Andere

 

 

Mag ik met mijn minderjarige kind op vakantie naar het buitenland?

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is er géén toestemming nodig om met je kind naar het buitenland te reizen. Er bestaan geen Belgische of internationale procedures of formulieren die de ouderlijke toestemming voor reizen met minderjarigen vastleggen.

De ouders mogen uiteraard de toestemming van de andere ouder op papier zetten, de handtekening voor echt laten verklaren door de gemeente en de toestemming mee op reis nemen, maar het is dus niet verplicht. Buitenlandse Zaken raadt deze toestemming in elk geval aan als het kind alleen reist of met andere personen dan zijn ouders.

Meer info: http://diplomatie.belgium.be/nl/Diensten/Op_reis_in_het_buitenland/Bijkomende_reisinformatie/reizen_met_minderjarige_kinderen/

 

naar boven

 

Eenoudertoeslag

Eenoudergezinnen met een bescheiden inkomen hebben recht op een hogere kinderbijslag. Je vormt een eenoudergezin als je allen met één of verschillende kinderen woont. Samenwonen met een familielid zoals bijvoorbeeld je ouders of je zus vormt geen probleem.

Vanaf 1 januari 2015 is de regelging voor de eenoudertoeslag en de sociale toeslagen in de kinderbijslag gewijzigd. Ouders met een laag tot bescheiden inkomen kunnen onder bepaalde voorwaarden een toeslag krijgen op hun kinderbijslag.

Wat is er veranderd?

Vroeger werden de toeslagen toegekend op basis van het bruto maandloon. Alleenstaande ouders die minder verdienden dan 2.309,58 euro kwamen in aanmerking voor de eenoudertoeslag. Sommige andere ouders (bv werklozen, invaliden,…) konden een sociale toeslag krijgen als hun bruto maandinkomen onder hetzelfde plafond lag. Voor koppels bedroeg het inkomensplafond 2.385,65 euro bruto.
Vanaf dit jaar worden de toeslagen niet langer toegekend op basis van het bruto maandloon, maar op het gemiddeld belastbaar maandinkomen. Het kinderbijslagfonds vergelijkt een twaalfde van het belastbare jaarinkomen met dezelfde inkomensplafonds.

Tot vorig jaar moesten ouders hun toeslagen zelf aanvragen. In de nieuwe dossiers krijgen vanaf 2015 alleenstaande ouders met een vervangingsinkomen hun toeslag automatisch, net zoals ouders die vorig jaar al een sociale toeslag kregen. Alleenstaande ouders en gezinnen met vervangingsinkomsten die de inkomensgrens overschreden of de toeslagen nog niet ontvingen, krijgen een van de komende maanden een infobrief van hun kinderbijslagfonds. Daarmee kunnen ze hun toeslag aanvragen als ze ook het bewijs toevoegen dat hun gemiddeld belastbaar maandinkomen onder het inkomensplafond ligt.
Ouders die hun toeslag niet aanvragen, zijn die vanaf dit jaar niet definitief kwijt. Als binnen anderhalf tot twee jaar uit hun aanslagbiljet in de personenbelastingen blijkt dat hun inkomen onder het plafond ligt, krijgen ze hun toeslag toch nog automatisch. Maar de beslissing op basis van fiscale informatie kan ook averechts werken: ouders die onterecht een sociale toeslag uitgekeerd kregen, zullen de situatie ook rechtgezet zien in hun nadeel.

Voordelen

Elk kind van de ouders uit de beoogde doelgroepen krijgt een toeslag bovenop zijn maandelijkse kinderbijslag. Deze toeslag is degressief en daalt volgens de rang van het kind.
Kinderen van de eerste rang die een toeslag krijgen, behouden ook hun volledige leeftijdsbijlslag in plaats van de gehalveerde.
Tot slot behouden kinderen met een toeslag ook hun volledige jaarlijkse bijslag (de vroegere schoolpremie die eenmaal per jaar in augustus wordt betaald) in plaats van de verminderde.

naar boven

 

De nieuwe kinderbijslag (vanaf 2019)

Het nieuwe systeem van de kinderbijslag zal er als volgt uitzien:

1. Het nieuwe systeem geldt pas voor kinderen die geboren worden vanaf 1 januari 2019. Voor alle kinderen die nu al geboren zijn of nog geboren worden in 2016, 2017 of 2018 verandert er niets.

2. Ieder kind krijgt 160 euro, ongeacht het werk dat de ouders doen en ongeacht de rang van het kind in het gezin.

3. Bij geboorte of adoptie krijgt elk kind 1.100 euro.

4. Er zijn 3 mogelijke toeslagen:
a) de zorgtoeslag:
– 160 euro voor wezen
– 80 euro voor halve wezen
– 61 euro voor pleegkinderen.
– een bedrag voor kinderen met een handicap, afhankelijk van hun noden.

b) de sociale toeslag: voor gezinnen die met hun inkomen de opvoedingskost moeilijker kunnen dragen. De toeslag is afhankelijk van het inkomen en de gezinsgrootte.
– 50 euro per kind per maand voor een gezin met maximaal twee kinderen als dat gezin jaarlijks niet meer dan 29.000 euro verdient.
– 80 euro per kind per maand voor een gezin met drie kinderen als dat gezin jaarlijks niet meer dan 29.000 euro verdient.
– een gezin dat jaarlijks tussen de 29.000 en de 60.000 euro verdient, krijgt pas een extra bedrag van 60 euro per kind per maand wanneer er minstens drie kinderen zijn.

c) de participatietoeslag (de huidige schooltoelage):
– 20 euro per jaar voor kinderen onder de twee jaar als ze minstens 100 halve dagen naar een kinderopvang geweest zijn.
– 35 euro per jaar voor kinderen vanaf 5 jaar
– 50 euro per jaar voor kinderen vanaf 12 jaar
– 60 euro per jaar voor kinderen vanaf 18 jaar

Er komt ook een bonus voor mensen die hun kinderen vroeg naar school sturen. Als je je kind inschrijft in de eerste kleuterklas, krijg je 150 euro extra toeslag. Doe je dat ook voor het tweede kleuterklasje, komt er nog eens 150 euro bij. Enige voorwaarde is dat de kinderen minstens 100 halve dagen naar school gaan.

 

naar boven

 

Parentificatie

Wat is het?

Kinderen, je hebt ze in alle soorten en maten. Het grootste deel vertoont ‘normaal’ kindergedrag. Ze zijn volop bezig zich te ontwikkelen. Tijdens deze ontwikkeling zijn ze soms lief, soms boos, soms bang, soms lui en soms blij.

Er zijn ook kinderen die afwijken van deze standaardontwikkeling. Deze kinderen wijken op bepaalde punten extreem af van de anderen. Ze zijn opvallend opstandig of ongelooflijk gedienstig. In het eerste geval wordt er heel snel aan de alarmbel getrokken. Kinderen van de tweede groep, laat ons ze engeltjes noemen, zien we snel als voorbeeld. Engeltjes die thuis en op school weliswaar voorbeeldig gedrag vertonen, maar ook engeltjes die opvallend weinig vriendjes hebben, die liever de leraar helpen dan met klasgenoten te spelen en engeltjes die je eerder tegenkomt bij de supermarkt om inkopen te doen voor het avondeten dan dat je ze ziet spelen op een plein.

De kans bestaat dat dit gedrag voortkomt uit een grote wens om het voor ouders zo aangenaam mogelijk te maken. Het perfectionisme van deze kinderen zorgt dat ouders trots kunnen zijn. Of het zorgt ervoor dat ouders zich kunnen bezig houden met hun eigen problemen.

Parentificatie betekent dat het kind een ouderrol op zich neemt. Het risico op parentificatie is groter bij een echtscheiding of bij overlijden van een ouder. De ouders gaan op dat moment immers zelf door een moeilijke periode. Emotionele gevoelens spelen een grote rol in deze periode. Omdat er niet meteen altijd een andere volwassene meer in de buurt is om deze gevoelens te delen, worden ze gedeeld met het kind. Een kind wil dat zijn of haar ouders gelukkig zijn en zal aangepast gedrag gaan vertonen om het leed te verzachten of de situatie niet nog moeilijker te maken. Hij zal zich daarvoor in alle mogelijke bochten wringen. Een logisch gevolg is dat het kind zich verantwoordelijk gaat voelen voor het welzijn van zijn of haar ouders. Door het vervullen van de ouderrol, verwaarlozen ze hun kindrol. Ze vergeten hun belang als kind of als jongere, ze cijferen zichzelf volledig weg.

 

Wat zijn de gevolgen?

Parentificatie belet de veilige hechting van kinderen met zijn of haar ouder(s). Een gezonde hechting is heel belangrijk om tot een evenwichtige volwassene op te groeien. Zonder deze veilige hechting is de kans groter op latere problemen in je relaties, gezin, job of bij rouwverwerking.

Kinderen krijgen ook niet het goede voorbeeld. Ze leren niet wat een kind van zijn of haar ouders nodig heeft  en zullen dit ook niet aan hun eigen kinderen kunnen geven. Ze leren verder ook niet om voor zich zelf te zorgen. Als je dit mechanisme in je kindertijd ontwikkelt, is de kans groot dat je het doorzet in je volwassen leven. Eenmaal volwassen blijf je je overdreven verantwoordelijk voelen voor het welbevinden van anderen. Dan vind je de behoeftes van anderen altijd weer belangrijker dan je eigen behoeftes.  Je kunt je zelfs verantwoordelijk gaan voelen voor het gevoel van de mensen met wie of waarvoor je werkt en leeft. Dit terwijl ieder in eerste instantie natuurlijk verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen gevoel.

 

Zijn er oplossingen?

Het goede nieuws is dat parentificatie niet automatisch voor blijvende schade zorgt. Een tijdelijk onevenwicht hoeft niet te betekenen dat het evenwicht voor altijd verstoord zal blijven.

Enkele tips:

  • Geef het kind eens een complimentje voor wat het doet. Het is voor de kinderen vooral belangrijk dat hun inzet gezien wordt. Ze vergeten namelijk waarvoor ze het allemaal doen. Ze geven niet om te kunnen ontvangen, maar geven om te kijken hoe ze op een andere manier nog meer kunnen geven.
  • Zorg dat het kind ook echt kind kan en mag zijn. Speel samen, lach samen, doe eens gek. Laat het kind even pauze nemen van de zorgtaken.
  • Ook al zou je ze misschien willen ontlasten, geef ze toch af en toe een taakje. Maar kies een taakje dat bij de leeftijd hoort.
  • Voer het gesprek met ze en maak hen duidelijk dat volwassenen beslissen over bedtijd, gsm-gebruik, enz… Een kind heeft grenzen nodig. Het zal een opluchting voor het kind zijn om even niet verantwoordelijk te hoeven zijn en op alles te letten.

naar boven

 

De positie van alleenstaande ouders ten opzichte van de school

Als beide ouders niet samenwonen en ze beiden het ouderlijk gezag hebben, is de school wettelijk verplicht om zich neutraal op te stellen. Beide ouders moeten op dezelfde manier geïnformeerd worden over wat er op school gebeurt. De school mag dus geen onderscheid maken tussen de ouder waar het kind verblijft en de andere ouder.

Beide ouders hebben het recht om belangrijke beslissingen te nemen in verband met de schoolloopbaan van hun kind(eren). Het gaat dan onder andere over de schoolkeuze, studierichting, beslissingen met betrekking tot het CLB,… De school mag ervan uitgaan dat een beslissing die genomen wordt door één van de ouders, met instemming is van de andere ouder.

De meeste scholen informeren zonder problemen beide ouders. Ze moeten daarvoor natuurlijk wel op de hoogte zijn van de gezinssituatie en beschikken over alle gegevens. Als je als ouder toch niet geïnformeerd wordt door de school, dan wijs je hen best schriftelijk op hun wettelijke plicht om dat toch te doen.

Als de school een beroep doet op het CLB om een kind te begeleiden, dan kan dat, tot de leeftijd van 14 jaar, enkel mits toestemming van de ouders. Vanaf 14 jaar moet de leerling zelf zijn toestemming geven. De ouders (of de leerling zelf) kunnen zich dus ook verzetten tegen de deelname aan de medische onderzoeken. In dat geval moeten ze zelf een arts raadplegen.
De CLB-medewerkers moeten dezelfde informatie geven aan beide ouders. Wat aan de ene ouder verteld wordt, moet ook aan de andere verteld worden. Ze geven geen informatie door die door het beroepsgeheim beschermd wordt. Hieronder vallen alle vertrouwelijke gesprekken die je kind met een medewerker voert. Het CLB mag geen attesten opstellen die gebruikt kunnen worden tijdens een echtscheidingsprocedure.

 

naar boven

 

Wat mogen scholen aanrekenen?

1. In het basisonderwijs

Het basisonderwijs in Vlaanderen is kosteloos.
– Basisscholen mogen geen inschrijvingsgeld vragen
– Basisscholen mogen geen bijdragen vragen voor zaken (lesmateriaal, uitstappen,…) die noodzakelijk zijn om de eindtermen te halen of om de ontwikkelingsdoelen na te streven. Hiervoor bestaat er een officiële lijst met kosteloze materialen. De school moet niet alle opgesomde materialen uit de lijst aanbieden, maar als de school gebruik maakt van iets uit die lijst om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen te behalen, dan moet ze dat gratis aanbieden.

Basisscholen mogen dus wel een bijdrage vragen voor activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor de eindtermen en ontwikkelingsdoelen. Het toegestane bedrag is daarvoor begrensd. Deze materialen of activiteiten kunnen tot de volgende categorieën behoren.
Activiteiten die niet kosteloos zijn, maar waarvoor een maximumbedrag werd vastgelegd
Dit zijn activiteiten die strikt genomen niet noodzakelijk zijn voor het behalen van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen, maar die school boeiender maken. Hier vallen onder andere sportactiviteiten, toneelbezoeken en uitstappen onder. Om ouders niet op kosten te jagen, moeten basisscholen zich houden aan een maximumbedrag dat zij aan de ouders kunnen vragen. Men spreekt hier van een dubbele maximumfactuur (45 euro voor kleuters, 85 euro voor lagere schoolkinderen).
Zaken die niet kosteloos zijn en waarvoor er geen maximumbedrag geldt
Hieronder vallen maaltijden, drankjes en opvang. Voor deze zaken wordt geen maximumfactuur opgelegd, maar de kosten moeten altijd in verhouding tot de geleverde prestaties staan.

2. In het secundair onderwijs

Leerplichtonderwijs is gratis. Voor het secundair onderwijs houdt dat in dat de toegang gratis is. Dat betekent dat:
– secundaire scholen geen inschrijvingsgeld mogen vragen
– een secundaire school wel bijdragen mag vragen voor didactisch materiaal, zoals boeken of kopieën die nodig zijn voor de lessen, en voor bepaalde activiteiten, zoals theaterbezoek of meerdaagse uitstappen.

In sommige studierichtingen kunnen de kosten zelfs flink oplopen. Een maximumbedrag – zoals in het basisonderwijs – is niet vastgelegd. Maar de prijs moet redelijk zijn en de school moet vooraf overleggen met ouders en leerlingen via de schoolraad. De bijdrageregeling moet bij de inschrijving van de leerling ook schriftelijk aan de ouders meegedeeld worden.

Betaalmoeilijkheden

Kan u de schoolfactuur niet of moeilijk betalen, vraag dan na op school:
– of de kosten gespreid kunnen worden
– of er andere betaalmogelijkheden zijn

Scholen zijn sinds 1 januari 2012 verplicht om de mogelijkheid van een gespreide betaling aan te bieden. Sommige scholen beschikken over een solidariteitsfonds dat kan helpen. Om ouders financieel te helpen, zijn er ook schooltoelagen. Ga zeker na of u hiervoor in aanmerking komt.

Klachten

Als u de aangerekende schoolkosten te hoog of onterecht vindt, dan kan u hierover een vraag stellen of een klacht neerleggen bij de Commissie voor Zorgvuldig Bestuur.

 

naar terug

 

Advocaat pro deo

Een pro-Deoadvocaat is een advocaat die gratis of voor een beperkt bedrag voor jou zal optreden, je zal bijstaan in rechtszaken, je advies zal geven, documenten en brieven voor je kan opstellen…

Wie heeft recht op een pro-Deoadvocaat?

1)   Personen waarvan het inkomen zich bevindt onder bepaalde grenzen.
Het recht op een Pro Deo of (gedeeltelijk) kosteloze advocaat is voorbehouden aan personen met een laag inkomen. Er werden grenzen bepaald waaronder uw inkomen zich moet bevinden om aanspraak te maken op een Pro Deo advocaat. Het kan gaan om een volledige kosteloosheid of slechts een gedeeltelijke kosteloosheid. De grenzen liggen hoger voor gezinnen met personen ten laste. U vindt de inkomensgrenzen hieronder (cijfers geldig vanaf 1 september 2016).

Alleenstaand
–   volledige kosteloosheid
max. € 978,00 netto/maand

–   gedeeltelijke kosteloosheid
tussen € 978,00 en € 1.255,00 netto/maand

Gehuwd, samenwonend of alleenstaand met persoon ten laste
Volledige
–   kosteloosheid
max. € 1.255,00 netto/maand (=gezinsinkomen) + 173,48 euro per persoon ten laste
voorbeeld
1 persoon € 1.428,48
2 personen € 1.601,96
3 personen € 1.775,44

–   gedeeltelijke kosteloosheid
tussen € 1.255,00 en € 1.531,00 netto/maand (=gezinsinkomen) + 173,48 euro per persoon ten laste
voorbeeld
1 persoon € 1.704,48
2 personen € 1.877,96
3 personen € 2.051,44

Je inkomen is je loon of je vervangingsinkomen. De kinderbijslag die je krijgt, telt niet mee om je inkomen te bepalen. De alimentatie die je krijgt, moet je wel bij je inkomen optellen. De alimentatie die je betaalt, mag je aftrekken.

2)   Ongeacht het inkomen zijn er ook personen die aanspraak maken op een volledig kosteloze bijstand door een Pro Deo advocaat. Van deze personen wordt vermoed dat zij onvermogend zijn:
–   degene die bedragen geniet uitgekeerd als leefloon of als maatschappelijke bijstand, op voorlegging van de geldige beslissing van het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
–   degene die bedragen geniet uitgekeerd als gewaarborgd inkomen voor bejaarden, op voorlegging van het jaarlijks attest van de Rijksdienst voor Pensioenen;
–   degene die een vervangingsinkomen voor gehandicapten geniet, op voorlegging van de beslissing van de minister tot wiens bevoegdheid de sociale zekerheid behoort of van de door hem afgevaardigde ambtenaar;
–   hij die een kind ten laste heeft dat gewaarborgde kinderbijslag geniet, op voorlegging van het attest van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers;
–   de huurder van een sociale woning die huur betaalt die overeenkomt met de helft van de basishuur;
–   de minderjarige op voorlegging van zijn identiteitskaart of van enig ander document waaruit zijn staat blijkt;
–   de vreemdeling, voor wat betreft de indiening van het verzoek tot machtiging van verblijf, of van een administratief of rechterlijk beroep tegen een beslissing die genomen werd met toepassing van de wetten betreffende de toegang, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, op voorlegging van bewijsstukken;
–   de asielaanvrager of de persoon die verklaart of vraagt om als vluchteling te worden erkend of die een aanvraag indient van het statuut van ontheemde, op voorlegging van bewijsstukken;
–   de persoon tijdens de procedure van collectieve schuldenregeling, op voorlegging van de beschikking van toelaatbaarheid, ongeacht de aard van de procedure;
–   de persoon geconfronteerd met overmatige schulden met het oog op de inleiding van een procedure van collectieve schuldenregeling en mits een schriftelijk ondertekende verklaring van de overmatige schulden;
–   de gedetineerde;
–   de beklaagde bedoeld in de wet betreffende de onmiddellijke verschijning;
–   de geesteszieke die het voorwerp heeft uitgemaakt van een maatregel voorzien in de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.

Hoe vraag je een pro-Deoadvocaat aan?

Om een pro-Deoadvocaat te krijgen moet je een aanvraag indienen bij een Bureau voor Rechtsbijstand van het gerechtelijk arrondissement waar je woont. Je kan ook aan een advocaat vragen die je kent, of hij wil optreden als pro-Deoadvocaat. Bij de aanvraag moet je ook zeggen hoeveel je inkomen is en wat je situatie is: bijvoorbeeld of je een leefloon of een pensioen ontvangt, of je in een collectieve schuldenregeling zit… Het Bureau voor Rechtsbijstand zal binnen de vijftien dagen een beslissing nemen.

Wanneer je recht hebt op een pro-Deoadvocaat, heb je ook recht op rechtsbijstand, waardoor gerechtskosten niet of maar voor een deel betaald moeten worden.

Je hebt voor de aanvraag een aantal documenten nodig. Deze documenten mogen nooit ouder zijn dan twee maanden.

1)   Een attest van gezinssamenstelling. Dit kan je krijgen op het gemeentehuis van de gemeente waar je woont. Als je vermeldt dat het voor pro deo is, dan is het attest gratis.

2)   Een bewijs van inkomen van jezelf en van alle meerderjarige personen die vermeld staan op de gezinssamenstelling (bijvoorbeeld je partner, meerderjarige kinderen, ouders, meerderjarige broers of zussen,…)
Dat kan zijn:
–   laatste loonstrookje
–   rekeninguittreksel laatste storting werkloosheidsuitkering of attest vakbond
–   rekeninguittreksel laatste storting ziekte-uitkering of attest ziekenkas
–   inschrijving VDAB
–   bewijs schorsing recht op werkloosheidsuitkering
–   bewijs schorsing recht op ziekte-uitkering
–   aanslagbiljet of attest boekhouder (enkel voor zelfstandigen)
–   toekenning studiebeurs voor het lopende schooljaar
–   bewijs ontvangst alimentatie
–   bewijs betaling alimentatie

Wijzigingen sinds 1 september 2016

De wetgever voerde een tiental grote aanpassingen door om ervoor te zorgen dat iedereen die écht nood heeft aan bijstand er ook effectief beroep op kan doen. Er komt daarom een diepgaand onderzoek naar de bestaansmiddelen van de aanvragers. Maar er werd ook gesleuteld aan de kwaliteit van het systeem met aandacht voor de aanpak van misbruiken en een correcte financiering van de advocaten. De rol van de Orde van advocaten wordt in de toekomst ook een pak groter.

Lijst advocaten

De Orde van advocaten zal een lijst opstellen met de advocaten die prestaties wensen te verrichten in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand en die up to date houden. De Orde kan advocaten ook verplichten om zich in te schrijven wanneer dat noodzakelijk is voor de doeltreffendheid van de bijstand.
Daarnaast zal de Orde nauw toezien om de prestaties die worden verricht. Bij tekortkomingen zullen er sancties kunnen worden opgelegd zoals schrapping of weglating van de lijst.

Systeem beperkt

Het systeem van de juridische tweedelijnsbijstand wordt beperkt tot wie het écht nodig heeft en dus onvoldoende middelen heeft om zelf een advocaat te kunnen betalen. Het onderzoek naar ‘inkomsten’ was eerder beperkt. Vanaf september worden echter àlle bestaansmiddelen nagekeken: zowel inkomsten uit arbeid en roerende goederen, als inkomsten uit spaargelden, onroerende goederen, kapitalen, enz. Het bureau voor juridische bijstand zal hiervoor gerichte controles uitvoeren. Onontvankelijke en ongegronde aanvragen worden geweigerd.
De beslissing van het bureau waarbij gedeeltelijke of volledig kosteloze bijstand wordt verleend, vormt het bewijs van ontoereikende bestaansmiddelen. Een jaar na die beslissing kan het bureau voor rechtsbijstand of de rechter die de rechtsbijstand verleent nagaan of de voorwaarden van ontoereikende bestaansmiddelen nog steeds gelden.

Inkomsten van derden

Wie kan rekenen op de tussenkomst van ‘een derde betaler’, zoals bijvoorbeeld een overeenkomst van rechtsbijstandsverzekering, komt niet in aanmerking voor rechtsbijstand. Maar het spreekt voor zich dat wanneer die verzekering de kosten van de bijstand niet integraal dekt, de rechtszoekende wel juridische tweedelijnsbijstand kan vragen voor de kosten die niet ten laste worden genomen door de ‘derde betaler’.

Bijdrage van de begunstigden

Wie in aanmerking komt voor gedeeltelijke of volledig kosteloze juridische tweedelijnsbijstand moet voortaan een forfaitaire bijdrage betalen per aanleg voor elke gerechtelijke procedure waarin hij door de aangestelde bijstandsadvocaat wordt verdedigd. Hoeveel die bijdrage precies bedraagt, zal bepaald worden in een later KB. Het Gerechtelijk Wetboek houdt vast aan een minimum van 10 euro en een maximum 50 euro.
De persoon die gedeeltelijk kosteloze bijstand geniet, betaalt naast dit bedrag een bijkomende bijdrage afhankelijk van zijn bestaansmiddelen, behalve in geval van opvolging van advocaten. Ook hier bepaalt een later KB de details.
Advocaten mogen pas optreden wanneer ze de bijdragen hebben ontvangen. Al gelden er wel een aantal vrijstellingen. Niet iedereen hoeft de bijdragen te betalen. Minderjarigen, geesteszieken, Staatslozen, mensen zonder bestaansmiddelen, enz. zijn de bijdrage niet verschuldigd.

 

naar boven

 

Het erkennen van een ongeboren kind

Niet-getrouwde kersverse vaders moeten hun kind erkennen om er een wettelijke band mee te hebben. Vaak gebeurt dit na de zwangerschap. Toch is er een mogelijkheid om het kindje, met toestemming van de moeder, te erkennen vanaf de zesde maand van de zwangerschap. De voordelen daarvan zijn niet te onderschatten.

Niet-getrouwde koppels

De erkenning van een kindje is van uitzonderlijk belang voor een (toekomstige) vader. Niet voor alle vaders, enkel deze die niet getrouwd zijn met de moeder. Voor getrouwde mannen geldt immers een “vermoeden van vaderschap”; zij worden automatisch als de wettelijke vader beschouwd. Voor een niet-getrouwde (toekomstige) vader staan de ouderlijke banden niet automatisch vast; er is een erkenning van het kind nodig. Hetzelfde geldt trouwens voor de niet-getrouwde lesbische meemoeder, ook zij moet haar kind erkennen om als ouder beschouwd te worden.

De gevolgen van een erkenning

Een erkenning is de handeling waarbij een man op formele manier aangeeft dat hij de vader is van een kindje. Vanaf het moment van de erkenning staat het vaderschap vast; de vader wordt juridisch verantwoordelijk voor zijn kind.

De gevolgen van een erkenning zijn niet miniem. Ten eerste zal het kindje de naam van de vader kunnen dragen (tenzij de ouders de keuze maken om de naam van de moeder te gebruiken of een combinatie van de twee familienamen). Vervolgens ontstaat het ouderlijk gezag van de vader vanaf het moment van de erkenning. Dit betekent het recht voor de ouder om mee te kunnen beslissen over allerlei aspecten die het leven van het kindje aangaan (opvoeding, opleiding, gezondheid…). Ten slotte mag het erfrecht niet uit het oog verloren worden; een niet-erkend kindje heeft geen erfrechten ten opzichte van zijn vader indien deze laatste niet met de moeder is getrouwd.

Het belang van de prenatale erkenning

Een eerste pijnlijke situatie kan zich voordoen als het kindje vóór de geboorte overlijdt. Indien het kind nog niet door zijn biologische vader werd erkend, is het wettelijk gezien zijn kind niet. Het ongeboren kind zal zijn naam niet kunnen dragen. De vader heeft nog geen ouderlijk gezag, dus dit betekent dat hij ook geen beslissingsrecht zal hebben over het lot van het kindje. Vooral bij moeilijke medische kwesties tijdens de zwangerschap kan dit een zware emotionele tol eisen.

Ook de vader of de moeder van het kindje kan overlijden tijdens of kort na de zwangerschap. Indien de vader van het kindje overlijdt tijdens de zwangerschap zonder dat er reeds een erkenning heeft plaatsgevonden, erft het kind niet van zijn biologische vader. De vaderschapsband stond immers nog niet wettelijk vast.

Indien de moeder van het kindje sterft kort na de bevalling (bijvoorbeeld door complicaties tijdens de bevalling) en de partner het kindje nog niet heeft erkend is er eveneens sprake van een praktisch probleem. Ook in deze situatie staat de ouderlijke band tussen de vader en het kindje nog niet vast. Juridisch gezien kan de vader dus zijn ouderlijk gezag niet uitoefenen. Hij kan niet mee beslissen over medische kwesties omtrent zijn pasgeboren kind, terwijl hij wel de biologische vader is.

De vader zal in deze situatie zijn kind wel kunnen erkennen zonder de toestemming van de moeder, maar de ambtenaar van de burgerlijke stand zal wel een afschrift van de erkenningsakte moeten laten betekenen aan de wettelijke vertegenwoordiger van het kind. Dit laatste hoeft niet als de erkenning via een notariële akte gebeurt. Je raadt het al, de vader zal op dat moment andere zorgen hebben dan de administratieve rompslomp.

Andere voordelen

Naast de hierboven aangehaalde voordelen, zijn er nog praktische redenen om een kindje prenataal te erkennen. Ten eerste kan de toekomstige vader reeds tijdens de zwangerschap de geboortepremie aanvragen bij zijn werkgever.

Bovendien kan de vader zelf aangifte doen van de geboorte, zonder de aanwezigheid van de moeder. Handig voor de moeder die waarschijnlijk haar handen vol heeft. De vader brengt het erkenningsattest mee, het ingevuld en ondertekend formulier voor de naamskeuze van het kindje en de identiteitskaart van de moeder.

Een kindje erkennen kan zowel bij de ambtenaar van de burgerlijke stand als bij de notaris. Beiden kunnen een authentieke erkenningsakte opstellen. De keuze ligt volledig bij de ouders.

 

naar boven