Over scheiding en relatiebreuk

 

Procedures voor partners die uit elkaar willen gaan

Scheiden door onderlinge toestemming

In dat geval komen de partners onderling overeen om alle problemen eerst samen te regelen en laten die daarna door de rechtbank controleren en bekrachtigen. Dat kan alleen als er nog een voldoende grote onderlinge verstandhouding is.

Scheiden op grond van een feitelijke scheiding

In dat geval geven de partners elkaar de tijd om na te denken over hun leven als koppel. Het huwelijksvermogensstelsel blijft dan bestaan. Ook de gezinswoning blijft beschermd: een partner kan dus niet in zijn eentje beslissen om die te verkopen. Een feitelijke scheiding is soms een proefperiode en een opstap naar een echtscheiding.

Scheiden op grond van een onherstelbare ontwrichting

Als partners al zes maanden of een jaar feitelijk gescheiden hebben geleefd, kunnen ze zonder meer overstappen op een echtscheidingsprocedure op grond van een onherstelbare ontwrichting, zonder dat het nodig is om te bewijzen dat de andere partner een fout heeft begaan. De onherstelbaarheid van het huwelijk blijkt dan gewoon uit de tijdspanne dat de partners al gescheiden leven.

Partners kunnen ook meteen voor die procedure kiezen zonder eerst een tijdje gescheiden te leven. Dat is het geval als ze oordelen dat de onderlinge verstandhouding dermate zoek is dat ze samen hoe dan ook niet tot overeenkomsten over hun echtscheiding zullen kunnen komen.

Een einde maken aan de samenwoning 

Wie wettelijk samenwoont, kan op twee manieren een einde maken aan de samenwoning. Ofwel via de procedure van de dringende en voorlopige maatregelen voor de vrederechter, wanneer de verstandhouding tussen de partners danig is verstoord. Ofwel met een schriftelijke verklaring op de burgerlijke stand van de gemeente, door beide partners samen of door slechts een van hen.

Partners die alleen officieus, dus feitelijk, samenwonen, kunnen zonder één wettelijke formaliteit een einde maken aan hun samenleving.

 

naar boven

 

Dringende en voorlopige maatregelen

Wanneer kan je dringende en voorlopige maatregelen vragen?

Het vragen van dringende en voorlopige maatregelen aan de familierechter is vooral zinvol voor echtgenoten die nog niet definitief beslist hebben te scheiden. Voor echtgenoten die tot rust willen komen en willen nadenken. Het huwelijk is nog niet definitief opgegeven en een verzoening is nog een mogelijkheid.

Er moet ofwel een ernstige verstoring van de verstandhouding tussen de echtgenoten zijn, ofwel moet een echtgenoot op grove wijze zijn huwelijksplichten verzuimen.

Ook wettelijk samenwonenden kunnen dringende en voorlopige maatregelen vragen als hun verstandhouding ernstig verstoord is. De regeling die dan geldt, verschilt deels met wat hieronder vermeld wordt. Voor mensen die feitelijk samenwonen is er niets voorzien.

Welke maatregelen?

  • Afzonderlijke woonst

Gehuwden zijn in principe verplicht om samen te verblijven in de echtelijke woont. De rechter kan toestaan om tijdelijk op een ander adres te verblijven. In de praktijk zal de rechter meestal één van de partijen opleggen om de echtelijke woonst te verlaten.

Als de echtgenoten niet zelf overeenkomen wie de woning zal verlaten, beslist de rechter. Hij kan hierbij rekening houden met de vraag of de woning gebruikt wordt voor de uitoefening van een beroep, met of de kinderen in de woning zullen blijven, enz.

Sinds de wet op het partnergeweld kan de echtgenoot die het slachtoffer is van fysieke gewelddaden van zijn of haar partner zich bij voorrang de gezinswoning laten toewijzen als tijdelijke verblijfplaats. Hij moet dit wel aantonen met een proces-verbaal van aangifte of een medisch attest.

  • Vervreemdingsverbod

Gehuwden met echtelijke moeilijkheden vrezen soms dat hun partner bepaalde goederen zal laten “verdwijnen” nog voor het tot een definitieve vereffening-verdeling komt. Om dergelijke praktijken te voorkomen kan je aan de rechter een vervreemdingsverbod vragen. Dat houdt in dat de rechter één of beide echtgenoten verbiedt om zonder de toestemming van de ander bepaalde goederen weg te nemen. Het kan gaan over goederen die tot de huwelijksgemeenschap behoren, maar ook over eigen goederen van de partijen.

  • Inventarisatie

Je kan de rechter vragen een notaris aan te stellen voor het opmaken van een inventaris. Bij een inventarisatie geven de echtgenoten aan welke goederen tot de gemeenschap of de onverdeeldheid behoren. Het gaat niet enkel om meubels, wagens, huisraad, enz, maar ook om de financiële tegoeden zoals rekeningen, beleggingen en aandelen.

  • Gebruik en genot van goederen

Als de echtgenoten niet meer samenwonen, moet ook een regeling getroffen worden voor wie voorlopig gebruik mag maken van bepaalde goederen. Zijn de echtgenoten het hier over eens, dan is er geen probleem. Is dit niet het geval dan zal de rechter de knoop doorhakken.

Dit gebruik en genot is tijdelijk. De toekenning van het gebruik van de goederen in het kader van dringende en voorlopige maatregelen betekent niet dat de echtgenoot de goederen ook definitief krijgt.

  • Regelingen voor leningen en/of schulden

De aflossingen van de leningen en schulden moeten verder worden betaald tijdens de huwelijksproblemen. De rechter kan dan ook beslissen wie er tijdelijk voor welke schuld zal moeten instaan of in welke mate ieder moet bijdragen.

Deze regeling geldt enkel in de onderlinge relatie tussen de echtgenoten. Dat wil zeggen dat de schuldeisers hiermee geen rekening moeten houden. Als beide echtgenoten instaan voor de schuld, kan de schuldeiser, als er niet betaald wordt, zich blijven richten tot beide echtgenoten.

  • Onderhoudsuitkering voor de andere echtgenoot

De rechter kan één van de echtgenoten verplichten om een onderhoudsuitkering te betalen aan e andere echtgenoot. De wet zegt namelijk dat de echtgenoten een hulp- en bijdrageplicht hebben tegenover elkaar.

In heel veel gevallen houdt de rechter geen rekening met de eventuele fout aan de echtelijke moeilijkheden. Toch is het niet uitgesloten dat hij hiermee rekening houdt. Bij de beoordeling van de hoogte van de uitkering houdt de rechter alleszins wel rekening met de draagkracht van beide echtgenoten. Als inkomsten wordt beschouwd het inkomen uit arbeid, maar ook voordelen in natura, vervangingsinkomsten, inkomsten uit vermogensbestanddelen enz. Er wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheden van de echtgenoten om bepaalde inkomsten te verwerven. Anderzijds wordt er ook rekening gehouden met de uitgaven: leningen die moeten betaald worden, huur, beroepskosten, alimentatie voor de kinderen, enz.

  • De kinderen

De rechter kan een regeling treffen met betrekking tot de gezamenlijke minderjarige kinderen. De rechter kan in eerste instantie maatregelen bevelen in verband met het ouderlijke gezag, alle beslissingen die verband houden met de opvoeding en omleiding van de kinderen. Enkele voorbeelden: het recht om te beslissen waar het kind naar school gaat, hoeveel zakgeld het kind krijgt, welke hobby’s het mag uitoefenen.

In geval van co-ouderschap (de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag) wordt daarnaast het verblijf geregeld. Een aparte regeling voor de vakanties is mogelijk.

 

naar boven

 

Echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT)

Stel dat je relatie scheef loopt en dat jij en je partner beslissen om ieder zijn eigen weg te gaan.
Of je nu getrouwd bent of feitelijk dan wel wettelijk samenwoont, het is aan te raden om samen een akkoord op te stellen, waarin je afspraken omtrent de scheiding vastlegt.

Zo’n schriftelijk document helpt om de situatie te “rationaliseren” en te structureren. Wie doet wat? Wie krijgt wat? Wat met de zorg en de verblijfplaats voor de kinderen? Volgens welke regeling? Door concrete afspraken te maken vermijd je misverstanden, zeker als er meningsverschillen ontstaan en de emotie de bovenhand krijgt.

Als je getrouwd bent maar wilt scheiden met onderlinge toestemming, moet je het eerst en vooral eens geraken over alle regelingen en allebei een akkoord tekenen. Dat akkoord wordt vervolgens nagekeken door de rechter. Zo’n overeenkomst voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming bestaat uit twee delen. Het eerste is de familierechtelijke overeenkomst. Het tweede deel wordt de vermogensrechtelijke overeenkomst of regelingsakte genoemd, omdat ze niet noodzakelijk in een gelijke verdeling voorziet.

Deze overeenkomst moet door beide echtgenoten worden ondertekend en mag worden opgesteld in de vorm van een onderhandse akte. Enkel als ze bepalingen over onroerende goederen bevat, is een notariële akte verplicht. Eens de overeenkomst door de rechter is bekrachtigd, is ze bindend voor alle partijen.

De familierechtelijke overeenkomst

In de familierechtelijke overeenkomst moeten de echtgenoten een regeling treffen omtrent vier zaken: de verblijfplaats van elk van de echtgenoten tijdens de procedure, de uitoefening van het ouderlijk gezag en het omgangsrecht, de onderhoudsbijdrage voor de kinderen en de eventuele onderhoudsbijdrage tussen de echtgenoten onderling.

1. Verblijfplaats
De echtgenoten moeten schriftelijk vastleggen waar ze beiden tijdens het verloop van de echtscheidingsprocedure zullen wonen. Dit is in de meeste gevallen een afzonderlijke verblijfplaats. Mogelijk blijft één van de echtgenoten in de gezinswoning of blijven de kinderen in de gezinswoning en verhuizen de ouders telkens.

2. De kinderen
Je moet overeenkomen wie het ouderlijke gezag over de minderjarige kinderen zal uitoefenen. Meestal wordt het ouderlijk gezag gezamenlijk uitgeoefend.
Ook het verblijf van de kinderen moet worden geregeld. Hierbij hebben de echtgenoten een grote vrijheid om regelingen uit te werken. Die kunnen bijvoorbeeld gaan van een week-weekregeling tot een klassiek weekendverblijf of allerhande tussenoplossingen.  Het is belangrijk om deze regeling tot in de details uit te werken (aanvangsuren, wie brengt, wie haalt, speciale dagen, vakantieperiodes,…).

3. Alimentatie voor de kinderen
Er moet een regeling opgenomen worden over de manier waarop elk van de echtgenoten zal bijdragen in de kosten van onderhoud, opvoeding en opleiding van de kinderen. Strikt gezien moet er enkel een regeling voorzien worden voor de minderjarige kinderen, maar toch is het aan te raden ook iets te voorzien voor de meerderjarige kinderen zolang ze nog studeren.
Alimentatie kan variërend worden voorzien, bijvoorbeeld een verhoging op bepaalde leeftijden.

4. Alimentatie tussen echtgenoten
Ten slotte moet in de familierechtelijke overeenkomst een clausule worden opgenomen betreffende een eventuele onderhoudsuitkering van de ene aan de andere partner. Echtgenoten die akkoord gaan dat er geen persoonlijke bijdrage moet betaald worden, kunnen dat zo opnemen in hun akkoord.

De vermogensrechtelijke overeenkomst

Dit is een akkoord over over de vereffening-verdeling van het gemeenschappelijke vermogen en van de onverdeeldheden.
Hoe de partners de goederen die hun gemeenschappelijk toekomen verdelen, staat hen volledig vrij.
Denk ook aan de wettelijke erfrechtelijke aanspraken van de langstlevende echtgenoot. In de praktijk wordt meestal afstand gedaan van het wettelijke erfrecht, maar dat is niet verplicht.

Wat staat er zoal in de overeenkomst?
– Regeling in verband met persoonlijke voorwerpen.
– Regeling over meubelen en lichamelijk roerende voorwerpen.
– Wagen
– Gelden, effecten, aandelen en andere tegoeden waarvan de echtgenoten eigenaar zijn. Ook levensverzekeringen, groepsverzekeringen, pensioenspaarrekeningen en dergelijke niet vergeten.
– Onroerende goederen.
– Schulden en leningen.
– Belastingen die nog moeten betaald of gekregen worden.

Kan een EOT gewijzigd worden?

Een wijziging tijdens de procedure is mogelijk als de echtgenoten of één van hen nieuwe en onvoorziene omstandigheden aanvoeren waardoor hun toestand ingrijpend wijzigt.
Zodra de echtscheidingsprocedure op grond van onderlinge toestemming doorlopen is, kunnen de echtgenoten in onderling akkoord perfect wijzigingen aanbrengen in de overeenkomsten en afspraken die ze maakten. Enkel voor wijzigingen van het ouderlijke gezag en het omgangsrecht is een homologatie door de rechtbank nodig.
Als je een wijziging wenst in de EOT, maar je partner daarmee niet akkoord gaat, kun je opnieuw naar de rechter stappen en zo trachten een aanpassing te bekomen. Maar dat kan niet voor alle wijzigingen. De regeling rond de verdeling van de goederen is namelijk definitief en je kan daar niet op terugkomen. De onderhoudsbijdrage voor de kinderen en het ouderlijk gezag kan dan weer wel op vraag van één ex-partner aangepast worden. Dit kan enkel als er zich nieuwe en ingrijpende omstandigheden voordoen, die ontstaan zijn buiten de wil van de echtgenoten.

 

naar boven

 

Echtscheiding door onherstelbare ontwrichting (EOO)

Als een echtscheiding door onderlinge toestemming niet mogelijk is, kan de echtscheiding enkel worden uitgesproken op grond van de zogenaamde onherstelbare ontwrichting van het huwelijk.

Wanneer is het huwelijk onherstelbaar ontwricht?

Als de voortzetting van het samenleven tussen de echtgenoten redelijkerwijze onmogelijk is geworden door de ontwrichting. De echtgenoot die inroept dat er sprake is van een onherstelbare ontwrichting, moet dat ook bewijzen.

De ontwrichting kan rechtstreeks worden aangetoond door alle middelen van recht (geschriften, getuigen, bekentenis, eed). Feitelijkheden als overspel, slagen en verwondingen,… kunnen hierbij in aanmerking genomen worden om aan te tonen dat er sprake is van een onherstelbare ontwrichting. Deze rechtstreekse bewijsvoering is echter niet altijd gemakkelijk, daarom bepaalt de wet dat er ook een onherstelbare ontwrichting bestaat wanneer zich één van de volgende situaties voordoet:
–   De echtgenoten wonen al geruime tijd niet meer samen (feitelijk gescheiden leven). Afhankelijk van wie de echtscheiding vraagt, verschilt de vereiste duur van de feitelijke scheiding. Gebeurt het verzoek door één echtgenoot, dan moet de feitelijke scheiding minstens een jaar duren. Zijn beide echtgenoten verzoekende partij, dan volstaat een feitelijke scheiding van zes maanden.
–   Leven de echtgenoten nog samen, maar wordt het verzoek om te scheiden binnen een bepaalde tijdspanne tweemaal geuit, dan besluit de rechtbank dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is.

 

naar boven

 

Omgangsregeling

De uitoefening van het ouderlijk gezag kan volgens drie gezagsregelingen:

  1. Gezagsco-ouderschap: beide ouders blijven juridisch het ouderlijk gezag behouden. Dit heeft niets te maken met de verblijfplaats van de kinderen. Ouderlijk gezag betekent het recht van beide ouders om te beslissen in belangrijke levenskeuzes van hun kinderen.

De ouders moeten alle belangrijke beslissingen altijd samen nemen. Een ouder mag geen enkele belangrijke beslissing nemen zonder overleg met de andere ouder. Dit wil niet zeggen dat ze de beslissingen ook samen moeten uitvoeren.

Een buitenstaander (schooldirecteur, huisarts, gemeenteambtenaar, bankdirecteur,…) moet bij gezagsco-ouderschap aanvaarden dat één ouder een belangrijke beslissing uitvoert, tenzij hij vermoedt dat de andere ouder niet akkoord gaat met de beslissing. Dan moet de buitenstander eerst ook toestemming vragen aan de andere ouder.

  1. Eenzijdige uitoefening van het ouderlijk gezag door één ouder: de ouder die eenzijdig het ouderlijke gezag uitoefent, mag alle belangrijke beslissingen nemen voor de persoon en het beheer van de goederen van het kind. Hij heeft de plicht om de goederen in het belang van het kind te beheren.

De andere ouder blijft drager van het ouderlijk gezag. Hij behoudt financiële plichten. Hij heeft recht op persoonlijk contact (omgangsrecht), het recht om het kind regelmatig te ontmoeten. Dit is een recht, geen plicht. Als het kind bij hem verblijft, neemt hij de dagelijkse beslissingen. Hij heeft ook recht op alle informatie in verband met het kind. Buitenstaanders moeten op eenvoudig verzoek alle informatie aan beide ouders doorgeven.

  1. Een gezagsregeling op maat: de ouders zijn vrij om zelf te bepalen welke ouder beslissingen mag nemen.

De wet bepaalt dat gezagsco-ouderschap de voorkeurregeling is. Deze wet over de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag heeft niets te maken met waar de kinderen wanneer verblijven.

 

Bilocatie (of verblijfsco-ouderschap)

Bilocatie is de gangbare omschrijving voor een verblijfsregeling van de kinderen, waarbij deze beurtelings bij de ene, dan bij de andere ouder verblijven.

De termen “hoederecht” en “bezoekrecht” zijn verouderd en worden niet meer gebruikt.

De wet bepaalt geen enkele voorkeur voor een bepaalde verblijfsregeling en zegt niets over de beste verblijfsregeling. De wet bepaalt niet dat verblijfsco-ouderschap de voorkeurregeling is. De wet bepaalt niet dat het kind evenveel tijd bij elke ouder moet verblijven. De wet bepaalt niet dat bij gezagsco-ouderschap ook verblijfsco-ouderschap hoort.

 

Wanneer mogen de kinderen zelf kiezen bij wie ze wonen? 

Minderjarige kinderen mogen nooit kiezen bij wie ze gaan wonen.

Het algemeen principe is dat kinderen geen partij zijn in de echtscheiding van hun ouders. Toch kan de rechter beslissen om de kinderen uit te nodigen en hen te horen. Dit betekent niet dat hij moet doen wat de kinderen vragen. Hij moet naar hen luisteren en rekening houden met hun mening. Maar de rechter moet ook de wetgeving, de visie van de andere partijen en het belang van de kinderen op lange termijn voor ogen te houden.

 

naar boven

 

De familierechtbank

Tot en met augustus 2014 waren voor familiale kwesties verschillende rechtbanken bevoegd. In de aanloop naar een echtscheiding besliste de Rechter in kortgeding over de zogenaamde dringende en voorlopige maatregelen (bijvoorbeeld betreffende de verblijfsregeling voor de minderjarige kinderen), de Burgerlijke rechtbank sprak de echtscheiding uit, de Jeugdrechtbank beslechtte de geschillen met betrekking tot de kinderen na de echtscheiding, de Vrederechter regelde de (pure) alimentatiegeschillen na de echtscheiding.
Ongeveer iedereen was en is ervan overtuigd dat deze versnippering moest ongedaan gemaakt worden. Maar pas na tientallen jaren parlementair gezwoeg kwam er uiteindelijk een geschikte regeling tot stand: de wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank, voerde een eengemaakte Familierechtbank in. De wet werd van kracht op 1 september 2014.

De Familierechtbank is bevoegd voor quasi alle familiale kwesties: huwelijksvermogensrecht, echtscheidingen, ouderlijk gezag en verblijfsregeling voor minderjarige kinderen, onderhoudsvorderingen (tenzij die verband houden met een leefloon), voorlopige maatregelen na een relatiebreuk, vereffening en verdeling, afstamming en adoptie, erfopvolging, testamenten en schenkingen….

Er is een Familierechtbank in elk van de 12 gerechtelijke arrondissementen, als nieuwe afdeling van de Rechtbank van eerste aanleg.
Elke Familierechtbank moet beschikken over minstens 1 kamer voor minnelijke schikkingen. Partijen worden tijdens de inleidende zitting ingelicht over de mogelijkheid een geschil te beslechten via verzoening of bemiddeling. Het initiatief om een zaak aan deze kamer voor te leggen kan zowel van partijen als van de rechter uitgaan.
De wet van 30 juli 2013 verplicht de Familierechtbanken om minderjarige betrokkenen vanaf 12 jaar te horen, als die dat willen. Iedere minderjarige vanaf 12 jaar die belanghebbende is in een procedure voor de familierechtbank krijgt een brief toegestuurd met de nodige informatie en een antwoordformulier. Ook jongere kinderen hebben het recht om gehoord te worden
Een versnelde procedure (kort geding) is voorzien voor welbepaalde hoogdringende geschillen. Er geldt een vermoeden van hoogdringendheid voor vorderingen in verband met de afzonderlijke verblijfplaats, de regeling van ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact, onderhoudsverplichtingen en voorlopige maatregelen. Ook andere vorderingen kunnen in kort geding behandeld worden, maar dan moet de hoogdringendheid bewezen worden.

Bijzonderheid: echtscheiding door onderlinge toestemming (uiteraard niet echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting = de vroegere echtscheiding op grond van feiten, bijvoorbeeld overspel) kan volledig schriftelijk verlopen, mits de echtgenoten bij de neerlegging van het verzoekschrift tot echtscheiding al meer dan 6 maand feitelijk gescheiden leven. Het Parket adviseert (net als onder de oude regeling) over de ev. regeling voor de minderjarige kinderen, en de Rechtbank spreekt de echtscheiding uit. Echtgenoten die nog geen 6 maand feitelijk gescheiden zijn moeten 1 keer in persoon verschijnen voor de Familierechtbank (in plaats van 2 keer onder de oude regeling). Wie niet persoonlijk kan verschijnen (bijvoorbeeld omwille van langdurig verblijf in het buitenland) kan zich laten vertegenwoordigen door een advocaat of notaris.

Alleen inzake de bescherming van geesteszieken en meerderjarige onbekwame personen blijft de Vrederechter bevoegd, maar alle andere familiale kwesties moet hij afstaan aan de Familierechtbank.
De Jeugdrechtbank blijft nog alleen bevoegd voor jeugdbeschermingsdossiers, zeg maar: beschermende maatregelen betreffende minderjarigen die in gevaar zijn (bijvoorbeeld als slachtoffer van een misdrijf) en/of die zelf een misdrijf pleegden.
De Familierechtbank is een burgerlijke, geen strafrechtelijke rechtbank. Misdrijven (bijvoorbeeld huishoudelijk geweld, seksueel misbruik, ontvoering, niet betalen van onderhoudsgeld…) behoren derhalve niet tot haar bevoegdheid.

 

naar boven

 

Sociaal onderzoek

Tijdens een echtscheidingsprocedure of bij een procedure betreffende de omgangsregeling (tijdens de echtscheiding of in een geschil van ouders die gescheiden leven) kan de rechtbank beslissen om een sociaal onderzoek te laten uitvoeren. Dit kan ze doen op eigen initiatief, op verzoek van het openbaar ministerie of op vraag van één van de ouders.

Dit onderzoek dient om de kinderen te horen in hun eigen omgeving en tegelijk ook om informatie te verzamelen over die omgeving zelf. Een sociaal onderzoek helpt de rechter om een beslissing te nemen in het belang van het kind. Een maatschappelijk assistent brengt één of meerdere bezoek(en) aan de kinderen en aan beide ouders. Op basis daarvan wordt een verslag opgemaakt. Het is de rechter zelf die beslist in hoeverre hij daar rekening mee wil houden.

 

naar boven

 

Alimentatie en persoonlijk onderhoudsgeld

Alimentatie voor de kinderen

Volgens de wet zijn zowel de vader als de moeder verplicht om, in verhouding tot hun middelen, te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de opvoeding en de opleiding van hun kinderen.

Als de opleiding nog niet beëindigd is, kan die verplichting blijven voortduren tot na de meerderjarigheid van het kind.

Indien je beslist om niet meer samen te leven, zal je als ouder een financiële regeling moeten vinden om verder te kunnen instaan voor het onderhoud, de opvoeding en de opleiding van je kinderen. Als er geen akkoord is, kan de rechter één van de ouders veroordelen om maandelijks en per kind bij te dragen in die kosten.

Bij het bepalen of zo’n uitkering verschuldigd is of niet, en van de hoogte ervan, houdt de rechter rekening met het verblijf van de kinderen (wanneer zijn ze bij wie), de draagkracht van elk van de ouders, de leeftijd van de kinderen, het aantal kinderen, medische aandoeningen, de omvang van de kinderbijslag, kosten van kinderopvang of hoger onderwijs enz.

Naast de eigenlijke alimentatie wordt vaak ook een regeling getroffen over de buitengewone kosten. Bijvoorbeeld bepaalde schoolkosten, medische kosten, autorijschool, enz. Om discussies te vermijden is het aan te raden om de buitengewone kosten duidelijk en uitgebreid te omschrijven.

Persoonlijk onderhoudsgeld

In sommige gevallen kan één van de partners daarnaast recht hebben op een persoonlijk onderhoudsgeld. Hierover kunnen tijdens de echtscheidingsprocedure afspraken gemaakt worden (in de EOT), zowel over het bedrag als over de wijze van een latere herziening. Er kan echter geen afstand worden gedaan van het recht op een uitkering vóór de ontbinding van het huwelijk.

Er moet geen schuld bewezen worden in hoofde van de onderhoudsplichtige om een recht op onderhoudsgeld te bekomen voor de onderhoudsgerechtigde. Zelfs wanneer er geen enkele fout vastgesteld wordt, kan een recht op persoonlijk onderhoudsgeld toegekend worden.

Maar wanneer de rechtbank oordeelt dat een huwelijkspartner een grove fout heeft begaan, dan kan de rechtbank het recht op onderhoudsgeld aan deze huwelijkspartner ontzeggen. Wanneer een huwelijkspartner zich schuldig heeft gemaakt aan partnergeweld dan verliest deze steeds elk recht op een persoonlijk onderhoudsgeld.

Bij de bepaling van het persoonlijk onderhoudsgeld wordt rekening gehouden met de economische middelen van de partijen. Het onderhoudsgeld kan nooit meer kan bedragen dan een derde van de netto inkomsten van de uitkeringsplichtige.

De rechter bepaalt zowel het bedrag als de duur van het onderhoudsgeld. De maximale duur is de duur dat het huwelijk duurde. Werd de uitkering niet uitdrukkelijk in de tijd beperkt, dan eindigt ze van rechtswege door het verstrijken van de duur van het huwelijk.

De rechter houdt bij het bepalen van het bedrag en de duur rekening met de economische keuzes die de partijen maakten tijdens het samenleven, onder andere:

– Ging de vrouw uitwerken?
– Stond een van de partners in voor de opvang van de kinderen en was deze daardoor niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt?
– Heeft een van de partners zich ingezet voor de zelfstandige activiteit van de andere echtgenoot en verliest deze door de echtscheiding hierdoor een inkomen of een voordeel uit de gemeenschap, al dan niet met de huidige beperking op de arbeidsmarkt omwille van leeftijd,…

Einde van de uitkering

De uitkering eindigt in ieder geval definitief in geval van een nieuw huwelijk van de uitkeringsgerechtigde of op het ogenblik waarop deze laatste een verklaring van wettelijke samenwoning doet, tenzij de partijen anders overeenkomen. Ook de rechter kan de onderhoudsverplichting beëindigen wanneer de uitkeringsgerechtigde samenleeft met een andere persoon.

Een persoonlijk onderhoudsgeld wordt automatisch aangepast aan de index.

 

Het bedrag van de alimentatie

Het bedrag van de alimentatie berekenen is niet eenvoudig. De kost van een kind is afhankelijk van de leeftijd van het kind en van de levensstandaard of het inkomen van beide ouders. Voor de berekening van het onderhoudsgeld kan men ook rekening houden met de verblijfsregeling, de kinderbijslag en de kosten die beide ouders samen dragen. De wet (2008) bepaalt geen bedrag of berekeningswijze van onderhoudsgeld voor kinderen. Er bestaan geen wettelijke berekeningsformules.

De Gezinsbond en enkele privé organisaties hebben formules uitgewerkt. Het bedrag dat je met zo’n formule berekent, is geen ‘juiste’ of wettelijk verplichte berekening maar kan je een idee geven.

Indexatie

Alimentatie moet jaarlijks geïndexeerd worden (ook als het niet uitdrukkelijk in de EOT  of het vonnis vermeld wordt). Het is de betaler die op eigen initiatief de indexering moet toepassen.

De formule om de indexaanpassing te berekenen is de volgende:  basisbedrag X (eindindex : beginindex)
Het basisbedrag is het bedrag aan alimentatie of onderhoudsgeld dat in je overeenkomst staat of dat door de rechter bepaald werd.
De beginindex is het indexcijfer van de maand voorafgaand aan de ondertekening van je overeenkomst.
De eindindex is het indexcijfer van de maand van berekening.

Fiscaal

Betaalde onderhoudsuitkeringen zijn aftrekbaar van de belastingen ten belope van 80% van het totale netto-inkomen.

De onderhoudsuitkeringen die de ouder betaalt aan de kinderen met wie hij of zij niet samenwoont, zijn aftrekbaar vanaf het jaar van de scheiding of de beëindiging van de wettelijke samenwoning. Het maakt hier niet uit of het gaat om een echtscheiding, een feitelijke scheiding, een scheiding van tafel en bed.

Ontvangen onderhoudsuitkeringen zijn belastbaar ten belope van 80 % van het totale netto-inkomen. Ze moeten aangegeven worden op naam van de persoon voor wie de uitkeringen bedoeld zijn. Zo moeten onderhoudsuitkeringen ten gunste van een kind in een aangifte op naam van het kind worden vermeld en niet in de aangifte van de ouder met wie het kind samenwoont, zelfs als het kind minderjarig is.

Wat als je recht hebt op alimentatie maar je ex niet betaalt?

Je kan je richten tot DAVO, de Dienst voor Alimentatie Vorderingen.

Deze dienst heeft twee doelstellingen, namelijk hulp bieden bij de uitvoering van gerechtelijke beslissingen (invorderen van onderhoudsgeld) en armoedebestrijding (betalen van voorschotten op onderhoudsgeld).

Meer informatie over hoe je dit kan aanvragen, het verloop van de procedure enz. vind je hier: http://www.davo.belgium.be/index.php?page=3.

 

naar boven

 

Kan je een EOT wijzigen?

Jullie hebben samen een EOT gemaakt tijdens de echtscheidingsprocedure. Jullie hebben toen met de beste bedoelingen dingen op papier gezet in verband met de verblijfsregeling, vakanties, de kosten van de kinderen,…

Maar nu, enige tijd later, blijken die afspraken toch niet te werken zoals je veracht had. Mogelijk worden de afspraken niet of onvoldoende nageleefd. De kinderen worden bijvoorbeeld te laat opgehaald of terug gebracht of er wordt te vaak geschoven in de vakantieperiodes waardoor plannen onmogelijk wordt.

Ook kan de persoonlijke situatie van (een van) de ex-partners veranderd zijn. Men ontmoet een nieuwe partner, men verhuist verder weg zodat dagelijks vervoer van en naar school niet meer mogelijk is, men verandert van job.

Daarnaast is natuurlijk de situatie van de kinderen van groot belang. Misschien werkt deze verblijfsregeling gewoon niet voor hen, zijn er te veel of net te weinig wissels, krijgen ze nieuwe hobby’s of willen ze hun vrije tijd anders invullen.

Kan de gemaakte overeenkomst nog gewijzigd worden of hang je eraan vast?

 

In tegenstelling tot de afspraken over de vereffening en verdeling, is het antwoord: ja, dat kan zeker!

Als jullie samen, in onderling overleg, de overeenkomst willen wijzigen dan kan dat. Er is geen wettelijke verplichting om die nieuwe afspraken op papier te zetten. Echter, op die manier wordt het moeilijk als er later discussies zijn. Het is dus sterk aan te raden om ze wel op papier te zetten en om ze vervolgens door de familierechtbank te laten bekrachtigen. Op die manier zijn ze afdwingbaar. Samen met de verblijfsregeling kan ook de kostenregeling herbekeken worden. En hieraan hangen dan weer fiscale gevolgen. Regel het dus niet eventjes snel aan de voordeur tijdens een wissel, maar neem je tijd en win voldoende informatie in. Tijdens een ouderschapsbemiddeling kunnen al deze aspecten rustig besproken worden.

Vaak is er echter maar één ouder die de regeling wil aanpassen. Ook dan kan bemiddeling een oplossing bieden. Als overleg niet mogelijk is, kan een ouder bij de familierechtbank eenzijdig een vraag tot wijziging indienen. Hij of zij moet aantonen dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die niet voorzien konden worden bij de totstandkoming van de overeenkomst. De rechter zal dan een beslissing nemen in het belang van het kind.

naar boven
 

Het echtscheidingspensioen

Bij een echtscheiding maakt de gescheiden echtgenoot bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, onder bepaalde voorwaarden, aanspraak op een eigen persoonlijk rustpensioen. Dit rustpensioen wordt berekend op de loopbaan van de ex-partner die gelegen is tijdens de periode van het ontbonden huwelijk.

Het echtscheidingspensioen is er enkel voor werknemers en zelfstandigen en niet voor ambtenaren. Het pensioen van een ambtenaar is immers een persoonlijk recht dat niet overdraagbaar is. Enkel bij het overlijden van de gepensioneerde ambtenaar kan de ex-partner een overlevingspensioen aanvragen gebaseerd op de loopbaan van de ambtenaar.

Voorwaarden waaraan de begunstigde moet voldoen:
–   Het echtscheidingspensioen is een eigen recht. Daarom gelden de voorwaarden die ook gelden voor het rustpensioen, bijvoorbeeld: de begunstigde moet de pensioengerechtigde leeftijd behaald hebben.
–   De begunstigde mag niet veroordeeld zijn om de echtgenoot naar het leven te staan.
–   Hij mag niet ontzet zijn uit de ouderlijke macht.
–   Hij mag niet hertrouwen. Het echtscheidingspensioen wordt geschorst bij een nieuw huwelijk van de begunstigde. Het echtscheidingspensioen kan herleven als dat nieuwe huwelijk wordt ontbonden door echtscheiding of overlijden. Meerdere echtscheidingspensioenen kunnen gecumuleerd worden bij opeenvolgende echtscheidingen.

Voorwaarden waaraan de ex-echtgenoot moet voldoen: het echtscheidingspensioen is een eigen recht van de begunstigde en is dus onafhankelijk van de positie van de pensioengerechtigde ex-echtgenoot.
–   De ex-echtgenoot moet de pensioengerechtigde leeftijd niet bereikt hebben.
–   Het echtscheidingspensioen blijft uitbetaald zelfs als de ex-echtgenoot overlijdt.
–   Het echtscheidingspensioen blijft uitbetaald zelfs als de ex-echtgenoot hertrouwt.

Berekening

Het pensioen als uit de echt gescheiden echtgenoot wordt op dezelfde manier berekend als het rustpensioen. Dit is logisch omdat het echtscheidingspensioen een eigen recht is. Men doet dus alsof de gescheiden echtgenoot zelf een activiteit uitoefende. Er zijn echter enkele specifieke elementen:

–   Huwelijksjaren: ten eerste kunnen alleen de arbeidsprestaties die de ex-echtgenoot tijdensde periode van het huwelijk heeft geleverd, pensioenrechten doen ontstaan.

–   Het eigen recht voor een huwelijksjaar: ten tweede wordt er voor het echtscheidingspensioen geen rekening gehouden met de jaren waarvoor de begunstigde echtgenoot zelf een persoonlijk pensioen kan ontvangen in een ander stelsel. Er kan wel aan het genot van dit eigen pensioen verzaakt worden en dan gaat men toch rekening houden met het huwelijksjaar en het loon van de ex-echtgenoot.

–   Beperking van het loon tot 62,5% min het eigen loon: ten derde wordt er voor de berekening van het loon tijdens de huwelijksjaren gekeken naar het loon van de ex-echtgenoot. Dat loon wordt gebruikt voor de berekening maar beperkt tot 62,5%. Er wordt met andere woorden rekening gehouden met een loon waarvan het jaarbedrag gelijk is aan 62,5% van het overeenstemmende jaarloon waarmee rekening zou moeten worden gehouden voor de berekening van het pensioen van de ex-echtgenoot indien hij op hetzelfde ogenblik zijn pensioenrechten zou laten gelden.

–   Aftrek van het eigen recht: de berekening aan 62,5% zou natuurlijk echter zeer positief kunnen zijn voor een aantal mensen omdat het als het ware een surplus van 62,5% zou kunnen betekenen op het eigen loonbasis voor de berekening van het pensioen. Vandaar dat het loon van de ex-echtgenoot wordt verminderd met het eigen loon voor het overeenstemmende jaar. Concreet betekent dit dat de jaren met eigen pensioenrechten niet of voor minder in rekening worden gebracht.

 

naar boven

 

Relatiebreuk, wat met de gezinswoning?

Elk jaar lopen 25.000 huwelijken op de klippen. Een breuk leidt vaak tot de verkoop van de gezinswoning. De ex-partner kan er ook voor kiezen in de gezinswoning te blijven wonen. Maar dat heeft een prijskaartje.

In 2013 liepen welgeteld 24.872 huwelijken op de klippen. Het aantal echtscheidingen geeft maar een partieel beeld van alle relaties die op een breuk eindigen. Niet iedereen is gehuwd. Steeds meer koppels zijn alleen wettelijk of feitelijk samenwonend. Wat er bij een breuk moet gebeuren met de woning die de ex-partners samen hebben aangekocht, is voer voor verhitte discussies. De kwestie wordt beter goed overwogen, want de gevolgen zijn niet min.

Om dat te illustreren, gaan we uit van een concreet voorbeeld. Ilse en Koen stappen in 2004 in het huwelijksbootje. Twee jaar later, in 2006, kopen ze een woning van 300.000 euro. Om de aankoop,, inclusief registratierechten en notariskosten, te financieren brengen ze elk 60.000 euro spaargeld in en gaan ze samen een hypothecaire lening aan van 220.000 euro. De maandelijkse aflossing voor de lening bedraagt 1.000 euro. De afbetaling begint op 1 juni 2006 te lopen. Ilse en Koen hebben een vergelijkbaar inkomen. Ze dragen elke maand elk 500 euro bij om het woonkrediet af te betalen.

  1. De ene partner koopt de andere uit

In 2015 loopt de relatie spaak. Ondertussen hebben ze 98.000 euro van het woonkrediet afgelost. Na wat getouwtrek beslist Ilse in de gezinswoning te blijven wonen. Ze overweegt Koen uit te kopen zodat ze alleen eigenaar wordt van de woning.

In dat geval moeten de partners het eerst eens worden over de prijs die Ilse voor het deel van Koen moet betalen. Want de waarde van de woning is ondertussen gestegen.

Als de partners het niet eens geraken over de prijs, kunnen ze een onafhankelijke deskundige aanstellen om de waarde van de woning te laten schatten. Om blijvende discussies uit te sluiten, kunnen ze vooraf overeenkomen dat ze zich bij het verslag van de deskundige zullen neerleggen.

Ilse moet goed nadenken vooraleer ze Koen uitkoopt. Want voortaan zal ze de lening alleen moeten afbetalen. In plaats van 500 euro zal ze elke maand 1.000 euro moeten betalen en dat voor een lening waarvoor ze minstens nog 122.000 euro (het ontleende kapitaal zonder intresten) moet aflossen.

Het best vraagt ze vooraf het fiat van de bank, want die moet ermee akkoord gaan dat de lening voortaan alleen op haar naam staat. De banken rekenen circa 300 euro administratiekosten aan om de lening te ‘desolidariseren’. Zolang dat niet gebeurt en het woonkrediet op naam blijft staan van Ilse en Koen, blijven ze beiden hoofdelijk aansprakelijk voor de afbetaling van de lening. Dat houdt in dat de bank zowel Koen als Ilse kan aanspreken om het volledige nog openstaande bedrag van de lening terug te storten als de afbetalingen zouden haperen.

Niet alleen moet Ilse de afbetaling van de lening integraal op zich nemen, ze zal bovendien nog een aanzienlijk bedrag moeten neertellen om Koen uit te kopen.

Om het bedrag van de uitkoop te berekenen, wordt meestal de volgende formule gehanteerd: (de actuele waarde van de woning – het bedrag dat de uitkopende partner alleen nog moet afbetalen) : 2. In de veronderstelling dat de woning nu 350.000 euro waard is en Ilse nog 122.000 euro moet afbetalen, is het uitkoopbedrag (350.000 – 122.000 euro) : 2 = 114.000 euro.

‘Als de eigen inbreng van de partners niet gelijk was, zal er nog een verrekening moeten gebeuren’, zegt advocate Nathalie Labeeuw (Cazimir). ‘Stel dat Koen bij de aankoop van de woning nog 50.000 euro extra op tafel kon leggen, dan had het koppel slechts 170.000 in plaats van 220.000 moeten lenen. Maar dan moet Ilse die 50.000 euro ook nog terugbetalen aan Koen als ze hem uitkoopt. Zo’n verrekening moet ook gebeuren als Koen meer bijdroeg tot de afbetaling van de lening. Of als Koen het huis een meerwaarde kon geven door verbeteringswerken uit te voeren en daartoe zelf, of samen met zijn vader, de handen uit de mouwen stak. In de praktijk leidt dat geregeld tot moeilijke discussies.’

Hoe dan ook, de kans is reëel dat Ilse een bijkomende lening moet aangaan.

Daarmee is het kostenplaatje voor Ilse nog niet volledig. Want als ze alleen eigenaar wordt van de woning, moet ze de zogenaamde miserietaks betalen van 1 procent op de totale waarde van de woning en niet op slechts de helft ervan. Is de gezinswoning ondertussen 350.000 euro waard, dan moet Ilse – boven op de 114.000 euro aan Koen – nog 3.500 euro verdeelrecht betalen om alleen eigenaar te worden van de gezinswoning.

Dat Ilse de uitsluitende eigenaar is geworden van de woning, heeft ook fiscale gevolgen. Alleen zij zal het bedrag aan kapitaalaflossingen en intresten in aanmerking kunnen nemen voor de woonbonus. Koen is geen eigenaar meer en betaalt het woonkrediet ook niet verder af. De partner die wordt geschrapt als kredietnemer, geniet het belastingvoordeel niet meer.

Het is ook mogelijk dat Ilse, pienter als ze is, gebruik wil maken van de lage rentevoeten en de oorspronkelijke lening afgesloten in 2006 dit jaar herziet. Ze gaat bij haar bank een herfinanciering aan die het oorspronkelijke woningkrediet van 2006 vervangt. Dankzij de lagere intrestvoet verlicht ze daardoor de maandelijkse aflossingen. Maar kan Ilse dan nog genieten van de oude woonbonus zoals die bestond tot 31 december 2014? Of valt ze met zo’n herfinanciering onder de toepassing van de nieuwe woonbonus, waardoor het fiscaal voordeel minder groot wordt?

Het antwoord is geruststellend. Als Ilse de lening in 2015 zou herfinancieren, dan moet men voor de toepassing van de woonbonus kijken naar de datum van het oorspronkelijke woningkrediet, meldt het juridisch departement van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. De datum die men in aanmerking moet nemen, is die van de notariële akte van de oorspronkelijke lening.

Maar opgelet. Als Ilse na 1 januari 2015 een bijkomend bedrag zou lenen, bijvoorbeeld om Koen uit te kopen, zal de fiscus dat bijkomende krediet als een nieuwe lening aanzien. Voor het deel van het kapitaal dat vanaf 1 januari 2015 bijkomend wordt geleend, zal de fiscus ervan uitgaan dat de lening pas vanaf 1 januari 2015 is aangegaan.

  1. Een van de partners vertrekt en betaalt de lening verder alleen af

De situatie ziet er helemaal anders uit als Koen tijdens het huwelijk een blitzcarrière uitbouwde en daardoor in 2015, bij de breuk, flink wat meer verdient dan Ilse. Misschien is Koen bereid de gezinswoning te verlaten, zelf een flat te huren en de afbetaling van het woonkrediet helemaal op zich te nemen zodat Ilse en de kinderen niet hoeven te verhuizen.

Geen enkele bepaling staat zo’n regeling in de weg. ‘In dat geval kan Koen verder gebruikmaken van het voordeel van de woonbonus, ook al verlaat hij de woning waarvoor het woonkrediet is aangegaan’, meldt de federale overheidsdienst Financiën. Maar ook dan zit er een addertje onder het gras. Want de ex-partner die aanspraak maakt op het voordeel van de woonbonus kan dat slechts doen ‘a rato van zijn eigendomsaandeel in de woning’. Als Koen na de echtscheiding voor de helft eigenaar blijft van de woning en elke maand 1.000 euro zou aflossen voor de hypothecaire lening, kan hij voor de toepassing van de woonbonus slechts 500 euro per maand in rekening brengen. Hij blijft immers maar voor de helft eigenaar.

In de praktijk maakt dat niet zoveel uit. Want het bedrag dat Koen kan inbrengen is onder de oude woonbonus toch beperkt tot 2.280 euro per jaar (+ 760 euro tijdens de eerste tien jaar). Ilse, die niets meer betaalt voor de afbetaling van het woonkrediet, kan in dat geval niet meer van de woonbonus genieten. De fiscus staat het voordeel van de woonbonus alleen toe aan de partner die de aflossingen effectief heeft gedragen, in ons voorbeeld: alleen aan Koen.

  1. De woning wordt verkocht

Een andere mogelijkheid is dat beide partners de woning verkopen en verlaten. Een van de partners koopt een nieuwe woning met het lopende woonkrediet. De bank gaat akkoord met een hypotheekoverdracht, met andere woorden dat de nieuwe woning als onderpand zal dienen voor de aflossing van het hypothecair krediet. Zo’n hypotheekoverdracht heeft als voordeel dat de nieuwe eigenaar niet nog eens de kosten van een hypothecaire inschrijving moet betalen.

Hier is het niet duidelijk of de partner het voordeel van de oude woonbonus behoudt. Volgens de woordvoerder van de federale overheidsdienst Financiën, Francis Adyns, zou de administratie daar op korte termijn een circulaire over publiceren.

 

naar boven

 

De woonstvergoeding

In heel wat zaken waarin er echtelijke moeilijkheden zijn, wordt er door de rechter aan de partners toelating gegeven om apart te wonen. In de praktijk betekent dat vaak dat een van de partners in de gezinswoning blijft wonen en dat de andere verhuist. De vraag stelt zich dan of de partner die de gezinswoning voorlopig verder alleen mag betrekken een vergoeding verschuldigd is aan de andere echtgenoot. Als de woning immers aan de echtgenoten samen toebehoort, dan heeft elk van hen in principe recht op het gebruik en het genot van deze woning.

Algemeen gesteld is de echtgenoot die tijdens de echtscheidingsprocedure (voor de definitieve vereffening-verdeling) het exclusieve genot van de gezinswoning heeft, een vergoeding verschuldigd aan de andere echtgenoot. Zelfs wanneer hij nadien die woning overkoopt, moet een vergoeding betaald worden.

De woonstvergoeding wordt bepaald in functie van de huurwaarde van de woning. De echtgenoot die verder in de woning verblijft is aan de ander een  vergoeding verschuldigd van de helft van de huurwaarde van de woning.

Als de echtgenoot die in de woning blijft intussen de lening verder alleen aflost en de eigenaarslasten, zoals onroerende voorheffing, brandverzekering,… op zich neemt, kan hij de helft van die lasten verhalen op de andere echtgenoot of ze in mindering brengen van de woonstvergoeding.

 

naar boven

 

Verblijfsregister voor co-ouders

Het koninklijk besluit dat het verblijfsregister regelt, is in werking getreden op 15 februari van dit jaar.

KB

Er wordt een een nieuw informatiegegeven in het bevolkingsregister ingevoerd om de gedeelde huisvesting van minderjarigen te registreren. Zo kunnen kinderen, die niet gedomicilieerd zijn in een bepaalde gemeente, maar er wel verblijven, van bepaalde (al dan niet financiële) voordelen genieten, die aan het verblijf zijn gekoppeld. Het gaat bijvoorbeeld over lagere tarieven bij sportkampen of toegang tot buitenschoolse opvang. Het gaat over kinderen, die bijvoorbeeld één week bij de mama wonen en één week bij de papa, maar slechts bij één van beiden officieel kunnen ingeschreven zijn. Het verblijfsregister kan bij rampen ook een nuttig instrument zijn om te controleren wie mogelijks in een bepaald getroffen pand verblijft.

Hoe de verblijfplaats laten registreren in het gemeentelijk verblijfsregister?
De ouder bij wie het kind niet gedomicilieerd is, moet zich tot de dienst bevolking richten.
Je kan natuurlijk langsgaan bij de dienst bevolking maar het zou ook schriftelijk moeten lukken met een formulier dat bij de gemeente beschikbaar is.

Welke documenten heb je nodig?
– de gerechtelijke beslissing over de huisvesting van het kind
– of het gezamenlijk akkoord van de ouders, de EOT of ouderschapsovereenkomst.

 

naar boven