak een break-up bucket list

“Wat wil je doen in je leven, maar kon tot voor kort niet omdat je ex er geen zin of interesse in had? Schrijf het op en werk puntje per puntje af . Misschien wil je al lang een strandvakantie boeken maar kon dat niet omdat hij geen strandtype is.”

Zie een mooie toekomst

“Veel mensen zijn er kapot van als hun ex een relatie begint met iemand anders. Hier is het de kunst om je aandacht niet op hem te vestigen, maar op je eigen toekomst vol mooie kansen. Als je een positief toekomstbeeld voor jezelf kan vormen, dan zal je de ontwikkelingen in zijn nieuwe leven beter kunnen plaatsen.”

Date als therapie

Zelf daten kan moeilijk zijn omdat het de pijnpunten van je vorige relatie misschien blootlegt, maar het is ook een goede manier om jezelf in de goede richting te duwen. Het helpt je om te weten wat je wil en absoluut niet meer wil in een nieuwe relatie. Waag de sprong, maar baken je grenzen af en beloof aan jezelf om geen uitzonderingen te maken. Dan krijg je op een dag een goede match.

Extra tips om opnieuw te beginnen en de geïsoleerde karaktertrekken te tonen:

– Ga via een andere weg naar je werk

– Ga boodschappen doen in een andere supermarkt

– Richt je huis anders in, dan verdwijnt ‘jullie’ interieur

– Ga voor een nieuw kapsel en koop de kleren die je wil, maar die hij niet graag zag


Aantal zittenblijvers blijft gestaag dalen

Deredactie.be – 27 augustus 2016

Het aantal leerlingen dat zijn jaar moest overdoen is vorig schooljaar opnieuw gedaald. Dat blijkt uit cijfers van Onderwijsminister Crevits. In het lager en middelbaar onderwijs samen waren er zo’n 1.900 zittenblijvers minder dan het jaar voordien. Een goede evolutie, al deden toch nog ruim 25.000 kinderen en jongeren hun jaar over in 2015-2016.
De dalende tendens in het aantal zittenblijvers tekent zich al enkele schooljaren af. In het basisonderwijs doet zich al even een daling voor van om en bij de 2%, in het middelbaar zelfs van ruim 4%. Een goede zaak, vertelt Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) aan de vooravond van het nieuwe schooljaar.

“Zittenblijven leidt zelden tot betere schoolresultaten. De kans dat jongeren na zo’n jaar gaan spijbelen of vroegtijdig de school verlaten is bijzonder groot. Het is dus een zeer goede zaak dat scholen minder laten zittenblijven”, aldus Crevits.

“Ik vind het prima dat scholen het eindoordeel over een leerling zelfs even uitstellen, en jongeren nog een tweede kans geven om zich te bewijzen tijdens de zomermaanden. Met een bijkomend herexamen, bijvoorbeeld. Want 17.000 studenten secundair die hun jaar overdoen na een C-attest: dat zijn er nog steeds veel.”
Bewerk bericht


Echtscheidingen pieken na zomer- en wintervakantie

Deredactie.be – 24 augustus 2016

Getrouwde koppels die de echtscheiding aanvragen, doen dat opvallend vaker in maart en in augustus dan op andere momenten in het jaar. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek. Vakantieperiodes zouden er voor iets tussen zitten.
Wat zijn de effecten van de economische crisis op de stabiliteit van huwelijken? Met die vraag analyseerden sociologen Julie Brines en Brian Serafini van de universiteit van Washington echtscheidingsaanvragen in de Amerikaanse staat Washington tussen 2001 en 2015.

Uiteindelijk heeft hun onderzoek tot een andere conclusie geleid: getrouwde koppels die de echtscheiding aanvragen, doen dat vooral in maart en augustus. Dat zijn maanden die volgen op vakantieperiodes en dat is volgens de onderzoekers geen toeval.

Verwachtingen versus stress

Tijdens de winter- of zomervakantie zelf de echtscheiding aanvragen, vinden veel koppels taboe. Integendeel: volgens Brines en Serafini kijken veel echtparen uit naar die vakantieperiodes om hun relatie een nieuw elan te geven. “Het zijn periodes vol verwachtingen en kansen voor een nieuw begin”, zegt Brines.

In realiteit zijn vakantieperiodes vaak emotioneel geladen en stresserend en stellen ze breuklijnen binnen huwelijken scherper. Volgens Brines en Serafini is het hierdoor geen toeval dat het aantal echtscheidingsaanvragen nadien piekt.

Tijdsdruk

Wat verklaart dan het verschil tussen de piek in augustus (meteen na de vakantie) en die in maart (enkele maanden na de vakantie)? In augustus is de druk volgens Brines en Serafini groter. Het nieuwe schooljaar staat voor de deur en ouders willen de aanvraag achter de rug hebben nog voor hun kinderen weer naar school gaan, zo menen ze.

Na de wintervakantie speelt die tijdsdruk minder. Koppels nemen dan meer de tijd om hun financiën uit te pluizen, een advocaat te vinden of gewoon om de moed te vergaren om de stap richting een echtscheiding effectief te zetten.

Hoederecht

Bij wijze van bijkomende controle op het verband tussen vakanties en echtscheidingsaanvragen, vroegen Brines en Serafini zich af of ook andere “persoonsgebonden” aanvragen bij de rechtbank dit patroon volgen. Dat blijkt het geval. Zo pieken aanvragen in verband met het hoederecht over de kinderen eveneens in maart en augustus, terwijl aanvragen over materiële zaken zoals de verdeling van bezittingen een ander patroon volgen.

Intussen analyseren Brines en Serafini ook in vier andere Amerikaanse staten de echtscheidingsaanvragen, meer bepaald in Ohio, Minnesota, Florida en Arizona. Hoewel die staten uiteenlopende economische en demografische achtergronden hebben, geven de eerste resultaten aan dat de aanvragen ook daar pieken in maart en augustus.


Deze leerkracht besloot dit jaar alvast geen huiswerk te geven

Nieuwsblad – 24 augustus 2016

De leerlingen van deze leerkracht wacht alvast een leuk schooljaar. De vrouw besloot namelijk dat ze haar leerlingen dit jaar geen huiswerk zal meegeven. Een ouder zette de brief van de leerkracht online, waarna die duizenden keren gedeeld werd.
“Na veel onderzoek deze zomer, ga ik iets nieuws proberen,” schrijft de leerkracht van de lagere school in een brief naar de ouders. “Huiswerk zal enkel bestaan uit werk dat je kind niet afmaakte tijdens de schooldag. Er zal geen formeel opgelegd huiswerk zijn dit jaar.”

“Onderzoek kan niet uitwijzen dat huiswerk de prestaties van leerlingen verbetert. In de plaats daarvan vraag ik dat je de avond vult met activiteiten waarvan wel bewezen is dat ze bijdragen aan succes. Eet samen als een familie, lees samen, ga buitenspelen en zorg dat je kind op tijd gaat slapen”, gaat de brief verder.

Samantha Gallagher, een van de ouders die de brief ontving, postte hem meteen op Facebook. Uit de vele reacties mag blijken dat heel wat ouders zich wel kunnen vinden in de aanpak van de leerkracht. “Het is zo fantastisch omdat het toont hoeveel ouders en leerkrachten dit soort beleid zouden ondersteunen”, schreef iemand. “Het maakt van tijd doorbrengen met de familie en activiteit een prioriteit! Volgens mij is 8 uur per dag school voor kinderen van die leeftijd genoeg.”

Gallagher zegt alvast erg opgezet te zijn met het voornemen van de leerkracht. “We zijn zo blij dat onze dochter aan het einde van een lange dag gewoon naar huis zal kunnen komen en ontspannen en kind zijn… Buitenspelen, nieuwe vrienden maken, meer tijd doorbrengen als familie.”

De leerkracht in kwestie, Brandy Young, vertelde dat haar studenten al de hele dag hard werken. “Als ze naar huis gaan zijn er andere dingen die ze daar moeten leren. Ik probeer hun hele persoon te ontwikkelen, het is niet goed om naar huis te gaan en papierwerk te moeten doen.”

Volgens het Amerikaanse Center for Public Education is huiswerk geen strategie die voor alle kinderen werkt. “Omwille van de mogelijke negatieve effecten waarbij de motivatie en interesse van leerlingen verminderen, en zo direct hun prestaties hinderen, moet huiswerk rechtvaardig en met mate opgelegd worden.”

Hoewel hij geen beloftes wil doen naar de toekomst toe, is ook de directeur van de school positief over het experiment. “We zeggen niet dat we nooit nog huiswerk gaan geven, maar we gaan het niet meer opleggen enkel om het op te leggen. We willen onze kinderen engageren en hun passies doen ontdekken, niet vervelen met werk waarvan ze zien dat het weinig waarde heeft.”


‘Laat kinderen toch de vrijheid om te verdwalen’

Knack – 23 augustus 2016

Door de wijk dolen, een kamp maken in een hoge boom, tennissen in het midden van de straat. Nogal wat kinderen mogen dat niet meer. Veel te link en ontzettend vervelend voor de buren. ‘We lijken te vergeten dat kinderen geen volwassenen zijn die een beetje kort zijn uitgevallen’, schrijft Knack-redactrice Ann Peuteman ‘Zelfs tijdens de zomermaanden moeten ze zich de hele tijd voorbeeldig gedragen.’

Vroeger leek de zomervakantie eindeloos te duren. Als kind, bedoel ik. Je maakte een kamp in de tuin, speelde op straat met de buurkinderen, organiseerde badmintontornooien op het plein. Hadden je ouders vrij, dan ging je een weekje met ze op vakantie. Anders was je bij oma en opa, bij een tante of een buurvrouw. Veel omkijken hadden ze niet naar je, want je had elke dag wel wilde plannen. En dat mocht ook. Strepen krijten op het asfalt om een voetbalterrein af te bakenen, rolschaatsend de buurt verkennen, met Tupperwares vol proviand en een transistorradio in een tentje kruipen of de hele middag lang dansjes verzinnen op hits uit de top-30. Alles mocht, zolang we maar niet de hele tijd binnen zaten. Zonde van het mooie weer.
Dat er bij al die activiteiten luid werd geroepen, gezongen en gegild, leek niemand te deren. En dat we ons meestal ontiegelijk vuil maakten ook al niet. Eén keer maar floot mijn moeder me onverbiddelijk terug: toen ik met kinderen uit de straat rommeltjes van op zolder aan de buren had gesleten. Voor harde cash. Zonder pardon moest ik al het geld terugbrengen, met gestamelde excuses.

Beeld ik het me allemaal in en heb ik alleen maar een aanval van jeugdnostalgie? Misschien, maar er is toch ook echt iets aan de hand. Er mag eenvoudigweg steeds minder. Kinderen die de buurt bij elkaar gillen als ze elkaar natspatten in het opblaaszwembadje of buitelingen maken op de trampoline? Binnen het half uur heb je een paar misnoegde buren aan de deur. Laat staan dat nog gepikt zou worden dat ze drie tuinen verder kunnen meegenieten van de laatste hits van Ed Sheeran of Adèle. Op straat voetballen of tennissen is dan weer te riskant voor de ramen van de buren en bij het skeeleren kunnen kleuters of bejaarden worden neergemaaid. Wanneer zijn kinderen in godsnaam overlast geworden?

Niet dat dat de enige reden is waarom er tegenwoordig zo weinig kan. Veel ouders zien ook graag dat hun kinderen elk uur van de dag en elke dag van de vakantie constructief invullen. Dus sturen ze hen week na week naar peperdure, maar hoogst verantwoorde sport- of taalkampen. Dan is de kans meteen ook kleiner dat hen iets ergs overkomt. Want stel dat ze in de gracht sukkelen als ze dikkopjes willen vangen? En wat als ze uit hun geïmproviseerde boomhut tuimelen of door een vieze oude man worden meegelokt? Helemaal onterecht is die vrees natuurlijk niet, maar wel behoorlijk overtrokken. ‘Ik zeg mijn zoon altijd dat ik wil dat hij buiten is, beweegt, speelt’, vertrouwde een kennis me onlangs toe. ‘Maar stiekem ben ik veel geruster als hij gewoon binnen zit te gamen, Netflix kijkt of met zijn vrienden chat. Dan weet ik tenminste waar hij is.’

En laat dat nu net zijn wat kinderen niet leuk vinden: dat ma en pa elke seconde van de dag precies weten waar ze zijn. Liever hebben ze het gevoel even helemaal in hun eigen wereld te kunnen verdwijnen, diep verscholen in hun lappenkamp of met de fiets crossend door een duister steegje. Tegenwoordig kunnen ze dat hoogstens nog in de zomermaanden. Tijdens het schooljaar is er huiswerk, de tekenacademie, de muziekschool, voetbaltraining, balletles. En daar worden ze dan in de auto heen gebracht. Geen wonder dat ze in de zomer wel eens willen verdwalen, urenlang alleen maar gieren van het lachen of in het gras rollen tot het groen zo diep in hun kleren zit ingebakken dat het er nooit meer kan worden uitgewassen. Mogen ze zich alsjeblief even wat minder verantwoord gedragen? Uiteindelijk zijn het kinderen, en geen volwassenen die een beetje kort zijn uitgevallen, zoals we steeds vaker lijken te denken.


Fiscaal co-ouderschap nu ook voor meerderjarige kinderen

Knack – 20 augustus 2016

Kinderen kunnen fiscaal slechts ten laste zijn van een van beide ouders. Uitzondering hierop is het fiscaal co-ouderschap. Een nieuwe wet verruimt de toepassing ervan vanaf het inkomstenjaar 2016 tot meerderjarige kinderen.

Kinderen ten laste verhogen de belastingvrije som. Dat is een gedeelte van het belastbaar inkomen dat vrijgesteld wordt van belasting. Hoe meer kinderen ten laste, hoe hoger de belastingvrije som is en hoe minder belastingen er moeten worden betaald. Slechts een van beide ouders kan een kind ten laste nemen. Bij een echtscheiding of een feitelijke scheiding is het dan ook niet mogelijk dat beide ouders de kinderen ten laste nemen.

Fiscaal co-ouderschap vormt een uitzondering op die regel. De co-ouders hebben dan de mogelijkheid de belastingvrije som voor kinderen ten laste onder elkaar te verdelen, zodat ze beiden in verhouding minder belastingen betalen.

Voorwaarden

De fiscale co-ouderschapsregeling is van toepassing voor de gemeenschappelijke kinderen wanneer de volgende drie voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:

Ten eerste: de ouders maken geen deel uit van hetzelfde gezin. Zij mogen met andere woorden niet meer samenleven. Voor de inkomsten behaald in 2016 geldt dan de situatie op 1 januari 2017. Bij de beoordeling van de situatie wordt in de eerste plaats rekening gehouden met een wijziging van de inschrijving in het bevolkingsregister. Maar er kunnen ook andere aanwijzingen zijn dat de ouders niet meer samenwonen. Zo kunnen bijvoorbeeld de buren of de wijkagent verklaren dat de ouders niet meer op hetzelfde adres leven. Het heeft geen belang dat ze feitelijk gescheiden zijn, uit de echt gescheiden zijn, of een verklaring van beëindiging van de wettelijke samenwoning hebben ingediend.

Ten tweede: de huisvesting van de gemeenschappelijke kinderen waarover beide ouders gezamenlijk het ouderlijke gezag uitoefenen, is gelijkmatig verdeeld tussen beide ouders op grond van een geregistreerde of een door de rechter gehomologeerde overeenkomst of een rechterlijke beslissing die voldoet aan een aantal voorwaarden. Zo moet de overeenkomst of de rechterlijke beslissing uitdrukkelijk vermelden dat de huisvesting van de kinderen gelijkmatig is verdeeld. De overeenkomst moet ook vermelden dat de ouders bereid zijn om, voor de kinderen voor wie een gelijkmatig verdeelde huisvesting van toepassing is, de verhogingen van de belastingvrije som voor kinderen ten laste, te delen;

Ten derde: geen van de ouders ontvangt voor die kinderen onderhoudsuitkeringen.

Meerderjarigheid of ontvoogding

De fiscale co-ouderschapsregeling was tot begin augustus slechts van toepassing voor zover de ouders gezamenlijk het ouderlijke gezag over hun gemeenschappelijke kinderen uitoefenden. Volgens het burgerlijk recht staat een kind onder het gezag van zijn ouders tot aan zijn meerderjarigheid of zijn ontvoogding. Aangezien voor meerderjarige en ontvoogde kinderen geen ouderlijk gezag meer geldt en de voorwaarde van de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag dan dus niet meer vervuld is, viel de mogelijkheid tot verdeling van de belastingvrije som voor kinderlast tussen beide ex-partners weg.

Die situatie werd als sociaal onrechtvaardig beschouwd. Om daaraan tegemoet te komen, is de voorwaarde van het ouderlijk gezag door een wet van 3 augustus 2016 geschrapt. Daardoor kan het co-ouderschap ook na de ontvoogding of meerderjarigheid op fiscaal gebied voortgezet worden. De verdeling van de vermindering voor kinderlast gebeurt op het ogenblik dat het aanslagbiljet in de personenbelasting wordt ontvangen.


1 op de 4 ouders moet bezuinigen om schoolkosten te betalen

Moneytalk – 17 augustus 2016

Uit een studie blijkt dat een schooljaar in het basisonderwijs gemiddeld 1225 euro kost. Voor een kind in het secundair onderwijs is dat 1550 euro. Ook geeft 1 op de 4 ouders aan dat hij of zij moet bezuinigen om de schoolkosten te kunnen betalen.

Hoewel het basisonderwijs grondwettelijk gezien gratis is, kost een schooljaar gemiddeld 1225 euro. Voor een kind in het secundair onderwijs is dat 1550 euro. Dat heeft de Ligue des Familles, de Franstalige evenknie van de Gezinsbond, berekend.

De Ligue ondervroeg 521 gezinnen met in totaal meer dan 1000 kinderen in Wallonië en Brussel over verschillende aspecten van het schoolleven van hun kinderen. Daaruit kwam naar voren dat een jaar in de kleuterschool gemiddeld 280 euro kost en een jaar in de lagere school 1225 euro.

Voor het secundair onderwijs gaat dat omhoog naar 1550 euro. Voor leerlingen in een technische of beroepsrichting kan dat nog stijgen naar 2300 euro omwille van het dure werkmateriaal. ‘De extra kost voor die richtingen is lastig voor families die al financiële lasten te dragen hebben’, aldus de Ligue.

Een ouder op vier geeft in de studie aan dat ze op bepaalde gebieden moeten bezuinigen om de schoolkosten te kunnen betalen. Eén ouder op tien zegt dat ze al financiële steun bij een kennis heeft gezocht om het onderwijs van zijn of haar kinderen te kunnen betalen.


Duizenden gezinnen getroffen door nieuwe woonbonus

Nieuwsblad – 17 augustus 2016

Nogal wat ouders zullen lelijk schrikken de komende dagen: zij verliezen de studiebeurs – of een deel ervan – voor hun kinderen. En dat door de hervorming van de woonleningen. “Dit is nog maar eens een verdoken besparing op de kap van de gezinnen”, zegt Vlaams Parlementslid Michèle Hostekint (SP.A), die het voorbeeld geeft van een alleenstaande moeder die 600 euro verliest.
Het naar Vlaanderen overhevelen van de belastingsteun voor woonleningen, heeft een heel pijnlijk neveneffect op de studiebeurzen: die gaan fors omlaag of verdwijnen zelfs. Ook de verlaging van het inschrijvingsgeld waarvan bijna-beursstudenten genieten, wordt in sommige gevallen geschrapt.

“En toch verdienen die mensen geen eurocent meer”, zegt Vlaams Parlementslid Michèle Hostekint (SP.A). “Ze zijn het slachtoffer van een puur administratieve aanpassing.”

De oorzaak daarvan? De studiebeurs wordt berekend op basis van het belastbaar inkomen. Vroeger was de steun voor de woonlening een belastingaftrek, wat dat inkomen dus naar beneden haalde. Maar sinds de jongste hervorming is dat niet meer het geval: eerst wordt het belastbaar inkomen vastgesteld, dan de te betalen belastingen en daarvan wordt de steun dan afgetrokken. De woonbonus kan boven de 3.000 euro uitstijgen, het belastbaar inkomen kan dus met zo’n 3.000 euro omhooggaan. En dat zonder dat iemand een euro meer verdient.

“De hervorming heeft dit schooljaar voor het eerst die gevolgen”, zegt Hostekint. Ze werd al gecontacteerd door een alleenstaande moeder die 600 euro verliest voor de studiebeurs van haar dochter die op een Limburgse hogeschool zit. En er zullen nog meer van die gevallen volgen. “Hoeveel juist, dat kunnen we nu nog niet weten”, zegt Hostekint. “Want de betrokken ouders zullen dat pas een van de komende dagen merken.”


Loting moet discriminatie bij keuze familienaam tegengaan

Knack – 11 augustus 2016

Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM) wil dat de wetgever een einde maakt aan het ‘vetorecht’ voor mannen bij de keuze van de familienaam van kinderen. Het heeft daarover verschillende aanbevelingen overgemaakt aan de ministers van Justitie en Gelijkheid van Kansen.

Sinds de wet van 8 mei 2014 kunnen ouders kiezen welke familienaam hun kind krijgt: de familienaam van de vader, de familienaam van de moeder of de dubbele familienaam. Is er echter onenigheid over de kwestie dan krijgt het kind automatisch de naam van de vader, die daardoor dus vetorecht heeft.

Volgens gegevens van het Rijksregister kregen tussen 1 juni 2014 en 31 december 2015 op een totaal van 166.561 geboorten van Belgische kinderen, 149.933 kinderen zo de naam van hun vader tegenover 6.469 de naam van hun moeder. 7.029 kinderen kregen de dubbele familienaam vader-moeder en 1.138 de dubbele familienaam moeder-vader.

Discriminatie voor de vrouw, vindt het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, dat daarom naar het Grondwettelijk Hof stapte. Het Hof erkende op 14 januari van dit jaar dat dit inderdaad discriminerend is voor de vrouw. De wetgever heeft tot eind dit jaar om de regeling aan te passen.

Loting

In het kader daarvan doet het instituut donderdag enkele aanbevelingen aan de bevoegde ministers. Zo moet, als de ouders het niets eens raken, het kind automatisch een dubbele familienaam krijgen. Welke daarbij als eerste in de volgorde komt, moet bepaald worden door loting. Tot slot moeten vrouwen die benadeeld werden door de regeling alsnog de kans krijgen om hun naam aan hun kind door te geven, en dat via een overgangsregeling.

‘Het is onbegrijpelijk dat een wet die ijvert voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, vrouwen discrimineert’, zegt Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, donderdag nog in een mededeling.


Ja, dertigers gaan te snel uit elkaar

De Standaard – 10 augustus 2016

Kleine kinderen of niet, dertigers gaan sneller dan vroeger uit elkaar. Tussen de verbouwingen, de job en de vrienden is er maar weinig tijd voor affectie. Toch betekent snel niet noodzakelijk lichtzinnig. ‘Het stigma is weg, het schuldgevoel blijft.’

Anneke: ‘Vorig jaar zijn mijn man en ik uit elkaar gegaan. We hadden geen grote ruzie, er was geen ander in het spel, we zijn samen de ouders van twee prachtige kinderen. Maar we hadden het gevoel dat we als broer en zus naast elkaar leefden. We waren elkaar verloren.’

Het is de belangrijkste reden voor scheidingen bij dertigers, ver voor ontrouw: ze zijn uit elkaar gegroeid. 31,4 procent van de gescheiden dertigers geeft aan dat dat voor hen de doorslag gaf, blijkt uit onderzoek van professor Dimitri Mortelmans (UAntwerpen). Op de tweede plaats komt ‘we pasten niet bij elkaar’. Dertigers gaan ook vaker uit elkaar dan vroeger; de gemiddelde duur van een huwelijk wordt korter, de gemiddelde leeftijd bij scheiding steeds lager.

Het komt de dertigers van vandaag weleens op kritiek te staan. Want velen hebben net kleine kinderen als ze er de brui aan geven. De oudere generaties kijken het afkeurend aan. Kunnen dertigers niet wat harder proberen, in het belang van de kinderen?

Relatietherapeute Sybille Vanweehaeghe aarzelt even, maar bevestigt dan toch: dertigers gaan te snel uit elkaar. ‘Relaties lijken er zakelijker aan toe te gaan. Alles is afgesproken: het werk, de boodschappen, de kinderen. En de contacten met vrienden moeten even intens blijven als voordien. Affectie krijgt daarin weinig plaats, elk wil zijn ding blijven doen. Oudere generaties staan daar vaak van te kijken: ‘wat doen jullie eigenlijk nog als koppel?’, vragen die zich af. Vaak zie je dat die koppels dan ook op dezelfde zakelijke manier uit elkaar gaan. Terwijl er met meer tijd voor elkaar vaak nog iets te redden valt.’

Ook Miriam Beck en Marie Baerten, scheidingsbemiddelaars bij het Bemiddelingsteam, merken dat dertigers sneller beslissen te scheiden dan oudere generaties. ‘Vraag je een ouder koppel hoelang de relatie al stroef loopt, dan is dat meestal tien tot vijftien jaar’, vertellen ze. ‘Terwijl dertigers zeggen: “Het gaat al een jaar slecht, dit werkt niet meer.’ Ze hopen op goede kansen ergens anders, zoals ze ook in hun carrière het elders gaan zoeken als het misloopt.”’

Geluk primeert

Tim: ‘We hebben het ook zo immens druk, en sociale media maken het makkelijk en verleidelijk om iemand anders te ontmoeten. Sommige relaties zijn niet houdbaar, maar misschien springen we er toch te laks mee om.’

‘Er wordt veel gedaan in de vrije tijd, en ook het werk is moordend voor tweeverdieners’, zegt Vanweehaeghe. ‘Ze moeten al heel matuur zijn om hun relatie daarbij gezond te houden. De druk op dertigers is enorm.’

En dat uit zich bij velen eerst in de slaapkamer, zegt ze. ‘Jonge mensen komen bij mij omdat ze geen seks meer hebben. Als ik ze dan oefeningen meegeef voor thuis, blijkt dat ze zelfs daarvoor, tussen hun job en de verbouwingen door, geen tijd hebben. Daar schrikken ze zelf wel van.’

En dertigers nemen er anders dan vroeger geen genoegen meer mee als het wat minder gaat, zegt Baerten. ‘Vroeger wachtten koppels op scharniermomenten om te scheiden: bij het pensioen, als het laatste kind het huis uit gaat. Dan is de plicht gedaan en kunnen ze gaan genieten. Dat is voor dertigers ondenkbaar.’

‘Bij hen primeert het geluk’, vult Beck aan. ‘Ze verwachten niet dat de grote passie blijft, maar willen wel emotioneel verbonden blijven: boeiende gesprekken voeren, graag samen op vakantie gaan. Als dat niet meer lukt, is dat al snel een breekpunt.’

Ex-partners, co-ouders

Peter: ‘Op voorhand had ik stiekem al van alles opgezocht over hoe ik co-ouderschap kon verkrijgen. Want zelf zag ik als kind mijn vader maar een weekend in de twee weken: dat wilde ik absoluut niet voor mijn dochter.’

Tim: ‘Ik was enorm kwaad dat mijn ex ermee wilde stoppen, want opgroeien in twee huizen was absoluut niet wat ik gewild had voor ons kind. Vandaag is het co-ouderschap nog steeds pijnlijk, maar er zijn voordelen: de ene week moet alles wijken voor Babette, de andere week heb ik tijd om mijn ding te doen.’

Waren kinderen van gescheiden ouders vroeger nog zeldzaam en meelijwekkend, dan zijn de dertigers van vandaag zich veel bewuster van de zorg voor de kinderen bij een scheiding. Zo rustig mogelijk uit elkaar gaan, zoals het conscious uncoupling van Chris Martin en Gwyneth Paltrow, wordt het doel. Iets meer dan de helft van de kinderen onder de twaalf van wie de ouders gescheiden zijn, zit tegenwoordig in co-ouderschap.

‘Het stigma op scheiden is weg, maar het schuldgevoel tegenover de kinderen blijft’, zegt Baerten. ‘Zeker bij dertigers die zelf gescheiden ouders hadden. Co-ouderschap is de norm. Soms zodanig dat we een koppel met een baby van acht maanden moeten uitleggen dat een week-weekregeling voor zo’n kleintje niet ideaal is.’

Beck ziet dertigers meer experimenteren met nieuwe vormen van ouderschap. ‘Birdnesting bijvoorbeeld, waarbij het kind in hetzelfde huis blijft wonen, maar de ouders afwisselen’, zegt ze. ‘We hebben nog geen zicht op het succes op lange termijn, maar het toont dat ze actief zoeken naar manieren om samen ouders te blijven.’

Romantisch ideaal

Peter: ‘Ik heb jaren geprobeerd de relatie te redden. Maar de situatie werd altijd maar erger. Ik had zo veel stress dat ik op mijn werk in gevaarlijke situaties terechtkwam omdat ik me niet meer kon concentreren. Uiteindelijk heb ik de knoop doorgehakt.’

Zomaar uit elkaar gaan doen ook dertigers niet. ‘Het gevoel van mislukking blijft’, zegt Beck. Want de dertigers die vandaag scheiden, waren wel degelijk van plan om altijd samen te blijven.

‘Soms is het choquerend hoe weinig ze bij hun huwelijk op papier hebben gezet rond financiën, rond welke familie wat geschonken heeft’, zegt Baerten. ‘Ze kijken niet vooruit, vanuit dat romantische ideaal dat alles spontaan en harmonieus moet verlopen.’

Op dezelfde manier schatten dertigers de scheiding soms verkeerd in, denkt Beck. ‘Ze zijn er soms erg naïef in. Want wat als je ex-partner een nieuwe relatie krijgt? Dat hun kind door iemand anders opgevoed zal worden, heeft een impact die ze op voorhand al eens onderschatten.’


Merel is een co-ouderschap-kind

Mynd.nu – 5 augustus 2016

Twee kamers, twee keer een groot cadeau op haar verjaardag. Het had best wel voordelen voor Merel, opgroeien in twee huizen. Maar het maakte ook dat ze zich ontheemd voelde. Tegen de tijd dat ze gesetteld was, moest ze haar spullen weer pakken.

Op mijn negentiende ging ik uit huis. De eerste periode dat ik op mezelf woonde was het een vreemde gewaarwording. s ‘Ochtends wakker worden en meteen weten in welk bed ik lag. Aan welke kant de wekker stond. Zestien jaar eerder gingen mijn ouders uit elkaar, wat betekende dat ik vanaf dat moment twee huizen had. Twee kamers, twee bedden (en roze stapelbed bij mijn moeder en een gele bij mijn vader), twee stiefouders, op langere termijn twee halfzusjes.

Als er een co-ouderschaplintje zou bestaan, dan mag dat wat mij betreft naar mijn (stief)ouders gaan. Mijn hele jeugd hebben ze heel bewust de omgangsregeling vormgegeven. Ze gingen bij elkaar in de buurt wonen. Hadden telkens als ik van de een naar de ander ging een zorgvuldige ‘overdracht’, zodat iedereen op de hoogte was van de laatste ontwikkelingen. Ze probeerden zoveel mogelijk af te stemmen: hoeveel zakgeld ik kreeg, hoe laat ik naar bed moest, hun vakantiebestemmingen.
Dat bekende niet dat het vanzelf ging. Mijn vader en moeder moesten een nieuwe manier vinden om met elkaar om te gaan. Al snel kwamen er stiefouders, die op hun tenen liepen om de ‘echte’ ouders niet het gevoel te geven dat zij hun ouderrol overnamen. Tegelijkertijd moesten de stiefjes natuurlijk wel laten zien dat ze betrokken waren bij mijn leven en opvoeding.

Ik ben me nooit zo bewust geweest van al deze spanningen. Als kind klaagde ik alleen over de praktische problemen: de spullen die ik bij de ander vergeten was, waar ik Sinterklaas ging vieren. Een groot gedeelte van de worsteling speelde zich af buiten mijn blikveld. Maar onbewust had ik het zeker door en vond het zijn weg naar mijn emoties en gedrag. Dat doet het nog steeds.
Naarmate de jaren verstreken werden de verhoudingen steeds harmonieuzer. Bezoekjes aan ouderavonden vonden in afwisselende formaties plaats. Toen mijn ‘twee vaders’ eens voor mijn biologielerares zaten, keek zij verrast op. Ze wist niet dat Merel twee homovaders had! Zij zeiden niets om haar van dat idee af te helpen, stootten elkaar zelfs even flirterig aan en lachten er later smakelijk om. We aten af en toe met zijn allen en iedereen was aanwezig op elkaars verjaardag.

Harmonieus of niet, feit was dat door de geboorte van mijn twee halfzussen, in beide huizen één, er nieuwe gezinnen gevormd werden, waar ik tussendoor pendelde. Telkens weer moest ik in de routine van een nieuwe gezinssituatie springen. Ieder kind gaat daar anders mee om, voor mij gold dat ik het niet makkelijk vond om zorgeloos mee te bewegen, om ongestoord mezelf te blijven in steeds wisselende situaties.
Een bepaalde flexibiliteit was zeker nodig, want in het ene huis werd toch net iets ander gedrag gepromoot dan in het andere huis. Waren de ene meer doeners, in het andere huis overheerste het denken. Lachten ze in het ene huis moeilijkheden eerder weg, in het andere huis moest overal serieus over gepraat worden. Wat jij zélf goed of belangrijk vindt, raak je met al dat aanpassen op den duur wel een beetje kwijt.

Het klinkt mooi, co-ouderschap. Nu kunnen de vaders eindelijk echt betrokken blijven bij hun kind en komen de moeders ook nog aan werken toe, in plaats van het alleen te moeten rooien met hun kroost. Maar dat betekent niet dat het heiligmakend is. Het is hard werken. Niet ieder kind trekt het. Het kan behoorlijk belastend zijn om ‘s ochtends wakker te worden en niet te weten waar je bent. Je kan als ouders nog zulke goede bedoelingen hebben, maar je moet niet vergeten dat het het kind is dat zich staande moet zien te houden in twee werelden.

Natuurlijk is ieder kind anders. Maar er zijn wel een paar basisvoorwaarden voor co-ouderschap:

Met elkaar door een deur kunnen
Met stip op nummer 1: communicatie. Het allerbelangrijkste is dat goed overleg mogelijk is tussen de ouders. Daarvoor moet je elkaar regelmatig zien en open staan voor de mening en gevoelens van de ander.

Belang van het kind staat voorop
Rondom een scheiding raken ouders wel eens verblind door hun eigen belangen en (on)mogelijkheden. Dat is heel logisch in zo’n emotionele tijd. Maar als je co-ouderschap doet moet je je eigen ego opzij kunnen schuiven, voor je kind. En de ex-partner zien voor wat die nu is: een ouder, niet ‘die @#$% van een ex.’

Houd je kritiek voor je
Uit het vorige punt volgt: laat je niet negatief uit over het andere huis. Ook in zogenaamd onschuldige opmerkingen klinkt je mening door. Geef je kind niet het gevoel dat ze een kant moet kiezen.

Bij elkaar in buurt wonen
Het komt nogal eens voor dat er toch wat onmisbare spullen zijn achtergebleven in het andere huis. Dan is het handig als de ouders dicht bij elkaar in de buurt wonen. De mogelijkheid om even bij de ander langs te gaan moet er zijn. Zorg wel voor goed overleg en duidelijke afspraken.

Twee thuizen
Kijk wat helpt om echt twee thuizen te maken. Laat het kind meehelpen met de inrichting van de nieuwe kamer(s). Neem vertrouwde spullen mee naar het nieuwe huis. Kan er misschien een huisdier mee co-ouderen? Geef het kind de tijd om te wennen.

Kijk en luister goed naar je kind
Het is altijd belangrijk om goed naar je kind te kijken, te weten wat er in haar omgaat. Maar als de helft van haar leven zich buiten je zichtveld afspeelt, dan is dat nog belangrijker. Luister echt naar wat ze zegt.


Wat is er veranderd aan de studietoelage?

Moneytalk – 4 augustus 2016

Ouders kunnen vanaf deze week opnieuw een aanvraag indienen voor een school- of studietoelage voor hun kind. De procedure werd sterk vereenvoudigd en zoveel mogelijk ouders worden automatisch gecontacteerd.

Tijdens het afgelopen schooljaar werden meer dan 480.000 aanvragen verwerkt, laat Onderwijsminister Hilde Crevits weten. Voor het komende schooljaar wordt de toelage zoveel mogelijk automatisch toegekend.

Automatische procedure

Wie in de afgelopen jaren een toelage kreeg hoeft geen nieuwe aanvraag in te dienen. In het afgelopen schooljaar werden zo al 115.000 automatische procedures opgestart. In de loop van het schooljaar zullen die ouders een document ontvangen met de vraag of ze ook dit jaar een toelage wensen. Daarbij ontvangen ze een vooraf ingevulde formulie die ze enkel nog moeten nalezen, eventueel verbeteren en vervolgens opnieuw opsturen.

Vereenvoudigde aanvraagformulier

Een nieuwe aanvraag kan op papier of digitaal worden aangevraagd. Door de koppeling van verschillende databanken moeten daarbij steeds minder gegevens worden ingevuld, zoals inkomen en details van de school. Bovendien kunnen ouders de hulp inroepen van de Vlaamse infolijn via het gratis telefoonnummer 1700, mail of chat. Het papieren aanvraagformulier werd vereenvoudigd van acht tot twee bladzijden.

“De komende jaren investeren we verder zodat meer mensen zo vroeg mogelijk in het schooljaar automatisch de aanvraag kunnen opstarten”, zegt Crevits. “Wie recht heeft op een toelage moet die ook krijgen.”


Nieuwe tabel om waarde vruchtgebruik te bepalen

Moneytalk – 27 juli 2016

Vroeger werden heel wat verschillende berekeningsmethodes gebruikt om de waarde van een vruchtgebruik te bepalen. Voortaan publiceert de wetgever jaarlijks een tabel die duidelijkheid brengt. Wat houdt die in?

Bij een overlijden krijgt de overlevende partner vaak het vruchtgebruik van bepaalde (on)roerende goederen en de andere erfgenamen de blote eigendom. Om de waarde van dat vruchtgebruik te bepalen bestaat een tabel. Die tabel is sinds 17 juli 2016 bijgewerkt.

De opsplitsing kan nadelig zijn

De opsplitsing van het eigendomsrecht tussen een blote eigenaar en een vruchtgebruiker veroorzaakt wel eens problemen. De blote eigenaar mag namelijk geen gebruik maken van het goed (maar moet wel eventueel bepaalde herstellingen doen), terwijl de vruchtgebruiker op zijn beurt de eigendom niet mag verkopen. De wet geeft dan ook de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden het vruchtgebruik om te zetten.

Bovendien kunnen de vruchtgebruiker en blote eigenaar eventueel overeenkomen het goed te verkopen en de opbrengst te verdelen. De tabel geeft dan aan hoe die verdeling kan gebeuren.

Wat is de waarde?

Hierbij is het van belang te weten wat het vruchtgebruik juist waard is. De wetgever heeft daarvoor een tabel uitgewerkt die jaarlijks wordt aangepast. Op 17 juli van dit jaar trad een nieuwe tabel in werking. De tabel vind je terug op de digitale versie van het Belgisch Staatsblad

De waarde van het vruchtgebruik hangt daarbij af van het geslacht van de vruchtgebruiker en van zij of haar leeftijd. Zo bedraagt de waarde van het vruchtgebruik voor een 65-jarige vrouw bijvoorbeeld 25,78 procent van de waarde in volle eigendom.

Niet voor successierechten

De tabel in kwestie geldt niet voor het berekenen van successierechten. De fiscale wetgever gebruikt daarvoor een andere tabel die niet jaarlijks wordt aangepast.


Nieuwe kinderbijslag kost gezin met twee kinderen 133 euro

Nieuwsblad – 6 juli 2016

De nieuwe Vlaamse kinderbijslag gaat niets veranderen aan de kinderarmoede én treft de middenklasse zwaar. Dat staat in een uitgebreid rapport van het onafhankelijke Centrum voor Sociaal Beleid, waar de Vlaamse regering zelf vaak een beroep op doet. Gezinnen met één kind zijn de grote winnaars.
Zestig procent van de gezinnen met twee kinderen, en meer dan zeventig procent van de grotere gezinnen, gaat er met de nieuwe Vlaamse kinderbijslag op achteruit. Dat is de harde conclusie van het onafhankelijke Centrum voor Sociaal Beleid over de nieuwe kinderbijslag.

Middenklasse

Concreet betekent dat voor een gemiddeld gezin met twee kinderen een verlies van 133 euro per jaar, voor een gezin met drie kinderen 973 euro en voor een gezin met vier kinderen 1.565 euro. En dat zijn dan nog maar de gemiddelden. In het allerslechtste geval kan een gezin met vier kinderen tot 2.448 euro per jaar verliezen, zo staat in het rapport. Het gaat dan vooral over gezinnen uit de middenklasse, want voor de lagere inkomens worden de verliezen deels gecompenseerd door sociale toeslagen. De dubbele indexsprong die de regering gaat doorvoeren is daarbij één van de grote boosdoeners. De berekeningen van het Centrum tonen duidelijk aan dat gezinnen veel minder zouden verliezen mét een indexering.

De grote winnaars zijn de gezinnen met maar één kind. Die gaan er gemiddeld 416 euro per jaar op vooruit.


CD&V wil ouderschapsverlof per halve dag

De Morgen – 5 juli 2016

Ouderschapsverlof om alleen woensdagnamiddag thuis te blijven voor de kinderen? Op dit ogenblik is het niet mogelijk, omdat je steeds minimaal een vijfde van je werktijd moet opnemen bij ouderschapsverlof. CD&V-Kamerlid Nahima Lanjri wil daar iets aan doen.

Ze heeft een wetsvoorstel klaar waarbij het mogelijk wordt dat je ook voor een tiende ouderschapsverlof kunt opnemen, wat neerkomt op een halve dag per week. De kans is groot dat er deze week binnen de meerderheid een akkoord wordt gevonden, samen met enkele andere dossiers.

Zo ligt er ook een voorstel klaar om het adoptieverlof op termijn op te trekken van 8 naar 15 weken, of even lang als het moederschapsverlof. Tegelijk bepleit N-VA dat het pleegverlof voor langdurige pleegzorg (langer dan een jaar) wordt uitgebreid naar eerst 8 en dan ook 15 weken.

Er groeit consensus over de drie dossiers, maar omdat aan die laatste twee maatregelen ook een budgettaire kost is verbonden, is het politieke akkoord nog niet helemaal rond.


“Wordt het geen tijd voor een basisinkomen voor alleenstaande ouders?”

Knack – 4 juli 2016

‘Alleenstaande ouders zijn één van de nieuwe maatschappelijke paria’s’, schrijft Olivier Pintelon van Poliargus. ‘Vandaar een radicaal voorstel: geef hen allemaal een ‘basisinkomen’. Noorwegen toont aan dat dat kan via een bescheiden hervorming van de kinderbijslag.’

Alleenstaande ouders zijn één van de nieuwe maatschappelijke paria’s. Volgens recente cijfers van het Centrum voor Sociaal Beleid (UA) bevindt – in Vlaanderen – ongeveer 20% onder hen zich onder de officiële armoedegrens. In België loopt dat cijfer zelfs op tot 40%. Zelfs ouders met een doorsnee inkomen kunnen maar moeilijk de eindjes aan elkaar knopen. Dat staat in schril contrast met de beperkte maatschappelijke en politieke aandacht voor die groep. Vandaar een radicaal voorstel: geef alle alleenstaande ouders een ‘basisinkomen’. Noorwegen toont aan dat dat kan via een bescheiden hervorming van de kinderbijslag.

De nieuwe sociale risico’s

De sociale zekerheid is doorheen de decennia gegroeid als systeem om het inkomensverlies door de grillen van het kapitalisme te beperken. In het jargon spreekt men over sociale risico’s en denkt men onder meer aan werkloosheid of ziekte. Sinds de jaren 70 zijn er echter nieuwe vormen van achterstelling ontstaan – de nieuwe sociale risico’s – en die houden vooral verband met de groei van het tweeverdienersmodel.

De afwezigheid van een tweede gezinsinkomen staat sindsdien al te vaak gelijk aan armoede. Voor alleenstaande ouders stelt dat probleem zich heel scherp. De hervorming van de kinderbijslag was een ideale gelegenheid om het inkomen van die alleenstaande ouders te versterken. Dat blijkt echter niet volledig gelukt – alleszins niet voor grote gezinnen.

De Vlaamse regering bereikte uiteindelijk op 28 mei 2016 een akkoord over een nieuw systeem geldig voor kinderen geboren vanaf 1 januari 2019. De kinderbijslagen zien er voortaan toch enigszins anders uit. De voornaamste verandering is eenzelfde basisbedrag van €160 voor alle kinderen. Tot nu toe was dat bedrag afhankelijk van de leeftijd van het kind en hoger voor grote gezinnen. De bestaande toeslagen – voor onder meer werklozen – worden vervangen door een een sociale toeslag die volledig inkomensafhankelijk is. Opmerkelijk evenwel, de hervorming wordt tevens gekoppeld aan een besparing aangezien de bedragen tijdelijk niet worden geïndexeerd.

Alhoewel meer onderzoek noodzakelijk is, wijzen de eerste simulaties op een ‘standstill’ qua kinderarmoede. Het gewicht van de sociale toeslagen neemt dan wel toe, maar het effect wordt teniet gedaan door het verdwijnen van de toeslag voor grote gezinnen. De belangrijkste transfer is zonder twijfel die van grote naar kleine gezinnen door het verdwijnen van de rangtoeslag. Voor alleenstaande ouders met weinig kinderen is het nieuwe systeem een vooruitgang, maar dat is niet noodzakelijk het geval voor die met veel kinderen. Een échte oplossing van hun maatschappelijke achterstelling is de vernieuwde kinderbijslag alvast niet.

160 euro extra voor elke alleenstaande ouder

De gewaagde oplossing die ik naar voor zou willen schuiven is een extra inkomenstoeslag: een ‘basisinkomen’ voor alle alleenstaande ouders. De kinderbijslag is daarvoor het ideale instrument: het is immers universeel én (quasi) onvoorwaardelijk. Qua filosofie staat het dus vrij dicht bij die van het basisinkomen. Aangezien het onafhankelijk zou zijn van het gezinsinkomen, blijven tevens ongewenste gedragreacties uit, zoals de beruchte ‘werkloosheidsval’.

In sommige Europese landen krijgen alleenstaande ouders al een financieel duwtje in de rug. In Noorwegen – bijvoorbeeld – krijgen alleenstaande ouders gezinsbijslag voor één extra kind. Waarom zouden we ons in België niet laten inspireren door het Noorse voorbeeld? Waarom geven we niet elke alleenstaande ouder €160 extra? Een simulatie uit De sociale staat van Vlaanderen (2013) geeft aan dat zo’n toeslag tot veelbelovende resultaten zou kunnen leiden.

Bazooka tegen armoede

Alleenstaande ouders kampen al enkele decennia met torenhoge armoedecijfers en worden steeds meer maatschappelijke paria’s. De hervorming van de kinderbijslag vormt geen échte oplossing voor de armoede in die groep. Een écht ambitieuze hervorming had de kinderbijslagen gebruikt als bazooka tegen armoede bij alleenstaande ouders door hen allemaal een ‘basisinkomen’ te gunnen. Gun jij elke alleenstaande ouders €160 extra? Ik wel.