Over opnieuw starten

 

Feitelijk versus wettelijk samenwonen

Feitelijk samenwonen vraagt totaal geen formaliteiten.
Wettelijk samenwonen vereist de overhandiging van een geschrift aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, wat enkel kan voor ongehuwden.

Hulp en bijstand: ongehuwd samenwonenden zijn niet verplicht elkaar te helpen en elkaar ”het nodige” te verschaffen, tenzij de partners hierover schriftelijke afspraken hebben gemaakt.

Geld en bezit: wie feitelijk ongehuwd samenwoont, moet het stellen zonder al de bijzondere wetten omtrent het vermogen en de schulden van de samenwoners: er zijn geen specifieke verplichtingen, noch bijzondere rechten, tenzij de samenwoners dat zelf zijn overeengekomen. Bij wettelijke samenwoning geldt als wettelijke verplichting dat iedere partner bijdraagt in de lasten van de samenwoning naargelang zijn/haar mogelijkheden. De rest (het spaarsaldo) blijft afzonderlijk. In het samenwoningscontract kan men deze lasten omschrijven.

De gezinswoning: wettelijke samenwoners genieten dezelfde bescherming als gehuwden.
Feitelijke samenwoners genieten geen bescherming.

Samenwonen en erfrecht

Ongehuwd samenwonenden die louter feitelijk samenwonen erven niet van elkaar. Wil men graag dat de overblijvende partner erft, dan moet men een testament opstellen waarbij rekening moet worden gehouden met de wettelijke reserve die kinderen of ouders (enkel als er geen kinderen zijn) hebben in de nalatenschap van hun ouder, respectievelijk kind. De notaris zal hierbij adviseren hoe deze reservataire aanspraken kunnen worden verzoend met de bescherming van de langstlevende partner, en dit bijvoorbeeld via een beding van aanwas in volle eigendom of vruchtgebruik.

Wettelijk samenwonenden daarentegen erven wel automatisch van elkaar. Dit wil zeggen dat zij van elkaar erven zonder dat er een testament nodig is. Let wel, dit erfrecht geldt enkel voor de samenwonenden die een verklaring hebben afgelegd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Bovendien gaat het slechts om een beperkt erfrecht. De langstlevende van hen verkrijgt automatisch het vruchtgebruik (niet de volle eigendom) van de woning die het koppel bewoonde en van het huisraad die er zich in bevond, zonder dat hiervoor een testament nodig is.
Zelfs wanneer de eerststervende kinderen of ouders nalaat, komt het vruchtgebruik van heel de gezinswoning en van het daarin aanwezige huisraad toe aan diens langstlevende partner.
Bovendien kunnen wettelijk samenwonenden nog verder gaan dan dit automatisch vruchtgebruik van de gezinswoning en huisraad. Zo kunnen zij, zelfs wanneer er nog ouders in leven zijn, elkaar giften doen die de ganse nalatenschap omvatten.
Wanneer het daarentegen niet de bedoeling is om het vruchtgebruik op de gezinswoning en het huisraad tussen elkaar te laten vererven, volstaat het hiertoe een testament op te maken. Zo kan de vooroverleden wettelijk samenwonende zijn langstlevende partner onterven ten voordele van zijn andere erfgenamen.
Wanneer de wettelijk samenwonenden willen dat zij meer erven dan dit vruchtgebruik op de gezinswoning en het huisraad, moeten zij hoe dan ook een testament opmaken, zelfs wanneer de wettelijk samenwonende de enige erfgenaam is.

Huren

1.   De huurovereenkomst is ondertekend door beide samenwonenden

Feitelijk samenwonenden
Beide samenwonenden mogen de woning gebruiken.
In principe betalen ze ook elk slechts de helft van de huur, tenzij de huurovereenkomst voorziet dat ze beiden hoofdelijk verantwoordelijk zijn, waardoor ze beiden kunnen worden aangesproken voor de volledige huurprijs.
In geval van onenigheid tussen beiden is de vrederechter onbevoegd en moeten er dringende en voorlopige maatregelen worden gevraagd aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

Wettelijk samenwonenden
Wettelijk samenwonenden genieten dezelfde bescherming als echtgenoten: opzegging moet door en aan beide samenwonenden worden gedaan en de vrederechter is bevoegd voor het nemen van dringende en voorlopige maatregelen bij geschillen tussen beiden.
Anderzijds is achterstallige huur ook voor beiden verschuldigd voor de totaliteit (en niet elk voor de helft).
Nog deze tip: ingeval de samenwonenden uit elkaar gaan, is het aan te raden de huurovereenkomst te wijzigen in samenspraak met de verhuurder, zodat diegene die vertrekt niet meer kan worden aangesproken voor eventuele achterstallige huur.

2.   De huurovereenkomst is ondertekend door één van de samenwonenden

Feitelijk samenwonenden
Enkel de partner die het contract heeft ondertekend, is gebonden. Hij is alleen verantwoordelijk voor de betaling van de huurprijs, hij kan alleen de huur opzeggen zonder instemming van de andere. In geval van zijn overlijden heeft de inwonende partner geen aanspraak op de woning: de huiseigenaar kan de huurovereenkomst opzeggen. De andere partner heeft dus geen enkel recht, maar ook geen enkele plicht.

Wettelijk samenwonenden
Louter door het feit van de samenwoning, wordt de andere partner van rechtswege medehuurder en is hij dus mee verantwoordelijk voor de betaling van de totale huurprijs. Bij overlijden heeft de langstlevende partner dan wel als enige het recht op de huur van de gezinswoning.
De bescherming van de gezinswoning vervalt echter automatisch bij het einde van de wettelijke samenwoning (verklaring Burgerlijke Stand) zodat vanaf dat ogenblik enkel de effectieve bewoner nog moet instaan voor de intussen verschuldigde huur.

 

naar boven

 

Samenwonen heeft financiële implicaties

De gevolgen van wettelijk samenwonen voor uw belastingaangifte

http://www.belgium.be/nl/familie/koppel/samenwonen/belastingaangifte/

Aangifte en aanslag voor het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen
Voor het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen beschouwt de administratie wettelijk samenwonenden fiscaal als alleenstaanden. Dat betekent dat de wettelijke samenwonenden elk een afzonderlijke aangifte moeten indienen waarin zij elk hun persoonlijke inkomsten vermelden. Ook de inkomsten van de kinderen waarvan zij het wettelijk genot hebben, moeten zij vermelden.
De administratie zal twee afzonderlijke aanslagen vestigen, namelijk een op naam van elke betrokkene.

Aangifte en aanslag in de jaren volgend op het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen
Voor de jaren die volgen op het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen ontvangen wettelijk samenwonenden één gezamenlijke aangifte. Daarin vullen zij zowel hun persoonlijke als hun gemeenschappelijke inkomsten in. Ook de inkomsten van de kinderen waarvan zij het wettelijk genot hebben, moeten zij vermelden.
De administratie vestigt maar één aanslag, op naam van beide wettelijk samenwonenden.

Kinderen ten laste voor het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen
Voor het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen, moeten beide wettelijk samenwonenden nog een afzonderlijke belastingaangifte indienen. Als de wettelijk samenwonenden samen al een kind hadden, mag slechts een van de wettelijk samenwonende partners dat kind ten laste nemen. Eenzelfde kind mag nooit door meerdere personen ten laste worden genomen.
Bij het invullen van de aangifte mogen de  wettelijk samenwonenden zelf aangeven wie van beiden het kind ten laste neemt.

Toepassing van het huwelijksquotiënt
Het huwelijksquotiënt is een fiscale maatregel die de belastingdruk verlaagt voor gehuwden en wettelijk samenwonenden die samen worden belast. Aan de partner die over een heel klein of geen beroepsinkomen beschikt, wordt een gedeelte van het beroepsinkomen van de andere partner toegerekend.
Concreet gebeurt dat wanneer een van de partners een beroepsinkomen heeft dat minder dan 30% bedraagt van het totale beroepsinkomen van beide partners. In dat geval zal de belastingadministratie automatisch het huwelijksquotiënt toepassen, behalve wanneer daardoor de aanslag wordt verhoogd.

 

naar boven

 

Wat is van wie bij samenwoners?

Je gaat samenwonen met je partner en gezamenlijk een bankrekening openen, een wagen kopen op het autosalon, enz. Maar wat als je over een paar jaar uiteengaat? Wat is dan van wie?

Geen wettelijk regeling

Voor samenwonenden is er geen wettelijke regeling met betrekking tot de eigendoms­rechten van elk van beide partners, zoals dat wel het geval is bij gehuwden. Het kan daarbij gaan om zogenaamd wettelijk samenwonenden (dus samenwonenden die een verklaring afleggen op de burgerlijke stand van de gemeente waar zij samen verblijven) of om mensen die gewoon (zogenaamd feitelijk) samenwonen zonder zich te laten registreren.

In de praktijk

In de praktijk betekent dit dat ieder gewoon zijn eigen vermogen heeft en dit dus neerkomt op een soort van ‘scheiding van goederen’. Maar vaak hebben samenwonenden gezamenlijk bankrekeningen, worden er samen aankopen gedaan en soms is het zelfs niet meer duidelijk wie wat betaald heeft.

Als het met betrekking tot een bepaald goed niet vaststaat of bewezen kan worden aan wie het toebehoort, dan neemt men aan dat beide partners dit goed in onverdeeldheid aanhouden. Dat komt er dus op neer dat zij beiden in onverdeeld­heid eigenaar zijn, zoals dat he geval is bij echtgenoten met scheiding van goederen. Dit is trouwens uitdrukkelijk voorzien bij wettelijke samenwoning (artikel 1478 BW).

Inventaris opmaken

Als je gaat samenwonen, dan kan je met je partner steeds een boedel­beschrijving opmaken. Daarin geef je aan hoe het vermogen van elk van beide partners op dat ogenblik samengesteld is (‘wie heeft wat?’). Zo vermijd je discussies achteraf. Je kan dit zelf organiseren, ofwel stapt je daarvoor naar een notaris.

Zorg er in ieder geval voor dat de boedelbeschrijving voldoende gedetailleerd is en dat beide partijen ze ondertekenen. Als samenwonenden nog meer zekerheid willen, dan kunnen zij ook steeds een samenlevingscontract sluiten.

 

naar boven

 

Huwelijksvermogensstelsels

Een huwelijkscontract afsluiten is niet verplicht. Als je geen huwelijkscontract afsluit, val je automatisch onder het wettelijke stelsel.

Het wettelijke stelsel

Dit is het stelsel van scheiding van goederen en gemeenschap van aanwinsten. Er zijn drie vermogens: elk van de echtgenoten heeft een eigen vermogen en daarnaast is er een gemeenschappelijk vermogen.

In het eigen vermogen zitten de zaken die de echtgenoten al hadden voor het huwelijk of die ze tijdens het huwelijk krijgen door een erfenis, een testament of een schenking van hen persoonlijk. Ook strikt persoonlijke goederen, zoals bijvoorbeeld kleding, vallen in het eigen vermogen. De rest van de goederen valt in principe in het gemeenschappelijk vermogen. Denk aan inkomsten uit arbeid en wat daarmee gekocht wordt, opbrengsten van eigen goederen en schenkingen aan beide partners.

Er bestaat een vermoeden ten voordele van de gemeenschap. Dat wil zeggen dat degene die beweert dat een bepaald goed tot het eigen vermogen behoort, dat ook moet kunnen bewijzen. Kan hij dat niet bewijzen, dan behoort het goed dat het gemeenschappelijk vermogen.
Alle schulden die tijdens het huwelijk worden aangegaan, worden geacht gemeenschappelijk te zijn.

Bij een verdeling krijgt elk van de echtgenoten zijn eigen vermogen. Het gemeenschappelijk vermogen wordt in twee gedeeld, iedere echtgenoot de helft.

Scheiding van goederen

In dit stelsel blijven de vermogens van de echtgenoten in beginsel gescheiden. Dat betekent dat er maar twee vermogens zijn. Daarnaast kan er een zogenaamde onverdeeldheid ontstaan als de echtgenoten samen bepaalde goederen kopen. Voor de schulden geldt als principe dat deze door elke echtgenoot persoonlijk moeten worden gedragen, tenzij het een schuld is die ze samen zijn aangegaan.

Gemeenschap van goederen

In dit stelsel vallen alle goederen van de echtgenoten in principe in het gemeenschappelijk vermogen.

 

naar boven

 

Checklist bij trouwen of samenwonen

Deze checklist kan helpen bij het regelen van geldzaken als je gaat samenwonen of trouwen.

Bespreek jullie geldzaken en zet ze op een rij
Jullie vinden het misschien vervelend, maar een onderwerp als geld bespreek je best van zodra je de beslissing hebt genomen om te gaan samenwonen. Wees open en eerlijk met elkaar, ook als je schulden hebt. Maak meteen een overzicht van de gezamenlijke uitgaven en inkomsten. Spreek op basis van dat overzicht af wie wat betaalt.

Hou de uitgaven goed bij
Maak dus een overzicht van alle gezamenlijke uitgaven en inkomsten. Op basis daarvan kunnen jullie het uitgavenpatroon aanpassen aan de inkomsten, als dat nodig zou zijn. Cijfers zijn een goede basis voor een open gesprek over geldzaken.

Open een gemeenschappelijke zichtrekening voor maandelijkse lasten
Het is handig om een gemeenschappelijke rekening te openen waarop jullie allebei iedere maand een vast bedrag storten dat kosten dekt zoals huur , elektriciteit, water, telefoon, …. Elk van jullie kan betalen van op de gemeenschappelijke rekening. Maak dus goede afspraken over wat jullie ermee betalen en hou je daaraan. Om de gemeenschappelijke rekening te openen of af te sluiten, moet je daarentegen met twee zijn.

Trouwen, wettelijke samenwonen of feitelijk samenwonen?
Jullie gaan samenwonen omdat het klikt. Maar denk ook nuchter na over wat er zou kunnen gebeuren met de geldzaken in minder goede dagen:
Heb je nog een dak boven je hoofd als er een einde zou komen aan de liefde?
Moet je mee opdraaien als je partner zijn schulden niet meer zou kunnen terugbetalen?
Wat gebeurt er als een van beide partners sterft?
Getrouwde partners hebben heel wat verplichtingen tegenover elkaar; de zwakste partner is dan ook goed beschermd. Heel wat regels voor getrouwde partners gelden ook voor wettelijk samenwonenden. Bij feitelijk samenwonen hebben de twee partners daarentegen nauwelijks verplichtingen tegenover elkaar. De zwakste partner is dan natuurlijk ook niet beschermd.

Trouwers kunnen uit verschillende huwelijksstelsels kiezen
Zeker op het ogenblik dat één van de partners sterft, zijn er grote verschillen tussen de huwelijksstelsels: gemeenschap van goederen of scheiding van goederen. Bekijk de gevolgen van de keuze voor het een of ander stelsel en neem een geïnformeerde beslissing. Meer informatie over de huwelijksstelsels vindt je hier.

Trouwen of samenwonen heeft fiscale gevolgen
Als jullie trouwen of wettelijk samenwonen, dan moeten jullie één enkele belastingsaangifte doen in plaats van twee afzonderlijke. Als één van de partners geen eigen inkomen heeft, of een heel laag inkomen, dan levert trouwen of wettelijk samenwonen een belastingvoordeel op. Dat voordeel is er niet voor feitelijk samenwonenden. Zij moeten ook twee afzonderlijke aangiftes indienen.
Informeer je hier over de gevolgen voor jullie belastingen.

Hoe zit het met werkloosheidsuitkering, vergoedingen wegens arbeidsongeschiktheid en andere sociale uitkeringen?
De hoogte van die uitkeringen hangt dikwijls af van de gezinssituatie. Ga hier na welke invloed jullie gezinssituatie heeft, als een van jullie een sociale uitkering ontvangt.

Wat met jullie pensioen?
Als je getrouwd bent en met pensioen gaat, kan je misschien een gezinspensioen krijgen. Dat is hoger dan een pensioen voor alleenstaanden. Wie wettelijk of feitelijk samenwoont, krijgt geen gezinspensioen.
Als je getrouwd bent en je partner sterft, dan hebt je recht op een overlevingspensioen. En dat is niet het geval wanneer je wettelijk of feitelijk samenwoont. Kijk hier na hoe de vork aan de steel zit.
Hebben je partner of jijzelf een aanvullende pensioenregeling ? Bekijk of die iets voorziet voor de partner die overblijft na een overlijden. Ook dat kan verschillend zijn voor gehuwden, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden.

Maak afspraken over huren of kopen
Gaan jullie beiden verhuizen naar een nieuwe woning? Of trekt één van jullie in bij de ander? Misschien is kopen in het begin nog niet meteen de goede optie. Maar ga op tijd na of het toch niet voordeliger is. Maak duidelijke afspraken met elkaar over de verdeling van de kosten van een woning.

Herbekijk jullie familiale aansprakelijkheidsverzekering
Als jullie gaan samenwonen, hoeven jullie geen twee familiale verzekeringen meer te hebben. En bekijk hoe de verzekering moet aangepast worden aan jullie nieuwe gezinssituatie.
Hebben jullie nog geen dergelijke verzekering? Overweeg dan er een te nemen.

 

naar boven

 

Acht misverstanden over liefde en geld doorprikt

Hoe bezegelt u uw liefde? Gaat u ‘all the way’ met een huwelijk, beperkt u de formaliteiten tot een wettelijke samenwoning of hoeven die boterbriefjes niet? Wat ook de motivatie van uw keuze is, er zijn altijd gevolgen voor uw geld.

1. Centen op een spaarrekening op mijn naam zijn altijd van mij, nooit van mijn partner.

63 procent van de koppels stort de spaarcenten op een gemeenschappelijke spaarrekening, de overige 37 procent speelt liever op veilig en kiest voor een eigen spaarrekening. Hoe nauwer de juridische band, hoe groter de bereidheid tot solidariteit. Gemeenschappelijke spaarrekeningen zijn goed ingeburgerd bij gehuwden, al speelt het gekozen huwelijksstelsel een rol. Wie koos voor een huwelijk met scheiding van goederen spaart in 62 procent van de gevallen op een gemeenschappelijke rekening. Zonder scheiding van goederen loopt dat percentage op tot 82 procent. De samenwoners zweren bij financiële onafhankelijkheid en houden de spaarcenten netjes gescheiden: 71 procent van de feitelijke samenwoners vertrouwt zijn spaarcenten enkel aan een eigen spaarrekening toe, bij de wettelijke samenwoners is dat 56 procent.

Feiten: Bij gehuwden biedt geld parkeren op een rekening op eigen naam geen garanties. Of uw partner op dat geld aanspraak kan maken, hangt af van uw huwelijksvermogensstelsel. U hebt geen huwelijkscontract opgesteld? Dan bent u automatisch gehuwd onder het wettelijk stelsel. Kenmerkend is dat alle inkomsten van na de huwelijksdatum gemeenschappelijk zijn. Centen gespaard na het huwelijk zijn daardoor altijd gemeenschappelijk, zelfs al staan ze op een eigen rekening.

‘De naam op de rekening is niet relevant, wel de historiek van de gelden’, benadrukt notaris Carol Bohyn. Enkel de bezittingen van voor het huwelijk en een ontvangen schenking of erfenis blijven eigen bezit. De inkomsten van die eigen bezittingen tijdens het huwelijk – zoals de huur van een eigen appartement – behoren aan beide partners toe. ‘In de praktijk raad ik de combinatie van een eigen en een gemeenschappelijke rekening aan. Het eigen vermogen blijft op een eigen rekening, zodat er geen vermenging is’, zegt Carol Bohyn.
Bij een huwelijk met scheiding van goederen is er geen gemeenschappelijk vermogen. Alle eigen inkomsten en goederen blijven het bezit van die partner. Ook samenwoners kunnen op beide oren slapen. Het geld dat ze parkeren op een eigen spaarrekening is in principe hun eigen bezit. ‘De partner kan dat geld enkel opeisen als die daadwerkelijk kan aantonen dat het wel degelijk diens geld is’, zegt Carol Bohyn.

2. Ik ben alleen eigenaar van de gezinswoning en beslis dus alleen om te verkopen.

Wie kocht of huurt de gezinswoning? 73 procent van de koppels deed dat samen. De overgrote meerderheid van hen betaalt elk de helft van de lening of de huur. In minder dan een op vijf van de gevallen draagt elke partner bij volgens zijn mogelijkheden.
Bij de overige 27 procent van de koppels zette maar één partner zijn handtekening. Vooral samenwoners trekken in bij hun partner: bij 39 procent van de wettelijke samenwoners en 43 procent van de feitelijke samenwoners is slechts één partner eigenaar of huurder. Bij gehuwden is dat beperkt tot 20 procent.

Feiten: De gezinswoning van gehuwden en wettelijke samenwoners – het appartement of huis waar het paar woont – geniet een speciale bescherming. Ook al bent u alleen eigenaar, toch kunt u niet zomaar vrij beslissen om de woning te verkopen of weg te schenken. ‘Ook al is de huwelijkspartner geen eigenaar, toch moet hij zijn handtekening zetten op de verkoopovereenkomst of op een andere manier uitdrukkelijk zijn toestemming geven’, zegt Carol Bohyn. Die bescherming is er niet voor feitelijke samenwoners. Een samenlevingsovereenkomst kan dan enig soelaas bieden. Daarin kan worden afgesproken dat ze beiden hun akkoord moeten geven bij het tekenen van bepaalde contracten, zoals de verkoop van de gezinswoning. Let wel, als één partner toch verkoopt zonder toestemming is de verkoop perfect geldig. De verkopende partner zal dan wel een schadevergoeding moeten betalen.

‘Veel koppels maken van de lage rente gebruik om een lopende lening te herfinancieren. Ze denken dat ze automatisch beiden eigenaar worden als de lopende lening op één naam vervangen wordt door een nieuwe lening op naam van beide partners. Dat is een misvatting.Om mede-eigenaar te worden, moet een deel van de woning verkocht worden aan de andere partner’, merkt Bohyn op.
En wat als één partner de huurovereenkomst ondertekende? Door in het huwelijksbootje te stappen of wettelijk te gaan samenwonen, worden beide partners automatisch medehuurder. Een feitelijke samenwoner kan maar medehuurder worden mits toestemming van de verhuurder.

3. Elke partner moet de helft van de gezinskosten betalen.

Hoe worden de gezinskosten verdeeld tussen de partners? 29 procent van de koppels deelt ze netjes in tweeën: elk betaalt de helft. Een op de vijf verdeelt verhoudingsgewijs tot ieders inkomen. Opvallend is dat 37 procent geen afspraken heeft gemaakt en alles geval per geval bekijkt.
Gehuwden hebben blijkbaar minder nood aan afspraken: 45 procent maakte geen afspraken, 20 procent betaalt elk de helft en 16 procent betaalt volgens ieders inkomen. Samenwoners hechten er meer belang aan dat beide partners een gelijkwaardig steentje bijdragen in het huishoudbudget. Bij de feitelijke samenwoners deelt 47 procent van de koppels de kosten netjes in tweeën, een kwart doet het volgens hun inkomen. Bij wettelijke samenwoners is dat respectievelijk 39 en 29 procent.

Feiten: Eten, drinken, kleding, verzorging, benzine, vakantie,… Afspraken of niet over de verdeling van de kosten, de wet schrijft een duidelijke regel voor. Wie in het huwelijksbootje stapt of zijn handtekening zet voor een wettelijke samenwoning, gaat ermee akkoord dat elke partner zal bijdragen in de gezinskosten volgens zijn of haar mogelijkheden en inkomsten. Elk evenveel van de huishoudelijke kosten betalen is er in principe maar voor koppels waar beide partners evenveel inkomsten hebben. De partner met het hoogste inkomen moet met andere woorden een groter stuk van de gezinskosten betalen. Voor feitelijke samenwoners zijn er geen wettelijke regels.
Wettelijke en feitelijke samenwoners kunnen afspraken over de kosten voor het huishouden vastleggen in een samenlevingscontract. Zo kan bepaald worden welk bedrag beiden maandelijks storten op een gemeenschappelijke rekening of welke kosten met de gemeenschappelijke rekening moeten worden betaald.

4. Aankopen betaald van de gezamenlijke rekening zijn ook gemeenschappelijk.

Zeven op de tien hebben een gemeenschappelijke zichtrekening, al dan niet aangevuld met een eigen rekening. Vooral bij gehuwden is een gemeenschappelijke zichtrekening gemeengoed: 83 procent heeft er één, tegenover 45 procent van de feitelijke en 63 procent van de wettelijke samenwoners. Hoe wordt die gespekt? In 65 procent van de gevallen draagt ieder bij in verhouding tot zijn loon, de overige 35 procent zet er elk hetzelfde bedrag op.
Waarvoor dient dat geld? Drie op de tien betalen er enkel gemeenschappelijke uitgaven mee, voor 66 procent van de koppels mogen er ook persoonlijke uitgaven mee betaald worden. De overige 4 procent betaalt er enkel de huur of de woonlening mee. Gehuwden zijn veel inschikkelijker als het gaat over het betalen van persoonlijke uitgaven: bij 77 procent van de gehuwden mag dat, tegenover bij 36 procent van de feitelijke en 31 procent van de wettelijke samenwoners.

Feiten: Wie is eigenaar van de inboedel, de auto,…? Het is een onvermijdelijke vraag wanneer partners een punt achter hun relatie zetten en de bezittingen verdeeld moeten worden.
Voor samenwoners is de naam op de factuur cruciaal. De factuur telt als bewijs van eigendom, ook al werd er betaald van een gemeenschappelijke rekening of door één partner. De betalende partner kan wel nog voor de rechtbank aantonen dat hij effectief betaalde. Een vuistregel voor samenwoners: betaal gezamenlijke aankopen via een gemeenschappelijke rekening en laat de factuur op naam van beide partners zetten. Wilt u toch enige eigenaar zijn, betaal dan via uw persoonlijke rekening en vraag een factuur op uw naam. Een andere oplossing is een samenlevingscontract, met daarin een lijst van wie wat bezit.
Bij gehuwden is het gekozen huwelijksstelsel van belang. Bij een scheiding van goederen zijn er in principe enkel eigen goederen, en gelden dezelfde principes als voor samenwoners. Van gezamenlijk gekochte goederen bezit elke partner de helft. Voor wie geen huwelijkscontact heeft – en dus valt onder het wettelijk stelsel – wordt verondersteld dat alle aankopen van na het huwelijk tot de gemeenschap behoren. ‘De naam op de factuur is niet relevant, maar wel waar het geld vandaan komt. Een partner zal dus moeten kunnen aantonen dat de aankoop met eigen en niet met gemeenschappelijk geld werd betaald om er alleen eigenaar van te zijn’, zegt Carol Bohyn. Tussen echtgenoten wordt elke bewijs aanvaard, maar ten aanzien van de buitenwereld gelden alleen officiële documenten.

5. Wie veel bezit voor het huwelijk moet met een scheiding van goederen trouwen.

28 procent van de gehuwde Belgen heeft een huwelijkscontract met scheiding van goederen. 66 procent koos niet voor een scheiding van goederen, 6 procent kent zijn huwelijksvermogensstelsel niet. Opvallend is het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië: slechts 22 procent
van de Vlamingen huwde met scheiding van goederen, tegenover 37 procent van de Walen.

Feiten: Is een bepaald goed eigen of niet? ‘Het probleem rijst niet echt voor vastgoed. In de aktes is de eigendom duidelijk omschreven’, zegt Carol Bohyn. ‘Voor gelden is het moeilijker om aan te tonen wie de eigenaar is, aangezien de historiek ervan soms niet kan worden aangetoond.’ Daarom wordt bij grote vermogens met veel privégelden nog vaak gekozen voor een huwelijk met scheiding van goederen, zodat het bewijs eenvoudiger kan worden geleverd. Elke partner heeft dan zijn eigen vermogen en bezittingen, er is geen gemeenschappelijk vermogen.

Maar ook voor wie geen huwelijkscontract opstelde, blijven de bezittingen van voor het huwelijk ‘eigen’. In het zogenaamde wettelijk stelsel wordt een onderscheid gemaakt tussen drie vermogens: het eigen vermogen van elke partner en het gemeenschappelijk vermogen. Alle bezittingen van voor het huwelijk blijven eigen: de auto die men al had, de centen op de spaarrekening, het appartement gekocht voor het huwelijk,… Ook de goederen die men tijdens het huwelijk erft of geschonken krijgt, blijven eigen. ‘Om discussies te vermijden kunnen in een huwelijkscontract de eigen bezittingen opgelijst worden’, zegt Bohyn.

6. Gehuwden en wettelijk samenwonenden erven hetzelfde als hun partner overlijdt.

55 procent heeft maatregelen genomen om zijn partner te beschermen bijscheiding of overlijden
Hebt u maatregelen getroffen om uw partner te beschermen in geval van scheiding of overlijden? 40 procent van de Belgen antwoordt negatief, 6 procent weet het niet. Bij 46 procent van de koppels heeft elke partner maatregelen getroffen voor de ander, bij de overige 8 procent heeft één van beiden voorzorgen genomen voor de andere.

Feiten: Hoewel wettelijk samenwonenden hun relatie een ‘wettelijk’ statuut hebben gegeven, genieten ze veel minder bescherming dan gehuwden bij het overlijden van hun partner.
Wie in het huwelijksbootje stapt, erft bij het overlijden van zijn partner het vruchtgebruik op de hele nalatenschap, ongeacht het huwelijksstelsel. Maar dat kan veel meer zijn. Zijn er geen kinderen, dan erft de echtgenoot automatisch het volledige gemeenschappelijke vermogen in volle eigendom.
Echtgenoten kunnen het erfrecht van elkaar verminderen, maar de langstlevende moet minstens de helft van de erfenis in vruchtgebruik krijgen. Het vruchtgebruik op de gezinswoning met meubelen en huisraad is het absolute minimum. Daardoor kan de langstlevende er blijven wonen of de huurinkomsten opstrijken.
Voor wettelijke samenwoners is er een beperkt erfrecht: de langstlevende krijgt automatisch het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad. In tegenstelling tot bij gehuwden biedt dat erfrecht geen garanties: wettelijke samenwoners kunnen met een testament elkaar onterven, zelfs zonder medeweten van de partner. En voor feitelijke samenwoners is het verhaal nog korter: ze erven volgens het wettelijk erfrecht helemaal niets van elkaar.
‘Gehuwden hebben niet alleen een grotere bescherming, ze hebben ook meer mogelijkheden om de langstlevende partner te bevoordelen en het erfrecht van hun kinderen uit te stellen. Ze kunnen daarvoor clausules opnemen in het huwelijkscontract’, zegt Carol Bohyn.

7. Ik draai nooit op voor schulden die mijn partner aanging zonder mijn medeweten.

Hoe zou u het financieel gedrag van uw partner omschrijven? Net niet de helft catalogeert zijn partner in de categorie ‘vrijgevig maar met gezond verstand’.41 procent noemt zijn partner zuinig en voorzichtig.7 procent van de Belgen oordeelt dat zijn partner een verspiller is. Opvallend is dat het blijkbaar niet de vrouwen zijn die handenvol geld uitgeven. 5 procent van de mannen noemt zijn partner spilziek, bij de vrouwen is dat 9 procent.

Feiten: Gehuwden en wettelijke samenwoners kunnen altijd aangesproken worden om schulden voor de ‘gezinslasten’ te vereffenen, zelfs als die de schulden zonder medeweten van de andere aanging. Voorbeelden zijn kosten voor de kinderen, herstel- en schilderkosten voor de woning, herstelkosten van een gezinsauto en dokters- en ziekenhuisrekeningen. Ook voor belastingschulden zijn beide partners verantwoordelijk. De enige uitzondering is als de schulden buitensporig zijn.
‘Wie gehuwd is onder het wettelijk stelsel kan ook voor de beroepsschulden van zijn partners aansprakelijk worden gesteld’, merkt Carol Bohyn op. Denk maar aan een zelfstandige loodgieter die failliet gaat.
Voor de gemeenschappelijke schulden kunnen niet alleen gemeenschappelijke goederen, maar ook de eigen goederen van de echtgenoot aangesproken worden. En wat als enkel de partner die de schulden aanging verantwoordelijk is? ‘Een deurwaarder kan beslag leggen op de inboedel en goederen in de gezinswoning, tenzij de andere partner kan aantonen dat het zijn eigen bezit is. Daarom is het belangrijk om facturen en aankooptickets bij te houden’, zegt Bohyn.
Feitelijke samenwoners kunnen niet opdraaien voor schulden van hun partner als ze die niet mee aangegaan zijn.

8. Het geld waar ik zelf voor werk, is van mij.

Wie verdient het meest? Het cliché wordt bevestigd: 69 procent van de mannen verdient meer dan zijn partner. Van de tweeverdieners heeft slechts 13 procent van de koppels een vergelijkbaar salaris. Bij 15 procent van de koppels is er maar één kostwinnaar.
DE ENQUÊTE
De enquête werd afgenomen door CheckMarket bij 518 Belgen tussen 28 en 31 januari 2015. Van de deelnemers woont 60% in Vlaanderen, 32% in Wallonië en 8% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Alle deelnemers zijn ofwel getrouwd, ofwel wettelijk ofwel feitelijk samenwonend.

Feiten: Zijn uw zuurverdiende centen van u? Ja, althans als u samenwoont of huwde met een scheiding van goederen. Maar voor wie zonder contract in het huwelijksbootje stapte, zijn de beroepsinkomsten niet eigen. In het wettelijk huwelijksvermogensstelsel behoren alle inkomsten- dus ook beroepsinkomsten – van na het huwelijk tot de gemeenschap. Elke partner maakt aanspraak op de helft, ongeacht op wiens rekening het geld staat. Het gevolg is bijvoorbeeld dat een enige kostwinnaar bij een echtscheiding zijn beroepsinkomsten moet delen met zijn partner.
‘Een analoge redenering kan worden gevolgd als bijvoorbeeld de man de gezinswoning verbouwt. Als de relatie spaak loopt, zal hij geen vergoeding kunnen vragen voor zijn inspanningen’, zegt Carol Bohyn. Bij het wettelijk stelsel is er altijd het vermoeden dat de bezittingen gemeenschappelijk zijn. ‘Een partner kan wel altijd het tegenbewijs leveren en aantonen dat bepaalde gelden eigen zijn’, zegt Bohyn. De bezittingen van voor het huwelijk en alle ontvangen erfenissen en schenkingen blijven immers een eigen bezit.

 

naar boven