Kinderboeken

-4 jaar

Judith KOPPENS, (2013), “Mila heeft twee bedjes”

Mila heeft twee bedjes: soms woont ze bij mama en soms woont ze bij papa. Vandaag slaapt ze bij mama. Bij mama poetst Mila haar tandjes met een blauwe tandenborstel en bij papa met een rode tandenborstel. Alles is eigenlijk een beetje anders bij mama dan bij papa. Maar mama en papa vinden Mila allebei het liefste meisje van de hele wereld, dat is echt niet anders! Een warm en eenvoudig verhaal over een meisje van gescheiden ouders.

 

Kes GRAY, (2009), “Papa-mama lijm”

Papa en mama knuffelden vaak en maakten grapjes. Ik kroop er altijd bij. Maar nu niet meer. Waarom niet meer? Het komt toch niet door MIJ?
Wat ik nodig heb is papa-mamalijm, die smeer ik stiekem op hun mond en wang? Dan geef ik ze een duwtje en zitten ze weer stevig vast, niet even maar voor LANG!
Lijm om papa’s en mama’s weer samen te brengen? Deze eenvoudige en originele oplossing weerspiegelt de kracht van kinderen om met moeilijke situaties zoals een scheiding om te gaan.

 

Brigitte WENIGER, (2009), “Dag papa, tot volgende week”

Waarom woont papa in een ander huis? Tom begrijpt niet waarom hij elke week weer afscheid moet nemen van zijn vader. Zijn knuffelbeer vertelt hem daarom een verhaal over een kleine beer. In dit verhaal wordt uitgelegd waarom de vader van de kleine beer steeds teruggaat naar zijn eigen hol. De situatie van de kleine beer is vergelijkbaar met die van Tom. Dit helpt hem om de scheiding van zijn ouders beter te begrijpen.

 

Robie H. HARRIS, (2002), “Dag muisje”

Als op een morgen Muisje gestorven is, leert een jongetje zijn verdriet te verwerken door Muisje met een ritueel te begraven.

 

Rosemarie DE VOS, (2002), “Lies en Kleine kater”

Lies en Kleine kater zijn dol op elkaar. Maar dan gebeurt iets heel ergs. Kleine kater wordt gebeten door een hond en is dood. Paarse poes begrijpt dat niet. Lies en Paarse poes maken een mooie doos en begraven Kleine kater hierin. Paarse poes wordt het vriendje van Lies en samen leggen ze mooie bloemen aan het graf van Kleine kater.

 

Dick BRUNA, (1996), “Lieve oma Pluis”

Nijntje is verdrietig. Oma Pluis is dood. Oma ligt thuis opgebaard. Daarna wordt ze begraven in het grote bos onder een deken van mos. Nijntje brengt plantjes naar het graf. Zo voelt Nijntje zich nog even bij oma.

 

+4 jaar

Ed FRANCK, (2010), “Prinses Anna”


Op een dag willen een koning en een koningin niet meer samenwonen. Ze hakken het kasteel in twee: de koningin sleept haar deel naar het park, de koning brengt zijn helft naar de zee. Tussenin laten ze een heuvel aanleggen. Prinses Anna moet elke week verhuizen. Maar als Anna bij mama is, mist ze papa, en omgekeerd. Annas ouders hebben geen goed woord meer voor elkaar over. Anna gaat er letterlijk aan kapot.

 

Marian DE SMET, (2008), “Ik woon in twee huizen”


Ik ben Nina. Ik woon in twee huizen. In het ene huis woont papa. In het andere woont mama. En ik woon in allebei. Soms bij mama, en soms bij papa. In dit liefdevolle prentenboek vertelt Marian De Smet open en eenvoudig hoe het is als je ouders uit elkaar gaan.

 

Max VELTHUIJS, (2001), “Kikker en het vogeltje”


Kikker vindt een vogeltje op de grond. Haas zegt dat het vogeltje dood is. De dieren besluiten om het vogeltje te begraven. Ze zijn onder de indruk. Dan gaan ze verder spelen. Het leven gaat verder.

 

Martine DELFOS, (2000), “Van alles twee”

Een verhaal dat bedoeld is voor jonge kinderen die een scheiding van hun ouders meemaken. Jordi en Sterre zijn zes en vier jaar. Hun ouders zijn gescheiden en komen moeilijk tot een omgangsregeling. De ruzies, het schuldgevoel en de verschillende reacties van de kinderen komen aan bod. Het boekje is een hulpmiddel om de problematiek uit te leggen en bespreekbaar te maken. Tegelijk is ervoor gekozen om aan de ouders een aantal problemen te verduidelijken. De tekst voor ouders staat in aparte blokjes.

Tannia SELS, (2000), “Nooit meer is voor altijd”

De vader van Lotte is gestorven. Mama en Lotte hebben verdriet: papa komt nooit meer terug. Lotte vraagt zich af wat ‘nooit meer’ betekent. Mama is veranderd, ze speelt niet meer met Lotte, ze leest niet meer voor, ze doet niets meer… Ook Lotte is niet meer de Lotte van vroeger. Mama neemt haar op schoot. Nu weet Lotte dat alles weer goed zal worden, maar wel anders, want papa is er niet meer bij.

 

+6 jaar

 

Emmi SMID, (2015), “Luna’s Red Hat”
Luna’s red hat (door Emmi Smid – Engelse met Nederlandse roots) gaat over een meisje Luna wiens moeder een jaar geleden overleed door zelfdoding. Het boek heeft mooie illustraties en is helder geschreven. Het omvat een gids voor ouders en professionals, geschreven door Dr. Riet Fiddelaers-Jaspers.
Momenteel enkel in het Engels te verkrijgen. Er wordt gewerkt aan een Nederlandstalige versie.

 

Haye VAN DER HEYDEN, (2009), “Het geheim van de gebroken ruit”

Sems ouders zijn gescheiden. Hij praat er alleen over met Lila, zijn nieuwe buurmeisje. Dan doet zijn moeder ineens weer vrolijk. Is ze soms verliefd? Sem schrikt zich dood als hij de nieuwe liefde van zijn moeder ontmoet, ze heet Angela! Niemand mag het weten, behalve Lila, anders gaan ze hem vast pesten op school. Sem vertrouwt Angela helemaal niet. Als hij een avond met haar alleen is, krijgen ze een knallende ruzie die eindigt in het ziekenhuis.

 

Yennik MEERT, (2004), “Als de vleermuizen slapen”

 
De ouders van Timo zijn gescheiden en daar wordt hij een beetje verdrietig van. Het is moeilijk voor Timo om twee vaders te hebben. Voor Timo is niet elk weekend gelijk. Eens in de twee weken gaat hij op bezoek bij zijn echte papa, Mark. Maar Timo houdt niet zo van die bezoekjes. Hij blijft liever gezellig thuis, bij mama en Sim. Hij begrijpt niet dat zijn broer Sander dolgraag gaat logeren bij Mark en zijn nieuwe gezin. Timo voelt zich niet op zijn gemak bij Mark. Hij kent hem niet zo goed als hij Sim kent. En dat maakt hem verdrietig. Hij krijgt er een naar gevoel van in zijn buik. Net alsof wel honderd vleermuizen in zijn buik rondfladderen. Zal Timo ooit die nare vleermuizen kwijtraken?

 

B. MINNE, (2002), “Heks en tovenaar”


Heks en Tovenaar zijn stapelverliefd op elkaar. Heks kijkt uren naar Tovenaar in haar glazen bol. Tovenaar tovert elke dag een cadeautje voor Heks. Op een grijze herfstdag trouwen ze. Een jaar later krijgen ze een tweeling: kleine Heks en kleine Tovenaar. Heks en Tovenaar houden veel van hun kinderen en het gezinnetje is erg gelukkig. Maar dan beginnen Heks en Tovenaar ruzie te maken. Tovenaar vindt dat Heks te veel toverspreuken prevelt. Heks krijgt het op haar zenuwen van Tovenaars toverstaf. De kinderen houden niet van deze ruzies. Op een dag gaat Tovenaar bij Heks weg. Kleine Heks en kleine Tovenaar missen hun papa heel erg. Maar wanneer ze een paar dagen bij Tovenaar logeren, verlangen ze opnieuw naar mama. Ze kunnen maar moeilijk wennen aan het idee dat ze nooit meer tegelijk bij mama én papa kunnen zijn.

 

Patrik SOMERS, (2000), “Sterrenkind”


Na de vakantie is er een kringgesprek met de klas. Tineke vertelt dat haar broertje Michiel gestorven is. Ze vertelt over het ziekenhuis, over het afscheid nemen en de begrafenis. De juffrouw geeft wat uitleg over cremeren en de hemel. Tineke heeft steun aan de gedachte dat Michiel nu een sterrenkind geworden is. De kinderen richten een hoekje van de klas in voor alle gestorvenen van wie ze nog steeds veel houden.

 

+8 jaar

Jacqueline WILSON, (2010), “Altijd prijs!”


Lola’s ouders zijn al een tijd gescheiden. Lola – Lolly voor vrienden – verdeelt haar tijd daarom tussen twee huizen: door de week woont ze bij haar moeder en Steve, samen met haar halfbroertje; in het weekend is ze bij Charlie, haar vader, en helpt ze mee in zijn eetcafé. Als Lola’s moeder aankondigt dat het gezin zes maanden in Australië gaat wonen vanwege Steve’s nieuwe baan, moet Lola een onmogelijke keuze maken.

 

Do VAN RANST, (2007), “Morgen is hij weg”

Lena is het goed zat: de harde woorden van mama, de hatelijke stiltes van papa, de slapeloze nachten. En dan aan de ontbijttafel, zegt mama iets wat inslaat als een bom. Die zaterdag is niet zoals de andere zaterdagen… Morgen is hij weg. Mama en papa zullen niet langer ruzie maken. Papa vertrekt. Morgen al. Al herhaalt Lena dat ene zinnetje wel tien keer na elkaar in haar hoofd, echt duidelijker wordt het niet. Moet ze nu verdrietig zijn? En hoe doet ze dat?

 

Werner STORMS, (2000), “Dood zijn, hoe lang duurt dat?”


Dit informatief boek beschrijft vragen die bij kinderen kunnen leven rondom doodgaan. Ook voor volwassenen wordt informatie weergegeven.

 

+10 jaar

Dirk NIELANDT, (2008), “Over Arne”


Arne is elf als zijn ouders uit elkaar gaan. Dat valt niet mee. Vooral niet als Arne ontdekt dat zijn moeder in het stadsmuseum een beroemd halssnoer gestolen heeft. Zijn vader, die speurder bij de politie is, krijgt de opdracht om de juwelendief op te sporen.
Moet Arne zijn vader helpen en ervoor zorgen dat zijn moeder in de gevangenis vliegt? Of moet hij zijn moeder helpen en er zo voor zorgen dat zijn vader de dief niet vindt? Dat laatste wordt erg lastig als de chef van zijn vader dreigt hem te ontslaan wanneer hij de dief niet snel oppakt…

 

Ed FRANCK, (2006), “De liefste of de dapperste of allebei”


Minne houdt alles heel nauwkeurig bij in haar schrift. Hoe zij en Seppe de zomer doorbrengen op hun zolderkamer met de twee dakramen. Hoe ze de liefste zus van de hele wereld wil worden. Of de dapperste. Hoe ze de tijd en de stiltes opvult met straffe verhalen en verzonnen spelletjes. Hoe hard ze probeert om Seppe af te schermen van de twee schreeuwende Stemmen.

 

Daniëlle VOGELS, (2005), “Ik wil niet kiezen tussen papa en mama: jongens en meisjes vertellen over de echtscheiding van hun ouders”

 

Jongens en meisjes, tussen acht en zestien jaar, uit negen verschillende gezinnen, vertellen hoe hun leven veranderde door de scheiding van hun ouders. Openhartig verhalen ze hoe ze daarmee omgingen. Over hun angsten en twijfels, maar ook over hun individuele bewustwording en het opgroeien naar zelfstandigheid. Ze praten over hoe ze hun tijd moeten verdelen over twee huizen, twee ouders, twee levens. Maar ook over hun toekomstperspectieven in het nieuwe gezin. De verhalen bevatten herkenningspunten voor leeftijdsgenoten die hetzelfde meemaken.

 

Janne KATO (2004), “Woestijnmama, diepvrieszus en ik” 

Mama huilt, de ijsprinses smelt. Zus fluit haar deuntje, ik fluister: ‘dag papa’. ‘O, bijna vergeten!’ roept hij, en hij komt terug met twee doosjes, één voor zus en één voor mij. ‘Daar zitten wel een miljoen nachtzoenen in’, zegt hij. ‘Je hoeft er dus niet zuinig op te zijn

 

Luc DESCAMPS, (2001), “De dodelijke pijp


Joliens’ zusje Ellen is overleden. Ze wonen in de buurt van een verbrandingsoven. Jolien ontdekt daar vaten met gif. Jolien wordt gevat en terecht gewezen door de politie wegens binnendringen op verboden terrein. Jolien laat het hier niet bij en onderneemt een protestactie die de buurt en ook de pers alarmeert. Ze klimt naar de top van de schouw en hangt daar een spandoek op met de naam van haar overleden zus. Dit gebaar brengt de buurt in beweging en de oven wordt gesloten.
Dit boek geeft een realistische kijk op verdriet en verlies en leert dat men er ook positief mee kan omgaan.

 

+12 jaar

Ilse DE KEYZER, (2012), “Harde noten”


Na de scheiding van haar ouders verhuist Kaat met haar moeder en broertje naar de stad. Op haar nieuwe school wordt ze wegens haar verlegenheid en werklust gepest. Wanneer ze vervelende e-mails ontvangt, voelt ze zich nergens meer veilig.

 

Hilde GERARD, (2011), “Pizza’s & gin-tonic”


Kirstin heeft het moeilijk. Haar vader kiest definitief voor zijn jongere vriendin en haar moeder vlucht weg in drank en feestjes. Kleine broer Pieter is alleen maar geïnteresseerd in zichzelf. En op school kan Kirstin maar niet ontsnappen aan de spot van populaire Margit en haar vriendinnen. Robbert is nieuw op school. Na de problemen op zijn vorige scholen wil hij hier in alle rust zijn diploma behalen. Maar daar denken Frank en Margit anders over. Ze hebben zo hun eigen plannen met Robbert. En ondertussen blijft hij zijn moeder missen. Stoere Robbert en stille Kirstin kruisen elkaar op school en worden als magneten naar elkaar getrokken. Het is het begin van een voorzichtige vriendschap en misschien wel meer. Maar daarvoor moeten ze eerst hun problemen aanpakken… Hilde E. Gerard laat twee bijzondere jongeren aan het woord in haar nieuwe jeugdroman. Een herkenbaar, doorleefd verhaal om in één ruk uit te lezen.

 

Kolet JANSSEN, (2011), “Regentijd”


Beurtelings vanuit het perspectief van Anna en Laurens wordt een beeld geschetst van hun leven. Anna heeft ervoor gekozen om voor haar vader te zorgen. Ze weigert contact met haar moeder. Laurens wil juist zijn vader opzoeken, maar dat verloopt teleurstellend. Een ontmoeting met een man die zich God noemt, verandert uiteindelijk Anna’s houding. Ze staat meer open voor anderen en durft ook toe te geven aan de verliefdheid op Laurens.

 

Koen D’HAENE, (2010), “Gek van een eiland”


Een spannend en aangrijpend verhaal over de zoektocht van een jongvolwassene naar zijn eigen identiteit en over de moed die mensen moeten opbrengen om zich los te wrikken uit een verstikkende relatie. Wout en zijn moeder nemen een weekje vakantie op Terschelling. Ze hopen zo hun verdriet om het vertrek van Wouts vader te verwerken. Wouts moeder spreekt met bitterheid over haar ex-man en laat haar zoon weinig ruimte om met de grote veranderingen in het reine te komen. Wanneer Wout Johanna leert kennen, vergeet hij even alle problemen. Hij wordt overweldigd door zijn gevoelens voor haar. Wout ervaart hoe ingewikkeld het is om te schipperen tussen zijn eigen gevoelens en die van anderen en beseft dat hij moeilijke keuzes moet durven maken.

 

Jostein GAARDER, (2003), “Het sinaasappelmeisje”

Jan Olav is elf jaar geleden overleden. Zijn zoon Georg was toen drie en kan zich zijn vader nauwelijks herinneren. Op een dag komen zijn grootouders met een brief voor Georg van Jan die hij de laatste dagen van zijn leven geschreven heeft. Daarin vertelt zijn vader het sprookje van een geheimzinnig sinaasappelmeisje, wat eigenlijk het verhaal is van de liefdesgeschiedenis tussen zijn ouders en zijn geboorte. Zijn vader stelt hem in deze brieven ook belangrijke levensvragen. Georg kruipt achter de oude pc van zijn vader en via het beantwoorden van die vragen ontstaat een nieuw boek.

 

Riet FIDDELAERS-JASPERS, (2000), “Wie ben ik zonder jou? Jong zijn en verder leven na een verlies”


Dit boekje geeft informatie aan jongeren over het omgaan met een verlies binnen het gezin. Hoe lang duurt rouw? Waarom is alles anders thuis? Ik het wel normaal wat ik voel?

 

+14 jaar

Caja CAZEMIER, (2013), “Echt spel”


Als Roos (15) te horen krijgt dat haar ouders gaan scheiden, stort haar wereld in. Ineens bestaat haar leven uit vragen en onzekerheden. Waar en bij wie moet ze wonen? En wat moet ze aan met de woede van haar vader en het verdriet van haar moeder? Joppe (16) woont bij zijn vader. Of woont hij bij zijn oma? Heeft hij nou wel of niet een stiefmoeder? Elke keer vertelt hij iets anders, dus eigenlijk vertelt hij niets over zichzelf. Welk geheim draagt hij met zich mee? Roos en Joppe ontmoeten elkaar op de jeugdtheaterschool tijdens de repetities van De voorstelling van je leven. Spel en werkelijkheid raken elkaar. De voorstelling zal hun leven voorgoed veranderen.

 

Sarah DESSERS, (2011), “Spring maar achterop”


Auden heeft zich na de scheiding van haar ouders geheel op haar studies gefocust. Ze wil haar moeder niet teleurstellen. Wanneer ze in de zomer logeert bij haar vader en diens nieuwe gezin, kan ze opnieuw proeven van een stukje zorgeloosheid dat ze lang verloren was.

 

Gabi KRESLEHNER, (2010), “Voor altijd bestaat niet”


Totaal onverwachts besluiten de ouders van de vijftienjarige Charlotte om uit elkaar te gaan. Dat is het begin van een reeks gebeurtenissen die het leven van het meisje grondig door elkaar schudden. Ze verhuist, trekt samen met haar moeder en twee jongere broers in bij haar oma, blijft zitten en komt in een nieuwe klas terecht. Maar Charlotte doorstaat het allemaal: haar vader die niet meer in zijn kinderen ge?nteresseerd is, de vriendin van haar vader die zwanger is en haar moeder die een nieuwe man leert kennen. Charlotte smeedt nieuwe vriendschappen en wordt voor het eerst echt verliefd. Door vallen en opstaan leert ze het oude los te laten en het nieuwe te omarmen.

 

+16 jaar

 

Martha HEESEN, (2003), “Toen Faas niet thuiskwam”


Het verhaal vertelt hoe een gezin van vader en twee zonen ontwricht na het overlijden van de moeder. Eén van beide zoons, Faas, is een jongen van elf jaar die “anders” is. Hij vertoont een vorm van autistisch gedrag wat zich vooral uit in regelmatig weglopen. De oudste zoon – de ik-figuur moet steeds zijn jongere broertje zoeken. Hij is een sterke jongen die het verdriet van zijn vader en zijn broertje zo goed mogelijk tracht op te vangen. Vader tracht zijn gezin in evenwicht te houden, maar doet dit zeer onwennig. De oudste zoon slaagt er in om Faas te helpen uiting geven aan zijn emoties en om een nauwere band te smeden tussen hem en zijn vader. Zo komen ze samen tot een zekere verwerking van het verdriet rond het verlies van moeder.